Besluit van 27 oktober 2014, houdende regels inzake het door de ACM ten laste brengen van kosten aan marktorganisaties (Besluit doorberekening kosten ACM)
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Economische Zaken van 14 juli 2014, nr. WJZ / 14115872;
Gelet op artikel 6a, vierde, zesde en achtste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 4 september 2014, nr. W15.14.0254/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Economische Zaken van 21 oktober 2014, nr. WJZ / 14151771;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
ACM: de Autoriteit Consument en Markt;
beschikking tot betaling: de beschikking, bedoeld in artikel 4:86 van de Algemene wet bestuursrecht;
bedragen: de bedragen die krachtens artikel 6a, zevende lid, van de wet worden vastgesteld;
wet: de Instellingswet Autoriteit Consument en Mark t.
Artikel 2
De bedragen worden door de ACM aan marktorganisaties in rekening gebracht en door de ACM geïnd.
1.
Dit hoofdstuk is van toepassing op de doorberekening van de kosten van de beschikkingen, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdelen a, b en c.
2.
De kosten die worden doorberekend betreffen de kosten samenhangend met het geven van een beschikking, met inbegrip van de kosten samenhangend met het behandelen van een beschikkingsaanvraag.
3.
Niet doorberekend worden de kosten samenhangend met een beschikking van de ACM om een aanvraag tot het geven van een beschikking niet te behandelen.
1.
De kosten van beschikkingen van de ACM worden niet overeenkomstig dit hoofdstuk doorberekend, met uitzondering van de kosten van:
a. beschikkingen tot het toekennen van nummers op grond van het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet ;
b. beschikkingen omtrent de registratie van certificatiedienstverleners zonder een geldig bewijs van toetsing op grond van het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewe t;
c. de beschikkingen, bedoeld in de artikelen 25 , 37 , 40 , 44 en 46 van de Mededingingswet .
2.
De bedragen die in rekening worden gebracht voor de doorberekening van de kosten van de beschikkingen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, kunnen voor verschillende aantallen of soorten nummers verschillend worden vastgesteld.
1.
Het bedrag dat is verschuldigd voor het geven van een beschikking is een bedrag dat wordt gebaseerd op de gemiddelde kosten samenhangend met het geven van die beschikking.
2.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt ten aanzien van de beschikkingen, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdelen b en c, geen onderscheid gemaakt tussen besluiten tot het inwilligen van een beschikkingsaanvraag en besluiten tot het geheel of gedeeltelijk afwijzen van een dergelijke aanvraag.
Artikel 6
Indien een door de ACM in behandeling genomen aanvraag van een marktorganisatie tot het geven van een beschikking als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdelen b en c, wordt ingetrokken voordat de ACM een besluit op de aanvraag heeft genomen, brengt de ACM het bedrag dat is verschuldigd voor het geven van de desbetreffende beschikking ten laste van de betreffende marktorganisatie.
1.
De ACM verzendt de beschikking tot betaling tegelijk met de bekendmaking van de beschikking waarvoor het bedrag in rekening wordt gebracht.
2.
Indien een aanvraag voor een beschikking als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdelen b en c, wordt ingetrokken voordat de ACM een besluit op de aanvraag heeft genomen, verzendt de ACM de beschikking tot betaling binnen vier weken na ontvangst van de intrekking van de aanvraag.
1.
Dit hoofdstuk is van toepassing op de doorberekening van de kosten van de ACM, met uitzondering van de kosten waarvan de doorberekening wordt geregeld in hoofdstuk 2.
2.
Niet ten laste van marktorganisaties worden gebracht de kosten:
a. van het toezicht dat de ACM houdt op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Mededingingswet en het bepaalde bij of krachtens de Wet handhaving consumentenbescherming ,
b. van het toezicht dat de ACM houdt op de naleving van het bepaalde bij of krachtens artikel 4.4, hoofdstuk 7, met uitzondering van artikel 7.7, hoofdstuk 11, met uitzondering van de artikelen 11.5b en 11.10, en artikel 12.1 van de Telecommunicatiewet,
c. van het toezicht dat de ACM houdt op de naleving door anderen dan netbeheerders van het bepaalde bij of krachtens:
1°. de Elektriciteitswet 1998 ,
2°. de Gaswet ,
3°. de Wet implementatie EU-richtlijnen energie-efficiëntie ,
4°. de Wet van 23 november 2006 tot wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en van de Gaswet in verband met nadere regels omtrent een onafhankelijk netbeheer ,
d. van het toezicht dat de ACM houdt op de naleving door anderen dan vergunninghouders van het bepaalde bij of krachtens de Warmtewet ,
e. van het toezicht dat de ACM houdt op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Spoorwegwet en van het bepaalde bij of krachtens de Wet personenvervoer 2000 ,
f. van het toezicht dat de ACM houdt op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Drinkwaterwet , en
g. van het toezicht dat de ACM houdt op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Wet op het financieel toezicht .
1.
De bedragen gelden gedurende één kalenderjaar en worden jaarlijks vóór 1 mei vastgesteld.
2.
De bedragen worden vastgesteld op basis van de kosten van de ACM in het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor de bedragen gelden.
3.
Aan de kosten, bedoeld in het tweede lid, worden de bedragen toegevoegd die de ACM, vanwege faillissement van de betreffende marktorganisaties, niet heeft geïnd in het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor de bedragen gelden.
4.
Indien vanwege faillissement toegevoegde bedragen in rekening waren gebracht bij marktorganisaties die failliet zijn verklaard maar waarvan de boedel nog niet is vereffend, trekt de ACM de daarmee samenhangende aan die marktorganisaties gegeven beschikkingen tot betaling in.
1.
Voor de berekening van de bedragen worden de kosten toegerekend aan categorieën van gelijksoortige werkzaamheden of diensten, waarbij:
a. directe personele kosten rechtstreeks worden toegerekend aan een categorie op basis van het gerealiseerde aantal directe uren voor die categorie;
b. directe materiële kosten rechtstreeks worden toegerekend aan de betreffende categorie;
c. indirecte personele en indirecte materiële kosten worden toegerekend aan een categorie naar rato van het gerealiseerde aantal directe uren voor die categorie.
2.
De in het eerste lid bedoelde categorieën zijn:
a. voor de sector energie:
1°. regionaal netbeheer elektriciteit;
2°. regionaal netbeheer gas;
3°. landelijk netbeheer elektriciteit;
4°. landelijk netbeheer gas;
5°. warmtelevering;
b. voor de sector post:
1°. universele postdienst;
2°. niet-universele postdienst;
c. voor de sector telecommunicatie:
1°. openbare elektronische communicatiediensten, openbare elektronische communicatienetwerken en bijbehorende faciliteiten;
2°. nummers;
3°. diensten van certificatiedienstverleners;
d. voor de sector registerloodsen: loodswezen;
e. voor de sector luchtvaart: luchtvaart.
3.
Bij ministeriële regeling kunnen per categorie subcategorieën van gelijksoortige werkzaamheden of diensten worden vastgesteld. Op deze subcategorieën is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.
Artikel 11
De ACM maakt voor de toepassing van artikel 10 gebruik van een kostentoerekeningssysteem dat zodanig is ingericht dat daaruit op eenduidige en inzichtelijke wijze de kosten van de desbetreffende categorieën van gelijksoortige werkzaamheden of diensten kunnen worden afgeleid.
1.
Voor de toepassing van hoofdstuk 3 van dit besluit wordt onder relevante omzet verstaan de omzet die een tot een bepaalde categorie behorende marktorganisatie in Nederland heeft behaald met activiteiten waarop de taakuitvoering van de ACM in die categorie betrekking heeft.
2.
Voor de vaststelling van de bedragen worden de aan een categorie toegerekende kosten toegedeeld aan de tot die categorie behorende marktorganisaties naar rato van de relevante omzet van die marktorganisaties.
3.
Bij ministeriële regeling wordt bepaald beneden welke relevante omzet aan een marktorganisatie geen bedrag in rekening wordt gebracht. Deze omzet kan voor de verschillende categorieën verschillend worden vastgesteld.
4.
Voor de toepassing van het tweede lid wordt uitgegaan van de relevante omzet die is behaald in het peiljaar. Peiljaar is het kalenderjaar dat twee jaar voorafgaat aan het kalenderjaar waarvoor de bedragen worden vastgesteld.
5.
In afwijking van het tweede lid worden de aan de in artikel 10, tweede lid, onderdeel c, onder 2°, bedoelde categorie toegerekende kosten aan marktorganisaties toegedeeld naar rato van het aantal toegekende nummers op 1 januari van het kalenderjaar waarvoor de bedragen gelden. Bij ministeriële regeling wordt geregeld in welke gevallen en op welke wijze wordt gecorrigeerd voor het saldo van in- en uitgeporteerde nummers op die datum.
6.
In afwijking van het eerste lid worden de aan de in artikel 10, tweede lid, onderdeel c, onder 3°, bedoelde categorie toegerekende kosten aan marktorganisaties toegedeeld naar rato van het aantal aan het publiek afgegeven certificaten op 1 januari van het kalenderjaar waarvoor de bedragen gelden.
1.
Een marktorganisatie behorend tot een in artikel 10, tweede lid, onderdeel a, onder 1°, 2° of 5°, onderdeel b, onder 2°, of onderdeel c, onder 1°, genoemde categorie, verstrekt vóór 1 januari van het kalenderjaar waarvoor de bedragen worden vastgesteld aan de ACM een opgave van de in het betrokken peiljaar behaalde relevante omzet, tenzij de ACM de marktorganisatie heeft laten weten reeds over de betreffende gegevens te beschikken.
2.
De opgave gaat vergezeld van een verklaring van een accountant die is ingeschreven in het accountantsregister, bedoeld in artikel 36 van de Wet op het accountantsberoep, dat de opgave een getrouw beeld geeft van de in het peiljaar behaalde relevante omzet en voldoet aan de bij of krachtens dit besluit gestelde eisen.
3.
Indien met betrekking tot het peiljaar een jaarrekening is vastgesteld, doet de marktorganisatie de opgave vergezeld gaan van die jaarrekening.
4.
Bij ministeriële regeling wordt de relevante omzet bepaald beneden welke een marktorganisatie een opgave kan doen zonder een verklaring als bedoeld in het tweede lid en een jaarrekening als bedoeld in het derde lid bij te voegen. Deze omzet kan voor de verschillende categorieën verschillend worden vastgesteld.
5.
Een opgave van de netto-omzet die op grond van artikel 377, derde lid, onder a, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is vermeld in de jaarrekening, voldoet aan de in het eerste lid bedoelde opgave.
6.
Indien opgave wordt gedaan van de netto-omzet, bedoeld in het vijfde lid, kan in plaats van een accountantsverklaring als bedoeld in het tweede lid, een voor de jaarrekening afgegeven accountantsverklaring als bedoeld in artikel 393, vijfde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek worden verstrekt.
7.
Indien de marktorganisatie niet tijdig heeft voldaan aan de in het eerste lid bedoelde verplichting of een kennelijk onjuiste of onvolledige opgave heeft gedaan en dit verzuim niet heeft hersteld na daartoe door de ACM in de gelegenheid te zijn gesteld, kan de ACM een schatting doen van haar relevante omzet en op basis daarvan het bedrag vaststellen.
8.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de opgave van de relevante omzet door de marktorganisatie en over de verklaring van de accountant, bedoeld in het tweede lid.
9.
Bij ministeriële regeling kunnen gegevens en bescheiden worden aangewezen die door een marktorganisatie die op grond van het bepaalde bij en krachtens het vierde lid niet gehouden is tot het bijvoegen van een accountantsverklaring en een jaarrekening en ten aanzien van welke de ACM vermoedt dat zij een onjuiste opgave heeft verstrekt, op verzoek van de ACM moeten worden verstrekt. De in de eerste volzin bedoelde gegevens en bescheiden kunnen de in het vierde lid bedoelde accountantsverklaring en jaarrekening betreffen.
1.
Ingeval van een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek wordt in afwijking van artikel 2 per groep één bedrag in rekening gebracht en worden voor de berekening van de relevante omzet van de groep de relevante omzetten van alle tot die groep behorende marktorganisaties opgeteld. Bij deze berekening worden transacties tussen de tot die groep behorende marktorganisaties buiten beschouwing gelaten.
2.
Indien een marktorganisatie in of na het peiljaar activiteiten van één of meer andere marktorganisaties heeft overgenomen, vindt de berekening van de relevante omzet plaats met inachtneming van het betrokken deel van de in het peiljaar behaalde relevante omzet van de marktorganisaties die de activiteiten voorheen verrichtten. De verplichting om over dit deel een opgave als bedoeld in artikel 12a, eerste lid, te doen rust op de marktorganisatie die activiteiten heeft overgenomen. Artikel 12a, zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.
3.
Bij ministeriële regeling kunnen per categorie of subcategorie van marktorganisaties activiteiten worden aangewezen van welke de relevante omzet niet wordt betrokken bij de berekening van de relevante omzet van de desbetreffende marktorganisaties.
4.
Bij de in het derde lid bedoelde ministeriële regeling worden uitsluitend activiteiten aangewezen die zijn verweven met activiteiten waartoe het aan de ACM opgedragen nalevingstoezicht zich niet uitstrekt.
Artikel 14
De ACM verzendt de beschikkingen tot betaling jaarlijks uiterlijk op 30 juni.
1.
In afwijking van artikel 9, tweede lid, kunnen, ten behoeve van een geleidelijke overgang als bedoeld in artikel 6a, achtste lid, van de wet, de bedragen voor de kalenderjaren 2015, 2016 en 2017 lager worden vastgesteld. Alsdan is de verlaging voor alle sectoren in relatieve zin gelijk.
2.
In afwijking van artikel 12a, eerste lid, verstrekt een marktorganisatie behorend tot een in artikel 12a, eerste lid, bedoelde categorie, ten behoeve van de vaststelling van de bedragen geldend voor het kalenderjaar 2015, de in artikel 12a, eerste lid, bedoelde opgave van de relevante omzet vóór 1 maart 2015.
3.
In afwijking van artikel 14, verzendt de ACM de beschikkingen tot betaling in het jaar 2015 uiterlijk op 31 juli.
Artikel 16
[Wijzigt het Besluit kostenverhaal energie.]
Artikel 17
[Wijzigt het Besluit universele dienstverlening en eindgebruikersbelangen.]
Artikel 18
[Wijzigt het Besluit vergoedingen Telecommunicatiewet.]
Artikel 19
[Wijzigt het Postbesluit 2009.]
Artikel 20
[Wijzigt het Tijdelijk besluit postbezorgers 2011.]
Artikel 21
Het Besluit kostenverhaal Mededingingswet en het Besluit vergoedingen Postwet worden ingetrokken.
Artikel 23
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit doorberekening kosten ACM.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Wassenaar, 27 oktober 2014
De Minister van Economische Zaken,
Uitgegeven de eenendertigste oktober 2014
De Minister van Veiligheid en Justitie,
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Kosten van beschikkingen die worden doorberekend aan de marktorganisatie aan wie de beschikking is gericht of die de aanvraag heeft gedaan
+ Hoofdstuk 3. Kosten die door middel van toerekening worden doorberekend aan marktorganisaties
+ Hoofdstuk 4. Wijziging van andere besluiten
+ Hoofdstuk 5. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht