Let op. Deze wet is vervallen op 23 juni 2004. U leest nu de tekst die gold op 22 juni 2004.

Besluit buitengewoon opsporingsambtenaren Waterschappen 1995

Uitgebreide informatie
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaren Waterschappen 1995
De Minister van Justitie,
Handelend in overeenstemming met de Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
Gelezen het verzoek van de Unie van Waterschappen van 26 april 1994, kenmerk U 9171 WW/EK;
Gelet op artikel 142, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering en artikel 17, eerste lid, aanhef en onder ten tweede van de Wet op de economische delicten;
Besluit:
Artikel 1
De ambtenaren, werkzaam bij een waterschap en belast met de daadwerkelijke handhaving van de waterstaats- en milieuwetgeving, zijn aangewezen tot buitengewoon opsporingsambtenaar.
1.
De in artikel 1 bedoelde ambtenaren zijn bevoegd tot het opsporen van:
a. de feiten strafbaar gesteld bij de artikelen 160, 161, 173a, 173b, 179, 180, 184, 199, 200, 225 en 461 van het Wetboek van Strafrecht;
b. feiten strafbaar gesteld bij of krachtens de in artikel 1a van de Wet op de economische delicten genoemde wetten, met uitzondering van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen;
c. overtreding van bepalingen, strafbaar gesteld bij of krachtens de Wet op de waterhuishouding;
d. overtreding van bepalingen, strafbaar gesteld bij of krachtens de Scheepvaartverkeerswet;
e. andere strafbare feiten, indien en voorzover zij in een concreet opsporingsonderzoek door een Officier van Justitie daarmee worden belast, voor de duur van het onderzoek.
2.
De opsporingsbevoegdheid strekt zich uit tot het grondgebied van het waterschap waarbij de desbetreffende buitengewoon opsporingsambtenaar werkzaam is.
Artikel 3
De procureur-generaal binnen wiens ressort de standplaats, van de buitengewoon opsporingsambtenaar is gelegen draagt zorg voor de beëdiging van de buitengewoon opsporingsambtenaar.
Artikel 4
Op grond van deze aanwijzing kunnen maximaal 180 personen tot buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd. Van elke aanvraag tot beëdiging wordt een afschrift gezonden aan de Minister van Justitie.
1.
Als toezichthouder voor de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie van het arrondissement waarbinnen de standplaats van de buitengewoon opsporingsambtenaar is gelegen.
2.
Als direct toezichthouder is aangewezen de korpschef van de politieregio waarbinnen de standplaats van de buitengewoon opsporingsambtenaar is gelegen.
Artikel 6
De directeur van de Unie van Waterschappen brengt jaarlijks vóór 1 april, over het voorafgaande jaar, met betrekking tot bij de waterschappen werkzame buitengewoon opsporingsambtenaren, aan de Minister van Justitie verslag uit over:
a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam op 31 december van het voorafgaande jaar bij de waterschappen;
b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;
c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurd examen en hoeveel personen in dat jaar daarvoor zijn geslaagd.
Artikel 7
Dit besluit is met ingang van 9 maart 2000 voor een periode van vijf jaar verlengd en komt thans te vervallen op 9 maart 2005.
Artikel 8
Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaren Waterschappen 1995.
Dit besluit zal worden gepubliceerd in de Staatscourant en het Algemeen Politieblad.
'-Gravenhage, 23 februari 1995.
De van Justitie,
Minister
namens deze,
het hoofd van de Directie Politie.
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht