Let op. Deze wet is vervallen op 1 mei 2012. U leest nu de tekst die gold op 30 april 2012.

Besluit ex artikel 37 van de Wet op de economische delicten

Uitgebreide informatie
Besluit ex artikel 37 van de Wet op de economische delicten
Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 27 April 1951, 2de Afdeling A, no. 2273;
Gelet op artikel 37 van de Wet op de economische delicten;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
De bevoegdheid tot het stellen van een voorwaarde of van voorwaarden, door vrijwillige voldoening waaraan het recht tot strafvordering wegens economische delicten vervalt, wordt verleend aan:
a. De Nederlandsche Bank N.V., te Amsterdam;
b. de directeurs van 's Rijks belastingen en domeinen te Amsterdam, Arnhem, Breda, Groningen, Maastricht, Rotterdam, Utrecht en Zwolle.
Artikel 2
De aan de Nederlandsche Bank verleende bevoegdheid geldt uitsluitend de overtredingen van het Deviezenbesluit 1945.
1.
De aan de in artikel 1 bedoelde directeurs van 's Rijks belastingen en domeinen verleende bevoegdheid geldt ter zake van:
a. overtredingen van het Deviezenbesluit 1945, voor zover deze betrekking hebben op:
1. frauduleuze in- en uitvoer van goederen,
2. met frauduleuze in- en uitvoer van goederen gepaard gaande frauduleuze in- en uitvoer van betaalmiddelen tot een waarde van ten hoogste honderd gulden, en deze overtredingen niet blijken samen te hangen met andere deviezenovertredingen, ter zake waarvan eveneens een vervolging wordt ingesteld;
b. overtredingen van voorschriften, gesteld bij en krachtens de artikelen 1:4, eerste en tweede lid, en 3:1 van de Algemene douanewet;
2.
Bevoegd is de directeur, binnen wiens ambtsgebied het feit is begaan. In geval van twijfel dienaangaande worden de stukken ter verdere behandeling in handen gesteld van de bevoegde officier van justitie.
1.
De navolgende voorwaarden kunnen gesteld worden:
a. betaling van een bepaalde geldsom, bedragende ten minste € 2 en niet meer dan € 450;
b. afstand van reeds in beslag genomen zaken, met dien verstande, dat de totale waarde van de onder a bedoelde geldsom en van de zaken, waarvan afstand wordt gedaan, niet hoger is dan € 550.
2.
Indien de Nederlandsche Bank van oordeel is, dat een overtreding, als bedoeld in artikel 2, zodanig ernstig is, dat niet volstaan kan worden met het stellen van de in het eerste lid genoemde voorwaarden en dat het niettemin in het algemeen belang is, dat de verdachte in de gelegenheid wordt gesteld door voldoening aan door de Nederlandsche Bank te stellen voorwaarden de strafvervolging te voorkomen, kan het College van procureurs-generaal aan de Nederlandsche Bank toestaan als voorwaarde of voorwaarden te stellen:
a. de betaling van een geldsom, bedragende meer dan duizend gulden, doch niet meer dan vijf duizend gulden;
b. afstand van de in beslag genomen zaken.
Artikel 5. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking op de dag van zijn afkondiging.
Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit, hetwelk in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Algemene Rekenkamer.
Soestdijk, 1 Mei 1951
De
Minister
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4. Evaluatie
Artikel 5. Inwerkingtreding
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht