Let op. Deze wet is vervallen op 1 november 2009. U leest nu de tekst die gold op 31 oktober 2009.

Besluit geluidsbelasting kleine luchtvaart

Uitgebreide informatie
Besluit van 27 december 1990, houdende vaststelling van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 25 van de Luchtvaartwet
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 17 juli 1989, nr.MJZ17789031, Centrale Directie Juridische Zaken, afdeling Wetgeving, gedaan na overleg met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
Gelet op de artikelen 25, tweede lid, en 76, eerste lid, onder a , van de Luchtvaartwet ( Stb. 1958, 47) en artikel VII, derde lid, van de Wet van 7 juni 1978, houdende wijziging van de Luchtvaartwet met betrekking tot de aanwijzing van luchtvaartterreinen ( Stb. 354);
Gezien het advies van de Centrale raad voor de milieuhygiëne van 9 februari 1989;
De Raad van State gehoord (advies van 29 december 1989, nr. W08. 89. 0391);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 12 december 1990, nr. MJZ12d90065, Centrale Directie Juridische Zaken, afdeling Wetgeving, uitgebracht na overleg met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
gebouw: een gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c , van de Woningwet;
bouwvergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de Woningwet;
woonwagenstandplaats: een standplaats als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder h , van de Woningwet;
bkl: geluidsbelastingseenheden kleine luchtvaart;
geluidsbelasting in bkl: de geluidsbelasting op een bepaalde plaats veroorzaakt door de gezamenlijke op een luchtvaartterrein landende en opstijgende vaste-vleugel luchtvaartuigen met schroefaandrijving en een toegelaten totaal massa die hoger is dan 390 kg doch niet hoger dan 6000 kg, uitgedrukt in bkl en vastgesteld volgens de formule:
geluidsbelasting = 10 log (?n 10LAX/10) - 46:
waarin: het teken "?" staat voor de optelling van de bijdragen van alle luchtvaartuigen die ter plaatse voorbijvliegen gedurende een representatieve dag, zijnde het gewogen daggemiddelde van het vliegverkeer gedurende een geheel jaar, waarbij de weging hieruit bestaat dat het aantal vliegtuigbewegingen op zater-, zon- en feestdagen in de drukste zes maanden van het jaar wordt vermenigvuldigd met een factor 5
waarin: het teken "n" staat voor een factor gelijk aan 1 gedurende de periode van 07.00 tot 19.00 uur en voor de verdere tijdsperiode volgens onderstaande tabel:
n tijdsperiode (lokale tijd)
  van tot
10 0 7 uur
1 7 19 uur
3,16 19 23 uur
10 23 24 uur

waarin het teken "LAX" staat voor het tijdgeïntegreerde geluidsniveau ten gevolge van elke vliegtuigpassage, berekend volgens de formule:
waarin het teken "LA(t)" staat voor het tijdsafhankelijke momentane geluidsniveau in dB(A),
waarin het teken "T" staat voor de referentietijd van 1 seconde en waarin de tekens "t1" en "t2" staan voor het begin respectievelijk het einde van de vliegtuigpassage;
geluidszone: een geluidszone als bedoeld in artikel 25 a van de Luchtvaartwet voor de grenswaarde, bedoeld in artikel 25, eerste lid, aanhef en onder b , van die wet;
circuitvluchten: vliegtuigbewegingen in de onmiddellijke omgeving van het luchtvaartterrein, in het bijzonder verband houdend met het starten, het oefenen voor het landen en het landen als onderdeel van het lesvliegen.
1.
In dit besluit wordt verstaan onder geluidsgevoelige objecten:
woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en woonwagenstandplaatsen.
2.
In dit besluit wordt verstaan onder andere geluidsgevoelige gebouwen: andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder.
3.
Een opvangcentrum als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers is geen woning als bedoeld in dit besluit.
1.
Dit besluit is niet van toepassing op:
a. gebieden binnen een geluidszone waarop het Besluit geluidsbelasting grote luchtvaart van toepassing is;
b. de geluidsbelasting vanwege de luchtvaartterreinen Rotterdam, Eelde en Maastricht voor zover deze niet wordt veroorzaakt door circuitvluchten;
c. geluidsgevoelige objecten die op het tijdstip van vaststelling van de geluidszone rond de in het tweede lid genoemde luchtvaartterreinen binnen die geluidszone reeds aanwezig zijn of nog niet aanwezig zijn maar waarvoor de bouwvergunning is verleend.
2.
De in het eerste lid, onder c , bedoelde luchtvaartterreinen zijn de luchtvaartterreinen Ameland, Budel, Drachten, Eelde, Hilversum, Hoogeveen, Lelystad, Maastricht, Midden-Zeeland, Noordoostpolder, Rotterdam, Seppe, Terlet, Teuge en Texel.
Artikel 4
Voor de luchtvaartterreinen, genoemd in artikel 3, tweede lid, is de grenswaarde voor de maximaal toelaatbare geluidsbelasting, bedoeld in artikel 25, eerste lid, aanhef en onder b , van de Luchtvaartwet :
a. tot 1 januari 2000: 50 bkl;
b. met ingang van 1 januari 2000: 47 bkl.
1.
Onze Minister stelt in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, na overleg met de exploitanten van de luchtvaartterreinen die zijn genoemd in artikel 3, tweede lid, vóór 1 oktober 1998 beleidsregels vast omtrent de te treffen maatregelen ten aanzien van ieder luchtvaartterrein dat is genoemd in artikel 3, tweede lid, ter verzekering dat met ingang van 1 januari 2000 de grenswaarde van 47 bkl niet wordt overschreden. Onze Minister hoort zo nodig de Rijksplanologische Commissie.
2.
Onze Minister doet mededeling van deze voornemens aan de betrokken provincies en gemeenten.
1.
Indien in verband met de te treffen maatregelen vanwege artikel 4, aanhef en onder b, de aanwijzing van een luchtvaartterrein kan worden gewijzigd zonder toepassing te geven aan artikel 27, tweede lid, van de Luchtvaartwet, wijzigt Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer de aanwijzing niet dan nadat hij overleg heeft gepleegd met gedeputeerde staten van de betrokken provincies en burgemeester en wethouders van de betrokken gemeenten.
2.
Op de voorbereiding van het besluit tot wijziging als bedoeld in het eerste lid is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
3.
De artikelen 21, eerste en tweede lid, en 24b van de Luchtvaartwet zijn van overeenkomstige toepassing.
1.
50 bkl is de maximaal toelaatbare geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten die op het tijdstip van vaststelling van de geluidszone daarbinnen nog niet aanwezig zijn en waarvoor nog geen bouwvergunning is verleend.
2.
Met ingang van 1 januari 2000 is 47 bkl de maximaal toelaatbare geluidsbelasting, bedoeld in het eerste lid.
1.
In afwijking van artikel 7 is 60 bkl de maximaal toelaatbare geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten als bedoeld in artikel 7 die:
a. een open plek in de bestaande, te handhaven bebouwing opvullen;
b. ter plaatse dringend noodzakelijk zijn om redenen van grond- of bedrijfsgebondenheid, of
c. zullen dienen ter vervanging van op die plaats reeds aanwezige bebouwing, niet zijnde woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen of woonwagenstandplaatsen.
2.
Met ingang van 1 januari 2000 is 57 bkl de maximaal toelaatbare geluidsbelasting, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 9
Dit besluit is niet van toepassing op geluidsgevoelige objecten die geluidsgevoelige objecten als bedoeld in artikel 3, onder c , vervangen, tenzij de vervanging zou leiden tot:
a. een ingrijpende wijziging van de bestaande stedebouwkundige functie of structuur;
b. een wezenlijke toename van het aantal geluidgehinderden, of
c. een wezenlijke toename van de aan de uitwendige scheidingsconstructie optredende geluidsbelasting.
1.
60 bkl is de maximaal toelaatbare geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten die op het tijdstip van vaststelling van de geluidszone daarbinnen nog niet aanwezig zijn en waarvoor nog geen bouwvergunning is verleend, maar waarvoor het bestemmingsplan dat geldt op het tijdstip van vaststelling van de geluidszone die verlening toelaat.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing indien het bestemmingsplan vóór 1 januari 1988 onherroepelijk is geworden.
1.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
2.
Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit geluidsbelasting kleine luchtvaart.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbijbehorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
Het Oude Loo, 27 december 1990
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
Uitgegeven de negenentwintigste januari 1991
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemeen
+ Hoofdstuk II. DE MAXIMAAL TOELAATBARE GELUIDSBELASTING BUITEN DE GELUIDSZONE
+ Hoofdstuk III. Procedurevoorschriften in verband met grenswaarde van zevenenveertig bkl
+ Hoofdstuk IV. DE MAXIMAAL TOELAATBARE GELUIDSBELASTING BINNEN DE GELUIDSZONE
+ Hoofdstuk V. Overgangs- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht