Besluit van 4 april 1986, tot uitvoering van de artikelen 4, 6 en 9 van de Wet effectenhandel
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Financiën van 29 oktober 1985, nr. 385-13065, Generale Thesaurie, Directie Binnenlands Geldwezen Afdeling Financiële Markten en Instellingen;
Gelet op de artikelen 4, 6 en 9, van de Wet effectenhandel ( Stb. 1985, 570);
De Raad van State gehoord (advies van 25 februari 1986, nr. W06.85.0576/05.6.07);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Financiën van 26 maart 1986, nr. 386-4000; Generale Thesaurie, Directie Binnenlands Geldwezen, Afdeling Financiële Markten en Instellingen;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit wordt onder de wet verstaan: de Wet effectenhandel ( Stb. 1985, 570).
Artikel 2
Het prospectus, bedoeld in artikel 4 van de wet, dient de volgende gegevens te bevatten:
a. voor aandelen, optiebewijzen, warrants, inschrijvingen in aandelenregisters, winst- en oprichtersbewijzen en soortgelijke waardepapieren dan wel rechten: de gegevens als bedoeld in de rubrieken 1.1 tot en met 8.2 en 9.1 tot en met 9.15 van de bij dit besluit behorende bijlage A ;
b. voor schuldbrieven, inschrijvingen in schuldregisters en soortgelijke waardepapieren dan wel rechten: de gegevens als bedoeld in de rubrieken 1.1 tot en met 8.2 en 10.1 tot en met 10.19 van de bij dit besluit behorende bijlage A ;
c. voor certificaten van aandelen en soortgelijke waardepapieren: de gegevens als bedoeld in de rubrieken 11.1 tot en met 12.7 van de bij dit besluit behorende bijlage A alsmede met betrekking tot de onderliggende waarden de gegevens in de rubrieken 1.1 tot en met 8.2 en 9.1 tot en met 9.15 van de bij dit besluit behorende bijlage A ;
d. voor opties en soortgelijke rechten: de gegevens als bedoeld in de rubrieken 13.1 tot en met 16.5 van de bij dit besluit behorende bijlage A ;
e. voor rechten op overdracht op termijn van zaken waarvan de rechten op overdracht op een termijnbeurs plegen te worden verhandeld: de gegevens als bedoeld in de rubrieken 17.1 tot en met 20.6 van de bij dit besluit behorende bijlage A ;
f. voor recepissen van waarden als hiervoor bedoeld: de gegevens als bedoeld in de rubrieken van de bij dit besluit behorende bijlage A die van toepassing zijn op de effecten waarvoor de recepissen worden uitgegeven.
Artikel 3
In dit hoofdstuk wordt onder de aanvrager verstaan de aanvrager van een vergunning als bedoeld in artikel 6 van de wet.
1.
Een ieder die in de uitoefening van het bedrijf gerechtigd zal zijn tot het aangaan van bemiddelingstransacties dient ten minste twee volle jaren naar behoren werkzaam te zijn geweest als gemachtigde of bestuurder van een onderneming die de bemiddeling bij effectentransacties tot bedrijf heeft en te beschikken over een in voornoemde periode opgedane relevante werkervaring, gelet op de soort van effecten waarin het bedrijf zijn bemiddeling zal aanbieden.
2.
De aanvrager dient bij de aanvraag stukken over te leggen waaruit blijkt dat aan de vereisten van het eerste lid wordt voldaan.
3.
De aanvrager dient bij de aanvraag:
a. opgave te doen van naam, woonadres, datum en plaats van geboorte van een ieder die in de uitoefening van het bedrijf gerechtigd zal zijn tot het aangaan van bemiddelingstransacties alsmede van een ieder die ten aanzien van leiding en personeel van het bedrijf onmiddellijk of middellijk benoemings- en ontslagrecht heeft;
b. ten aanzien van elke onder abedoelde persoon een door het bevoegde gezag afgegeven verklaring omtrent het gedrag over te leggen.
1.
De aanvrager dient te beschikken over een eigen vermogen of een garantie van een in een Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen gevestigde kredietinstellingen van ten minste f 250 000.
2.
De aanvrager dient bij de aanvraag een verklaring van een deskundige als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek dan wel een jaarrekening over het laatst verstreken boekjaar voorzien van een verklaring van een deskundige als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek over te leggen waaruit blijkt dat aan het vereiste van het eerste lid wordt voldaan.
1.
De aanvrager dient met een of meer in een Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen gevestigde kredietinstelling(en) en alle cliënten voor wier rekening hij in de uitoefening van zijn bedrijf zal bemiddelen een overeenkomst of overeenkomsten te sluiten die uitsluitend de grondslag zal of zullen vormen voor de bemiddelingswerkzaamheden. In deze overeenkomst(en) dient in ieder geval te zijn bepaald dat:
a. de bemiddelaar niet zelfstandig over gelden en effecten van cliënten kan beschikken onderscheidenlijk de gelden en effecten van cliënten kan bewaren; en
b. de gelden en effecten van de cliënten worden gedeponeerd bij een of meer kredietinstellingen waarmee de overeenkomst(en) als bedoeld in de aanhef van dit artikel wordt (worden) gesloten.
2.
De aanvrager dient bij de aanvraag over te leggen:
a. een model van de overeenkomst(en) als bedoeld in het eerste lid;
b. de bereidverklaring van de kredietinstelling(en) om een overeenkomst of overeenkomsten volgens dat model aan te gaan;
c. naam en plaats van vestiging van de kredietinstelling(en).
1.
De aanvrager dient een administratief systeem te hanteren waaruit genoegzaam op de in het tweede lid genoemde termijn ten minste moet blijken:
a. de stand van bezittingen en schulden;
b. de verstrekte en verkregen garanties, zekerheden en andere rechten en verplichtingen die van invloed kunnen zijn op het eigen vermogen;
c. de voor eigen rekening en rekening van derden verrichte transacties en overige handelingen inzake effecten onderverdeeld naar:
1°. het aantal en soorten van effecten waarop deze betrekking hebben;
2°. de gehanteerde limietkoersen en andere voorwaarden;
3°. de namen en adressen van wederpartijen;
4°. de koersen waartegen de transacties tot stand zijn gekomen;
5°. de datum en plaats van totstandkoming;
6°. de financiële verplichtingen voor derden die voortvloeien uit de voor hun rekening verrichte transacties;
7°. de aan de bemiddelaar in rekening gebrachte provisies en overige kosten;
d. de voor eigen rekening en rekening van derden te verrichten transacties en overige handelingen inzake effecten, onderverdeeld naar:
1°. de aantallen en soorten van de effecten waarop de transacties betrekking hebben;
2°. de te hanteren limietkoersen en andere voorwaarden;
e. de aan derden in rekening gebrachte kosten ter zake van voor hun rekening uitgevoerde transacties en overige handelingen inzake effecten onderverdeeld naar:
1°. de koersen, provisies, opslagen en overige kosten;
2°. de aantallen en soorten effecten waarop de kosten betrekking hebben;
f. de kosten en opbrengsten in een maand.
2.
De in het eerste lid onder a tot en met e bedoelde gegevens dienen dagelijks uit het administratieve systeem te blijken, de onder f bedoelde gegevens, maandelijks binnen twee weken na het verstrijken van die maand.
3.
De aanvrager dient bij de aanvraag een model van het administratief systeem bedoeld in het eerste lid over te leggen.
1.
De aanvrager dient in de uitoefening van zijn bedrijf ter zake van iedere transactie of overige handeling inzake effecten voor rekening van een cliënt, een effectennota uit te reiken die voor zover van toepassing bevat:
a. de geadresseerde;
b. de aard van de transactie of handeling;
c. het aantal en de soort van de effecten;
d. de koers waartegen de transactie is uitgevoerd;
e. de valutadatum;
f. datum, plaats van uitvoering en de beurs waar de handeling of transactie is uitgevoerd;
g. de provisies, kosten en opslagen die aan de cliënt in rekening worden gebracht.
2.
De aanvrager dient bij de aanvraag een model van de effectennota als bedoeld in het eerste lid over te leggen.
1.
De aanvrager dient ten minste de volgende informatie ten aanzien van het bedrijf schriftelijk beschikbaar te hebben en desgevraagd aan een ieder te verstrekken:
a. de gegevens omtrent zijn bedrijf welke ingevolge wettelijk voorschrift in het handelsregister moeten worden opgenomen;
b. de algemene voorwaarden die op overeenkomsten met cliënten van toepassing zijn;
c. de provisies, kosten en opslagen die de aanvrager in de uitoefening van zijn bedrijf aan cliënten in rekening zal brengen.
2.
De aanvrager dient bij de aanvraag een afschrift van de in het eerste lid bedoelde informatie over te leggen.
Artikel 10
Het prospectus, bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de wet dient de gegevens te bevatten als bedoeld in de rubrieken 1.1 tot en met 5.8 van de bij dit besluit behorende bijlage B .
Artikel 11
De aanvrager in dit hoofdstuk is de aanvrager als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de wet.
1.
Een ieder die in de uitoefening van het bedrijf gerechtigd zal zijn tot het beleggen van de middelen van het fonds waartoe de deelneming wordt opengesteld, dient ten minste twee volle jaren naar behoren werkzaam te zijn geweest als gemachtigde of bestuurder van een onderneming die het beheren van vermogen(s) tot bedrijf heeft en te beschikken over een in voornoemde periode opgedane relevante werkervaring, gelet op het voorgenomen beleggingsbeleid binnen het fonds.
2.
De aanvrager dient bij de aanvraag stukken over te leggen waaruit blijkt dat aan de vereisten van het eerste lid wordt voldaan.
3.
De aanvrager dient bij de aanvraag:
a. opgave te doen van naam, woonadres, datum en plaats van geboorte van een ieder die in de uitoefening van het bedrijf gerechtigd zal zijn tot het beleggen van de middelen van het fonds, alsmede van een ieder die ten aanzien van leiding en personeel van het bedrijf middellijk of onmiddellijk benoemings- en ontslagrecht heeft;
b. ten aanzien van elke onder abedoelde persoon een door het bevoegde gezag afgegeven verklaring omtrent het gedrag over te leggen.
1.
De aanvrager dient te beschikken over een eigen vermogen of een garantie van een in een Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen gevestigde kredietinstelling van ten minste f 250 000.
2.
De aanvrager dient bij de aanvraag een verklaring van een deskundige als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek dan wel een jaarrekening over het laatst verstreken boekjaar voorzien van een verklaring van een deskundige als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek over te leggen waaruit blijkt dat aan het vereiste van het eerste lid wordt voldaan.
1.
De beheerder van het fonds dient met een door hem aan te wijzen rechtspersoon die als bewaarder optreedt een overeenkomst te sluiten welke overeenkomst uitsluitend de grondslag zal vormen van de te hanteren voorwaarden van beheer en bewaring van het fonds. In deze voorwaarden dient op genoegzame wijze ten minste te zijn bepaald hetgeen staat vermeld in de punten 1 tot en met 21 van de bij dit besluit behorende bijlage C .
2.
De aanvrager dient bij de aanvraag over te leggen:
a. een model van de overeenkomst als bedoeld in het eerste lid;
b. de bereidverklaring van de bewaarder om een overeenkomst volgens dat model aan te gaan;
c. naam en plaats van vestiging van de bewaarder.
1.
De aanvrager dient maandelijks aan de houders van participaties in het fonds een opgave over de samenstelling van het fonds beschikbaar te stellen.
2.
Deze opgave dient ten minste de volgende gegevens te bevatten:
a. de totale waarde van het fonds;
b. het aantal uitstaande participaties;
c. de waarde per participatie, waarbij per participatie rekening is gehouden met de:
- kosten van aanmaak;
- kosten van beheer;
- kosten van royement;
- overige kosten.
3.
De aanvrager dient bij de aanvraag een model van de opgave als bedoeld in het tweede lid over te leggen.
1.
De aanvrager dient ten minste de volgende informatie schriftelijk beschikbaar te hebben en desgevraagd aan een ieder te verstrekken:
a. de gegevens omtrent het bedrijf van de beheerder en de bewaarder van het fonds welke ingevolge wettelijk voorschrift in het handelsregister moeten worden opgenomen;
b. de voorwaarden van beheer en de bewaring zoals die ter zake van het beheer en de bewaring van het fonds zullen gelden;
2.
De aanvrager dient bij de aanvraag een afschrift van de in het eerste lid bedoelde informatie over te leggen.
Artikel 17
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet effectenhandel ( Stb. 1985, 570) in werking treedt.
Artikel 18
Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit effectenhandel.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
Tavarnelle, 4 april 1986
De Minister van Financiën,
Uitgegeven de vijftiende april 1986
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Inleidende bepalingen
+ Hoofdstuk II. Aanbieden van effecten
+ Hoofdstuk III. Bemiddelen bij effectentransacties
+ Hoofdstuk IV. Fonds voor gemene rekening
+ Hoofdstuk V. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht