Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2008. U leest nu de tekst die gold op -.

Besluit instelling criminele inlichtingen eenheid AID

Uitgebreide informatie
Besluit instelling criminele inlichtingen eenheid AID
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
Gelet op artikel 18a van het Besluit politieregisters;
Besluit:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. CIE-regeling: Regeling criminele inlichtingen eenheden;
b. nationale criminele inlichtingen eenheid: eenheid als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de CIE-regeling;
c. Informantgegevens: gegevens omtrent een persoon die, anders dan als getuige of verdachte, aan een opsporingsambtenaar informatie verstrekt omtrent door anderen gepleegde of te plegen strafbare feiten, met inbegrip van de door deze persoon verstrekte gegevens, waarvan de verstrekking gevaar voor de geregistreerde of voor derden oplevert;
d. criminele inlichtingen: gegevens die in aanmerking komen voor registratie in het register zware criminaliteit of het voorlopig register;
e. register zware criminaliteit: register als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel k, van de Wet politieregisters ;
f. voorlopig register: register als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel l, van de Wet politieregisters;
g. CIE-officier van justitie: de als zodanig aangewezen officier van justitie, verantwoordelijk voor de taakuitoefening van de criminele inlichtingen eenheid AID;
h. AID: Algemene Inspectiedienst van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
1.
Bij de AID is een criminele inlichtingen eenheid AID.
2.
De criminele inlichtingen eenheid AID is belast met de informatievoorziening in het kader van de opsporing van misdrijven, voor zover het betreft misdrijven als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel k, van de Wet politieregisters.
3.
Met het oog op de uitvoering van de taak, bedoeld in het tweede lid, worden overeenkomstig het bij of krachtens de Wet politieregisters bepaalde een voorlopig register en een register zware criminaliteit gevoerd.
4.
Onverminderd artikel 13c, derde lid, van de Wet politieregisters is het hoofd van het Dienstonderdeel Opsporing, belast met de leiding over de criminele inlichtingen eenheid AID.
1.
De criminele inlichtingen eenheid AID verricht in ieder geval de volgende werkzaamheden:
a. het verzamelen en verifiëren van criminele inlichtingen;
b. het registreren van gegevens in een register zware criminaliteit en in een voorlopig register overeenkomstig de daarop betrekking hebbende modelreglementen;
c. het bevorderen van het gericht inwinnen en aanvullen van criminele inlichtingen en andere gegevens die in het kader van de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde in aanmerking komen voor registratie op grond van de Wet politieregisters ;
d. het analyseren van criminele inlichtingen en het aan de hand daarvan:
signaleren van criminaliteitsontwikkelingen, voor zover het betreft misdrijven als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel k, van de Wet politieregisters ;
periodiek verslag doen ten behoeve van criminaliteitsbeelden;
e. het verstrekken van criminele inlichtingen overeenkomstig de daarop betrekking hebbende modelreglementen.
2.
Ten behoeve van de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, maakt de criminele inlichtingen eenheid AID gebruik van de door de Minister van Justitie en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties aangewezen geautomatiseerde verwijsindex.
3.
De uitvoering van de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, onder c, met medewerking van personen als omschreven in artikel 1, onder c, wordt binnen de AID uitsluitend verricht door de criminele inlichtingen eenheid AID.
Artikel 4
De criminele inlichtingen eenheid AID streeft naar een zo doelmatig mogelijke samenwerking met de overige criminele inlichtingen eenheden.
1.
De criminele inlichtingen eenheid AID verstrekt criminele inlichtingen indien dit van belang kan zijn voor de opsporing van misdrijven, voor zover het betreft misdrijven als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel k, van de Wet politieregisters. Daartoe wordt gebruik gemaakt van het modelformulier dat is opgenomen in bijlage I bij dit besluit.
2.
Van de overeenkomstig artikel 13c, vijfde lid, van de Wet politieregisters, aangewezen ambtenaren van de criminele inlichtingen eenheid AID worden door het hoofd van het Dienstonderdeel Opsporing, twee ambtenaren voorgedragen met het oog op de autorisatie, bedoeld in artikel 17, van het Besluit politieregisters, ten aanzien van de registers zware criminaliteit bij de overige criminele inlichtingen eenheden.
3.
Het hoofd van het Dienstonderdeel Opsporing, draagt ervoor zorg dat aan de op grond van artikel 6, tweede lid, van de CIE-regeling bekend gemaakte ambtenaren van elke criminele inlichtingen eenheid alsmede de twee geautoriseerde ambtenaren van de criminele inlichtingen eenheden bij de bijzondere opsporingsdiensten overeenkomstig het bij of krachtens de Wet politieregisters bepaalde autorisatie wordt verleend.
1.
De criminele inlichtingen eenheid AID stelt de nationale criminele inlichtingen eenheid in kennis van:
a. gegevens uit het register zware criminaliteit en uit het voorlopig register die van nationale of internationale betekenis zijn;
b. personalia of bedrijfsgegevens van de overeenkomstig artikel 13a, eerste lid, onder a en b, van de Wet politieregisters, geregistreerde personen;
c. de informantgegevens door middel van het Informanten Codering Systeem;
d. overige informatie die van belang kan zijn voor de landelijke en internationale coördinatie en ondersteuning door de nationale criminele inlichtingen eenheid.
2.
Ter uitvoering van het eerste lid, onder b, en met het oog op de verstrekking van de gegevens als opgenomen in bijlage II van dit besluit maakt de criminele inlichtingen eenheid AID gebruik van de door de Minister van Justitie en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangewezen geautomatiseerde verwijsindex.
1.
Het hoofd van het Dienstonderdeel Opsporing, draagt er zorg voor dat de kennis en vaardigheden van de ambtenaren, die deel uitmaken van de criminele inlichtingen eenheid AID, worden onderhouden op minimaal het niveau van de eindtermen, bedoeld in artikel 18a, tweede lid, van het Besluit politieregisters.
2.
Het hoofd van het Dienstonderdeel Opsporing, stelt de termijn vast gedurende welke de ambtenaar die belast is met de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder c, ononderbroken deel uitmaakt van de criminele inlichtingen eenheid AID.
3.
De termijn, bedoeld in het tweede lid, is ten hoogste vier jaar en kan tweemaal met twee jaar worden verlengd.
1.
De bij de criminele inlichtingen eenheid AID in gebruik zijnde vertrekken zijn afsluitbaar en beveiligd. Tot deze vertrekken hebben slechts toegang ambtenaren die deel uitmaken van de criminele inlichtingen eenheid AID, personen die door deze ambtenaren worden begeleid en de CIE-officier van justitie.
2.
In afwijking van het eerste lid, tweede volzin, kan het hoofd van het Dienstonderdeel Opsporing, aan anderen toegang zonder begeleiding toestaan, indien het betreden van de vertrekken alleen kan plaatsvinden nadat identiteitsgegevens elektronisch zijn vastgelegd en de toegang noodzakelijk is vanuit zijn verantwoordelijkheid voor de ambtenaren en vertrekken van de criminelen inlichtingen eenheid AID.
3.
Bij afwezigheid van ambtenaren van de criminele inlichtingen eenheid AID zijn de vertrekken deugdelijk afgesloten.
Artikel 9
Het hoofd van het Dienstonderdeel Opsporing, draagt ervoor zorg dat de nodige voorzieningen van technische en organisatorische aard ter beveiliging van het bij de criminele inlichtingen eenheid AID gehouden voorlopig register en het register zware criminaliteit tegen verlies of aantasting van persoonsgegevens en tegen onbevoegde kennisneming, wijziging of verstrekking daarvan kunnen worden getroffen opdat het bij of krachtens de Wet politieregisters bepaalde kan worden nageleefd.
Artikel 10
Dit besluit treedt in werking op 1 juni 2003.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 11
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit instelling criminele inlichtingen eenheid AID.
's-Gravenhage, 15 mei 2003
De
Minister
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Artikel 11
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht