Let op. Deze wet is vervallen op 1 november 2005. U leest nu de tekst die gold op 31 oktober 2005.

Besluit hygiëne, gezondheid en veiligheid kampeerterreinen

Uitgebreide informatie
Besluit van 13 maart 1995, houdende regels in het belang van de hygiëne, de gezondheid en de veiligheid met betrekking tot kampeerterreinen
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 28 december 1994, nr. MJZ 28 d 94010, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;
Gelet op artikel 17 van de Wet op de openluchtrecreatie;
De Raad van State gehoord (advies van 1 maart 1995, nr. W08.95.0001);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 9 maart 1995, nr. MJZ 09395034, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. wet: de Wet op de openluchtrecreatie ;
b. houder: houder van een vergunning, vrijstelling of ontheffing;
c. vergunning: vergunning als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de wet;
d. drinkwater: drinkwater als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Waterleidingwet;
e. leidingwater: leidingwater als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Waterleidingwet.
Artikel 2
Ten aanzien van een kampeerterrein voor het houden waarvan een vergunning is vereist, moet de houder voldoen aan de in dit hoofdstuk gegeven voorschriften.
Artikel 3
Er is een collectieve watervoorziening of een collectief leidingnet als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderscheidenlijk h, van de Waterleidingwet.
Artikel 4
De in artikel 3 bedoelde collectieve watervoorziening of het collectieve leidingnet is aangesloten op het leidingnet van een waterleidingbedrijf als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder d, van de Waterleidingwet, tenzij toepassing wordt gegeven aan de bevoegdheid, bedoeld in artikel 5.
Artikel 5
Burgemeester en wethouders kunnen bij het verlenen van de vergunning, na overleg met de inspecteur, bepalen dat door de houder voor de toevoer van water aan de in artikel 3 bedoelde voorziening water onttrokken mag worden aan de bodem.
1.
Er zijn toiletten die zijn voorzien van waterspoeling.
2.
Het aantal bedraagt:
a. bij een aantal van ten hoogste 100 toe te laten kampeerders: telkens ten minste een voor elke 25 kampeerders of een gedeelte van dat aantal;
b. bij een aantal van meer dan 100 toe te laten kampeerders: telkens ten minste een meer voor elke 35 kampeerders of een gedeelte van dat aantal meer.
3.
Van het op grond van het tweede lid vastgestelde aantal toiletten mag ten hoogste een vierde gedeelte vervangen worden door urinoirs.
4.
Voor het berekenen van het vereiste aantal toiletten wordt bij het bepalen van het aantal kampeerders geen rekening gehouden met kampeerders die gebruik maken van een kampeermiddel of een zomerhuis, dat is voorzien van een toilet dat is aangesloten op een voorziening als bedoeld in artikel 13.
Artikel 8
Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat in afwijking van artikel 7 toiletten niet behoeven te zijn voorzien van waterspoeling, indien dat naar hun oordeel in verband met de aard van het kampeerterrein en het aantal toe te laten kampeerders niet noodzakelijk is.
Artikel 9
Indien het gebruik van chemische toiletten is toegestaan, is er ten minste een deugdelijke voorziening voor het ledigen van die toiletten.
1.
Er zijn wasbakken die zijn geplaatst in een daarvoor bestemde ruimte.
2.
Boven de wasbakken zijn tappunten.
3.
Het aantal tappunten bedraagt:
a. bij een aantal van ten hoogste 100 toe te laten kampeerders: telkens ten minste een voor elke 25 kampeerders of een gedeelte van dat aantal;
b. bij een aantal van meer dan 100 toe te laten kampeerders: telkens ten minste een meer voor elke 35 kampeerders of een gedeelte van dat aantal.
4.
Artikel 7, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
1.
Er zijn, naast de in artikel 10 bedoelde tappunten, afzonderlijke tappunten die zijn geplaatst op een hoogte van ten minste 45 cm en ten hoogste 100 cm.
2.
Het aantal bedraagt:
a. bij een aantal van ten hoogste 20 toe te laten kampeerders: ten minste een;
b. bij een aantal van meer dan 20 en ten hoogste 100 toe te laten kampeerders: ten minste twee;
c. bij een aantal van meer dan 100 toe te laten kampeerders: telkens ten minste een meer voor elke 100 kampeerders of gedeelte van dat aantal meer.
3.
Artikel 7, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
1.
Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat er douches zijn, die zijn geplaatst in een daarvoor bestemde ruimte, indien dat naar hun oordeel in verband met de aard van het kampeerterrein en het aantal toe te laten kampeerders noodzakelijk is.
2.
Het aantal bedraagt:
a. bij een aantal van ten hoogste 100 toe te laten kampeerders: ten minste een;
b. bij een aantal van meer dan 100 en ten hoogste 200 toe te laten kampeerders: ten minste twee;
c. bij een aantal van meer dan 200 toe te laten kampeerders: telkens ten minste een meer voor elke 100 kampeerders of een gedeelte van dat aantal meer.
3.
Artikel 7, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
1.
Er is een voorziening voor het opvangen en afvoeren van afvalwater, waarop in ieder geval de toiletten, wasbakken en douches zijn aangesloten.
2.
Onder tappunten als bedoeld in artikel 11, is een voorziening voor het opvangen en afvoeren van afvalwater.
Artikel 14
Ten aanzien van een kampeerterrein, waarvoor een vrijstelling of ontheffing als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel a , van de wet is verleend, moet de houder voldoen aan de in dit hoofdstuk gegeven voorschriften.
1.
Er zijn tappunten voor het verstrekken van drinkwater, die zijn aangesloten op het leidingnet van een waterleidingbedrijf als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder d, van de Waterleidingwet, dan wel op een collectieve watervoorziening of een collectief leidingnet als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderscheidenlijk artikel 1, eerste lid, onder h, van de Waterleidingwet.
2.
Het aantal bedraagt:
a. bij een aantal van ten hoogste vijf toe te laten kampeermiddelen: ten minste een;
b. bij een aantal van meer dan vijf toe te laten kampeermiddelen: ten minste twee.
1.
Er zijn toiletten voorzien van waterspoeling.
2.
Het aantal bedraagt:
a. bij een aantal van ten hoogste vijf toe te laten kampeermiddelen: ten minste een;
b. bij een aantal van meer dan vijf toe te laten kampeermiddelen: ten minste twee.
3.
Indien het gebruik van chemische toiletten is toegestaan, is er ten minste een deugdelijke voorziening voor het ledigen van die toiletten.
Artikel 17
Ten aanzien van een kampeerterrein, waarvoor een vrijstelling of ontheffing als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel b of c , van de wet is verleend, moet de houder voldoen aan de in dit hoofdstuk gegeven voorschriften.
1.
Er is ten minste een toiletvoorziening voor elke 35 kampeerders of een gedeelte van dat aantal.
2.
Indien de in het eerste lid bedoelde toiletvoorziening een chemisch toilet is of indien het gebruik van chemische toiletten is toegestaan, is er ten minste een deugdelijke voorziening voor het ledigen van die toiletten.
3.
Burgemeester en wethouders kunnen de aard van de in het eerste lid bedoelde toiletvoorzieningen bepalen.
Artikel 20
Indien er toiletten, wasbakken en douches zijn, is er een voorziening voor het opvangen en afvoeren van afvalwater, waarop deze toiletten, wasbakken en douches zijn aangesloten. Indien er tappunten zijn die niet zijn aangebracht boven wasbakken, is er een voorziening voor het opvangen en afvoeren van afvalwater.
Artikel 21
De houder draagt er zorg voor dat op een duidelijk zichtbare plaats een lijst hangt, waarop de juiste adressen en telefoonnummers van een dienstdoende huisarts en centrale post ambulancevervoer, alsook van de brandweer en de politie duidelijk leesbaar zijn aangegeven. Daarbij wordt op duidelijke wijze aangegeven waar zich een telefoon bevindt, waarvan de kampeerders gebruik kunnen maken.
1.
De houder draagt er zorg voor dat op het kampeerterrein aanwezige voorzieningen, als in dit besluit voorgeschreven, deugdelijk functioneren.
2.
De houder draagt er zorg voor dat het kampeerterrein en de voorzieningen daarop in voldoende staat van onderhoud en reinheid verkeren.
Artikel 23
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit hygiëne, gezondheid en veiligheid kampeerterreinen.
Artikel 24
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de hoofdstukken III tot en met XIII van de Wet op de openluchtrecreatie in werking treden.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 13 maart 1995
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
Uitgegeven de zestiende maart 1995
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Begripsbepalingen
+ Hoofdstuk II. Kampeerterreinen met vergunning
+ Hoofdstuk III. Kampeerterreinen met een vrijstelling of ontheffing als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel a, van de wet
+ Hoofdstuk IV. Kampeerterreinen met een vrijstelling of ontheffing als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel b of c, van de wet
+ Hoofdstuk V. Overige bepalingen en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht