Let op. Deze wet is vervallen op 16 november 2008. U leest nu de tekst die gold op 15 november 2008.

Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar van de sector Stadstoezicht van de Dienst Milieu en Beheer van de gemeente Leiden 2003

Uitgebreide informatie
Besluit van de Minister van Justitie van 27 oktober 2003, kenmerk 5249259/DBZ/03, strekkende tot aanwijzing van de medewerkers van de sector Stadstoezicht van de Dienst Milieu en Beheer van de gemeente Leiden 2003 tot buitengewoon opsporingsambtenaar
De Minister van Justitie,
Handelende in overeenstemming met de betrokken Ministers;
Gelezen het verzoek van het Hoofd Sector Stadstoezicht van de Dienst Milieu en Beheer van de gemeente Leiden en de daarop volgende adviezen van de regiopolitie Hollands Midden en de hoofdofficier van justitie te Den Haag;
Gelet op:
– artikel 17, eerste lid, aanhef en onder ten tweede, van de Wet op de economische delicten;
– artikel 8, zevende lid, van de Politiewet 1993;
– artikel 142, eerste lid, onder b en c, en het derde lid, van het Wetboek van Strafvordering;
– het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar.
Besluit:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder de buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar als bedoeld in artikel 2.
Artikel 2
De personen, werkzaam bij de sector Stadstoezicht van de Dienst Milieu en Beheer van de gemeente Leiden aangesteld in de functie van gemeentelijk opsporingsambtenaar zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.
1.
De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot de opsporing van feiten strafbaar gesteld bij of krachtens:
a. De in artikel 1a van de Wet op de economische delicten (WED) genoemde wetten en alsmede de artikelen 26, 33 en 34 van de WED; de Wet wapens en munitie; de Visserijwet 1963 ; de Wet op de openluchtrecreatie ; de Plantenziektenwet ; de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren ; de Veewet ; het Besluit gebruik meststoffen ; artikel 45 Luchtverkeersreglement; het Binnenvaartpolitiereglement ; de Binnenschepenwet ; Wegenverkeerswet 1994 (de toepassing van deze bevoegdheid dient zich te beperken tot stilstaand verkeer met uitzondering van de artikelen 5, 6, 10, 60, 62 en 82 RVV 1990); artikel 2, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (i.v.m. onverzekerd crossen); de Wet op de Ruimtelijke Ordening ; de Woningwet ; de Monumentenwet 1988 ; de Drank- en Horecawet ; de Huisvestingswet ; de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing ; de Wet openbare manifestaties ; de Zondagswet ;
c. Verordeningen en/of Keuren zover betrokkene daarvoor door het bevoegd bestuursorgaan is aangewezen.
2.
De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van de gemeenten Leiden, Voorschoten en Oegstgeest.
1.
De Minister van Justitie is bevoegd tot de beëdiging van de buitengewoon opsporingsambtenaar.
2.
Op grond van dit besluit kunnen maximaal 50 personen als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd.
1.
Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie bij het arrondissementsparket te Den Haag.
2.
Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van het regionaal politiekorps Hollands Midden.
Artikel 6
De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd bij de opsporing van de in artikel 3, eerste lid, genoemde strafbare feiten gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Politiewet 1993. Hij gedraagt zich overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke Marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar.
1.
Het Hoofd Sector Stadstoezicht van de Deinst Milieu en Beheer van de gemeente Leiden brengt jaarlijks, voor 1 april, over het jaar daaraan voorafgaand aan de Minister van Justitie verslag uit over:
a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was binnen de dienst;
b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;
c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.
2.
Dit verslag dient te worden toegezonden aan de toezichthouder en de direct toezichthouder, als bedoeld in artikel 5 van dit besluit, alsmede aan het Ministerie van Justitie, directie Bestuurszaken, afd. IBB/BOA, Postbus 20300, 2500 EH Den Haag.
Artikel 8
Ingetrokken worden:
a. Het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar van de sector Stadstoezicht van de Dienst en Milieu en Beheer van de gemeente Leiden 2001 , dd. 19 februari 2002, kenmerk 5082006/DBZ/01 en
b. Het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar van de sector Stadstoezicht van de Dienst en Milieu en Beheer van de gemeente Leiden 2001, dd. 11 maart 2001, kenmerk 5145861/DBZ/02.
Artikel 9
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt vijf jaar na inwerkingtreding.
Artikel 10
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar van de sector Stadstoezicht van de Dienst Milieu en Beheer van de gemeente Leiden 2003.
Dit besluit zal in de Staatscourant en het Algemeen Politieblad worden geplaatst.
Den Haag, 27 oktober 2003
De van Justitie
Minister
namens deze:
de
coördinator Buitengewoon Opsporingsambtenaar
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht