Let op. Deze wet is vervallen op 1 juli 2017. U leest nu de tekst die gold op 30 juni 2017.

Besluit gebruiksbeperkingen Rotterdam Airport

Uitgebreide informatie
Besluit gebruiksbeperkingen Rotterdam Airport
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Handelende in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
Gelezen het verzoek van 31 maart 1998 van Amsterdam Airport Schiphol (AAS), mede namens het Gemeentebestuur van Rotterdam, tot Aanwijzing van het Luchtvaartterrein Rotterdam Airport;
Gelet op artikel 4, en mede gelet op artikel 2, van het Besluit van 21 mei 1981, houdende enige regels ter beperking van de geluidhinder door luchtvaartuigen (Stb. 1981, 343);
Besluit:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. het luchtvaartterrein:
het luchtvaartterrein Rotterdam Airport;
b. vlucht:
de verplaatsing van het luchtvaartuig gedurende het tijdsverloop dat het in beweging komt met de bedoeling om op te stijgen, tot het ogenblik dat het weer tot volledige stilstand is gekomen na de landing;
c. geregelde vlucht:
een vlucht in een reeks van verkeersvluchten, waaraan het publiek kan deelnemen en welke worden uitgevoerd ten behoeve van het verkeer tussen twee of meer plaatsen, hetzij in overeenstemming met een gepubliceerde dienstregeling, hetzij met een zodanige regelmaat of frequentie dat zij een duidelijk herkenbare systematische reeks vormen;
d. regeringsvlucht:
vluchten ten behoeve van het Koninklijk Huis, Ministers, Staatssecretarissen en vluchten in opdracht van of op uitnodiging van dezen;
e. positievlucht:
een vlucht zonder lading naar een luchthaven om vanuit die luchthaven de vlucht uit te voeren met lading;
f. havenmeester:
een persoon, in dienst van de exploitant van een luchtvaartterrein, belast met de dagelijkse uitvoering van het toezicht op het luchtvaartterrein en in bijzonder met het toezicht op de veiligheid en de goede orde daarop;
g. slot:
de in een dienstregeling opgenomen aankomst- of vertrektijd die op een bepaalde datum beschikbaar is voor een vliegtuigbeweging dan wel hieraan is toegewezen, op een luchthaven die volgens de bepalingen van de ’slots-verordening’ ( Verordening (EG) nr. 95/93 van de Raad van de Europese Unie van 18 januari 1993 betreffende gemeenschappelijke regels voor de toewijzing van ’slots’ op communautaire luchthavens) is gecoördineerd;
h. ATC-slot (Air Traffic Control-slot):
een door de luchtverkeersleiding opgegeven CTOT (Calculated Take-Off Time). Dit is een nominale tijd met een tolerantie van 5 minuten voor tot 10 minuten na het opgegeven slot-tijdstip;
i. het Verdrag:
het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart (Verdrag van Chicago, Trb. 1973, 109);
j. Annex 16:
Boekdeel I, Deel 2, van Bijlage 16 bij het Verdrag;
k. EPN dB:
de eenheid, zoals gedefinieerd in bijlage 16 bij het Verdrag, van de EPNL (Effective perceived noise level);
l. MTOW (Maximum take-off weight):
maximum gecertificeerd startgewicht;
m. hoofdstuk 2-vliegtuigen:
luchtvaartuigen waaromtrent door het bevoegd gezag een verklaring is afgegeven dat zij geluidgecertificeerd zijn overeenkomstig bepalingen en voorschriften, welke ten minste gelijk zijn aan ICAO Annex 16, Boekdeel I, deel 2, hoofdstuk 2, paragraaf 2.4.1;
n. hoofdstuk 3-vliegtuigen:
luchtvaartuigen waaromtrent door het bevoegd gezag een verklaring is afgegeven dat zij geluidgecertificeerd zijn overeenkomstig bepalingen en voorschriften, welke ten minste gelijk zijn aan ICAO Annex 16, Boekdeel I, deel 2, hoofdstuk 3, paragraaf 3.4.
Artikel 2
Het opstijgen of landen op het luchtvaartterrein is tussen 18.00 en 08.00 uur plaatselijke tijd verboden voor:
a. hoofdstuk 2-vliegtuigen,
b. hoofdstuk 3-vliegtuigen waarvan het verschil tussen de som van de gecertificeerde geluidsniveaus en de som van de hoofdstuk 3 limietwaarden minder dan 5 EPN dB is, welke zijn vermeld op de lijst zoals opgenomen in de bijlage bij dit besluit.
1.
Het bepaalde in artikel 2 is niet van toepassing op:
a. luchtvaartuigen die in nood verkeren of ten behoeve van reddingsacties of hulpverlening zijn of worden ingezet;
b. vluchten waarbij sprake is van technische storingen of bijzondere meteorologische condities die zonder toelating op het luchtvaartterrein zouden leiden tot ernstige verstoring van de dienstregelmaat of de veiligheid van het luchtverkeer;
c. vluchten in de periode 18.00 tot 23.00 uur en in de periode 07.00 tot 08.00 uur plaatselijke tijd, met een hoofdstuk 2 of hoofdstuk 3 vliegtuig met een maximaal toegelaten totaalmassa van ten hoogste 34 ton, waarvan de maximale binnenruimte waarvoor het bepaalde type vliegtuig toestemming is verleend ten hoogste 19 passagiersstoelen bevat, de stoelen voor de bemanning niet meegerekend.
2.
De Minister van Verkeer en Waterstaat kan ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 2:
a. voor het uitvoeren van landingen tussen 18.00 en 19.00 uur plaatselijke tijd door geregelde vluchten die volgens schema eerder dan 18.00 uur plaatselijke tijd hadden moeten arriveren, voor zover sprake is van onverwachte vertragende omstandigheden die op het moment van vertrek redelijkerwijs niet voorzien hadden kunnen worden, dan wel voor zover sprake is van vertragingen veroorzaakt door toekenning van ATC-slots;
b. voor het uitvoeren van starts tussen 18.00 en 19.00 uur plaatselijke tijd door geregelde vluchten die volgens schema eerder dan 18.00 uur plaatselijke tijd hadden moeten vertrekken, voor zover sprake is van:-
een technische storing van het luchtvaartuig, dan wel van de luchtvaarttechnische gronduitrusting of-
extreme meteorologische omstandigheden, die een vertraging van de start volgens dat schema rechtvaardigen.
1.
Van iedere start of landing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt door de havenmeester onverwijld rapport opgemaakt, dat binnen 14 dagen na de betreffende start of landing aan de Directeur-Generaal van de Rijksluchtvaartdienst wordt gezonden.
2.
Aan de havenmeester wordt mandaat verleend om namens de Minister van Verkeer en Waterstaat ontheffing te verlenen als bedoeld in artikel 3, tweede lid.
De havenmeester rapporteert binnen 14 dagen na het verstrijken van iedere maand over de in die maand verleende ontheffingen aan de Directeur-Generaal van de Rijksluchtvaartdienst.
Artikel 7
De beschikking van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 26 oktober 1973, nr. Jur/L 25771, tot beperking nachtvliegen op Rotterdam (Stb.1973, 576) wordt ingetrokken.
Artikel 8
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 november 1999.
Artikel 9
Een jaar na de inwerkingtreding van dit besluit, dan wel zoveel eerder als de Minister wenselijk acht, evalueert de Minister de doelmatigheid en de doeltreffendheid van dit besluit. De uitkomst van deze evaluatie kan aanleiding zijn om het besluit te wijzigen.
Artikel 10
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit gebruiksbeperkingen Rotterdam Airport .
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De
Minister
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht