Besluit van 29 maart 1994, houdende toepassing van artikel 38 van de Financiële-Verhoudingswet 1984
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Financiën, gedaan mede namens de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, van 6 december 1993, nr. fip 93/680;
Gelet op artikel 89 van de Grondwet, artikel 38 van de Financiële-Verhoudingswet 1984 en artikel 32, derde lid, van de Wet herverdeling wegenbeheer;
Gezien de adviezen van de Raad voor de gemeentefinanciën van 10 oktober 1990, nr. 67547 Rgf 81/28, en van 17 maart 1993, nr. Rgf 04.10/003.003, en van het Interprovinciaal Overleg van 4 mei 1993, nr. I 776/93;
De Raad van State gehoord (advies van 28 februari 1994, nr. W04.93.0821);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Financiën, uitgebracht mede namens de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, van 25 maart 1994, nr. fip 94/177;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. wet: de Wet herverdeling wegenbeheer ;
b. WUW-bijdrage: een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 10, eerste lid, juncto artikel 9, eerste lid, van de Wet Uitkeringen Wegen.
1.
Aan elk van de gemeenten, genoemd in de bijlagen 1 , 2 en 3 bij dit besluit , wordt, in verband met de geleidelijke toevoeging aan de algemene uitkering van een gedeelte van de middelen gemoeid met de specifieke uitkering op grond van de Wet Uitkeringen Wegen, over de jaren 1993 tot en met 2017 jaarlijks een uitkering uit het Gemeentefonds gedaan.
2.
De in het eerste lid genoemde uitkering bedraagt het totaal van de bedragen uit de tweede kolom van de bijlagen 1 , 2 en 3 bij dit besluit die voor het desbetreffende jaar voor de gemeente zijn opgenomen.
3.
De in het eerste lid genoemde uitkering uit het gemeentefonds wordt in de jaren 2001 tot en met 2017 aangevuld met, en met ingang van 2018 vervangen door, verhogingen van de algemene uitkering door middel van aanpassingen van de bedragen per hectare land vermenigvuldigd met de bodemfactor gemeente, en per hectare binnenwater, als bedoeld in de verdeelmaatstaven, vermeld onder de nummers 18 en 19 van bijlage 2 .
De aanpassingen worden door Onze Ministers vastgesteld.
1.
In bijlage 1 bij dit besluit zijn, voor de jaren 1993 tot en met 2017, de bedragen voor de individuele gemeenten opgenomen die gemoeid zijn met de uitkering ter compensatie van het vervallen van de bijdragen in de kosten van rente en afschrijving van kapitaaluitgaven van wegen en veren, als bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de Wet.
2.
Het bedrag van de in het eerste lid bedoelde uitkering wordt voor de desbetreffende gemeente vermeerderd of verminderd naar rato van de mutaties in weglengte en de bijbehorende bijdrage(n) indien voor de desbetreffende gemeente naar de toestand op 1 januari 1994, onderscheidenlijk 1995 tot en met 2017, een wijziging van de gemeentelijke indeling of een grenscorrectie heeft plaatsgevonden ten opzichte van de gemeentelijke indeling op 1 januari 1993. Indien een gemeente wordt ingesteld, wordt het bedrag van de in het eerste lid bedoelde uitkering vastgesteld op basis van de weglengten en de bijbehorende bijdragen van de samenstellende delen waaruit deze gemeente is ontstaan. Van de gewijzigde vaststelling van de in het eerste lid bedoelde uitkering ontvangt de gemeente een nieuwe beschikking.
3.
De in het eerste lid bedoelde bijlage bevat tevens de andere onderhoudsplichtigen, waaraan de gemeente over genoemde jaren een uitkering als bedoeld in artikel 32, tweede lid, van de Wet dient uit te betalen ter compensatie van het vervallen van de bijdragen in de kosten van rente en afschrijving van kapitaaluitgaven voor die andere onderhoudsplichtigen.
4.
Indien een gemeente wordt opgeheven en als gevolg daarvan de in het derde lid bedoelde uitkering niet meer kan verstrekken aan de andere onderhoudsplichtigen, wordt een nieuwe beschikking gemaakt voor die gemeente die bij de herindelingsregeling in dit verband als rechtsopvolger wordt aangewezen.
1.
In bijlage 2 bij dit besluit zijn voor de jaren 1993 tot en met 1997 de bedragen voor de individuele gemeenten opgenomen die gemoeid zijn met de uitkering ter compensatie van de wegvallende WUW-bijdragen in de kosten van veerverbindingen, als bedoeld in artikel 32, vierde lid, van de Wet.
2.
De in het eerste lid bedoelde bijlage bevat tevens de andere onderhoudsplichtigen, waaraan de gemeente over de jaren 1993 tot en met 1997 een uitkering als bedoeld in artikel 32, vijfde lid, van de Wet dient uit te betalen ter compensatie van de wegvallende WUW-bijdragen in de kosten van veerverbindingen, alsmede de desbetreffende bedragen.
1.
In bijlage 3 bij dit besluit zijn voor de desbetreffende jaren de bedragen voor de individuele gemeenten opgenomen die gemoeid zijn met de gewenningsbijdrage, bedoeld in het tweede lid.
2.
Een gemeente kan slechts in aanmerking komen voor toekenning van de gewenningsbijdrage, indien het nadelige saldo van de toename van de algemene uitkering uit het Gemeentefonds in het jaar 1993 en de wegvallende WUW-bijdragen ten behoeve van de onderhoudslasten voor wegen, gecorrigeerd voor de mutaties in de hoeveelheid te beheren gemeentelijke weglengte, gewogen tegen een bedrag van f 12.500,- per normkilometer, meer bedraagt dan 1% van de algemene uitkering over het jaar 1992 - naar de stand betaalmaand maart 1993 - uit het Gemeentefonds.
3.
Bij de onder het tweede lid genoemde toename van de algemene uitkering uit het Gemeentefonds komen alleen middelen in aanmerking voorzover deze niet doorbetaald behoeven te worden aan een waterschap of de gemeente Groningen.
4.
De hoogte van de gewenningsbijdrage komt voor 1993 overeen met het in het tweede lid genoemde nadelige saldo verminderd met 1% van de algemene uitkering van de desbetreffende gemeente over het jaar 1992 naar de stand van de betaalmaand maart 1993.
5.
Voor de jaren 1994 en volgende komt de hoogte van de gewenningsbijdrage overeen met het in het vierde lid genoemde saldo verminderd met jaarlijks telkens één extra procentpunt van de algemene uitkering van de desbetreffende gemeente over het jaar 1992 naar de stand van de betaalmaand maart 1993.
6.
Indien een gemeente niet in bijlage 3 is vermeld en van mening is dat zij in aanmerking komt voor een gewenningsbijdrage dan kan deze gemeente daartoe alsnog, binnen zes weken na plaatsing van dit besluit in het Staatsblad , een verzoek indienen bij Onze Ministers met gebruikmaking van het door ons verstrekte model. Indien Onze Ministers na indiening van dit verzoek van mening zijn dat de desbetreffende gemeente in aanmerking komt voor een gewenningsbijdrage, dan wordt de hoogte van de gewenningsbijdrage onder inachtneming van het vierde en vijfde lid voor deze gemeente bij ministeriële beschikking vastgesteld. Verzoeken die worden ingediend na zes weken na plaatsing van dit besluit in het Staatsblad worden niet in behandeling genomen.
Artikel 6
Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag van de tweede kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en wordt voor het eerst toegepast voor het uitkeringsjaar 1993.
Artikel 7
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit integratie-uitkering WUW-middelen Gemeentefonds.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 29 maart 1994
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken,
De Staatssecretaris van Financiën,
Uitgegeven de achtentwintigste april 1994
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht