Let op. Deze wet is vervallen op 4 mei 2007. U leest nu de tekst die gold op 3 mei 2007.

Besluit ex artikel 160d en 160h Provinciewet

Uitgebreide informatie
Besluit van 19 juni 1986, tot uitvoering van de artikelen 160d, derde lid, en 160h, tweede lid, van de Provinciewet
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, gedaan mede namens de Staatssecretaris van Financiën, van 20 december 1985, nr. BMV85/U1242, directoraat-generaal Binnenlands Bestuur, directie Bestuurlijke en Financiële Organisatie;
Gelet op artikel 160 d , derde lid, en artikel 160 h , tweede lid, van de Provinciewet;
Gezien de adviezen van gedeputeerde staten van de provincies;
De Raad van State gehoord (advies van 10 maart 1986, nr. W04.86.0008/04.6.09);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, uitgebracht mede namens de Staatssecretaris van Financiën, van 30 mei 1986, nr. BMV86/293, directoraat-generaal Binnenlands Bestuur, directie Bestuurlijke en Financiële Organisatie;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder Onze Ministers: Onze Ministers van Binnenlandse Zaken en van Financiën.
Artikel 2
Voor de toepassing van de artikelen 160 c en 160 d van de Provinciewet ( Stb. 1962, 17) worden:
a. in aanmerking genomen de vaarwegen voor zover de kosten van onderhoud hiervan per 1 januari 1978 geheel of nagenoeg geheel ten laste van de provincie kwamen;
b. de lengten van de vaarwegen per provincie gewogen met de, naar de oppervlakten van de grondsoorten in elke provincie gewogen, gemiddelde waarde voor de draagkracht van de ondergrond;
c. de lengten van de in onderdeel a van dit artikel bedoelde vaarwegen, alsmede de in onderdeel b van dit artikel bedoelde weging daarvan, vastgesteld zoals in de, bij dit besluit behorende, bijlage is aangegeven.
Artikel 3
Voor de toepassing van artikel 160 h , eerste lid, van de Provinciewet wordt zo spoedig mogelijk na afloop van het begrotingsjaar aan gedeputeerde staten van de provincies een ontwerp gezonden van de beschikking tot vaststelling van de uitkeringen, bedoeld in artikel 160 b , eerste lid en artikel 160 e , eerste lid, van de Provinciewet.
1.
Binnen een maand na de dag na die van verzending van de ontwerp-beschikking, bedoeld in artikel 3, kunnen gedeputeerde staten daartegen bezwaar maken bij Onze Ministers.
Het bezwaarschrift wordt ingediend bij Onze Minister van Binnenlandse Zaken.
2.
Het bezwaarschrift kan geen betrekking hebben op de algemeen geldende bedragen per eenheid en de meetregels van de verdeelmaatstaven, bedoeld in artikel 160 c van de Provinciewet.
3.
Onze Ministers nemen op het bezwaarschrift een met redenen omklede beslissing, die aan gedeputeerde staten schriftelijk wordt meegedeeld.
Artikel 5
Zo spoedig mogelijk na verstrijken van de in artikel 4, eerste lid, bedoelde termijn zenden Onze Ministers de beschikking tot vaststelling van de uitkeringen, bedoeld in artikel 160 b , eerste lid, en artikel 160 e , eerste lid, van de Provinciewet, aan gedeputeerde staten van de provincies. Afwijkingen bij de vaststelling van uitkeringen ten opzichte van de uitkeringen genoemd in de ontwerp-beschikking worden door Onze Ministers met redenen omkleed.
1.
Binnen een maand na de dag na die van verzending van de beschikking, bedoeld in artikel 5, kunnen gedeputeerde staten die geen bezwaar hebben gemaakt tegen de ontwerp-beschikking, bedoeld in artikel 3, bij Onze Ministers bezwaar maken tegen eventuele afwijkingen bij de vaststelling van uitkeringen ten opzichte van de uitkeringen genoemd in de ontwerp-beschikking. Het bezwaarschrift wordt ingediend bij onze minister van Binnenlandse Zaken.
2.
Onze Ministers nemen op het bezwaarschrift een met redenen omklede beslissing, die aan gedeputeerde staten schriftelijk wordt meegedeeld.
1.
Binnen een maand na de dag na die van verzending van de beschikking, bedoeld in artikel 5, dan wel indien gedeputeerde staten een bezwaar hebben ingediend als bedoeld in artikel 5 a, binnen een maand na de dag van verzending van de beslissing op het bezwaarschrift, bedoeld in artikel 5 a , tweede lid, kunnen gedeputeerde staten daartegen beroep instellen bij de Kroon. Een afschrift van het beroepschrift wordt gezonden aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken.
2.
Het beroep kan alleen betrekking hebben op zaken waarover bij Onze Minister van Binnenlandse Zaken een bezwaarschrift is ingediend. Het beroep kan geen betrekking hebben op de algemeen geldende bedragen per eenheid en de meetregels van de verdeelmaatstaven bedoeld in artikel 160 c van de Provinciewet.
3.
Van de beslissing doen Onze Ministers schriftelijk mededeling aan de colleges van gedeputeerde staten.
Artikel 7
Het koninklijk besluit van 22 mei 1981, Stb. 413, wordt ingetrokken met ingang van het uitkeringsjaar 1983.
Artikel 8
Dit besluit treedt in werking twee maanden na plaatsing in het Staatsblad , met dien verstande dat het voor het eerst wordt toegepast voor het uitkeringsjaar 1983.
Lasten en bevelen dat dit besluit met daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en aan de Algemene Rekenkamer.
Lage Vuursche, 19 juni 1986
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken,
De Staatssecretaris van Financiën,
Uitgegeven de eenendertigste juli 1986
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 5a
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht