Besluit van 26 februari 1960, houdende uitvoering van artikel 27, lid 2, Wet administratieve rechtspraak bedrijfsorganisatie
Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 17 december 1959, Stafafdeling Wetgeving, nr. 355/659;
Gelet op artikel 27, lid 2, der Wet administratieve rechtspraak bedrijfsorganisatie ( Stb. 1954, 416);
De Raad van State gehoord (advies van 26 januari 1960, nr. 27);
Gezien het nader rapport van Onze voornoemde Minister van 18 februari 1960, Stafafdeling Wetgeving, nr. 048/660;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
De voorzitter, de vice-voorzitters, de gewone en de plaatsvervangende leden van het College van beroep voor het bedrijfsleven, benevens de griffier en de substituut-griffiers van dit College en zij, die de griffier of de substituut-griffier vervangen, dragen hetzelfde costuum als de overeenkomstige ambtenaren van een gerechtshof.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking met ingang van een door Ons te bepalen dag.
Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en aan de Algemene Rekenkamer.
Soestdijk, 26 februari 1960
De Minister van Justitie,
Uitgegeven de elfde maart 1960.
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht