Let op. Deze wet is vervallen op 6 januari 2014. U leest nu de tekst die gold op 5 januari 2014.

Besluit gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens

Uitgebreide informatie
Besluit van 8 september 1994, houdende regels ter uitvoering van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 2 juni 1994, nummer GBA94/U69, gedaan in overeenstemming met Onze Ministers van Financiën en Economische Zaken;
Gelet op de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens;
Gezien het advies van de Raad voor de gemeentefinanciën van 23 maart 1994, nummer Rgf 02.20/002.003;
Gezien het advies van de Registratiekamer van 23 maart 1994, nummer 94.A.002;
Gezien het advies van de Raad voor het Cultuurbeheer van 26 april 1994, nummer RCB/II-94-128;
De Raad van State gehoord (advies van 28 juli 1994, nummer W04.94.0350);
Gezien het nader rapport van Staatssecretaris J. Kohnstamm van Binnenlandse Zaken van 30 augustus 1994, nummer GBA94/101, uitgebracht in overeenstemming met Onze Ministers van Financiën en Economische Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
de wet: de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens ;
Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
het netwerk: het netwerk, bedoeld in artikel 4 van de wet;
een autorisatiebesluit: een besluit als bedoeld in artikel 91, eerste lid, van de wet of in artikel 99, zevende lid, van de wet;
een bijzondere derde: een derde als bedoeld in artikel 99 van de wet;
het vestigingsregister: het register, bedoeld in artikel 112 van de wet;
de verstrekkingsvoorziening: de voorziening, bedoeld in artikel 66a;
de systeembeschrijving: de beschrijving, bedoeld in artikel 11;
de tabelgegevens: de inhoud van de tabellen, bedoeld in artikel 13;
het gemeentelijke geautomatiseerde systeem: het geautomatiseerde systeem waarmee de verantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens in de basisadministratie uitvoering wil geven, of uitvoering geeft, aan de regels, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de wet;
het geautomatiseerde systeem van de afnemer: het geautomatiseerde systeem waarmee de buitengemeentelijke afnemer uitvoering wil geven, of uitvoering geeft, aan de regels, bedoeld in artikel 16 van de wet;
het geautomatiseerde systeem van het vestigingsregister: het geautomatiseerde systeem waarmee de verantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens in het vestigingsregister uitvoering geeft aan de regels, bedoeld in artikel 117 van de wet;
een vrij bericht: een in de systeembeschrijving beschreven bericht dat over het netwerk wordt verzonden of ontvangen, waarbij de informatie die het bericht bevat niet in de systeembeschrijving is vastgelegd;
het vreemdelingenadministratiesysteem: het geautomatiseerde systeem waarmee de mededelingen van Onze Minister voor Immigratie en Asiel ter uitvoering van artikel 58 van de wet worden ontvangen en verzonden;
het gebruikersoverleg: het overleg, bedoeld in artikel 23a, van de wet;
de audit: de controle, bedoeld in artikel 120a, eerste lid, van de wet;
de heraudit: de hercontrole, bedoeld in artikel 120a, vijfde lid, van de wet.
Artikel 3
In deze afdeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. de betrokkene: de betrokkene, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de wet;
b. de bijdrage: de bijdrage van de betrokkene, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet;
c. een jaar: een kalenderjaar.
Artikel 4
Categorieën van kosten, als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet zijn de kosten in verband met:
a. de verzending en ontvangst van netwerkberichten;
b. het beheer van het stelsel van basisadministraties en het beheer en gebruik van de verstrekkingsvoorziening.
1.
Netwerkberichten tussen basisadministraties komen ten laste van de betrokkene die het bericht verzendt.
2.
Netwerkberichten aan of van een buitengemeentelijke afnemer of een bijzondere derde, behoudens berichten ter uitvoering van artikel 62, komen ten laste van die afnemer of derde.
1.
Onze Minister stelt elk jaar de abonnementsstructuur vast die hij in het volgende jaar zal hanteren. De abonnementsstructuur bestaat uit verschillende abonnementsklassen met daarbij behorende bandbreedten van aantallen netwerkberichten en het daarbij behorende tarief in euro’s.
2.
Onze Minister bepaalt de abonnementsstructuur, gelet op:
a. de voor het volgende jaar te verwachten kosten als bedoeld in artikel 4, verminderd met het saldo over het vorige jaar;
b. het voor het volgende jaar te verwachten aantal netwerkberichten dat ten laste van de betrokkenen komt.
3.
Het saldo over het vorige jaar wordt gevonden door de in artikel 7, eerste tot en met derde lid, bedoelde bijdragen over dat jaar te verminderen met de kosten, bedoeld in artikel 4, in dat jaar.
4.
Onze Minister deelt de abonnementsstructuur in september van elk jaar mede aan de betrokkenen.
1.
De bijdrage van een betrokkene bestaat uit een jaarlijkse betaling. Hiertoe brengt Onze Minister het abonnementstarief voor het lopende jaar in rekening dat behoort bij de abonnementsklasse waarin de betrokkene valt, gelet op het aantal netwerkberichten dat in het voorafgaande jaar ten laste van hem kwam.
2.
Indien het aantal netwerkberichten over het lopende jaar dat ten laste van de betrokkene komt, valt in een hogere abonnementsklasse dan de in het eerste lid bedoelde klasse, brengt Onze Minister, in afwijking van het eerste lid, het abonnementstarief voor het lopende jaar in rekening dat behoort bij die hogere klasse.
3.
Onze Minister stelt het jaarlijks in rekening te brengen bedrag voor een betrokkene op nul vast, voor zover een voorziening is getroffen in de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken die in plaats treedt van de bijdrage van de betrokkene.
1.
Categorieën van kosten, als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet zijn tevens kosten in verband met de afstemming van de gegevens van een betrokkene op de gegevens in de basisadministratie.
2.
De bijdrage van een betrokkene in de in het eerste lid bedoelde kosten wordt vastgesteld op basis van artikel 69.
1.
Categorieën van kosten, als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet zijn tevens kosten in verband met de verzending van berichten met behulp van optische schijf of magneetschijf, tenzij deze kosten vallen onder artikel 8 of de verzending verband houdt met een infrastructurele wijziging ten aanzien van een gemeente.
2.
Een college van burgemeester en wethouders kan bij de betrokkene aan wie de berichten worden verzonden in verband met de kosten, bedoeld in het eerste lid, een bijdrage in rekening brengen voor zover de verzending geschiedt ter uitvoering van een autorisatiebesluit. Bij ministeriële regeling wordt vastgesteld welke bijdragen ten hoogste in rekening kunnen worden gebracht.
1.
Categorieën van kosten, als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet zijn tevens kosten in verband met de schriftelijke verstrekking van gegevens.
2.
Een college van burgemeester en wethouders dat schriftelijk gegevens verstrekt, kan bij de betrokkene aan wie de gegevens worden verstrekt in verband met de kosten, bedoeld in het eerste lid, een bijdrage in rekening brengen. Bij ministeriële regeling wordt vastgesteld welke bijdragen ten hoogste in rekening kunnen worden gebracht.
Artikel 10a
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de onderwerpen die zijn geregeld in deze afdeling.
Artikel 11
Onze Minister stelt een systeembeschrijving vast.
1.
De systeembeschrijving geeft een beschrijving van:
a. de inrichting en werking van de basisadministraties;
b. de inrichting en werking van de verstrekkingsvoorziening;
c. de inrichting en werking van het vestigingsregister;
d. de verzending en de ontvangst van berichten als bedoeld in artikel 16 van de wet;
e. de verzending en ontvangst van berichten als bedoeld in artikel 62 van de wet.
2.
De systeembeschrijving geeft tevens een beschrijving van de volgende wijzen van systematisch verstrekken van gegevens aan buitengemeentelijke afnemers op grond van de desbetreffende autorisatiebesluiten:
a. verstrekkingen uit de basisadministraties:
1°. de eenmalige verstrekking van de in een autorisatiebesluit vermelde gegevens over de door de afnemer aangegeven personen welke deel uitmaken van de in het autorisatiebesluit aangegeven categorie van personen, of over personen waarvan de in de basisadministratie vermelde gegevens voldoen aan de in het autorisatiebesluit genoemde voorwaarden, gevolgd door de verstrekking van de wijzigingen die zich voordoen in deze gegevens (spontane verstrekkingen);
2°. de eenmalige of periodieke verstrekking van de in een autorisatiebesluit vermelde gegevens over personen waarvan de in de basisadministratie vermelde gegevens voldoen aan de in het autorisatiebesluit genoemde voorwaarden (selectie- en conditionele verstrekkingen);
3°. de verstrekking op verzoek van de afnemer, van gegevens welke deel uitmaken van de in een autorisatiebesluit vermelde gegevens over, per verzoek, ten hoogste tien personen die deel uitmaken van de in het autorisatiebesluit bepaalde categorie van personen en van wie de gegevens of een deel van de gegevens voldoen aan de gegevens die in het verzoek van de afnemer zijn vermeld (verstrekkingen ad-hoc op basis van een zoekvraag).
b. verstrekkingen uit het vestigingsregister: de verstrekking op verzoek van de afnemer, van gegevens welke deel uitmaken van de in een autorisatiebesluit vermelde gegevens over personen die deel uitmaken van de in het autorisatiebesluit bepaalde categorie van personen (verstrekkingen ad hoc).
3.
De systeembeschrijving geeft tevens een beschrijving van de gevallen waarin bijzondere gegevens, administratieve gegevens of administratieve gegevens in verband met de verwijsgegevens worden vernietigd, of worden verwijderd uit de basisadministratie, uit de verstrekkingsvoorziening of uit het vestigingsregister.
4.
De systeembeschrijving geeft tevens een beschrijving van de verzending en de ontvangst van berichten over het netwerk in verband met de in artikel 58 van de wet bedoelde mededeling over het verblijfsrecht.
5.
De systeembeschrijving geeft tevens een beschrijving van:
a. de verzending en ontvangst van de algemene, bijzondere en verwijsgegevens aan een verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in een basisadministratie in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of een van de openbare lichamen, bedoeld in artikel 100a van de wet.
b. de verwerking van mededelingen van een verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in een basisadministratie in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of een van de openbare lichamen, bedoeld in artikel 113, eerste lid, onder b, van de wet.
6.
De beschrijving omvat in ieder geval de in artikel 13 en in de paragrafen 2, 4, en 6 van deze afdeling genoemde onderwerpen.
1.
Onze Minister stelt de inhoud vast van de in de systeembeschrijving beschreven tabellen ten behoeve van de ordening en de codering van de gegevens in de basisadministraties, in de verstrekkingsvoorziening en in het vestigingsregister.
2.
Onze Minister stelt de inhoud vast van de in de systeembeschrijving beschreven tabel ten behoeve van:
a. de op grond van artikel 12, tweede lid, beschreven verstrekkingen uit de basisadministraties en uit het vestigingsregister;
b. de in artikel 115, tweede lid, van de wet bedoelde verstrekking van inlichtingen door de colleges van burgemeester en wethouders.
Artikel 14
De vaststelling van de tabelgegevens ten behoeve van de op grond van artikel 12, tweede lid, beschreven verstrekkingen uit de basisadministraties en uit het vestigingsregister, geschiedt op grond van de desbetreffende autorisatiebesluiten.
Artikel 15
De verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in een basisadministratie neemt de in de basisadministratie op te nemen gegevens op in het gemeentelijke geautomatiseerde systeem, op een wijze die overeenstemt met de systeembeschrijving.
Artikel 16
De verantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens in een basisadministratie neemt de door Onze Minister aan hem verstrekte tabelgegevens op in het gemeentelijke geautomatiseerde systeem op een wijze die overeenkomt met de systeembeschrijving.
1.
De verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in een basisadministratie draagt zorg dat de gegevens die ter uitvoering van het bepaalde bij of krachtens de wet in het gemeentelijke geautomatiseerde systeem zijn opgenomen, met behulp van het geautomatiseerde systeem beschikbaar blijven op een wijze die overeenstemt met de systeembeschrijving, totdat zij op grond van het bepaalde bij of krachtens de wet moeten worden vernietigd of uit de basisadministratie moeten worden verwijderd.
2.
De verantwoordelijke, bedoeld in het eerste lid, vernietigt de gegevens, of verwijdert deze uit de basisadministratie, op een wijze die overeenstemt met de systeembeschrijving.
Artikel 18
De verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in een basisadministratie draagt zorg dat het gemeentelijke geautomatiseerde systeem in overeenstemming met de systeembeschrijving geautomatiseerd berichten over het netwerk verzendt en ontvangt ten behoeve van:
a. de inschrijving en de uitschrijving;
b. de verwerking van algemene gegevens en van administratieve gegevens;
c. de verwerking van verwijsgegevens en van administratieve gegevens in verband met de verwijsgegevens;
d. de op grond van artikel 12, tweede lid, beschreven verstrekkingen uit de basisadministratie.
1.
De verantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens in een basisadministratie draagt zorg dat het gemeentelijke geautomatiseerde systeem in overeenstemming met de systeembeschrijving in verband met de verzending en de ontvangst van berichten ten behoeve van de in artikel 18, onder a tot en met d, bedoelde handelingen:
a. geautomatiseerd berichten op optische schijf of magneetschijf vastlegt;
b. geautomatiseerd berichten ontvangt die op optische schijf of magneetschijf zijn vastgelegd.
2.
De verantwoordelijke, bedoeld in het eerste lid, draagt zorg dat hij de optische schijf of de magneetschijf verzendt of in ontvangst neemt op een wijze die overeenstemt met de systeembeschrijving.
Artikel 20
De verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in een basisadministratie draagt zorg dat het gemeentelijke geautomatiseerde systeem een vrij bericht over het netwerk verzendt en ontvangt op een wijze die overeenstemt met de systeembeschrijving.
Artikel 21
De verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in een basisadministratie stelt Onze Minister op de hoogte van de voorvallen die optreden bij de verzending en de ontvangst van berichten, bedoeld in de artikelen 18 tot en met 20, voor zover de voorvallen op grond van de systeembeschrijving voor melding in aanmerking komen.
Artikel 22
De verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in een basisadministratie draagt zorg dat wordt voldaan aan de in de systeembeschrijving beschreven minimale eisen ten aanzien van de beschikbaarheid en de verwerkingstijden van het gemeentelijke geautomatiseerde systeem.
Artikel 23
De verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in een basisadministratie draagt zorg voor de uitvoering van de in de systeembeschrijving beschreven procedures voor het bewaren en het herstellen van gegevens.
Artikel 24
De verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in een basisadministratie draagt zorg dat in overeenstemming met de systeembeschrijving aantekening wordt gehouden van het gebruik dat van het gemeentelijke geautomatiseerde systeem is gemaakt.
Artikel 25
De verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in een basisadministratie draagt zorg dat in overeenstemming met de systeembeschrijving uitvoering wordt gegeven aan de artikelen 78, eerste en vijfde lid, 79, eerste, tweede en derde lid, 88, derde lid, 103, tweede en derde lid en 104, eerste lid, van de wet.
Artikel 26
De artikelen 27 en 28 zijn uitsluitend van toepassing op de verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in een basisadministratie van een gemeente ten aanzien waarvan een herindelingsregeling als bedoeld in artikel 1, onder e, van de Wet algemene regels herindeling is vastgesteld.
Artikel 27
De verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in een basisadministratie draagt zorg dat de uitschrijving en de inschrijving, bedoeld in artikel 71, eerste lid, van de Wet algemene regels herindeling, geschieden op een wijze die overeenstemt met de systeembeschrijving.
Artikel 28
De verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in een basisadministratie van een gemeente die op grond van een herindelingsregeling wordt opgeheven, draagt zorg dat:
a. de in de basisadministratie opgenomen persoonslijsten van personen die anders dan als ingezetene zijn ingeschreven,
b. de in de basisadministratie opgenomen persoonslijsten van personen die als ingezetene zonder adres zijn ingeschreven, en
c. de in de basisadministratie opgenomen verwijsgegevens,
worden overgedragen aan de gemeente, bedoeld in artikel 71, derde lid, van de Wet algemene regels herindeling, op een wijze die overeenstemt met de systeembeschrijving.
Artikel 29
Het gemeentelijke geautomatiseerde systeem stelt de verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in een basisadministratie in staat om in overeenstemming met de systeembeschrijving uitvoering te geven aan de in de artikelen 15 tot en met 28 bedoelde taken.
Artikel 30
Het gemeentelijke geautomatiseerde systeem biedt de in de systeembeschrijving beschreven voorzieningen ten behoeve van een onderzoek als bedoeld in de artikelen 9, 11 en 13 van de wet.
Artikel 31
De verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in een basisadministratie draagt zorg voor de nodige voorzieningen van technische en organisatorische aard ter beveiliging van de in de basisadministratie vermelde gegevens tegen verlies of aantasting van deze gegevens en tegen onbevoegde kennisneming, wijziging of verstrekking van deze gegevens. Deze voorzieningen omvatten ten minste de volgende onderwerpen:
a. maatregelen gericht op personen die werkzaam zijn voor de verantwoordelijke;
b. maatregelen gericht op de toegang tot gebouwen en ruimten waar in de basisadministratie vermelde gegevens aanwezig zijn;
c. maatregelen gericht op een deugdelijke werking en beveiliging van de apparatuur en programmatuur die het gemeentelijke geautomatiseerde systeem vormen;
d. maatregelen gericht op het beheer van de gegevens die in de basisadministratie zijn vermeld;
e. maatregelen voor het geval de geheimhouding van in de basisadministratie vermelde gegevens is geschaad;
f. maatregelen bij calamiteiten.
1.
De buitengemeentelijke afnemer draagt zorg dat zijn geautomatiseerde systeem in overeenstemming met de systeembeschrijving geautomatiseerd berichten over het netwerk verzendt en ontvangt ten behoeve van de op grond van artikel 12, tweede lid, beschreven verstrekkingen uit de basisadministraties en uit het vestigingsregister.
2.
De buitengemeentelijke afnemer draagt zorg dat zijn geautomatiseerde systeem een vrij bericht over het netwerk verzendt en ontvangt op een wijze die overeenstemt met de systeembeschrijving.
3.
De in het eerste en het tweede lid bedoelde verplichtingen zijn slechts van toepassing indien de buitengemeentelijke afnemer een toestemming heeft tot uitvoering van de regels, bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de wet en voor zover de desbetreffende wijzen van systematische gegevensverstrekking zijn vastgelegd in het autorisatiebesluit.
1.
De buitengemeentelijke afnemer draagt zorg dat zijn geautomatiseerde systeem in overeenstemming met de systeembeschrijving ten behoeve van de op grond van artikel 12, tweede lid, beschreven verstrekkingen uit de basisadministraties:
a. geautomatiseerd berichten op optische schijf of magneetschijf vastlegt;
b. geautomatiseerd berichten ontvangt die op optische schijf of magneetschijf zijn vastgelegd.
2.
De buitengemeentelijke afnemer draagt zorg dat hij de optische schijf of de magneetschijf verzendt of in ontvangst neemt op een wijze die overeenstemt met de systeembeschrijving.
3.
De verplichtingen, bedoeld in het eerste en het tweede lid, zijn slechts van toepassing voor zover de in deze leden bedoelde wijze van verzending en ontvangst van berichten en de desbetreffende wijzen van systematische gegevensverstrekking in het autorisatiebesluit zijn vastgelegd.
Artikel 35
De buitengemeentelijke afnemer stelt Onze Minister op de hoogte van voorvallen die optreden bij de verzending en de ontvangst van berichten, bedoeld in de artikelen 32 en 33, voor zover de voorvallen op grond van de systeembeschrijving voor melding in aanmerking komen.
Artikel 36
De buitengemeentelijke afnemer draagt zorg dat wordt voldaan aan de in de systeembeschrijving beschreven minimale eisen ten aanzien van de beschikbaarheid en de verwerkingstijden van het geautomatiseerde systeem van de afnemer.
1.
Het geautomatiseerde systeem van de afnemer stelt de buitengemeentelijke afnemer in staat om in overeenstemming met de systeembeschrijving uitvoering te geven aan de in de artikelen 32 tot en met 36 bedoelde taken.
2.
Indien ten aanzien van de afnemer geen autorisatiebesluit is genomen en de afnemer een formulier als bedoeld in artikel 66 heeft ingediend, zijn de eisen aan het geautomatiseerde systeem met betrekking tot de uitvoering van de in artikel 32, eerste en tweede lid, en artikel 33, eerste lid, bedoelde taken slechts van toepassing voor zover de desbetreffende wijzen van verzending en ontvangst van berichten en de desbetreffende wijzen van systematische gegevensverstrekking in het formulier zijn aangegeven.
3.
Indien ten aanzien van de afnemer geen autorisatiebesluit is genomen en de afnemer niet een formulier als bedoeld in artikel 66 heeft ingediend, zijn de eisen aan het geautomatiseerde systeem met betrekking tot de uitvoering van de in artikel 32, eerste en tweede lid, en artikel 33, eerste lid, bedoelde taken van toepassing.
Artikel 38
Het geautomatiseerde systeem van de afnemer biedt de in de systeembeschrijving beschreven voorzieningen ten behoeve van een onderzoek als bedoeld in de artikelen 18 en 20 van de wet.
1.
Onze Minister stelt regels omtrent het verschaffen van inlichtingen door:
a. de verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in een basisadministratie in verband met het aanbrengen van een verandering in de wijze van uitvoering van de regels, bedoeld in artikel 6 van de wet;
b. de buitengemeentelijke afnemer in verband met het aanbrengen van een verandering in de wijze van uitvoering van de regels, bedoeld in artikel 16 van de wet.
2.
Daarbij regelt hij in ieder geval de verplichtingen om inlichtingen te verschaffen omtrent het aanbrengen van wijzigingen in de apparatuur en programmatuur die het gemeentelijke geautomatiseerde systeem of het geautomatiseerde systeem van de afnemer vormen.
Artikel 40
De verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in het vreemdelingenadministratiesysteem, draagt zorg dat de in artikel 58 van de wet bedoelde mededeling over het verblijfsrecht van de vreemdeling in overeenstemming met de systeembeschrijving geautomatiseerd over het netwerk wordt ontvangen en verzonden.
Artikel 40a
De in artikel 34, tweede lid, en bijlage I, onderdeel 5, van de wet bedoelde algemene gegevens over het verblijfsrecht van een vreemdeling zijn vermeld in bijlage 1a bij dit besluit.
Artikel 41
Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de onderwerpen die geregeld zijn in deze afdeling.
Artikel 42
De regels, bedoeld in artikel 41 en de systeembeschrijving worden niet vastgesteld dan nadat de deelnemers aan het gebruikersoverleg de gelegenheid is geboden hun zienswijze omtrent het desbetreffende voorstel naar voren te brengen.
1.
De systeembeschrijving wordt niet gewijzigd dan nadat door Onze Minister na overleg met de deelnemers aan het gebruikersoverleg overeenkomstig bijlage 1b een tegemoetkoming is vastgesteld in de kosten die de gemeenten in verband met de wijziging moeten maken, voor zover deze kosten in redelijkheid niet ten laste van de gemeenten kunnen komen.
2.
De ingevolge het eerste lid vastgestelde tegemoetkoming in de kosten wordt overeenkomstig bijlage 1c in rekening gebracht bij de betrokken afnemers, tenzij reeds anderszins in vergoeding van de kosten is voorzien.
Artikel 44
Van de bevoegdheid tot het wijzigen van de systeembeschrijving, met uitzondering van wijzigingen waarbij toepassing wordt gegeven aan artikel 13 of 22 van de wet, kan mandaat worden verleend aan een functionaris van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Artikel 45
De bepalingen in deze afdeling over een buitengemeentelijke afnemer zijn van overeenkomstige toepassing op een bijzondere derde, met dien verstande dat als de bepaling spreekt over het geautomatiseerde systeem van de afnemer, dit betrekking heeft op het geautomatiseerde systeem waarmee de bijzondere derde uitvoering wil geven, of uitvoering geeft, aan de regels, bedoeld in artikel 16 van de wet.
Artikel 46
Onze Minister kan regels stellen omtrent de bewaring van geschriften en andere bescheiden, ongeacht hun vorm, die de verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in de basisadministratie gebruikt of heeft gebruikt in verband met de verwerking van gegevens in de basisadministratie.
1.
Onze Minister stelt de tijdstippen vast, bedoeld in de artikelen 6, tweede lid, en 8, eerste lid, van de wet.
2.
Onze Minister gaat niet over tot vaststelling van een tijdstip dan nadat de deelnemers aan het gebruikersoverleg de gelegenheid is geboden hun zienswijze omtrent het desbetreffende voorstel naar voren te brengen.
3.
Een tijdstip wordt bekendgemaakt in de Staatscourant.
1.
Bij de indiening van een verzoek om toestemming als bedoeld in artikel 7 of artikel 17 van de wet maakt het college van burgemeester en wethouders, de buitengemeentelijke afnemer of de bijzondere derde gebruik van een door Onze Minister vastgesteld formulier.
2.
Een verzoek om toestemming dat op grond van artikel 22 van het Besluit voorbereiding gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens is ingediend, wordt aangemerkt als een verzoek dat is ingediend overeenkomstig het eerste lid.
Artikel 49
Bij de indiening van een verzoek om toestemming als bedoeld in artikel 13 of artikel 22 van de wet maakt het college van burgemeester en wethouders, de buitengemeentelijke afnemer of de bijzondere derde gebruik van een door Onze Minister vastgesteld formulier.
Artikel 50
In deze afdeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder persoonsgegevens: de door de verantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens in een basisadministratie aan de bewerker voor het verrichten van de werkzaamheden ter beschikking gestelde persoonsgegevens en de door de bewerker daaruit afgeleide persoonsgegevens.
1.
De door de bewerker te verrichten werkzaamheden worden vastgelegd in een door het college van burgemeester en wethouders en de bewerker te sluiten schriftelijke overeenkomst.
2.
De bewerker verbindt zich in de overeenkomst te handelen in overeenstemming met de in de artikelen 52 en 53 gestelde eisen.
Artikel 52
De bewerker voldoet in ieder geval aan de volgende eisen:
a. de bewerker maakt de persoonsgegevens uitsluitend dienstbaar aan de in de overeenkomst vastgelegde werkzaamheden;
b. bij het verrichten van de werkzaamheden handelt de bewerker in overeenstemming met de in en krachtens de wet gegeven voorschriften;
c. de bewerker stelt het college van burgemeester en wethouders in de gelegenheid toezicht op het naleven van de overeenkomst uit te oefenen, waarbij hij de medewerking verleent die hem door dat college wordt verzocht;
d. op vordering van het college van burgemeester en wethouders schort de bewerker de werkzaamheden op en stelt hij de persoonsgegevens ter beschikking van dat college;
e. indien de bewerker werkzaamheden voor een college van burgemeester en wethouders verricht, besteedt hij deze slechts uit aan een andere bewerker, voor zover de aan dat college verleende machtiging dit uitdrukkelijk toestaat.
1.
De bewerker draagt tevens zorg voor de nodige voorzieningen van technische en organisatorische aard ter verzekering van de deugdelijke uitvoering van zijn werkzaamheden, de beveiliging van de gegevensbestanden en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Deze voorzieningen omvatten ten minste de volgende onderwerpen:
a. maatregelen gericht op personen die werkzaam zijn voor de bewerker;
b. maatregelen gericht op de toegang tot gebouwen en ruimten, in gebruik bij de bewerker, waar persoonsgegevens aanwezig zijn;
c. maatregelen gericht op een deugdelijke werking en beveiliging van de apparatuur en programmatuur die het gemeentelijke geautomatiseerde systeem vormen;
d. maatregelen gericht op het beheer van persoonsgegevens;
e. maatregelen voor het geval de geheimhouding van de persoonsgegevens is geschaad;
f. maatregelen bij calamiteiten.
2.
Onze Minister stelt nadere eisen aan de in het eerste lid bedoelde voorzieningen.
1.
Onze Minister draagt ten behoeve van de uitvoering van de audit zorg voor een evenwichtige verdeling van de gemeenten over twaalf tijdvakken van elk drie maanden.
2.
Het college van burgemeester en wethouders laat de audit uitvoeren binnen het voor de desbetreffende gemeente vastgestelde tijdvak.
3.
De verdeling van de gemeenten ingevolge het eerste lid, wordt niet vastgesteld dan nadat de betrokken gemeenten de gelegenheid hebben gehad hun zienswijze omtrent het desbetreffende voorstel naar voren te brengen. De verdeling wordt bekend gemaakt in de Staatscourant.
1.
Bij ministeriële regeling worden de vereisten vastgesteld, waaraan een bedrijf, bedoeld in artikel 120a, tweede lid, van de wet, moet voldoen.
2.
De vereisten betreffen in ieder geval:
a. de organisatorische en administratieve inrichting van het bedrijf;
b. de voor het uitvoeren van de audit benodigde kennis.
3.
Voordat een aanwijzing, bedoeld in artikel 120a, tweede lid, van de wet, wordt gegeven, wordt getoetst of aan de krachtens het eerste lid gestelde vereisten is voldaan. Periodiek wordt getoetst of een aangewezen bedrijf nog voldoet aan de gestelde vereisten.
4.
De aan een toets verbonden kosten komen voor rekening van het desbetreffende bedrijf.
5.
Een aanwijzing wordt ingetrokken indien blijkt dat een bedrijf niet langer voldoet aan de gestelde vereisten.
1.
Bij ministeriële regeling wordt omtrent de audit in ieder geval bepaald:
a. de wijze van uitvoering van het inhoudelijke deel van de audit, betreffende de in de basisadministratie opgenomen persoonsgegevens;
b. de wijze van uitvoering van het procesdeel van de audit, betreffende de procedures voor het bewaren en het herstellen van gegevens en de beveiliging van de basisadministratie;
c. de wijze van uitvoering van het privacydeel van de audit, betreffende de wijze waarop de gemeente aan de privacybescherming van de ingeschrevenen in de basisadministratie vorm geeft;
d. de beoordelingscriteria en de maximaal toegestane afwijkingspercentages;
e. in welke gevallen, op welke onderdelen en op welke wijze een heraudit moet worden uitgevoerd;
f. de wijze van rapporteren aan het college van burgemeester en wethouders.
2.
De auditresultaten worden opgenomen in een rapportage waarvan de bij ministeriële regeling bepaalde onderdelen door het college van burgemeester en wethouders in afschrift aan Onze Minister worden gezonden. De vergoeding, bedoeld in artikel 120a, vierde lid, van de wet, vindt niet plaats dan nadat het afschrift door Onze Minister is ontvangen.
Artikel 53d
Onze Minister kan nadere regels van technische en administratieve aard stellen in verband met de uitvoering van de audit.
1.
Niet voor inschrijving in aanmerking komen:
a. de in Nederland hun dienst uitoefenende militairen behorend tot de krijgsmacht van een vreemde mogendheid, aangesloten bij de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie;
b. de in Nederland hun dienst uitoefenende leden van het burgerpersoneel, die in dienst zijn bij de krijgsmacht van een vreemde mogendheid als bedoeld onder a, of die in dienst zijn van een hoofdkwartier als bedoeld in artikel 3 van het Protocol nopens de rechtspositie van internationale militaire hoofdkwartieren, ingesteld uit hoofde van het Noord-Atlantische Verdrag (Trb. 1953, 11) en beschikken over een door het hoofdkwartier afgegeven identiteitsbewijs;
c. de echtgenoten van personen op wie onderdeel a of b van toepassing is;
d. de inwonende minderjarige kinderen van personen op wie onderdeel a, b of c van toepassing is.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van personen die de Nederlandse nationaliteit bezitten.
3.
Het eerste lid, aanhef en onder b, c, en d is niet van toepassing ten aanzien van:
a. personen die reeds gedurende een jaar als ingezetene zijn ingeschreven;
b. personen die geen onderdaan zijn van een staat welke is aangesloten bij de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie;
c. staatloze personen.
1.
Gedurende de eerste zes maanden van het verblijf in Nederland komen niet voor inschrijving in aanmerking vreemdelingen die geen toelating hebben tot Nederland en verblijven in een opvangcentrum.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing indien het verblijf in Nederland aanvangt door geboorte en omtrent betrokkene door een ambtenaar van de burgerlijke stand in Nederland een geboorteakte is opgemaakt.
3.
Onder een opvangcentrum als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan: een door het Rijk beschikbaar gestelde accommodatie die uitsluitend bestemd is voor het bieden van tijdelijke opvang aan vreemdelingen.
Artikel 56
Een persoon ten aanzien van wie het college van burgemeester en wethouders kennis heeft gekregen van de omstandigheid dat hij behoort tot een categorie als bedoeld in artikel 54 of artikel 55, wordt niet ingeschreven.
Artikel 57
Een persoon ten aanzien van wie het college van burgemeester en wethouders kennis heeft gekregen van de omstandigheid dat hij behoort tot een categorie als bedoeld in artikel 54, terwijl hij reeds is ingeschreven, wordt aangemerkt als een ingeschrevene die wegens zijn vertrek uit Nederland niet als ingezetene is ingeschreven.
1.
Niet verplicht tot het doen van aangifte van vertrek is de ingezetene die vanaf het tijdstip van het vertrek uit Nederland naar redelijke verwachting niet langer dan twee jaar buiten Nederland verblijft en die gedurende zijn verblijf buiten Nederland vaart aan boord van een schip dat in Nederland de thuishaven heeft.
2.
Het eerste lid is alleen van toepassing indien de betrokkene gedurende zijn verblijf buiten Nederland beschikt over een adres in Nederland.
Artikel 58a
De in artikel 3a van de wet bedoelde gegevens zijn vermeld in bijlage 1d bij dit besluit.
1.
De in artikel 34, eerste lid, onder b, van de wet bedoelde bijzondere gegevens zijn vermeld in bijlage 2 bij dit besluit.
2.
De in artikel 34, eerste lid, onder c, van de wet bedoelde administratieve gegevens zijn vermeld in bijlage 3 bij dit besluit.
3.
De in artikel 35, eerste lid, onder b, van de wet bedoelde administratieve gegevens in verband met de verwijsgegevens zijn vermeld in bijlage 4 bij dit besluit.
4.
De bijzondere gegevens, de administratieve gegevens en de administratieve gegevens in verband met de verwijsgegevens worden vernietigd of uit de basisadministratie verwijderd in de gevallen, beschreven in de systeembeschrijving.
Artikel 60
Onze Minister bepaalt de gevallen waarin de in artikel 35, eerste lid, onderdeel a, onder 3°, van de wet bedoelde gegevens over het burgerservicenummer niet in de basisadministratie worden opgenomen.
1.
Het college van burgemeester en wethouders zendt een afschrift van een beslissing als bedoeld in artikel 83 van de wet om op grond van artikel 37, tweede lid, van de wet gegevens over een huwelijk, een geregistreerd partnerschap, een erkenning, of de geboortedatum van de betrokken persoon niet in de basisadministratie op te nemen, aan de korpschef in de zin van de Vreemdelingenwet.
2.
Het eerste lid is slechts van toepassing indien de in dat lid bedoelde gegevens betrekking hebben op een vreemdeling.
1.
Een afnemer die een mededeling doet als bedoeld in artikel 62, eerste lid, van de wet, alsmede een afnemer die op grond van artikel 62, tweede of vierde lid, van de wet is aangewezen, doet mededeling aan het college van burgemeester en wethouders van door hem geconstateerde afwijkingen tussen:
a. gegevens verstrekt uit de basisadministratie en gegevens waarvan hij op andere wijze kennis heeft gekregen;
b. gegevens verstrekt uit verschillende basisadministraties.
2.
Onze Minister kan regels stellen omtrent de gevallen waarin en de wijze waarop de mededeling, bedoeld in artikel 62 van de wet, wordt gedaan.
1.
Het college van burgemeester en wethouders stelt de afnemer die een mededeling als bedoeld in artikel 62 heeft gedaan, zo spoedig mogelijk doch binnen vijf werkdagen na de ontvangst van de mededeling er van in kennis of naar aanleiding van de mededeling gegevens in de basisadministratie zijn verbeterd, aangevuld of verwijderd, dan wel bij het gegeven een aantekening als bedoeld in artikel 54 van de wet is geplaatst.
2.
Indien het college van burgemeester en wethouders besluit een aantekening als bedoeld in artikel 54 van de wet te plaatsen in verband met het doen van een onderzoek naar de juistheid van het gegeven, stelt het de afnemer die de mededeling heeft gedaan na afloop van het onderzoek in kennis of naar aanleiding van de mededeling gegevens in de basisadministratie zijn verbeterd, aangevuld of verwijderd.
3.
Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de wijze waarop de kennisgevingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden gedaan.
Artikel 63a
Op de persoonslijst van een ingeschreven vreemdeling die geen ingezetene is in verband met het vertrek uit Nederland, worden nieuwe algemene gegevens over het verblijfsrecht opgenomen betreffende feiten die zich hebben voorgedaan in de tijd dat hij geen ingezetene meer is.
Artikel 63b
Aan de in artikel 113, eerste lid, onder b, van de wet bedoelde mededeling van een verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in de basisadministratie in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of een van de openbare lichamen, worden de noodzakelijke gegevens ontleend voor de inschrijving als ingezetene in de basisadministratie.
1.
De in artikel 91, eerste lid, van de wet bedoelde wijzen van systematisch verstrekken van gegevens uit de basisadministraties aan buitengemeentelijke afnemers betreffen, behoudens het tweede lid, de wijzen die op grond van artikel 12, tweede lid, zijn beschreven in de systeembeschrijving.
2.
Op grond van een gezamenlijk verzoek van gemeenten en van een buitengemeentelijke afnemer, kan Onze Minister bepalen dat de systematische verstrekking van gegevens uit de basisadministraties door deze gemeenten aan de afnemer op een andere wijze plaatsvindt. Het autorisatiebesluit bepaalt in dat geval op welke wijze de systematische verstrekking plaatsvindt.
1.
De verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in een basisadministratie weigert de verstrekking van gegevens uit de basisadministratie aan een buitengemeentelijke afnemer als de verstrekking geen grond vindt in een autorisatiebesluit en het de verstrekking op een van de volgende wijzen betreft:
a. de verstrekking van gegevens zodra zich een wijziging voordoet in gegevens over door de afnemer aangegeven personen;
b. de eenmalige of periodieke verstrekking van gegevens over personen waarvan de gegevens voldoen aan door de afnemer aangegeven voorwaarden.
2.
De verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in een basisadministratie kan weigeren gegevens uit de basisadministratie te verstrekken aan een buitengemeentelijke afnemer als de verstrekking geen grond vindt in een autorisatiebesluit en het aantal verstrekkingen per jaar aan de afnemer, naar redelijke verwachting van die verantwoordelijke, boven een door Onze Minister te bepalen maatstaf zal liggen.
Artikel 66
Bij de indiening van een verzoek tot het nemen van een autorisatiebesluit maakt de buitengemeentelijke afnemer gebruik van een door Onze Minister vastgesteld formulier.
1.
Er is een verstrekkingsvoorziening ten behoeve van systematische verstrekking van gegevens uit de basisadministraties aan buitengemeentelijke afnemers en bijzondere derden.
2.
De verstrekkingsvoorziening bevat hiertoe een kopie van de persoonslijsten, die in een basisadministratie zijn opgenomen.
3.
De systematische verstrekking van gegevens uit de basisadministraties geschiedt met behulp van de verstrekkingsvoorziening voor zover dit in de systeembeschrijving is bepaald, op de daarin voorgeschreven wijze.
1.
Onze Minister beheert de verstrekkingsvoorziening en draagt er zorg voor dat de inrichting en de werking van de voorziening in overeenstemming zijn met de systeembeschrijving.
2.
Het beheer omvat in ieder geval:
a. het in de verstrekkingsvoorziening opnemen van tabelgegevens;
b. het beschikbaar houden van de in de verstrekkingsvoorziening opgenomen gegevens, totdat zij op grond van het bepaalde bij of krachtens de wet moeten worden vernietigd of uit de verstrekkingsvoorziening moeten worden verwijderd;
c. het vernietigen of uit de verstrekkingsvoorziening verwijderen van de daarin opgenomen gegevens;
d. het verzenden en ontvangen van berichten over het netwerk;
e. het ontvangen van berichten die op een opslagmedium zijn vastgelegd;
f. het voldoen aan de eisen ten aanzien van de beschikbaarheid en de verwerkingstijden van de verstrekkingsvoorziening;
g. de uitvoering van de procedures voor het bewaren en het herstellen van gegevens in de verstrekkingsvoorziening;
h. het houden van aantekening van het gebruik dat van de verstrekkingsvoorziening is gemaakt;
i. het doen van mededeling aan de verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in de basisadministratie waaruit de verstrekte gegevens afkomstig zijn, zodanig dat deze in overeenstemming met de systeembeschrijving uitvoering kan geven aan de artikelen 103 en 104 van de wet.
3.
Artikel 31 is van overeenkomstige toepassing.
1.
Uit een basisadministratie en uit het vestigingsregister worden slechts gegevens voor historische, statistische of wetenschappelijke doeleinden verstrekt voor zover:
a. het verzoek daartoe is gedaan door een instelling, bedoeld in artikel 1.2 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, een onderzoeksafdeling van een bestuursorgaan of een onderzoeksbureau,
b. het onderzoek een algemeen belang dient,
c. de verwerking voor het betreffende onderzoek noodzakelijk is,
d. de verzoeker heeft aangetoond dat de nodige voorzieningen zijn getroffen ten einde te verzekeren dat de verdere verwerking van de verstrekte gegevens uitsluitend geschiedt ten behoeve van het onderzoek en dat ook overigens is voorzien in zodanige waarborgen dat de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene niet onevenredig wordt geschaad, en
e. de gegevens slechts in geanonimiseerde vorm aan derden beschikbaar worden gesteld, tenzij de ingeschrevene uitdrukkelijk met de voorgenomen openbaarmaking van de hem betreffende gegevens heeft ingestemd.
2.
Onze Minister kan in een autorisatiebesluit bepalen dat de verstrekking van gegevens als bedoeld in het eerste lid op systematische wijze plaatsvindt. De verstrekking geschiedt in dat geval overeenkomstig hetgeen bij en krachtens de wet is bepaald ten aanzien van de systematische verstrekking van gegevens aan buitengemeentelijke afnemers.
3.
Onze Minister maakt slechts gebruik van zijn bevoegdheid, bedoeld in het tweede lid, voor zover:
a. het bureau of de instelling heeft aangetoond dat het voor een goede uitvoering van het onderzoek noodzakelijk is dat de verstrekking op systematische wijze plaatsvindt,
b. aan de voorwaarden, genoemd in het eerste lid, is voldaan, en
c. het College bescherming persoonsgegevens over het verzoek is gehoord.
4.
De verstrekking van gegevens uit de basisadministratie en uit het vestigingsregister aan het Centraal Bureau voor de Statistiek geschiedt overeenkomstig hetgeen bij en krachtens de wet is bepaald ten aanzien van buitengemeentelijke afnemers.
1.
De ambtenaar van de burgerlijke stand bij wie aangifte is gedaan van een levenloos geboren of voor de aangifte overleden kind verstrekt, indien ten aanzien van dat kind geen geboorteakte wordt opgemaakt, aan het college van burgemeester en wethouders van zijn gemeente zo spoedig mogelijk de door het Centraal Bureau voor de Statistiek benodigde gegevens betreffende dat kind.
2.
De ambtenaar van de burgerlijke stand maakt bij de in het eerste lid bedoelde gegevensverstrekking gebruik van een formulier, waarvan het model als bijlage 5 bij dit besluit is gevoegd.
3.
Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, regels stellen omtrent de verzending van de gegevens aan het Centraal Bureau voor de Statistiek.
1.
Onze Minister kan in een autorisatiebesluit bepalen dat op systematische wijze gegevens worden verstrekt uit de basisadministratie aan een bijzondere derde.
2.
Onze Minister maakt slechts gebruik van zijn bevoegdheid voor zover:
a. de gegevens noodzakelijk zijn voor de vervulling van de taak van de bijzondere derde, en
b. het voor de goede vervulling van de taak noodzakelijk is dat de verstrekking op systematische wijze plaatsvindt.
Artikel 68b
Bijzondere derde als bedoeld in artikel 99, eerste lid, van de wet is:
a. een pensioenfonds als bedoeld in bijlage 5a, onder a , bij dit besluit, voor zover de behoefte van het fonds aan gegevens uit de basisadministraties haar grond vindt in de uitvoering van een algemeen verbindend voorschrift met betrekking tot een pensioenregeling;
b. een premiepensioeninstelling als bedoeld in bijlage 5a, onder b , bij dit besluit, voor zover de behoefte van de instelling aan gegevens uit de basisadministraties haar grond vindt in de uitvoering van pensioenregelingen, waarmee de premiepensioeninstelling overeenkomstig een wettelijke regeling is belast;
c. een verzekeraar als bedoeld in bijlage 5a, onder c , bij dit besluit, voor zover de behoefte van de verzekeraar aan gegevens uit de basisadministraties haar grond vindt in de uitvoering van pensioenregelingen, waarmee de verzekeraar overeenkomstig een wettelijke regeling betreffende pensioenregelingen is belast;
d. een spaarfonds als bedoeld in bijlage 5a, onder d , bij dit besluit, voor zover de behoefte van het fonds aan gegevens uit de basisadministraties haar grond vindt in de uitvoering van een algemeen verbindend voorschrift met betrekking tot een spaarregeling die is gericht op een uitkering bij wijze van oudedagsvoorziening;
e. een fonds tot uitvoering van een regeling inzake vervroegd uittreden, als bedoeld in bijlage 5a, onder e , bij dit besluit, voor zover de behoefte van het fonds aan gegevens uit de basisadministraties voortvloeit uit:
1°. de uitvoering van een algemeen verbindend voorschrift inzake vervroegd uittreden, of
2°. De verwerking van persoonsgegevens als bedoeld in de Wet bescherming persoonsgegevens met betrekking tot een regeling inzake vervroegd uittreden;
f. een bank als bedoeld in bijlage 5a, onder f , bij dit besluit, voor zover de behoefte van de bank aan gegevens uit de basisadministraties haar grond vindt in het honoreren van aanspraken van gerechtigden op, al dan niet op termijn, opvorderbare gelden;
g. een effecteninstelling als bedoeld in bijlage 5a, onder g , bij dit besluit, voor zover de behoefte van de instelling aan gegevens uit de basisadministraties haar grond vindt in het honoreren van aanspraken van gerechtigden op geld of effecten;
h. een verzekeraar als bedoeld in bijlage 5a, onder h , bij dit besluit, voor zover de behoefte van de verzekeraar aan gegevens uit de basisadministraties haar grond vindt in het honoreren van aanspraken van gerechtigden op een uitkering of dienst;
i. een beleggingsinstelling als bedoeld in bijlage 5a, onder i , bij dit besluit, voor zover de behoefte van de instelling aan gegevens uit de basisadministraties haar grond vindt in het honoreren van aanspraken van gerechtigden op geld of effecten;
j. een zorgverzekeraar als bedoeld in bijlage 5a, onder j , bij dit besluit, voor zover de behoefte van de verzekeraar aan gegevens uit de basisadministraties haar grond vindt in de uitvoering van de Zorgverzekeringswet .
1.
Bijzondere derde als bedoeld in artikel 99, tweede lid, van de wet is de Stichting Interkerkelijke Leden-Administratie, voor zover de behoefte van de stichting aan gegevens uit de basisadministraties haar grond vindt in de verwerking van persoonsgegevens als bedoeld in de Wet bescherming persoonsgegevens betreffende de leden van de kerkgenootschappen en andere genootschappen op geestelijke grondslag, die gebruik maken van de in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde faciliteiten.
2.
Onze Minister maakt ten aanzien van de bijzondere derde, genoemd in het eerste lid, slechts gebruik van de in artikel 68a bedoelde bevoegdheid indien:
a. de bijzondere derde haar faciliteiten waarmee kerkgenootschappen of andere genootschappen op geestelijke grondslag in staat worden gesteld hun ledenadministraties met behulp van gegevens uit de basisadministraties bij te houden, op gelijke voet ter beschikking stelt aan ieder kerkgenootschap of ander genootschap op geestelijke grondslag, dat van die faciliteiten gebruik wenst te maken;
b. de kerkgenootschappen en andere genootschappen op geestelijke grondslag die gebruik maken van de in onderdeel a bedoelde faciliteiten, op gelijke voet deel uit kunnen maken van de organen van de bijzondere derde indien zij daartoe de wens uiten;
c. in de statuten van de bijzondere derde de in de onderdelen a en b genoemde voorwaarden zijn vastgelegd; en
d. een zodanig aantal kerkgenootschappen of andere genootschappen op geestelijke grondslag gebruik maakt van de in onderdeel a bedoelde faciliteiten van de bijzondere derde, dat de ten behoeve van de gegevensverstrekking aan de bijzondere derde te plaatsen codering op de persoonslijst van een ingeschrevene niet is te herleiden tot het kerkgenootschap of ander genootschap op geestelijke grondslag, waartoe de ingeschrevene behoort.
3.
Onze Minister beperkt zich bij de bepaling van de algemene gegevens en de verwijsgegevens die worden verstrekt aan de bijzondere derde, bedoeld in het eerste lid, tot de gegevens die in artikel 99, tweede lid, van de wet zijn omschreven.
Artikel 68c1
Bijzondere derden als bedoeld in artikel 99, derde lid, van de wet zijn:
a. een rechtspersoon die van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport subsidie ontvangt voor bevolkingsonderzoek naar borstkanker of baarmoederhalskanker, voor zover de behoefte van de rechtspersoon aan gegevens uit de basisadministraties haar grond vindt in de verwerking van persoonsgegevens ten behoeve van de uitvoering van dat bevolkingsonderzoek;
b. een rechtspersoon die in verband met zijn werkzaamheden op het terrein van de maatschappelijke zorg, bedoeld in artikel 2, onderdeel d, van de Kaderwet VWS-subsidies van rijkswege subsidie ontvangt, voor zover de behoefte van de rechtspersoon aan gegevens uit de basisadministraties haar grond vindt in de verwerking van persoonsgegevens ten behoeve van het opsporen van personen in het kader van de gesubsidieerde werkzaamheden.
c. een instelling als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Wet toelating zorginstellingen, voor zover de behoefte van de instelling aan gegevens uit de basisadministratie haar grond vindt in de verwerking van persoonsgegevens ten behoeve van de gezondheidszorgverlening aan patiënten in die instelling.
1.
De bijzondere derde, genoemd in artikel 99, vierde lid, van de wet is slechts bijzondere derde, voor zover de behoefte van de derde aan gegevens uit de basisadministraties haar grond vindt in de verwerking van persoonsgegevens betreffende overleden personen.
2.
Onze Minister maakt ten aanzien van de bijzondere derde, bedoeld in het eerste lid, slechts gebruik van de in artikel 68a bedoelde bevoegdheid indien:
a. de bijzondere derde ten aanzien van de verwerking, bedoeld in het eerste lid, een regeling heeft getroffen ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer;
b. de verwerking van de uit de basisadministratie verkregen gegevens van een in leven zijnde persoon op schriftelijk verzoek onverwijld door de bijzondere derde wordt beëindigd; en
c. in de regeling, bedoeld in onderdeel a, de in onderdeel b genoemde voorwaarde is vastgelegd.
1.
Bijzondere derden als bedoeld in artikel 99, vijfde lid, van de wet zijn:
a. de Stichting Bureau Krediet Registratie;
b. de Stichting Landelijk Informatiesysteem Schulden,
voor zover de behoefte van deze stichtingen aan gegevens uit de basisadministratie haar grond vindt in de verwerking van persoonsgegevens met het oog op de verificatie van de identiteit van een betrokkene bij het aangaan van nieuwe financiële verplichtingen of een traject van schuldhulpverlening.
2.
Onze Minister maakt ten aanzien van een bijzondere derde als bedoeld in het eerste lid, slechts gebruik van de in artikel 68a bedoelde bevoegdheid indien de bijzondere derde ten aanzien van de verwerking, bedoeld in het eerste lid, een regeling heeft getroffen ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
3.
Onze Minister beperkt zich bij de bepaling van de algemene en de verwijsgegevens die worden verstrekt aan een bijzondere derde als bedoeld in het eerste lid, tot de gegevens betreffende de naam, de geboortedatum en het adres.
Artikel 68e
De systematische verstrekking van gegevens uit de basisadministraties op grond van artikel 99 van de wet vindt slechts plaats op de wijzen die op grond van artikel 12, tweede lid, zijn beschreven in de systeembeschrijving. Onze Minister kan, in afwijking van het hiervoor gestelde, ten aanzien van de in artikel 68b, onder e tot en met h, artikel 68c1, onder b, en artikel 68d1 bedoelde bijzondere derden, bij het nemen van een autorisatiebesluit bepalen dat de systematische verstrekking van gegevens uit de basisadministratie op een in dat besluit beschreven andere wijze plaatsvindt.
Artikel 68f
Bij de indiening van een verzoek tot het nemen van een autorisatiebesluit maakt de bijzondere derde gebruik van een door Onze Minister vastgesteld formulier.
Artikel 68g
De bijzondere derde gebruikt de uit de basisadministraties afkomstige gegevens slechts ter uitvoering van de taak, waarvoor ze krachtens het autorisatiebesluit zijn verstrekt.
1.
Indien een persoon aangifte van vertrek heeft gedaan en daarbij meldt te gaan verblijven in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of een van de openbare lichamen, verstrekt de verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in de basisadministratie waar de betrokken persoon laatstelijk als ingezetene was ingeschreven, de gegevens als bedoeld in artikel 114a, eerste lid, van de wet aan de verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in het vestigingsregister.
2.
De verstrekking, bedoeld in het eerste lid, geschiedt op de wijze als beschreven in de systeembeschrijving.
1.
Over de verstrekking van gegevens uit de basisadministratie aan de onder a en b bedoelde afnemers wordt geen informatie verstrekt aan een andere afnemer, een derde of de ingeschrevene, voor zover dit noodzakelijk is in het belang van de veiligheid van de staat of de voorkoming, opsporing en vervolging van strafbare feiten en het een verstrekking van gegevens betreft aan:
a. de politie voor zover de verstrekking noodzakelijk is voor de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde of de handhaving van de openbare orde als bedoeld in artikel 3 van de Politiewet 2012;
b. de Koninklijke marechaussee voor zover de verstrekking noodzakelijk is voor de uitvoering van de in artikel 4, eerste lid, van de Politiewet 2012 bedoelde taken.
2.
De verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in de basisadministratie draagt zorg dat over verstrekkingen als bedoeld in het eerste lid geen aantekening wordt gehouden.
3.
De verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in de basisadministratie draagt er zorg voor dat van degenen, die zijn belast met de verwerking van de in het eerste lid bedoelde gegevens in zijn basisadministratie, uitsluitend die personen kennis kunnen nemen van de desbetreffende gegevens, die daartoe uitdrukkelijk zijn geautoriseerd en voor zover die kennisneming noodzakelijk is voor:
a. de uitoefening van een recht van de burger als bedoeld in de artikelen 78 en 79 van de wet,
b. het verrichten van werkzaamheden in het kader van het technische beheer van de basisadministratie, of
c. de uitvoering van andere taken die zijn of worden vastgesteld bij een ministeriële regeling, over het ontwerp waarvan het College bescherming persoonsgegevens is gehoord.
1.
Onze Minister bepaalt welke berichten voor de toepassing van dit artikel worden aangemerkt als afstemmingsberichten.
2.
Als afstemmingsbericht wordt slechts aangemerkt een bericht:
a. dat benodigd is voor de verstrekking van gegevens ter afstemming van de gegevens van een buitengemeentelijke afnemer of bijzondere derde op de gegevens in de basisadministratie,
b. waarvan de verzending en ontvangst geschiedt op een wijze die op grond van artikel 12, eerste lid, onder c, is beschreven in de systeembeschrijving, en
c. dat als doel heeft de in het vierde lid bedoelde verstrekking van gegevens mogelijk te maken.
3.
Voor afstemmingsberichten brengt Onze Minister in afwijking van hoofdstuk 1, afdeling 3, bij de afnemers en bijzondere derden een tarief per geregistreerde persoon in rekening. Voor afstemmingsberichten met gebruikmaking van optische schijf of magneet schijf, brengt de betrokken gemeente in afwijking van hoofdstuk 1, afdeling 3, bij de afnemers en bijzondere derden een bijzonder tarief in rekening.
4.
Onder geregistreerde persoon als bedoeld in het derde lid wordt verstaan de persoon over wie de afnemer of bijzondere derde verzoekt gegevens verstrekt te krijgen op de wijze die op grond van artikel 12, tweede lid, onderdeel a, onder 1°, is beschreven in de systeembeschrijving.
5.
De kosten in verband met de afstemming bestaan uit:
a. de kosten die naar verwachting zijn verbonden aan de verzending en ontvangst van afstemmingsberichten over het netwerk, en
b. de kosten in verband met een vergoeding per bij de afstemming betrokken gemeente voor de verzending en ontvangst van afstemmingsberichten op optische schijf of magneetschijf.
6.
Het tarief wordt vastgesteld bij regeling van Onze Minister. Het tarief wordt op een zodanige wijze vastgesteld dat door het totaal van de in rekening te brengen tarieven de kosten, bedoeld in het vijfde lid, worden gedekt.
7.
De regeling, bedoeld in het zesde lid, wordt niet vastgesteld dan nadat de gemeenten en de betrokken afnemers en bijzondere derden de mogelijkheid is geboden hun zienswijze naar voren te brengen.
8.
Het autorisatiebesluit bepaalt met betrekking tot de afnemer of bijzondere derde het aantal geregistreerde personen als bedoeld in het vierde lid en het aantal afstemmingsberichten dat door de afnemer of bijzondere derde over het netwerk wordt verzonden en ontvangen.
9.
Onze Minister stelt een raming vast van de verwachte kosten, alsmede van het verwachte aantal afstemmingsberichten.
1.
De in artikel 114, eerste lid, onder b , van de wet bedoelde administratieve gegevens in verband met de verwijsgegevens zijn vermeld in bijlage 6 bij dit besluit.
2.
De administratieve gegevens in verband met de verwijsgegevens worden vernietigd of uit het vestigingsregister verwijderd in de gevallen, beschreven in de systeembeschrijving.
1.
De verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in het vestigingsregister draagt zorg dat het geautomatiseerde systeem van het vestigingsregister in overeenstemming met de systeembeschrijving geautomatiseerd berichten over het netwerk verzendt en ontvangt ten behoeve van:
a. de inschrijving in de basisadministratie;
b. de verwerking van verwijsgegevens en van administratieve gegevens in verband met de verwijsgegevens;
c. de op grond van artikel 12, tweede lid, onder b, beschreven verstrekkingen uit het vestigingsregister.
2.
De verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in het vestigingsregister draagt zorg dat het geautomatiseerde systeem van het vestigingsregister in overeenstemming met de systeembeschrijving geautomatiseerde berichten verzendt en ontvangt, ten behoeve van de in artikel 12, vijfde lid, bedoelde verstrekkingen.
Artikel 72
De artikelen 15 tot en met 17 en de artikelen 20 tot en met 25 zijn van overeenkomstige toepassing op de verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in het vestigingsregister en ten aanzien van het geautomatiseerde systeem van het vestigingsregister.
Artikel 73
Het geautomatiseerde systeem van het vestigingsregister stelt de verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in het vestigingsregister in staat om in overeenstemming met de systeembeschrijving uitvoering te geven aan de in de artikelen 71 en 72 bedoelde taken.
Artikel 74
Artikel 31 is van overeenkomstige toepassing op de verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in het vestigingsregister.
Artikel 75
De systeembeschrijving omvat tevens de in de artikelen 71 en 72 genoemde onderwerpen.
Artikel 76
Onze Minister stelt regels over de zorg voor het vestigingsregister door het in artikel 119 van de wet bedoelde college van burgemeester en wethouders. Daarbij worden regels gesteld over het toezicht van Onze Minister op de uitvoering van de in de artikelen 71 tot en met 74 bedoelde taken.
Artikel 77
De wijze van systematisch verstrekken van gegevens uit het vestigingsregister aan buitengemeentelijke afnemers die alleen kan geschieden op grond van een autorisatiebesluit betreft de wijze die op grond van artikel 12, tweede lid, onder b, is beschreven in de systeembeschrijving.
Artikel 78
De verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in het vestigingsregister kan weigeren aan een buitengemeentelijke afnemer op systematische wijze gegevens uit het vestigingsregister te verstrekken op een andere wijze dan bedoeld in artikel 77.
Artikel 79
Op de systematische verstrekking van gegevens uit het vestigingsregister aan bijzondere derden zijn de artikelen 68a tot en met 68d en artikel 68g van overeenkomstige toepassing.
Artikel 79a
De systematische verstrekking van gegevens uit het vestigingsregister op grond van artikel 116 van de wet in samenhang met artikel 99 van de wet vindt slechts plaats op de wijze die op grond van artikel 12, tweede lid, onder b, is beschreven in de systeembeschrijving.
Artikel 79b
Bij de indiening van een verzoek tot het nemen van een autorisatiebesluit maakt de buitengemeentelijke afnemer of de bijzondere derde gebruik van een door Onze Minister vastgesteld formulier.
Artikel 79c
Onze Minister stelt bij ministeriële regeling regels over de wijze van verstrekking van gegevens uit het vestigingsregister aan een verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in een basisadministratie in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of een van de openbare lichamen.
1.
Onze Minister stelt regels over heffingen in verband met de verstrekking uit het vestigingsregister van gegevens aan derden, anders dan overeenkomstig artikel 99 of 100a van de wet, en van hem betreffende gegevens aan de betrokkene.
2.
De regels, bedoeld in het eerste lid, vervallen indien de verantwoordelijkheid voor de verwerking van gegevens in het vestigingsregister op grond van artikel 119 van de wet door Onze Minister wordt overgedragen aan het college van burgemeester en wethouders van een gemeente.
3.
Verstrekking van gegevens uit het vestigingsregister aan een verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in een basisadministratie in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of een van de openbare lichamen, bedoeld in artikel 100a van de wet, is vrij van heffingen.
1.
De aanleg van een persoonslijst op grond van hoofdstuk 5, afdeling 2, paragraaf 1, van de wet, geschiedt op een wijze die overeenstemt met de systeembeschrijving.
2.
De systeembeschrijving omvat tevens het in het eerste lid genoemde onderwerp.
Artikel 82
Bij de aanleg van een persoonslijst in een geval als bedoeld in het eerste lid van artikel 123 van de wet behoeven, in afwijking van dat lid, de in bijlage 7 bij dit besluit vermelde bijzondere en administratieve gegevens niet op de persoonslijst te worden opgenomen.
Artikel 83
De in artikel 127, eerste lid, van de wet bedoelde verwijsgegevens en administratieve gegevens in verband met de verwijsgegevens van de in dat lid bedoelde personen, worden verwerkt in het vestigingsregister.
1.
De verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in een basisadministratie draagt zorg dat het gemeentelijke geautomatiseerde systeem ten behoeve van de uitvoering van artikel 83 in overeenstemming met de systeembeschrijving:
a. geautomatiseerd berichten op optische schijf of magneetschijf vastlegt;
b. geautomatiseerd berichten over het netwerk verzendt en ontvangt.
2.
De verantwoordelijke, bedoeld in het eerste lid, draagt zorg dat hij de optische schijf of de magneetschijf verzendt op een wijze die overeenstemt met de systeembeschrijving.
3.
Het gemeentelijke geautomatiseerde systeem stelt de verantwoordelijke, bedoeld in het eerste lid, in staat om in overeenstemming met de systeembeschrijving uitvoering te geven aan de in het eerste lid bedoelde taken.
1.
De verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in het vestigingsregister draagt zorg dat het geautomatiseerde systeem van het vestigingsregister ten behoeve van de uitvoering van artikel 83 in overeenstemming met de systeembeschrijving:
a. geautomatiseerd berichten op optische schijf of magneetschijf ontvangt;
b. geautomatiseerd berichten over het netwerk verzendt en ontvangt.
2.
De verantwoordelijke, bedoeld in het eerste lid, draagt zorg dat hij de optische schijf of de magneetschijf in ontvangst neemt op een wijze die overeenstemt met de systeembeschrijving.
3.
Het geautomatiseerde systeem van het vestigingsregister stelt de verantwoordelijke, bedoeld in het eerste lid, in staat om in overeenstemming met de systeembeschrijving uitvoering te geven aan de in het eerste lid bedoelde taken.
Artikel 86
De systeembeschrijving omvat tevens de in de artikelen 84 en 85 genoemde onderwerpen.
Artikel 87
De in artikel 127, eerste lid, van de wet bedoelde gegevens over de gemeente van inschrijving blijven opgenomen naar de juiste staat van die gegevens bij de inwerkingtreding van artikel 121 van de wet.
1.
De in artikel 127, eerste lid, onder b, van de wet bedoelde administratieve gegevens in verband met de verwijsgegevens zijn vermeld in bijlage 6 bij dit besluit.
2.
Artikel 70, tweede lid, is van toepassing.
Artikel 89
Onze Minister kan regels stellen omtrent:
a. de technische en administratieve inrichting en werking en de beveiliging van de basisadministratie van een college van burgemeester en wethouders van een gemeente dat niet in het bezit is van een toestemming als bedoeld in artikel 7 of artikel 13 van de wet;
b. de systematische verstrekking van gegevens op grond van de artikelen 91 en 99 van de wet door een college van burgemeester en wethouders van een gemeente als bedoeld onder a;
c. de aanleg, de instandhouding en de werking van voorzieningen ten behoeve van de overdracht van berichten in verband met de uitvoering van de bepalingen bij of krachtens de wet omtrent de gemeentelijke basisadministratie van persoonsgegevens, voor zover de berichten niet over het netwerk worden verzonden of ontvangen.
Artikel 90
Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, regels stellen omtrent de uitwisseling van gegevens tussen een afnemer of een bijzondere derde enerzijds en Onze Minister van Financiën anderzijds, in verband met de afstemming van de gegevens van de afnemer of de bijzondere derde op de gegevens in de basisadministraties. Daarbij kunnen regels gesteld worden omtrent de verrekening van de kosten van deze gegevensuitwisseling.
1.
Het college van burgemeester en wethouders draagt ten behoeve van de uitvoering van de wet zorg voor het persoonsregister en het archiefregister tot de datum die is gelegen vijfenzeventig jaar na de datum van inwerkingtreding van dit besluit.
2.
De op grond van artikel 141 van de wet aan het college van burgemeester en wethouders verstrekte gegevens worden toegevoegd aan het persoonsregister.
3.
Onze Minister kan regels stellen omtrent de zorg voor het persoonsregister en het archiefregister.
1.
Onze Minister draagt ten behoeve van de uitvoering van de wet zorg voor het centraal bevolkingsregister, bedoeld in artikel 138 van de wet, tot de datum die is gelegen vijfenzeventig jaar na de datum van inwerkingtreding van dit besluit.
2.
Onze Minister kan regels stellen omtrent de zorg voor het centraal bevolkingsregister.
1.
Onze Minister draagt ten behoeve van de uitvoering van de wet zorg voor het persoonskaartenarchief en het schakelregister, bedoeld in artikel 139 van de wet, tot de datum die is gelegen vijfenzeventig jaar na de datum van inwerkingtreding van dit besluit.
2.
Onze Minister kan regels stellen omtrent de zorg voor het persoonskaartenarchief en het schakelregister.
1.
Onze Minister stelt regels omtrent heffingen in verband met de verstrekking van gegevens uit:
a. het centraal bevolkingsregister;
b. het persoonskaartenarchief;
c. het schakelregister;
d. het centraal archief van overledenen.
2.
De regels, bedoeld in het eerste lid, worden gesteld voor zover Onze Minister verantwoordelijk is voor de verwerking van persoonsgegevens in die registraties en betreffen slechts heffingen in verband met de verstrekking van gegevens aan derden, anders dan overeenkomstig artikel 99 en 100a van de wet, en de verstrekking aan de betrokkene van hem betreffende gegevens.
1.
De tabelgegevens worden in ieder geval op de volgende wijzen bekend gemaakt:
a. door verstrekking van deze gegevens over het netwerk op een wijze die overeenstemt met de systeembeschrijving;
b. door terinzagelegging van deze gegevens door Onze Minister.
2.
Van de terinzagelegging wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
Artikel 98
De verplichtingen, bedoeld in artikel 146b, eerste en tweede lid, van de wet, zijn tot de in dat artikel genoemde datum alleen van toepassing op de door Onze Minister aangewezen afnemers of categorieën van afnemers.
1.
Voor de toepassing van artikel 6 wordt wat betreft het vaststellen van de abonnementsstructuur voor het jaar 2012 onder «het volgende jaar» verstaan «het jaar 2012» en onder «het vorige jaar»: het jaar 2010.
2.
In afwijking van artikel 6, vierde lid, deelt Onze Minister de abonnementsstructuur voor het jaar 2012 mee aan betrokkenen in januari 2012.
Artikel 99
De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel 100
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 8 september 1994
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken,
Uitgegeven de tweeëntwintigste september 1994
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. De verwerking van gegevens in de basisadministratie
+ Hoofdstuk 3. De verstrekking van gegevens uit de basisadministratie
+ Hoofdstuk 4. Het vestigingsregister
+ Hoofdstuk 5. Overgangs- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht