Besluit financiën en personeel Kabinetten van de Gouverneurs
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
Gelet op artikel 19, vijfde lid, en 21, zesde lid, van de Comptabiliteitswet 2001, artikel 4 van het Instellingsbesluit Kabinet van de Gouverneur van Aruba, artikel 4 van het Instellingsbesluit Kabinet van de Gouverneur van Curaçao en artikel 4 van het Instellingsbesluit Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten;
Besluit:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. minister: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
b. directeur van het Kabinet: directeur van het Kabinet van de Gouverneur van Aruba, directeur van het Kabinet van de Gouverneur van Curaçao of directeur van het Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten;
c. Kabinet: Kabinet van de Gouverneur van Aruba, Kabinet van de Gouverneur van Curaçao of Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten;
d. secretaris-generaal: secretaris-generaal van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
e. directeur FEZ: directeur van de directie Financieel-Economische Zaken van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
f. directeur PRIO: directeur van de directie Personeel, Regie, ICT en Organisatie van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
1.
De directeur van het Kabinet zendt de minister jaarlijks vóór 1 januari van een begrotingsjaar een bestedingsplan ten behoeve van de aan de taakvervulling van het Kabinet verbonden uitgaven voor het volgende begrotingsjaar.
2.
Voorts zendt de directeur van het Kabinet jaarlijks aan de directeur FEZ:
a. vóór 15 februari een verantwoording van de ontvangsten en de uitgaven van het Kabinet over de periode van januari tot en met december van het voorgaande jaar;
b. vóór 15 augustus een tussentijdse verantwoording van de ontvangsten en de uitgaven van het Kabinet over de periode van januari tot en met juni.
1.
In aanvulling op artikel 12, tweede lid, van het Besluit Taak FEZ, beschikt de directeur van het Kabinet over het budget met betrekking tot het Kabinet, zoals vastgesteld in de begroting voor de Overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten (IIB).
2.
De directeur van het Kabinet is, met inachtneming van de Comptabiliteitswet 2001 en de daaruit voortvloeiende nadere regelgeving, verantwoordelijk voor het beheer van de geldelijke en niet-geldelijke zaken van het Kabinet alsmede voor de begroting van het Kabinet.
3.
De directeur van het Kabinet kan een beroep doen op de directeur FEZ voor advies en bijstand.
4.
De directeur FEZ ziet toe op de uitvoering van de taken van de directeur van het Kabinet, bedoeld in dit artikel.
5.
De Rijksauditdienst is belast met de controle op de door de directeur van het Kabinet gehouden administratie. De directeur Rijksauditdienst rapporteert zijn bevindingen aan de minister en aan de directeur van het Kabinet.
1.
De directeur van het Kabinet is bevoegd om namens de minister de bevoegdheden, genoemd in bijlage 1 , uit te oefenen ten aanzien van de personeelsleden werkzaam bij het Kabinet.
2.
De uitoefening van de bevoegdheden, genoemd in bijlage 1 , geschiedt met inachtneming van de algemene en bijzondere voor de rijksdienst vastgestelde regels, nadere regels voor lokale arbeidskrachten, nadere regels voor zogenoemde uitgezonden personeelsleden en rekening houdend met de bijzondere staatsrechtelijke positie van het Kabinet.
3.
De directeur van het Kabinet zendt de minister jaarlijks vóór 1 april een verslag omtrent de uitgeoefende bevoegdheden, genoemd in bijlage 1 .
1.
De directeur van het Kabinet kan een beroep doen op de directeur PRIO voor advies en bijstand ten aanzien van de uitvoering van de bevoegdheden, genoemd in bijlage 1 .
2.
De directeur PRIO ziet toe op de uitvoering van de bevoegdheden van de directeur van het Kabinet, genoemd in bijlage 1 .
Artikel 6
Ten minste twee maal per jaar vindt een overleg plaats tussen de directeur van het Kabinet en, namens de minister, de Secretaris-generaal over de uitvoering van deze regeling bij het Kabinet.
Artikel 7
Het Beheersbesluit KABGNA/KABGA 1998 wordt ingetrokken.
1.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 10 oktober 2010.
2.
In tegenstelling tot het eerste lid treedt dit besluit in Aruba in werking op het tijdstip waarop een nieuw besluit tot instelling van het Kabinet van de Gouverneur van Aruba, op basis van artikel 2 van het Statuut, in werking treedt
Artikel 9
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit financiën en personeel Kabinetten van de Gouverneurs.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De
minister
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht