Let op. Deze wet is vervallen op 12 februari 2014. U leest nu de tekst die gold op 11 februari 2014.

Besluit buitengewoon opsporingsambtenaren Dienst Vervoer & Ondersteuning 2009

Uitgebreide informatie
Besluit van de Minister van Justitie van 2 februari 2009, nr. 5585029/Justis/09, houdende aanwijzing van medewerkers bij de Dienst Vervoer & Ondersteuning als buitengewoon opsporingsambtenaar
De Minister van Justitie,
Overwegende dat het voor de goede uitoefening van de taken waarmee de Dienst Vervoer & Ondersteuning is belast, noodzakelijk is dat medewerkers van voornoemde dienst over opsporingsbevoegdheid beschikken, bevoegd zijn geweld te gebruiken, de veiligheidsfouillering toe te passen en bewapend te zijn;
Gelet op artikel 142, eerste lid, onder b, en derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, artikel 8, eerste, derde en zevende lid, van de Politiewet 1993, artikel 3a, derde lid, van de Wet wapens en munitie, de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar en het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar;
Besluit:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2;
b. DV&O: de Dienst Vervoer en Ondersteuning van het Ministerie van Justitie.
Artikel 2
De personen die werkzaam zijn bij DV&O,
a. in de functie van risico-adviseur;
b. in de functie van transportbegeleider;
c. bij de Landelijke Bijzondere Bijstandverlening (LBB);
d. bij het Bijzonder Ondersteuningsteam (BOT);
e. bij de Tijdelijke Executieve Ondersteuning (TEO);
zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.
1.
De in artikel 2 bedoelde ambtenaren zijn bevoegd tot het opsporen van de strafbare feiten genoemd in domein VI Generieke Opsporing, van bijlage A-I van de Circulaire Buitengewoon opsporingsambtenaar , voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.
2.
De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het grondgebied van Nederland, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.
3.
De buitengewoon opsporingsambtenaar vermeldt in zijn processen-verbaal en schriftelijke verslagleggingen het domein waarin hij is aangesteld.
Artikel 4
De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd de in artikel 7, eerste en derde lid, van de Politiewet 2012 genoemde bevoegdheden uit te oefenen.
1.
De buitengewoon opsporingsambtenaar kan gedurende de uitoefening van zijn taak als buitengewoon opsporingsambtenaar zijn uitgerust met:
a. handboeien van een door de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties goedgekeurd merk en type;
b. een korte wapenstok van een door de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties goedgekeurd merk en type;
c. pepperspray van een door de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties goedgekeurd merk en type
d. een semi-automatisch pistool van het merk Walther, type P5, kaliber 9 millimeter maal 19 millimeter.
2.
De buitengewoon opsporingsambtenaar, met uitzondering van de personen die werkzaam zijn bij de TEO, kan gedurende de uitoefening van zijn taak als buitengewoon opsporingsambtenaar tevens zijn uitgerust met een semi-automatisch machinepistool van het merk Heckler & Koch, type MP5 A2 (met vaste kolf: niet automatisch) en type MP5 A3 (met inschuifbare kolf: niet automatisch) kaliber 9 millimeter maal 19 millimeter.
3.
De buitengewoon opsporingsambtenaar, werkzaam bij de LBB, kan gedurende de uitoefening van zijn taak als buitengewoon opsporingsambtenaar bovendien zijn uitgerust met CS-traangasgranaten en traangasverspreidende middelen van een door de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties goedgekeurd merk en type.
Artikel 6
Op grond van dit besluit kunnen maximaal 1.000 personen worden beëdigd als buitengewoon opsporingsambtenaar.
1.
Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie bij het Landelijk Parket.
2.
Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012.
Artikel 8
De directeur van DV&O brengt jaarlijks met betrekking tot de bij de dienst werkzame buitengewoon opsporingsambtenaren aan de Minister van Justitie verslag uit over:
a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren binnen de dienst;
b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;
c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van de buitengewoon opsporingsambtenaren, waarin in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het examen van de Citogroep en hoeveel personen in het verslagjaar voor dat examen zijn geslaagd;
d. de stand van zaken met betrekking tot de training en de bekwaamheid in de omgang met de geweldsbevoegdheden en de geweldsmiddelen van die buitengewoon opsporingsambtenaren.
Artikel 9
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt 5 jaar na de datum van inwerkingtreding.
Artikel 10
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaren Dienst Vervoer & Ondersteuning 2009.
Dit besluit zal worden gepubliceerd in de Staatscourant.
Den Haag, 2 februari 2009
De
Minister
de teammanager BTR
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht