Let op. Deze wet is vervallen op 1 april 2014. U leest nu de tekst die gold op 31 maart 2014.

Besluit gedragsbeïnvloeding jeugdigen

Uitgebreide informatie
Besluit van 22 januari 2008, houdende uitwerking van de mogelijkheden tot gedragsbeïnvloeding van jeugdigen die strafbare feiten hebben begaan (Besluit gedragsbeïnvloeding jeugdigen)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 26 november 2007, nr. 55287556/07/6.
Gelet op de artikelen 77w, vijfde lid en 77z van het Wetboek van Strafrecht en artikel 493, zesde lid, van het Wetboek van Strafvordering,
De Raad van State gehoord (advies van 20 december 2007, nr. W03.07.0444/II)
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 18 januari 2008, nr. 5525895/08/6;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit Besluit wordt verstaan onder:
1°. jeugdreclassering: een stichting als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de jeugdzorg, bij de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder c en d, van die wet;
2°. maatregel: de maatregel betreffende het gedrag van de jeugdige, bedoeld in artikel 77h, vierde lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafrecht;
3°. de wet: het Wetboek van Strafrecht ;
4°. gedragsinterventie: een gestructureerd geheel van methodische handelingen gericht op de beïnvloeding van gedrag of omstandigheden van de jeugdige, met als doel het voorkomen van recidive;
5°. vrijheidsbenemende straf of maatregel: jeugddetentie en plaatsing in een inrichting voor jeugdigen.
1.
De rechter kan bij schorsing van de tenuitvoerlegging van het bevel tot voorlopige hechtenis, naast de in artikel 493, zesde lid, van het Wetboek van Strafvordering genoemde bijzondere voorwaarde van hulp en steun, één of meer van de volgende bijzondere voorwaarden aan de schorsing verbinden:
1°. zich gedurende een door de rechter te bepalen termijn te houden aan de aanwijzingen van de jeugdreclassering, ook indien deze aanwijzingen inhouden dat de verdachte zich onder behandeling van een bepaalde deskundige of bepaalde instantie zal stellen;
2°. het aanvaarden van intensieve begeleiding;
3°. het volgen van een leerproject van ten hoogste 120 uren;
4°. op een bepaald tijdstip of gedurende een bepaalde periode op een bepaalde locatie aanwezig te zijn;
5°. zich op bepaalde tijdstippen te melden bij een bepaalde instantie;
6°. een verbod contact te leggen of te laten leggen met bepaalde personen of instellingen;
7°. een verbod om zich op of in de directe omgeving van een bepaalde locatie te bevinden;
8°. een verbod op het gebruik van alcohol, verdovende middelen of andere middelen die het gedrag van de jeugdige in negatieve zin kunnen beïnvloeden;
9°. andere bijzondere voorwaarden, het gedrag van de jeugdige betreffende.
2.
Een behandeling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel 1°, of de voorwaarde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel 9°, kunnen geheel of ten dele bestaan uit een vorm van zorg als bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdelen a en b, van de Wet op de jeugdzorg, indien de stichting, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van die wet ten aanzien van de verdachte een besluit heeft genomen waaruit blijkt dat deze op deze vorm van zorg is aangewezen.
3.
De rechter kan de werking van de bijzondere voorwaarden, genoemd in het eerste lid, beperken tot een bij de beslissing tot schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis te bepalen tijdsduur, met dien verstande dat een behandeling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel 1°, de begeleiding bedoeld in het eerste lid, onderdeel 2°, en de voorwaarde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel 9°, ten hoogste zes maanden kunnen duren.
4.
[Dit lid is nog niet in werking getreden.]
5.
Indien de rechter aan de schorsing van de voorlopige hechtenis de bijzondere voorwaarde van hulp en steun, bedoeld in artikel 493, zesde lid, van het Wetboek van Strafvordering, verbindt, geeft hij tot het verlenen van die hulp en steun opdracht aan de jeugdreclassering.
6.
De in artikel 493, zesde lid, van het Wetboek van Strafvordering bedoelde instemming moet blijken uit een door de verdachte ondertekende verklaring, waarin de aard en inhoud van de bijzondere voorwaarden zijn omschreven. De instemming van de verdachte kan eveneens blijken uit het proces-verbaal ter terechtzitting.
1.
Indien de rechter bepaalt dat een aan de jeugdige op te leggen straf of maatregel als bedoeld in artikel 77x van de wet geheel of gedeeltelijk niet ten uitvoer zal worden gelegd, kunnen daaraan één of meer van de volgende bijzondere voorwaarden worden verbonden:
1°. zich gedurende de proeftijd houden aan de aanwijzingen van de jeugdreclassering, ook indien deze aanwijzingen inhouden dat de jeugdige zich onder behandeling van een bepaalde deskundige of bepaalde instantie zal stellen;
2°. het aanvaarden van intensieve begeleiding;
3°. het volgen van een leerproject van ten hoogste 120 uren;
4°. een verplichting om op een bepaald tijdstip of gedurende een bepaalde periode op een bepaalde locatie aanwezig te zijn;
5°. een verplichting zich op bepaalde tijdstippen te melden bij een bepaalde instantie;
6°. een verbod contact te leggen of te laten leggen met bepaalde personen of instellingen;
7°. een verbod om zich op of in de directe omgeving van een bepaalde locatie te bevinden;
8°. een verbod op het gebruik van alcohol, verdovende middelen of andere middelen die het gedrag van de jeugdige in negatieve zin kunnen beïnvloeden;
9°. gehele of gedeeltelijke vergoeding van de door het strafbare feit veroorzaakte schade binnen een door de rechter te bepalen termijn, korter dan de proeftijd;
10°. herstel van de door het strafbare feit veroorzaakte schade binnen een door de rechter te bepalen termijn, korter dan de proeftijd;
11°. storting van een door de rechter vast te stellen waarborgsom, ten hoogste gelijk aan het verschil tussen het maximum van de geldboete die voor het feit kan worden opgelegd en de opgelegde boete;
12°. storting van een door de rechter vast te stellen geldbedrag in het schadefonds geweldsmisdrijven of ten gunste van een instelling die zich ten doel stelt belangen van slachtoffers van strafbare feiten te behartigen. Het bedrag kan niet hoger zijn dan de geldboete die ten hoogste voor het strafbare feit kan worden opgelegd;
13°. andere bijzondere voorwaarden, het gedrag van de veroordeelde betreffende, waaraan deze gedurende de proeftijd, of een bij de veroordeling te bepalen gedeelte daarvan, heeft te voldoen.
2.
Een behandeling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel 1°, of de voorwaarde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel 13°, kan geheel of ten dele bestaan uit een vorm van zorg als bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdelen a en b, van de Wet op de jeugdzorg, indien de stichting, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van die wet ten aanzien van de jeugdige een besluit heeft genomen waaruit blijkt dat deze op deze vorm van zorg is aangewezen.
3.
[Dit lid is nog niet in werking getreden.]
1.
Het programma, bedoeld in artikel 77w, derde lid, van de wet kan bestaan uit een of meer gedragsinterventies.
2.
Indien de maatregel betreffende het gedrag van de jeugdige gezamenlijk met een vrijheidsbenemende straf of maatregel wordt opgelegd, voorziet het programma bedoeld in artikel 77w, derde lid, van de wet in ieder geval in begeleiding van de jeugdige bij een verantwoorde terugkeer in de samenleving. De rechter neemt in zijn vonnis zodanige bepalingen op als hij voor de juiste uitvoering van die begeleiding noodzakelijk acht.
3.
[Dit lid is nog niet in werking getreden.]
1.
De artikelen 1, 2, eerste tot en met derde, vijfde en zesde lid, 3, eerste en tweede lid, 4, eerste en tweede lid, van dit besluit treden in werking op het tijdstip waarop de wet van 20 december 2007 tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering en de Wet op de jeugdzorg met het oog op verruiming van de mogelijkheden tot gedragsbeïnvloeding van jeugdigen (gedragsbeïnvloeding jeugdigen) (Stb. 2007, 575) in werking treedt.
2.
De artikelen 2, vierde lid, 3, derde lid en 4, derde lid, van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Artikel 6
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit gedragsbeïnvloeding jeugdigen.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 22 januari 2008
De Minister van Justitie
Uitgegeven de negenentwintigste januari 2008
De Minister van Justitie
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht