Let op. Deze wet is vervallen op 20 december 2013. U leest nu de tekst die gold op 19 december 2013.

Besluit ex artikel 160 lid 1 Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers

Uitgebreide informatie
Besluit van 29 april 1970, houdende vaststelling van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 160, eerste lid, van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers
Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 10 maart 1970, nr. AW 70/U 493, Directie Overheidspersoneelsbeleid, Hoofdafdeling Overheidspersoneelszaken, Afdeling Pensioenen en Wachtgelden;
Gelet op artikel 160, eerste lid, van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers;
De Raad van State gehoord (advies van 8 april 1970, Nr. 8);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 20 april 1970, nr. AW 70/882, Directie Overheidspersoneelsbeleid, Hoofdafdeling Overheidspersoneelszaken, Afdeling Pensioenen en Wachtgelden;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. politieke ambtsdrager: lid van gedeputeerde staten en wethouder;
b. wedde: de wedde als politieke ambtsdrager, over elk tijdvak waarover deze wordt uitbetaald vermeerderd met het voor hem geldende vakantie-uitkeringspercentage;
d. invaliditeitsuitkering: de uitkering bedoeld in artikel 133 a van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers.
1.
Op de wedde wordt een bedrag ingehouden ter grootte van het bedrag dat wordt ingehouden op het salaris van een overheidswerknemer in de zin van de Wet privatisering ABP , uit hoofde van een overeenkomst als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van die wet.
2.
Het in te houden bedrag wordt berekend als ware de politieke ambtsdrager een overheidswerknemer met een inkomen als zodanig, gelijk aan de wedde.
3.
Indien de politieke ambtsdrager overeenkomstig artikel 133 b , negende lid, heeft gekozen voor een verlaging van de inhouding ingevolge het eerste lid, wordt het in te houden bedrag verlaagd met 0,25 procentpunt van de bijdrage die voor de politieke ambtsdrager ter zake van invaliditeit zou zijn verschuldigd indien hij deelnemer zou zijn als bedoeld in het eerste lid.
1.
Op de wedde wordt een bedrag ingehouden ter grootte van het bedrag dat met toepassing van artikel 97d, eerste lid, van de Werkloosheidswet wordt ingehouden op het loon van de in dat artikellid bedoelde overheidswerknemer.
2.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt de wedde, verminderd met het bedrag, bedoeld in artikel 2, eerste lid, beschouwd als loon, bedoeld in artikel 28, eerste lid, onderdeel a, van de Wet financiƫle voorzieningen privatisering ABP.
1.
Uitkeringen ineens, niet zijnde of verband houdende met de uitkering of de invaliditeitsuitkering in de zin van dit besluit, worden voor de toepassing van de artikelen 2 en 3 aangemerkt als wedde, voor zover daarmee overeenkomende uitkeringen ineens aan een overheidswerknemer als bedoeld in artikel 2, eerste lid, mede bepalend zijn voor de hoogte van het bedrag dat op zijn salaris wordt ingehouden, respectievelijk voor zover daarmee overeenkomende uitkeringen ineens aan een werknemer als bedoeld in artikel 3, eerste lid, behoren tot het loon, bedoeld in artikel 3, tweede lid.
2.
Uitkeringen ineens worden aangemerkt als wedde over het tijdvak waarin de uitkering wordt uitbetaald.
1.
Met inachtneming van artikel 160, derde lid, van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers is artikel 2 van overeenkomstige toepassing op de uitkering.
2.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt het bedrag waarvan de uitkering is afgeleid beschouwd als het in artikel 2, tweede lid, bedoelde inkomen.
3.
Artikel 3 is van overeenkomstige toepassing op de uitkering en op de invaliditeitsuitkering.
4.
Voor de toepassing van het derde lid worden de uitkering en de invaliditeitsuitkering beschouwd als het in artikel 3, tweede lid, bedoelde loon, met dien verstande dat de eerstbedoelde uitkering overeenkomstig wordt verminderd.
1.
Nabetalingen in verband met het recht op uitkering of invaliditeitsuitkering worden voor de toepassing van artikel 5 aangemerkt als uitkering respectievelijk invaliditeitsuitkering.
2.
Overige nabetalingen worden voor de berekening van ingevolge de artikelen 2 en 3 in te houden bedragen gerekend tot de wedde over het laatste tijdvak waarover inhoudingen hebben plaatsgevonden.
3.
Indien de betrokkene als politieke ambtsdrager in de functie, waaruit hij ter zake van zijn ontslag of aftreden recht heeft op uitkering of invaliditeitsuitkering, recht zou hebben gehad op een uitkering ineens, als bedoeld in artikel 4, eerste lid, en deze omstandigheid niet leidt tot verhoging van de wedde of berekeningsgrondslag, waarnaar de uitkering of de invaliditeitsuitkering is berekend, wordt deze wedde of berekeningsgrondslag voor de toepassing van artikel 5 dienovereenkomstig verhoogd.
Artikel 8
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad , waarin het wordt geplaatst.
Onze Minister van Binnenlandse Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
Soestdijk, 29 april 1970
De Minister van Binnenlandse Zaken,
Uitgegeven de negentiende mei 1970.
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 5a
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht