Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2005. U leest nu de tekst die gold op -.

Besluit College van advies voor de justitiële kinderbescherming

Uitgebreide informatie
Besluit van 26 februari 1990, tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de artikelen 81 en 84 van de Wet op de jeugdhulpverlening en artikel 7 van de Wet opneming buitenlandse pleegkinderen
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Justitie van 26 oktober 1989, Directie Jeugdbescherming en Reclassering, nr. 666 JR 89;
Gelet op de artikelen 81, tweede lid, en 84 van de Wet op de jeugdhulpverlening ( Stb. 1989, 360) en artikel 7 van de Wet opneming buitenlandse pleegkinderen ( Stb. 1988, 566);
De Raad van State gehoord (advies van 19 december 1989, nr. W03.89.0632);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Justitie van 26 januari 1990, Directie Jeugdbescherming en Reclassering, nr. 2821 JR 90;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
Het College van advies voor de justitiële kinderbescherming is gevestigd te 's-Gravenhage.
1.
Bij de benoeming van de leden wordt rekening gehouden met de geestelijke stromingen, zoals die in de bevolking in het algemeen aanwezig zijn.
2.
Van het college maakt deel uit:
tenminste één met rechtspraak belast lid van de rechterlijke macht.
3.
Van het college maken verder bij voorkeur deel uit:
a. een deskundige uit de kring van het maatschappelijk werk;
b. een deskundige op het gebied van de gedragswetenschappen;
c. een advocaat.
1.
De leden worden benoemd voor de tijd van zes jaren.
2.
In aansluiting aan deze termijn kunnen zij eenmaal voor gelijke termijn worden herbenoemd.
3.
Aan een lid wordt tussentijds ontslag verleend:
a. bij het bereiken van de leeftijd van vijfenzestig jaren met ingang van de eerstvolgende maand;
b. op eigen verzoek.
Artikel 4
Bij belet of ontstentenis van de voorzitter en de plaatsvervangende voorzitter wordt het voorzitterschap waargenomen door het in achtereenvolgende dienstjaren oudste lid; in geval van gelijke diensttijd beslist de leeftijd.
Artikel 5
Een daartoe door Onze Minister van Justitie aangewezen ambtenaar van zijn ministerie is bevoegd deel te nemen aan de beraadslagingen van het college. Hij heeft ter vergadering een adviserende stem.
1.
Aan het college wordt door Onze Minister van Justitie een secretaris toegevoegd;
2.
De secretaris kan, ten behoeve van de werkzaamheden voor het college, worden bijgestaan door een of meer adjunct-secretarissen, die door Onze Minister van Justitie worden benoemd en ontslagen.
Artikel 7
Het college wordt vertegenwoordigd door de voorzitter.
Artikel 8
De leden genieten voor hun werkzaamheden ten behoeve van het college vergoeding van reis- en verblijfkosten overeenkomstig de bepalingen, welke te dien aanzien voor de burgerlijke rijksambtenaren zijn of zullen worden vastgesteld. Voor het bijwonen van vergaderingen van het college, alsmede voor het deelnemen aan zittingen ter behandeling van beroepschriften als bedoeld in artikel 79 van de Wet op de jeugdhulpverlening ( Stb. 1989, 360) of van verzoeken om advies als bedoeld in artikel 7, derde lid, van de Wet opneming buitenlandse pleegkinderen ( Stb. 1988, 566) genieten zij een vacatiegeld.
1.
Het college behandelt beroepschriften als bedoeld in artikel 79 van de Wet op de jeugdhulpverlening ( Stb. 1989, 360), alsmede verzoeken om advies als bedoeld in artikel 7, derde lid, van de Wet opneming buitenlandse pleegkinderen ( Stb. 1988, 566);
2.
Het college kan de behandeling van de in het eerste lid bedoelde beroepschriften en verzoeken opdragen aan een uit zijn midden benoemde commissie van drie leden. Van deze commissie treedt bij voorkeur als voorzitter op een met rechtspraak belast lid van de rechterlijke macht.
Artikel 11
De secretaris zendt van elke beslissing als bedoeld in artikel 79 van de Wet op de jeugdhulpverlening ( Stb. 1989, 360) een afschrift aan Onze Minister van Justitie.
Artikel 12
Het college stelt een reglement van orde vast waarin zijn werkwijze, met inachtneming van de bepalingen van dit besluit, nader wordt geregeld.
Artikel 13
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juli 1989.
Artikel 14
Dit besluit kan worden aangehaald als "Besluit College van advies voor de justitiële kinderbescherming".
Lasten en bevelen dat dit besluit met daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
's-Gravenhage, 26 februari 1990
De Staatssecretaris van Justitie,
Uitgegeven de vijftiende maart 1990
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Artikel 11
Artikel 12
Artikel 13
Artikel 14
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht