1.
De opleiding tot oefentherapeut, bedoeld in artikel 18, omvat zowel theoretisch als praktisch onderwijs, dat gericht is op het verwerven van kennis van en inzicht en vaardigheid in de volgende aspecten van de oefentherapeutische beroepsuitoefening die betrekking hebben op het gebied van deskundigheid, bedoeld in artikel 21:
a. diagnostiek en behandeling;
b. communicatie en samenwerking;
c. preventie en gezondheidsvoorlichting;
d. kwaliteitszorg en innovatie;
e. praktijk- en bedrijfsvoering;
f. beroepsontwikkeling.
2.
Het praktische onderwijs omvat in ieder geval stages in het werkveld inzake het toepassen van tijdens de studie verworven kennis, inzicht en vaardigheden met betrekking tot het gebied van deskundigheid, bedoeld in artikel 21, onder toezicht van een oefentherapeut.
Inhoudsopgave
+ HOOFDSTUK I. BEGRIPSBEPALING
+ HOOFDSTUK II. DIËTIST
+ HOOFDSTUK III. ERGOTHERAPEUT
+ HOOFDSTUK IV. LOGOPEDIST
+ Hoofdstuk V. Mondhygiënist
- HOOFDSTUK VI. OEFENTHERAPEUT
+ HOOFDSTUK VII. ORTHOPTIST
+ HOOFDSTUK VIII. PODOTHERAPEUT
+ HOOFDSTUK IX. SLOTBEPALINGEN
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht