Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2007. U leest nu de tekst die gold op -.

Besluit cliëntenvertrouwenspersoon jeugdhulpverlening en jeugdbescherming

Uitgebreide informatie
Besluit van 19 oktober 1998, houdende regels met betrekking tot de taak en bevoegdheid van de cliëntenvertrouwenspersoon jeugdhulpverlening en jeugdbescherming (Besluit cliëntenvertrouwenspersoon jeugdhulpverlening en jeugdbescherming)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 24 juni 1998, DJB/JHV-982109, gedaan mede namens de Staatssecretaris van Justitie;
Gelet op artikel 1, derde lid, van de Wet op de jeugdhulpverlening en artikel III van de Wet van 29 mei 1997 tot wijziging van de Wet op de jeugdhulpverlening in verband met het klachtrecht (Stb. 273);
De Raad van State gehoord (advies van 7 augustus 1998, No. W13.98.0276);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7 oktober 1998, DJB/JHV-98.4231, gedaan mede namens Onze Minister van Justitie;
Hebben goedgevonden en verstaan:
1.
De cliëntenvertrouwenspersoon verleent de jeugdigen op hun verzoek advies en bijstand in aangelegenheden samenhangend met de hun geboden hulpverlening.
2.
Het verlenen van advies en bijstand is met name gericht op de uitoefening door de jeugdige van zijn rechten.
Artikel 2
De cliëntenvertrouwenspersoon heeft vrije toegang tot de gebouwen van de instelling en de terreinen en ruimten van de voorziening waar de jeugdigen kunnen verblijven, een en ander voor zover dit voor een juiste uitoefening van zijn taak nodig is. De cliëntenvertrouwenspersoon behoeft geen toestemming van derden om met een jeugdige te spreken.
Artikel 3
Onverminderd het bij of krachtens de wet bepaalde worden aan de cliëntenvertrouwenspersoon alle inlichtingen verschaft en bescheiden getoond die deze voor een juiste uitoefening van zijn taak nodig heeft.
Artikel 4
Aan de cliëntenvertrouwenspersoon worden door de uitvoerder of instelling de faciliteiten verschaft die deze voor een juiste uitoefening van zijn taak nodig heeft.
Artikel 5
[Wijzigt het Besluit regels inrichtingen voor justitiële kinderbescherming.]
Artikel 6
De onderdelen C, D, F en H van artikel II van de Wet van 29 mei 1997 tot wijziging van de Wet op de jeugdhulpverlening in verband met het klachtrecht (Stb. 273) treden in werking op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit.
Artikel 7
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Artikel 8
Dit besluit wordt aangehaald als:
Besluit cliëntenvertrouwenspersoon jeugdhulpverlening en jeugdbescherming.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 19 oktober 1998
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
De Minister van Justitie,
Uitgegeven negentiende november 1998
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht