1.
De opleiding, bedoeld in artikel 14, omvat zowel theoretisch als praktisch onderwijs, dat gericht is op het verwerven van kennis van en inzicht en vaardigheid in de volgende aspecten van de mondzorgkundige beroepsuitoefening in het kader van het gebied van deskundigheid, bedoeld in artikel 17:
a. professionele mondzorgkundige vorming;
b. communicatie en voorlichting;
c. onderzoek en diagnose van problemen op het gebied van de preventieve mondzorg en het op basis daarvan opstellen en uitvoeren van een behandelplan;
d. instellen en handhaven van een optimale mondgezondheid;
e. beginselen van de mondzorg;
f. praktijkvoering.
2.
Het praktische onderwijs omvat in ieder geval stage in het werkveld inzake het toepassen van tijdens de studie verworven kennis, inzicht en vaardigheden met betrekking tot het gebied van deskundigheid, bedoeld in artikel 17, onder toezicht van een tandarts of mondhygiënist.
1.
Het aspect professionele mondzorgkundige vorming is zodanig ingericht dat de betrokkene in staat is tot:
a. het verwerven en verwerken van relevante informatie;
b. het uitoefenen van het beroep van mondhygiënist overeenkomstig de geldende professionele standaard en de stand van de wetenschap;
c. het onderkennen van en omgaan met ethische vraagstukken die zich voordoen bij de mondzorgkundige handeling;
d. het verstrekken van doelgerichte informatie aan de patiënt;
e. het handelen vanuit een juist begrip van wettelijke regelingen en andere regelingen betreffende de mondzorgkundige beroepsuitoefening;
f. de evaluatie van eigen handelen, op grond waarvan eigen beperkingen worden herkend en erkend.
2.
Het aspect communicatie en voorlichting is zodanig ingericht dat de betrokkene in staat is tot:
a. het effectief communiceren met de patiënt en, in daarvoor in aanmerking komende gevallen, met diens naaste betrekkingen;
b. het communiceren met andere beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg;
c. het geven van voorlichting aan de patiënt met betrekking tot gedrag en behandeling op het gebied van de preventieve mondzorg.
3.
Het aspect onderzoek en diagnose van problemen op het gebied van de preventieve mondzorg en het op basis daarvan opstellen en uitvoeren van een behandelplan is zodanig ingericht dat de betrokkene in staat is tot:
a. het in het kader van het mondzorgkundige onderzoek bij de patiënt afnemen van een anamnese, omvattende diens tandheelkundige, medische, persoonlijke en sociaal-culturele achtergronden teneinde de implicaties van algemene gezondheidsafwijkingen en geneesmiddelengebruik voor het uitvoeren van de mondzorgkundige behandeling te kunnen beoordelen;
b. het diagnostiseren van aandoeningen op het gebied van parodontologie en cariologie;
c. het in de mond signaleren van zichtbare afwijkingen van het normale beeld;
d. het in opdracht van een tandarts uitvoeren van tandheelkundig beeldvormend diagnostisch onderzoek en het nemen van maatregelen gericht op bescherming tegen ioniserende straling;
e. het opstellen van een behandelplan en het verwijzen van de patiënt naar een tandarts of arts indien dit in het belang van diens gezondheid noodzakelijk is.
4.
Het aspect instellen en handhaven van een optimale mondgezondheid is zodanig ingericht dat de betrokkene in staat is tot:
a. het geven van tandheelkundige gezondheidsvoorlichting;
b. het treffen van preventieve maatregelen voor het handhaven of het bevorderen van de mondgezondheid;
c. het toepassen van mondzorgkundige behandelingen die aandoeningen van het gebit en de het gebit omringende weefsels voorkomen, verminderen dan wel opheffen;
d. het indiceren van de behandeling van primaire cariës en in opdracht van een tandarts restaureren van primaire caviteiten met plastische vulmaterialen;
e. het in opdracht van een tandarts toepassen van lokale anesthesie door het geven van injecties ten behoeve van geleidings- of infiltratie-anesthesie.
5.
Het aspect beginselen van de mondzorg is zodanig ingericht dat de betrokkene:
a. inzicht verwerft in de epidemiologie en de behoefte aan preventieve mondzorg van de bevolking als geheel en de daartoe te hanteren interventiemogelijkheden;
b. in staat is tot het stellen van prioriteiten voor te verlenen preventieve mondzorg in overeenstemming met de beschikbare middelen, de behandelingsnoodzaak en de eigen vraag naar zorg van de patiënt;
c. inzicht verwerft in de structuur en financiering van de gezondheidszorg gericht op de mondzorg.
6.
Het aspect praktijkvoering is zodanig ingericht dat de betrokkene in staat is tot:
a. het voeren van overleg en samenwerken binnen het mondzorgteam en andere beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg;
b. het doelmatig vastleggen van relevante gegevens omtrent de patiënt en de behandeling;
c. het treffen van praktijkhygiënische maatregelen;
d. het hanteren van de uitgangspunten voor de organisatie en een doelmatige opzet van een mondzorgpraktijk.
Inhoudsopgave
+ HOOFDSTUK I. BEGRIPSBEPALING
+ HOOFDSTUK II. DIËTIST
+ HOOFDSTUK III. ERGOTHERAPEUT
+ HOOFDSTUK IV. LOGOPEDIST
- Hoofdstuk V. Mondhygiënist
+ HOOFDSTUK VI. OEFENTHERAPEUT
+ HOOFDSTUK VII. ORTHOPTIST
+ HOOFDSTUK VIII. PODOTHERAPEUT
+ HOOFDSTUK IX. SLOTBEPALINGEN
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht