Besluit van 25 maart 2004 tot vaststelling van de justitiële gegevens en tot regeling van de verstrekking van deze gegevens alsmede tot uitvoering van enkele bepalingen van de Wet justitiële gegevens (Besluit justitiële gegevens)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 20 februari 2004, nr. 5271210/04/6;
Gelet op de artikelen 2, tweede en derde lid, 4, vijfde lid, 8, vierde en vijfde lid, 9, eerste lid, 13, eerste lid, 25, 36, 39 en 49 van de Wet justitiële gegevens;
De Raad van State gehoord (advies van 24 maart 2004, nr. W03.04.0085/I);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 24 maart 2004, nr. 5278333/04/6;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. wet: de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens ;
b. sepot: de beslissing van het openbaar ministerie tot niet vervolging of niet verdere vervolging van de zaak;
c. centrale autoriteit: de centrale autoriteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het kaderbesluit 2009/315/JBZ van de Raad van de Europese Unie van 26 februari 2009 betreffende de organisatie en de inhoud van uitwisseling van gegevens uit het strafregister tussen de lidstaten (PbEU L 93/23). In Nederland is dit de Justitiële Informatiedienst;
d. lidstaat: lidstaat van de Europese Unie;
e. strafrechtelijke procedure: de fase die aan het strafproces voorafgaat, het strafproces zelf en de tenuitvoerlegging van de veroordeling.
Artikel 2
Met betrekking tot misdrijven worden als justitiële gegevens aangemerkt de in de artikelen 6 en 7 vermelde gegevens van zaken waarvan het proces-verbaal door het openbaar ministerie of de procureur-generaal bij de Hoge Raad op grond van artikel 76 van de Wet op de rechterlijke organisatie in behandeling is genomen.
Artikel 3
Met betrekking tot overtredingen worden als justitiële gegevens aangemerkt:
a. de in de artikelen 6 en 7, eerste lid, vermelde gegevens van zaken waarin het openbaar ministerie een beslissing tot afdoening van de zaak heeft genomen met uitzondering van de beslissing tot uitvaardiging van een strafbeschikking waarin uitsluitend een geldboete wordt opgelegd die minder dan € 100,– beloopt alsmede de beslissing tot niet verdere vervolging van de zaak, tenzij voorwaarden zijn gesteld aan laatstgenoemde beslissing;
b. de in de artikelen 6 en 7, eerste lid, vermelde gegevens van zaken waarin de rechter een al dan niet herroepelijke beslissing heeft genomen voorzover een taakstraf of een vrijheidsstraf, anders dan vervangende, is opgelegd of een geldboete van minimaal € 100,– alsmede de zaken waarin een bijkomende straf is opgelegd.
1.
In afwijking van artikel 3 worden met betrekking tot de in het tweede lid genoemde overtredingen als justitiële gegevens aangemerkt de in de artikelen 6 en 7 vermelde gegevens van zaken waarvan het proces-verbaal door het openbaar ministerie in behandeling is genomen.
2.
De overtredingen, bedoeld in het eerste lid, zijn:
a. de overtredingen betreffende de algemene veiligheid van personen en goederen, genoemd in Titel I van het Derde Boek van het Wetboek van Strafrecht;
b. de overtredingen betreffende de openbare orde, genoemd in Titel II van het Derde Boek van het Wetboek van Strafrecht;
c. de overtredingen inzake fraude, bedoeld in de artikelen 447c en 447d van het Wetboek van Strafrecht;
d. de overtreding betreffende de zeden, genoemd in Titel VI van het Derde Boek van het Wetboek van Strafrecht;
f. de overtredingen van de Wet op de economische delicten ;
j. de overtreding van artikel 110, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994, voor zover de overtreding is gepleegd met een voertuig voor het besturen waarvan een rijbewijs is vereist;
k. de overtreding van artikel 5.6.8, eerste lid, Regeling voertuigen, indien de maximumconstructiesnelheid met meer dan 15 kilometer per uur is overschreden;
l. de overtreding van de artikelen 19, 20, aanhef en onder a en b, 21, aanhef en onder a en b, 22, aanhef en onder a, b, d, e, f en g en 62 juncto bord A1 of A3 van bijlage 1, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 , voor zover voor de overtreding geen administratiefrechtelijke sanctie wordt opgelegd;
m. de overtreding van artikel 8.06, eerste lid, van het Binnenvaartpolitiereglement en artikel 5.01 Binnenvaartpolitiereglement juncto verkeersteken B6 of een bekendmaking met dezelfde strekking als een verkeersteken als bedoeld in artikel 13 Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer voorzover het betreft kleine schepen, elk indien de maximumsnelheid met meer dan vijfentwintig kilometer per uur is overschreden;
n. de overtredingen van de Vreemdelingenwet 2000 ;
o. de overtredingen van de Wet op de kansspelen ;
p. de overtredingen van de Wet wapens en munitie ;
q. de overtredingen van de Drank- en Horecawet ;
r. de overtredingen van de Flora- en faunawet ;
t. de overtredingen van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens , voor zover het betreft:
de overtreding van artikel 11, tweede lid;
de overtredingen van artikel 42;
de overtredingen van artikel 43, eerste en tweede lid;
de overtredingen van artikel 43, derde lid, voor zover de overtreding betreft het rijden over de vluchtstrook of de luchthaven;
de overtredingen van artikel 49, eerste en tweede lid;
de overtreding van artikel 62 juncto artikel 72, sub b;
de overtreding van artikel 82, eerste lid;
de overtredingen van artikel 82a juncto artikel 41a, lid 1, onder a, sub 1 en 4, en
de overtredingen van artikel 83;
u. de overtredingen van de Wegenverkeerswet 1990 , voor zover het betreft:
de overtreding van artikel 12, en
de overtredingen van artikel 160, eerste lid, voor zover het betrekking heeft op het niet stilhouden van een motorrijtuig op eerste vordering.
3.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op zaken die door de procureur-generaal bij de Hoge Raad in behandeling zijn genomen en waarvan de Hoge Raad ingevolge artikel 76 in eerste instantie en tevens in hoogste ressort kennis neemt.
1.
Als justitiële gegevens worden aangemerkt de strafbeschikkingen uitgevaardigd op grond van de artikelen 257b en 257ba van het Wetboek van Strafvordering, met uitzondering van de met betrekking tot overtredingen uitgevaardigde strafbeschikkingen waarin een geldboete wordt opgelegd die minder dan € 100 beloopt.
2.
Als justitiële gegevens worden aangemerkt de strafbeschikkingen terzake van misdrijven, uitgevaardigd krachtens de artikelen 76 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en 10:15 van de Algemene douanewet.
3.
Artikel 7, eerste lid, onderdelen c en h, is van overeenkomstige toepassing.
1.
Met betrekking tot natuurlijke personen worden als justitiële gegevens aangemerkt:
a. de geslachtsnaam en voorvoegsels;
b. de voornaam of voornamen;
c. het adres;
d. de geboortegemeente of geboorteplaats alsmede het land van geboorte;
e. de geboortedatum of, indien onbekend, het geboortejaar;
f. persoonsidentificerende nummers, en
g. de nationaliteit.
2.
Met betrekking tot rechtspersonen worden als justitiële gegevens aangemerkt:
a. de naam;
b. de rechtsvorm;
c. de statutaire vestigingsplaats;
d. de feitelijke plaats van vestiging, waaronder begrepen het adres en het land, en
e. het nummer waaronder de onderneming overeenkomstig de Handelsregisterwet 1996 in het handelsregister is ingeschreven.
1.
Voorzover van toepassing worden als justitiële gegevens als bedoeld in de artikelen 2, 3, 4 en 9 aangemerkt:
a. alle beslissingen die door het openbaar ministerie of de rechter zijn genomen, met uitzondering van:
1°. de beslissing tot niet vervolgen omdat de betrokken persoon ten onrechte als verdachte is aangemerkt;
2°. de beslissing tot niet vervolgen na vaststelling van een rechtmatige geweldsaanwending van een ambtenaar als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren;
b. het parketnummer;
c. de strafbepalingen van het strafbare feit;
d. de kwalificatie van het strafbare feit;
e. de maatschappelijke classificatie van het strafbare feit;
f. de datum waarop of periode waarin het strafbare feit zich heeft voorgedaan;
g. indien het feit is geseponeerd:
1º. de datum van de beslissing;
2º. de sepotcode en de bijkomende sepotgrond of sepotgronden;
3º. de bij de beslissing tot voorwaardelijk seponeren gestelde voorwaarden;
4º. de datum waarop aan alle gestelde voorwaarden is voldaan;
h. indien over het feit bij strafbeschikking is beslist:
1°. de datum waarop de strafbeschikking is uitgevaardigd;
2°. de opgelegde straffen, maatregelen en aanwijzingen;
3°. de datum waarop de strafbeschikking onherroepelijk is geworden;
4°. de datum waarop de strafbeschikking volledig ten uitvoer is gelegd;
5°. de aanduiding dat de strafbeschikking kan worden aangemerkt als een gegeven als bedoeld in de artikelen 10, 11 of 12 van de wet alsmede de datum waarop dat gegeven niet langer als zodanig kan worden aangemerkt;
i. indien een voorlopige maatregel op grond van de Wet op de economische delicten is opgelegd:
1º. de aanduiding van de voorlopige maatregel;
2º. de beëindiging, verlenging, wijziging, intrekking of opheffing;
j. indien over het feit bij rechterlijke uitspraak is beslist:
1º. het gerecht dat de uitspraak heeft gedaan;
2º. de datum van de uitspraak;
3º. de inhoud van de uitspraak, waaronder de kwalificatie van het feit en de daarbij betrokken strafbepalingen;
4º. alle voorwaarden die bij een beslissing zijn opgelegd;
5º. de datum waarop de uitspraak onherroepelijk is geworden;
6º. de datum van het vermoedelijke einde van een proeftijd;
7º. de aanduiding of de uitspraak kan worden aangemerkt als een gegeven als bedoeld in de artikelen 10, 11 of 12 van de wet alsmede de datum waarop dat gegeven niet langer als zodanig kan worden aangemerkt;
k. indien de rechterlijke beslissing ten uitvoer is gelegd;
1º. de datum en de wijze waarop de tenuitvoerlegging is beëindigd;
2º. de datum en de wijze waarop de taakstraf of vrijheidsstraf is aangevangen en beëindigd;
3º. indien de volledige tenuitvoerlegging niet is gerealiseerd, de datum van tenuitvoerlegging van de vervangende straf;
l. de datum van invrijheidstelling.
2.
Als justitiële gegevens als bedoeld in de artikelen 2 en 4, worden voorts aangemerkt:
a. het arrondissementsparket of ressortsparket dat de zaak in behandeling heeft genomen;
b. de datum van ontvangst van het proces-verbaal bij het arrondissementsparket of ressortsparket;
c. de datum waarop de procureur-generaal bij de Hoge Raad op grond van artikel 76 van de Wet op de rechterlijke organisatie de zaak in behandeling heeft genomen.
1.
Indien gehele of gedeeltelijke gratie wordt verleend van de opgelegde straf of maatregel, worden de volgende gegevens als justitiële gegevens aangemerkt:
a. de datum en het nummer van het daartoe strekkende koninklijk besluit;
b. de aan het besluit verbonden bepalingen;
c. de wijziging of de herroeping van een besluit tot het verlenen van gratie.
2.
Bij de toepassing van de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen worden als justitiële gegevens tevens aangemerkt de in een andere Staat dan Nederland genomen beslissing als gevolg waarvan het recht tot tenuitvoerlegging in Nederland van een door de rechter van die Staat gewezen veroordeling geheel of gedeeltelijk is komen te vervallen. Artikel 7, eerste lid, onder j, is van overeenkomstige toepassing.
1.
Op grond van internationale verplichtingen worden beslissingen die door andere dan Nederlandse rechters zijn gewezen als justitiële gegevens aangemerkt.
2.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op strafrechtelijke afdoeningen van andere bevoegde autoriteiten die ter kennis zijn gekomen van Onze Minister en voorzover het feit waarvoor de straf is opgelegd in Nederland kan worden aangemerkt als een strafbaar feit.
3.
Artikel 7, eerste lid, onder j, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 10
De justitiële gegevens kunnen uitsluitend afkomstig zijn van:
a. het openbaar ministerie;
b. de gerechten;
c. buitenlandse gerechten;
d. Onze Minister;
e. het Centraal Justitieel Incassobureau, bedoeld in artikel 1, van het Besluit Instelling Centraal Justitieel Incassobureau;
f. opsporingsambtenaren.
Artikel 11
Justitiële gegevens, bedoeld in de artikelen 10, 11 of  12 van de wet, worden desgevraagd verstrekt aan de voorzitter van de commissie, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven ten behoeve van de werkzaamheden die de commissie bij deze wet zijn opgedragen.
1.
Ten behoeve van de handhaving van de openbare orde in verband met de terugkeer van de betrokkene in de maatschappij kan Onze Minister, aan de burgemeester of de door hem aangewezen ambtenaar justitiële gegevens als bedoeld in artikel 6, eerste lid, en artikel 7, eerste lid, onder a, b, c, d, f, j, k en l, verstrekken van natuurlijke personen die onherroepelijk zijn veroordeeld tot:
a. een onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf of vrijheidsbenemende maatregel ter zake van een misdrijf bedoeld in de volgende artikelen van het Wetboek van Strafrecht :
141, tweede lid, 302 en 303, indien het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde vrijheidsbenemende straf of maatregel een jaar of langer beloopt.
c. de maatregel bedoeld in artikel 77s van het Wetboek van Strafrecht, indien deze verlengd kan worden op grond van artikel 77t, derde lid, van deze wet.
2.
Ten behoeve van het verstrekken van informatie aan de burgemeester ten behoeve van de handhaving van de openbare orde in verband met de terugkeer van de betrokkene in de maatschappij kan Onze Minister van de in het eerste lid bedoelde natuurlijke personen de justitiële gegevens, bedoeld in artikel 6, eerste lid, en artikel 7, eerste lid, onder a, b, c, d, f, j, k en l, verstrekken aan binnen een landelijke eenheid als bedoeld in artikel 25, eerste lid, onderdeel b, van de Politiewet 2012 aangewezen opsporingsambtenaren.
3.
De justitiële gegevens worden niet eerder verstrekt dan drie maanden voor het moment van de verwachte, al dan niet tijdelijke, terugkeer van de betrokkene in de maatschappij.
4.
De burgemeester vernietigt de op grond van het eerste lid verstrekte justitiële gegevens uiterlijk negen maanden na de datum van de verstrekking, indien niet tot het treffen van maatregelen is besloten. Indien tot het treffen van maatregelen is besloten, verwijdert de burgemeester de op grond van het eerste lid verstrekte justitiële gegevens uiterlijk negen maanden na de datum van de verstrekking. De verwijderde gegevens worden gedurende een termijn van vijf jaar bewaard ten behoeve van het afleggen van verantwoording, waarna de gegevens worden vernietigd.
5.
Het eerste lid, onder a en b, is niet van toepassing op personen op wie Titel VIIIA van het Eerste Boek van het Wetboek van Strafrecht is toegepast.
2.
De verantwoordelijke vernietigt de ontvangen justitiële gegevens terstond na het bereiken van het doel van de verstrekking.
1.
Ten behoeve van de verantwoordelijkheid, bedoeld in de artikelen 2.1 en 2.4, tweede lid, van de Jeugdwet, kan Onze Minister aan een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaar of aan een door het college aangewezen en onder zijn verantwoordelijkheid werkzame functionaris justitiële gegevens als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel f, en artikel 7, eerste lid, onder j, onderdelen 5 en 6, verstrekken van personen ten aanzien van wie in het kader van een strafrechtelijke beslissing is bepaald dat zij in aanmerking komen voor een vorm van jeugdhulp of jeugdreclassering, als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet.
2.
Het college van burgemeester en wethouders treft maatregelen opdat de op grond van het eerste lid verstrekte justitiële gegevens uiterlijk twaalf maanden na de beëindiging van de tenuitvoerlegging van de in het eerste lid bedoelde strafrechtelijke beslissing worden vernietigd.
1.
Justitiële gegevens als bedoeld in de artikelen 10, 11 of  12 van de wet worden desgevraagd verstrekt aan:
a. Onze Minister ten behoeve van het geven van een positieve of negatieve verklaring aan buitenlandse autoriteiten over te verlenen visa;
b. Onze Minister ten behoeve van het verstrekken van bepaalde inlichtingen aan buitenlandse autoriteiten over aspirant-emigranten;
c. de burgemeesters voorzover dit noodzakelijk is voor de uitoefening van een wettelijke verplichting tot het geven van advies over een bepaald persoon aan een ander bestuursorgaan,
d. de burgemeesters, indien deze gegevens op grond van een zwaarwegend algemeen belang noodzakelijk zijn ten behoeve van het geven van advies aan een ander bestuursorgaan en het College bescherming persoonsgegevens ontheffing heeft verleend.
2.
Justitiële gegevens worden desgevraagd verstrekt aan Onze Minister ten behoeve van het geven van een positieve of negatieve verklaring aan buitenlandse autoriteiten voor deelname aan programma’s voor geautomatiseerde grenspassage van andere landen.
1.
Indien in een bij dit artikel aangewezen wet en de daarop berustende bepalingen met het oog op het nemen van besluiten in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht justitiële gegevens noodzakelijk zijn, worden aan de personen of colleges, die op grond van die wetten zijn belast met het nemen van die besluiten, desgevraagd justitiële gegevens verstrekt.
2.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het bestuursorgaan dat beslist in administratief beroep.
3.
De wetten, bedoeld in het eerste lid, zijn:
a. de Drank- en Horecawet ;
b. de Flora-en faunawet ;
c. de Wegenverkeerswet 1994 ;
d. de Wet explosieven voor civiel gebruik ;
e. de Wet op de kansspelen ;
f. de Kaderwet dienstplicht .
4.
Indien in een algemene plaatselijke verordening in het kader van de beoordeling van de aanvraag om een vergunning voor het bedrijfsmatig geven van gelegenheid tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling gevolg wordt verbonden aan bepaalde onherroepelijke afdoeningen, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.
1.
Ten behoeve van het nemen van een besluit tot oplegging van een bestuurlijke boete, worden desgevraagd aan het bestuursorgaan dat op grond van de in het tweede lid genoemde wetten belast is met het nemen van een dergelijk besluit, justitiële gegevens verstrekt die noodzakelijk zijn voor de beoordeling of sprake is van herhaalde overtreding van de voorschriften uit die wetten.
2.
De in het eerste lid bedoelde wetten zijn:
a. de Toeslagenwet ;
b. de Werkloosheidswet ;
c. de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen ;
d. de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen ;
e. de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering ;
f. de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten ;
g. de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen ;
h. de Ziektewet ;
i. de Algemene Kinderbijslagwet ;
j. de Algemene nabestaandenwet ;
k. de Algemene Ouderdomswet ;
l. de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers ;
m. de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen ;
n. de Participatiewet .
3.
Het bestuursorgaan, dat op grond van het eerste lid justitiële gegevens ontvangt, kan deze gegevens verder verstrekken aan andere bestuursorganen die belast zijn met het nemen van een besluit als bedoeld in het eerste lid.
Artikel 14
Justitiële gegevens worden desgevraagd verstrekt aan het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst en het hoofd van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst ten behoeve van de taakvervulling van deze diensten.
1.
Justitiële gegevens worden desgevraagd verstrekt aan:
a. het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, ten behoeve van de uitoefening van zijn wettelijke omschreven taak;
b. bestuursorganen en rechtspersonen met een overheidstaak als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a, van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, voor zover dat noodzakelijk is in de gevallen waarin zij bevoegd zijn tot toepassing van die wet ;
2.
De krachtens het eerste lid, onder b, verstrekte justitiële gegevens betreffen uitsluitend de betrokkene, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. Indien de betrokkene een rechtspersoon is betreffen de gegevens zowel de rechtspersoon als de bestuurders, alsmede de gegevens met betrekking tot strafbare feiten waaraan artikel 51, tweede lid, onder 2°, van het Wetboek van Strafrecht ten grondslag heeft gelegen. Indien een bestuurder een rechtspersoon is betreffen de gegevens eveneens deze rechtspersoon, alsmede de bestuurders daarvan. Indien de betrokkene een maatschap of vennootschap onder firma is betreffen de gegevens de maten, dan wel de vennoten, uitgezonderd de gegevens betreffende de vennoot en commandite, alsmede de gegevens met betrekking tot strafbare feiten waaraan artikel 51, tweede lid, onder 2°, van het Wetboek van Strafrecht ten grondslag heeft gelegen. Indien de vennoten of maten rechtspersoonlijkheid bezitten betreffen de gegevens deze rechtspersonen, alsmede de bestuurders daarvan.
Artikel 16
Justitiële gegevens worden desgevraagd verstrekt aan:
a. Onze Minister ten behoeve van de controle van rechtspersonen met het oog op de voorkoming en bestrijding van misbruik van rechtspersonen, waaronder het plegen van misdrijven en overtredingen van financieel-economische aard door of door middel van deze rechtspersonen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet controle op rechtspersonen;
b. Onze Minister en de burgemeesters voorzover dit noodzakelijk is in het kader van de beoordeling van een verzoek tot verkrijging van het Nederlanderschap op grond van de Rijkswet op het Nederlanderschap ;
c. Onze Minister voorzover dit noodzakelijk is voor het verwerken van deze gegevens in het Cliënt-Volgsysteem Jeugdcriminaliteit;
d. Onze Minister en aan de korpschef voorzover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van de Wet wapens en munitie , de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus en van de Flora- en faunawet ;
e. Onze Minister van Defensie en het hoofd van het onderdeel van de Belastingdienst, de Centrale dienst voor in- en uitvoer, voor zover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van de Wet wapens en munitie en andere in dat kader relevante regelgeving.
1.
Justitiële gegevens worden voorzover dit noodzakelijk is voor de uitoefening van hun taken desgevraagd verstrekt aan:
a. de directeur van de stichting en de reclasseringsinstelling, bedoeld in artikel 1, onder b en c, van de Reclasseringsregeling 1995;
b. de reclasseringswerkers, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Reclasseringsregeling 1995;
c. de medewerkers van de gecertificeerde instelling, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, die zijn belast met de uitvoering van de jeugdreclassering;
d. de directeur of ressortsdirecteur van de raad voor de kinderbescherming;
e. de gedragsdeskundigen die zijn belast met de opstelling van rapporten of adviezen als bedoeld in de artikelen 37, tweede en derde lid en 37a, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht.
2.
De in het eerste lid bedoelde personen kunnen tevens kennis nemen van de justitiële gegevens betreffende misdrijven tegen de zeden, bedoeld in artikel 4 van de wet.
3.
Justitiële gegevens worden voor zover dit nodig is voor de uitvoering van het Interimbesluit forensische zorg verstrekt aan zorgaanbieders die forensische zorg verlenen.
a. voor de selectie en bejegening van personen ten aanzien van wie de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel plaatsvindt;
b. voor het nemen van beslissingen over het verlaten van de inrichting bij wijze van verlof.
Artikel 18a
Justitiële gegevens worden desgevraagd verstrekt aan de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming, voor zover hij deze behoeft voor het nemen van beslissingen op beroep of schorsingsverzoeken.
Artikel 19
Justitiële gegevens worden ten behoeve van de uitvoering van de Vreemdelingenwet 2000 desgevraagd verstrekt aan:
a. Onze Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel;
b. de personen, bedoeld in de artikelen 46, 47 en 47a van de Vreemdelingenwet 2000.
Artikel 20
Justitiële gegevens worden ten behoeve van de uitvoering van de Paspoortwet desgevraagd verstrekt aan:
a. de autoriteiten, bedoeld in artikel 24 van die wet , in verband met het doen van een verzoek tot weigering of vervallenverklaring van een reisdocument;
b. de autoriteiten, bedoeld in artikel 25, derde lid, van die wet , in verband met het vermelden van een persoon in het op grond van dat artikel bijgehouden register;
c. de autoriteiten, bedoeld in artikel 44, eerste lid, van die wet, in verband met het nemen van een beslissing tot weigering of vervallenverklaring van een reisdocument.
Artikel 21
Justitiële gegevens worden desgevraagd verstrekt aan:
a. de hulpofficier van justitie ten behoeve van de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde, bedoeld in artikel 3 van de Politiewet 2012 en de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, alsmede de hulpofficier van justitie van de Koninklijke marechaussee ten behoeve van de politietaken, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Politiewet 2012;
b. het hoofd van een dienst die is belast met de behandeling van verzoeken om rechtshulp, van een landelijke eenheid als bedoeld in artikel 25, eerste lid, onderdeel b, van de Politiewet 2012 ten behoeve van het controleren van de juistheid van de gegevens uit de politieregisters, die op grond van een verzoek om rechtshulp door autoriteiten van een vreemde staat, als bedoeld in artikel 552h van het Wetboek van Strafvordering, al dan niet namens de officier van justitie worden verstrekt;
c. het hoofd van een dienst die is belast met de behandeling van verzoeken om rechtshulp, van een landelijke eenheid als bedoeld in artikel 25, eerste lid, onderdeel b, van de Politiewet 2012, of ingeval van rechtstreekse verstrekking de korpschef of de commandant van de Koninklijke marechaussee ten behoeve van het controleren van de juistheid van de gegevens uit de politieregisters, die zonder een daartoe strekkend verzoek op grond van artikel 5:1 van het Besluit politiegegevens aan politie-autoriteiten in een ander land worden verstrekt;
d. het hoofd van het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties, bedoeld in artikel 12 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, voorzover dit noodzakelijk is om te kunnen beoordelen of de ongebruikelijke transacties van belang zijn voor de voorkoming en opsporing van misdrijven;
e. de korpschef voorzover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van artikel 8 van de Europol-Overeenkomst;
f. de commandant van de Koninklijke marechaussee voorzover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus .
Artikel 22
Justitiële gegevens worden desgevraagd verstrekt aan:
a. de contactambtenaren bedoeld in artikel 58 van de Wet op de economische delicten, ten behoeve van de hun als zodanig opgedragen werkzaamheden;
b. de daartoe door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu aangewezen ambtenaren ter zake van overtredingen:
2°. die kunnen leiden tot het niet voldoen aan de betrouwbaarheidseis, bedoeld in artikel 5 van de Wet personenvervoer 2000 en artikel 2.8 van de Wet wegvervoer goederen,
4°. bedoeld onder ten tweede, voor zover de overtredingen zijn begaan door een in een andere lidstaat gevestigde vervoerder of diens vervoersmanager.
Artikel 22a
Justitiële gegevens van degene die in het bezit is van een chauffeurskaart als bedoeld in artikel 1, onder h, van het Besluit personenvervoer 2000, worden ambtshalve verstrekt aan Onze Minister. Onze Minister verstrekt de justitiële gegevens, bedoeld in artikel 6, eerste lid, en artikel 7, eerste lid, onder f, terzake van de strafbare feiten die van belang zijn voor de beoordeling van een met het oog op het uitoefenen van het beroep van taxichauffeur aangevraagde verklaring omtrent het gedrag, verder aan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, met het oog op toepassing van artikel 82, zesde lid, van het Besluit personenvervoer 2000.
Artikel 22b
Justitiële gegevens van degenen, bedoeld in de artikelen 1.50, 1.56, 1.56b en 2.6 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen, worden ambtshalve verstrekt aan Onze Minister. Onze Minister verstrekt de justitiële gegevens als bedoeld in artikel 6, eerste lid, en artikel 7, eerste lid, onder f, ter zake van de strafbare feiten die van belang zijn voor de beoordeling van een met het oog op het werkzaam zijn in de kinderopvang of in het peuterspeelzaalwerk aangevraagde verklaring omtrent het gedrag, verder aan Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het college van burgemeester en wethouders met het oog op het toezicht op de naleving van de kwaliteitseisen die de artikelen 1.50, 1.56, 1.56b en 2.6 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen stellen aan de exploitatie van kinderopvangvoorzieningen of peuterspeelzalen.
Artikel 22c
Justitiële gegevens van degene die in het bezit is van een toegangsbewijs als bedoeld in artikel 11a, eerste lid, van het Besluit beveiliging burgerluchtvaart, worden ambtshalve verstrekt aan Onze Minister. Onze Minister verstrekt de justitiële gegevens, bedoeld in de artikelen 6, eerste lid, en 7, eerste lid, onder f, terzake van de strafbare feiten die van belang zijn voor de beoordeling van een aanvraag om afgifte van een verklaring omtrent het gedrag met het oog op het uitoefenen van de werkzaamheden op een luchtvaartterrein, verder aan de exploitant van het desbetreffende luchtvaartterrein met het oog op toepassing van artikel 11a, vierde lid, van het Besluit beveiliging burgerluchtvaart.
1.
Justitiële gegevens worden met het oog op het bij wettelijk voorschrift geregelde onderzoek naar de betrouwbaarheid en geschiktheid van een persoon die in aanmerking wil komen voor een functie bij een ambtelijke dienst voorzover de functie bijzondere eisen stelt aan de integriteit of verantwoordelijkheid van de betrokkene, desgevraagd verstrekt aan:
a. het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst voorzover het betreft personen die in aanmerking willen komen voor een dienstbetrekking;
b. de korpschef voorzover het betreft personen die in aanmerking willen komen voor een dienstbetrekking bij de politie;
c. de raad van toezicht van het Landelijk selectie- en opleidingsinstituut politie, Politie onderwijs- en kenniscentrum, voorzover het betreft personen die in aanmerking willen komen voor een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs;
d. het college van bestuur van het Landelijk selectie- en opleidingsinstituut politie, Politie onderwijs- en kenniscentrum, voorzover het betreft personen die in aanmerking willen komen voor een dienstbetrekking als ambtenaar als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs;
e. het College van procureurs-generaal voorzover het betreft de personen die in aanmerking willen komen voor een dienstbetrekking als ambtenaar van de rijksrecherche;
f. Onze Minister van Buitenlandse Zaken voorzover het betreft personen die in aanmerking willen komen voor een dienstbetrekking bij de Dienst Buitenlandse Zaken;
g. de directeur-generaal Belastingdienst, voorzover het betreft de boete- en fraudecoördinator, de contactambtenaar Algemene wet inzake rijksbelastingen, de medewerkers fraudeteam en de autorisatiebeheerder en toepassingsbeheerder;
h. de voorzitter van het managementteam van de Belastingdienst/Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst Economische controledienst voorzover het betreft de personen die in aanmerking willen komen voor de functie van opsporingsambtenaar;
i. het hoofd van de Algemene Inspectiedienst van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie voorzover het betreft de personen die in aanmerking willen komen voor de functie van opsporingsambtenaar;
j. de inspecteur-generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat voorzover het betreft de personen die in aanmerking willen komen voor de functie van opsporingsambtenaar;
k. de directeur van een inrichting als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Penitentiaire beginselenwet, de directeur van een inrichting als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden, de directeur van een voorziening als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Tijdelijke wet noodcapaciteit drugskoeriers, de directeur van een grenslogies als bedoeld in artikel 2, aanhef, onder 1, van het Reglement regime grenslogies alsmede de directeur van een inrichting als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen voorzover het betreft personen die in aanmerking willen komen voor een dienstbetrekking.
2.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing, indien op grond van een wettelijk voorschrift gedurende het dienstverband bij een ambtelijke dienst een onderzoek naar de betrouwbaarheid en geschiktheid van een persoon wordt gedaan.
Artikel 24
Justitiële gegevens worden desgevraagd verstrekt aan Onze Minister ten behoeve van:
a. het nemen van de beslissingen over de betrouwbaarheid van buitengewone opsporingsambtenaren;
b. het nemen van de beslissingen over de betrouwbaarheid van de opsporingsambtenaren van de bijzondere opsporingsdiensten, genoemd in artikel 2 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten.
c. het onderzoek naar de betrouwbaarheid en geschiktheid van personen die in aanmerking willen komen voor een functie bij de rechtsprekende macht of als rechterlijk ambtenaar bij het openbaar ministerie;
d. het onderzoek of bezwaren bestaan tegen de vervulling van de functie als lid van een commissie van toezicht op de arrestantenzorg als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van het Besluit beheer politie.
Artikel 25
Justitiële gegevens worden ten behoeve van de toelating tot de inrichting van personen, die niet worden ingesloten in de inrichting respectievelijk voorziening, voorzover dat noodzakelijk is voor de orde of de veiligheid van de inrichting of de voorziening desgevraagd verstrekt aan:
a. de directeur van een inrichting als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Penitentiaire beginselenwet;
b. de directeur van een inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden;
c. de directeur van een voorziening als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Tijdelijke wet noodcapaciteit drugskoeriers;
d. de directeur van een grenslogies als bedoeld in artikel 2, aanhef, onder 1, van het Reglement regime grenslogies;
e. de directeur van een inrichting als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen.
1.
Justitiële gegevens worden desgevraagd verstrekt aan:
a. de directeur van het Nederlands Centraal Instituut voor Giraal Effectenverkeer BV ten behoeve van het onderzoek naar de betrouwbaarheid en de geschiktheid van personen die in aanmerking willen komen voor een dienstbetrekking bij deze rechtspersoon of bij het Nederlands Interprofessioneel Effectencentrum NIEC BV of die al een dienstbetrekking bij een van deze rechtspersonen vervullen, maar in aanmerking willen komen voor een andere dienstbetrekking bij een van deze rechtspersonen alsmede ten behoeve van het onderzoek naar de betrouwbaarheid en de geschiktheid van personen die bij de hiervoor genoemde rechtspersonen werkzaamheden gaan verrichten gedurende een zo lange periode dat hun positie kan worden gelijkgesteld met die van werknemers in dienstverband;
b. de President van De Nederlandsche Bank N.V., ten behoeve van het onderzoek naar de betrouwbaarheid en de geschiktheid van personen die werkzaamheden gaan verrichten of verrichten bij deze rechtspersoon of bij de Europese Centrale Bank;
c. de President van De Nederlandsche Bank N.V. ten behoeve van het onderzoek naar de betrouwbaarheid en de geschiktheid van personen die naar aanleiding van een overeenkomst met De Nederlandsche Bank N.V. worden belast met het vervoer van bankbiljetten, munten of halffabrikaten die worden gebruikt bij de vervaardiging van bankbiljetten of munten;
d. de directeur van Joh. Enschedé Facilities BV ten behoeve van onderzoek naar de betrouwbaarheid en geschiktheid van personen die belast zijn met het produceren van bankbiljetten en waardepapieren;
e. de voorzitter van de Autoriteit Financiële Markten ten behoeve van het onderzoek naar de betrouwbaarheid en de geschiktheid van personen die in aanmerking willen komen voor een dienstbetrekking bij dit bestuursorgaan of die reeds een dienstbetrekking vervullen bij dit bestuursorgaan, maar die in aanmerking willen komen voor een andere dienstbetrekking bij dit bestuursorgaan, alsmede ten behoeve van het onderzoek naar de betrouwbaarheid en de geschiktheid van personen die bij dit bestuursorgaan werkzaamheden gaan verrichten gedurende een zo lange periode dat hun positie kan worden gelijkgesteld met die van werknemers in dienstverband.
2.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing met het oog op het nemen van beslissingen over het ontslag van personeel.
1.
Justitiële gegevens worden ten behoeve van het onderzoek naar de betrouwbaarheid en de geschiktheid van personen die in aanmerking willen komen voor een dienstbetrekking bij de genoemde organisaties desgevraagd verstrekt aan:
a. het hoofd van de Dienst Bedrijfsbeveiliging van de Koninklijke Luchtvaartmaatschappij NV;
b. de directeur van SAGEM Identification bv.
2.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing met het oog op het nemen van beslissingen ten behoeve van het onderzoek naar de betrouwbaarheid en de geschiktheid van personen die bij de rechtspersonen, genoemd in het eerste lid, werkzaamheden gaan verrichten gedurende een zodanig lange periode dat hun positie kan worden gelijkgesteld met die van werknemers in dienstverband alsmede met het oog op het nemen van beslissingen over het ontslag van personeel.
1.
Er worden geen verstrekkingen als bedoeld in de artikelen 23 tot en met 27 gedaan dan nadat de persoon, instantie, dienst of organisatie die om de gegevens verzoekt een ondertekende verklaring van betrokkene heeft overgelegd waaruit blijkt dat hij toestemming voor de verstrekking geeft en op de hoogte is van de wijze waarop met de justitiële gegevens wordt omgegaan.
2.
De persoon, instantie, dienst, college of organisatie die overeenkomstig deze paragraaf justitiële gegevens heeft ontvangen doet van deze gegevens en de gevolgen die de persoon, instantie, dienst of organisatie voornemens is daaraan te verbinden schriftelijk mededeling aan de betrokkene en stelt hem in het geval bedenkingen van hem zijn te verwachten, in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen.
1.
Justitiële gegevens worden desgevraagd verstrekt aan:
a. de voorzitter van de commissies die zijn belast met de selectie van personen die in aanmerking willen komen voor een functie bij de rechtsprekende macht of als rechterlijk ambtenaar bij het Openbaar Ministerie, ten behoeve van onderzoek naar de betrouwbaarheid en geschiktheid van die personen;
b. de personen belast met het opmaken van een aanbeveling voor de vervulling van het ambt van Nationale ombudsman of substituut-ombudsman, ten behoeve van het opmaken van zodanige aanbeveling;
c. de voorzitters van de kamers van toezicht ten behoeve van het onderzoek naar de betrouwbaarheid en de geschiktheid van personen die in aanmerking willen komen voor een benoeming tot notaris;
d. de korpschef ten behoeve van zijn adviserende taak in het kader van de benoeming en de herbenoeming van de leden van de commissies van toezicht op de arrestantenzorg, bedoeld in artikel 24, eerste lid, van het Besluit beheer politie.
2.
Artikel 28 is van overeenkomstige toepassing.
1.
Justitiële gegevens worden desgevraagd verstrekt aan:
a. de secretaris-generaal van het Ministerie van Veiligheid en Justitie ten behoeve van de voordracht die wordt gedaan met het oog op de benoeming van een minister of staatssecretaris;
b. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ten behoeve van de voordracht voor benoeming van de commissaris van de Koningin en de Rijksvertegenwoordiger voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
c. de commissaris van de Koningin ten behoeve van het dienen van advies:
1º. inzake de benoeming van burgemeesters;
2º. inzake de verlening van een koninklijke onderscheiding aan een burgemeester op grond van het Reglement op de orde van de Nederlandse Leeuw en de Orde van Oranje-Nassau;
3°. inzake de verlening van het predikaat Koninklijk, de verlening van het recht tot het voeren van het Koninklijk Wapen met de toevoeging «Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier» alsmede de verlening van de Koninklijke Erepenning;
d. de burgemeester ten behoeve van het dienen van advies:
1°. inzake de verlening van een koninklijke onderscheiding op grond van het Reglement op de Orde van de Nederlandse Leeuw en de Orde van Oranje-Nassau ;
2°. inzake de verlening van het predikaat Koninklijk, de verlening van het recht tot het voeren van het Koninklijk Wapen met de toevoeging «Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier» alsmede de verlening van de Koninklijke Erepenning;
e. de Rijksvertegenwoordiger voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba ten behoeve van het dienen van advies inzake de benoeming van gezaghebbers;
f. Onze Minister van Defensie met het oog op de toekenning van bij koninklijk besluit te verlenen onderscheidingen.
2.
Met het oog op de adviserende bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, onder c, onder 2° en onder d, kunnen justitiële gegevens betreffende misdrijven tegen de zeden, bedoeld in artikel 4 van de wet worden verstrekt.
3.
In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onder b, onder c, onder 1°, en onder e, is artikel 28 van overeenkomstige toepassing.
1.
Justitiële of strafvorderlijke gegevens kunnen slechts worden verstrekt ten behoeve van beleidsinformatie, wetenschappelijk onderzoek en statistiek nadat aan de betrokken onderzoeker daartoe schriftelijk toestemming is verleend door Onze Minister van Veiligheid en Justitie onderscheidenlijk het College van procureurs-generaal.
2.
De toestemming, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts gegeven indien:
a. de beleidsinformatie of het onderzoek het algemeen belang dient;
b. de organisatie die de gegevens verstrekt niet onnodig wordt belast;
c. de beleidsinformatie zonder de betrokken gegevens onvolledig is of het onderzoek zonder de betrokken gegevens niet kan worden uitgevoerd, en
d. de persoonlijke levenssfeer van de betreffende personen niet onevenredig wordt geschaad.
3.
Aan de toestemming, bedoeld in het eerste lid, kunnen voorwaarden worden verbonden.
4.
De toestemming, bedoeld in het eerste lid, wordt ter kennis gebracht van de betreffende verantwoordelijke en geldt als machtiging tot het verstrekken van de omschreven gegevens.
5.
Benadering van personen over wie justitiële of strafvorderlijke gegevens worden verwerkt door de onderzoeker vindt niet plaats, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan bij de toestemming ingevolge het eerste lid. Deze toestemming kan slechts worden verleend indien rechtstreekse benadering voor het doel van het onderzoek onvermijdelijk is.
1.
Justitiële en strafvorderlijke gegevens kunnen desgevraagd, door tussenkomst van de officier van justitie, worden verstrekt aan de bevoegde autoriteit in een ander land, onder de voorwaarde dat deze slechts kunnen worden verwerkt voor het doel waarvoor ze zijn verstrekt.
2.
Voor zover mogelijk controleert de verstrekkende autoriteit in Nederland de kwaliteit van de justitiële en strafvorderlijke gegevens voordat de gegevens worden verstrekt en wordt aan de verstrekte gegevens informatie toegevoegd aan de hand waarvan de ontvanger de mate van juistheid, volledigheid, actualiteit en betrouwbaarheid kan beoordelen.
3.
Als blijkt dat onjuiste gegevens zijn verstrekt, deelt de verstrekkende autoriteit dit onverwijld mee aan de personen of instanties van het land waaraan de gegevens zijn verstrekt, met het verzoek de gegevens onmiddellijk te corrigeren, te wissen of af te schermen.
1.
Indien justitiële of strafvorderlijke gegevens zonder voorafgaand verzoek tot verstrekking worden ontvangen van een ander land of van een internationaal orgaan, dan beoordeelt de ontvangende autoriteit in Nederland onmiddellijk of deze gegevens noodzakelijk zijn voor het doel waarvoor zij zijn verstrekt.
2.
Indien krachtens het recht van het andere land specifieke beperkingen op de verwerking van justitiële of strafvorderlijke gegevens gelden, ziet de ontvangende autoriteit in Nederland erop toe dat die beperkingen in acht worden genomen, indien die beperkingen door de verstrekkende autoriteit zijn gemeld.
3.
Indien justitiële of strafvorderlijke gegevens worden ontvangen van een ander land of van een internationale organisatie, wordt de verstrekkende instantie desgevraagd geïnformeerd over de verwerking van de verstrekte gegevens en het daardoor behaalde resultaat.
1.
Justitiële gegevens van natuurlijke personen, die betrekking hebben op een onherroepelijke veroordeling wegens een misdrijf waarbij een straf, al dan niet tezamen met een maatregel, is opgelegd en wegens overtredingen indien daarbij een vrijheidsstraf – anders dan een vervangende – of een taakstraf is opgelegd, worden onverwijld verstrekt aan de centrale autoriteit van de lidstaat van nationaliteit van de veroordeelde.
2.
Als blijkt dat op grond van het eerste lid onjuiste gegevens zijn verstrekt, verzoekt de centrale autoriteit onverwijld de centrale autoriteit die de gegevens heeft ontvangen, de gegevens onmiddellijk te corrigeren, te wissen of af te schermen.
3.
De centrale autoriteit zendt desgevraagd de centrale autoriteit die op grond van het eerste lid gegevens heeft ontvangen een afschrift van de veroordelingen, de daaropvolgende maatregelen en eventuele overige informatie ter zake.
1.
Justitiële gegevens worden desgevraagd verstrekt aan de centrale autoriteit van een andere lidstaat ten behoeve van een strafrechtelijke procedure.
2.
Justitiële gegevens die betrekking hebben op een misdrijf bedoeld in de artikelen 240b, 242 tot en met 250 en 273f van het Wetboek van Strafrecht, worden desgevraagd verstrekt aan de centrale autoriteit van een andere lidstaat ten behoeve van een procedure die verband houdt met het aannemen van personeel voor activiteiten waarbij de betrokkene rechtstreeks en geregeld in aanraking komt met kinderen.
3.
Justitiële gegevens kunnen desgevraagd worden verstrekt aan de centrale autoriteit van een andere lidstaat ten behoeve van andere doeleinden.
4.
De centrale autoriteit onderzoekt de volledigheid van de bij een verzoek, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, verstrekte informatie. Indien de bij het verzoek verstrekte informatie volledig is, worden de justitiële gegevens onverwijld maar in ieder geval binnen tien werkdagen na de dag waarop het verzoek is ontvangen, verstrekt. Indien nadere informatie nodig is met het oog op vaststelling van de identiteit van de persoon op wie het verzoek betrekking heeft, wordt onverwijld overlegd met de centrale autoriteit die het verzoek heeft gedaan teneinde binnen tien werkdagen na de dag waarop de aanvullende informatie is verkregen, een antwoord te kunnen verzenden.
5.
De beantwoording van het verzoek bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, geschiedt langs geautomatiseerde weg.
6.
Tot uiterlijk een jaar na de verstrekking op grond van het eerste, tweede of derde lid stelt de centrale autoriteit onverwijld de centrale autoriteit die de gegevens heeft ontvangen in kennis van wijziging of schrapping van de verstrekte gegevens.
1.
Justitiële en strafvorderlijke gegevens worden verstrekt onder de voorwaarde dat deze slechts kunnen worden verwerkt voor het doel waarvoor ze zijn verstrekt en, indien aanleiding bestaat tot het stellen van grenzen aan de verdere verwerking, binnen die grenzen.
2.
Justitiële gegevens kunnen tevens verder worden verwerkt voor de doelen, genoemd in het derde lid, onder c.
3.
Onverminderd specifieke regels in een richtlijn of verordening op grond van hoofdstuk 4 of hoofdstuk 5 van Titel V van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie kunnen strafvorderlijke gegevens tevens verder worden verwerkt voor de volgende doelen:
a. de voorkoming, opsporing of vervolging van andere strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van andere straffen dan die waarvoor de gegevens waren verstrekt;
b. andere gerechtelijke en administratieve procedures die rechtstreeks verband houden met de voorkoming, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten en de tenuitvoerlegging van straffen;
c. de voorkoming van een onmiddellijke en ernstige bedreiging van de openbare veiligheid, of,
d. een ander doel, met instemming van de verantwoordelijke of van de betrokkene.
4.
De gegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden verstrekt onder de voorwaarde dat deze door de ontvangende autoriteit worden gewist zodra het doel, met het oog waarop de gegevens zijn verstrekt, is vervuld.
5.
Indien dit uit de wet voortvloeit kunnen bij de verstrekking termijnen worden gesteld, na afloop waarvan de verstrekte gegevens door de ontvangende autoriteit moeten worden gewist, behoudens wanneer verdere verwerking noodzakelijk is voor een lopend onderzoek, de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen.
Artikel 37
De van een centrale autoriteit van een andere lidstaat ontvangen gegevens die betrekking hebben op de onherroepelijke veroordeling wegens een strafbaar feit van een Nederlandse onderdaan en van de nadien met betrekking tot die veroordeling genomen maatregelen ten aanzien van die onderdaan, worden opgeslagen in de justitiële documentatie.
1.
Justitiële en strafvorderlijke gegevens, die zijn ontvangen van een andere lidstaat, kunnen slechts worden verwerkt voor het doel waarvoor ze zijn verstrekt en binnen de door de verstrekkende lidstaat bepaalde grenzen. Tevens is verdere verwerking mogelijk voor de doelen, genoemd in artikel 36, derde lid.
2.
De op grond van het eerste lid ontvangen gegevens worden vernietigd zodra het doel, bedoeld in het eerste lid, is vervuld of, indien door de verstrekkende lidstaat op grond van het nationale recht termijnen zijn gesteld na afloop waarvan de verstrekte gegevens moeten worden vernietigd, na afloop van de gestelde termijn. Alsdan ziet de centrale autoriteit in Nederland erop toe dat de gegevens daadwerkelijk worden vernietigd.
3.
Het tweede lid is niet van toepassing op de gegevens die zijn ontvangen in het kader van een verzoek tot verkrijging van het Nederlanderschap op grond van de Rijkswet op het Nederlanderschap , voor zover het Nederlanderschap wordt verleend aan de betrokkene. Artikel 37 is van overeenkomstige toepassing op deze gegevens.
4.
Artikel 33, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
1.
Justitiële en strafvorderlijke gegevens, die zijn ontvangen van een andere lidstaat, kunnen worden doorgegeven aan autoriteiten in een derde land of aan een internationaal orgaan, belast met de preventie, de opsporing of de vervolging van strafbare feiten dan wel de executie daarvan, voor zover zij deze behoeven voor een goede uitvoering van die taken en de lidstaat, waarvan de gegevens afkomstig zijn, heeft ingestemd met die doorgifte.
2.
In afwijking van het eerste lid kunnen justitiële en strafvorderlijke gegevens door de centrale autoriteit in Nederland door tussenkomst van de officier van justitie zonder voorafgaande toestemming worden doorgegeven indien dit van essentieel belang is ter voorkoming van een onmiddellijke en ernstige bedreiging van de openbare veiligheid van een lidstaat of derde land of voor wezenlijke belangen van een lidstaat, en de toestemming niet tijdig kan worden verkregen. De voor het verlenen van de toestemming bevoegde autoriteit wordt onverwijld geïnformeerd.
1.
Justitiële en strafvorderlijke gegevens, die zijn ontvangen van een andere lidstaat, kunnen worden doorgegeven aan een instantie met een particuliere taak indien:
a. de bevoegde autoriteit van de lidstaat, waarvan de gegevens afkomstig zijn, heeft ingestemd met die doorgifte;
b. geen gerechtvaardigde belangen van de betrokkene zich tegen doorgifte verzetten, en
c. in bijzondere gevallen de doorgifte essentieel is voor de persoon of instantie die de gegevens doorgeeft aan de betreffende instantie ten behoeve van:
1°. de uitvoering van haar wettelijke taken;
2°. de preventie, het onderzoek, de opsporing of de vervolging van strafbare feiten en de tenuitvoerlegging van straffen;
3°. het voorkomen van een onmiddellijke en ernstige bedreiging van de openbare veiligheid, of
4°. het voorkomen van een ernstige schending van de rechten van personen.
2.
Bij de doorgifte, bedoeld in het eerste lid, wordt medegedeeld voor welk doel de gegevens uitsluitend verder mogen worden verwerkt.
1.
Aan Eurojust worden justitiële en strafvorderlijke gegevens verstrekt ten behoeve van de vervulling van de doelstelling en taken van die organisatie voor zover dat voorvloeit uit een richtlijn of verordening op grond van hoofdstuk 4 of hoofdstuk 5 van Titel V van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. De gegevens worden verstrekt door tussenkomst van het nationale lid van Eurojust.
2.
De verstrekking van justitiële en strafvorderlijke gegevens aan Eurojust kan worden geweigerd indien wezenlijke nationale veiligheidsbelangen worden geschaad of de veiligheid van een persoon in gevaar wordt gebracht.
3.
Justitiële en strafvorderlijke gegevens worden verstrekt aan het nationale lid van Eurojust, voor zover hij deze behoeft in verband met de doelstelling en taken, bedoeld in het eerste lid. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
1.
Aan Europol worden justitiële en strafvorderlijke gegevens verstrekt ten behoeve van de vervulling van de doelstelling en taken van die dienst, voor zover dat voortvloeit uit een richtlijn of verordening op grond van hoofdstuk 4 of hoofdstuk 5 van Titel V van het verdrag betreffende de werking van Europese Unie. De politiegegevens worden verstrekt door tussenkomst van een landelijke eenheid als bedoeld in artikel 25, eerste lid, onder b, van de Politiewet 2012.
2.
De verstrekking van gegevens aan Europol kan worden geweigerd indien:
a. wezenlijke nationale veiligheidsbelangen worden geschaad,
b. het welslagen van lopende onderzoeken of de veiligheid van personen in gevaar wordt gebracht, of
c. informatie wordt bekend gemaakt die betrekking heeft op specifieke inlichtingendiensten of -activiteiten op het gebied van de staatsveiligheid.
3.
Justitiële en strafvorderlijke gegevens worden verstrekt aan de nationale verbindingsofficieren bij Europol, voor zover zij deze behoeven in verband met de doelstelling en taken, bedoeld in het eerste lid. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
1.
De personen, instanties of colleges, bedoeld in artikel 8, eerste en tweede lid van de wet en in hoofdstuk 3, aan wie justitiële gegevens worden verstrekt kunnen onder hen ressorterend personeel machtigen tot het doen van een verzoek om justitiële gegevens. In dat geval wordt de machtiging in het verzoek om inlichtingen vermeld.
2.
In de gevallen waarin op grond van dit besluit de burgemeester bevoegd is om justitiële gegevens te vragen, kan hij de politiechef wiens regionale eenheid de politietaak uitvoert in het gebied waarin de gemeente is gelegen, machtigen tot het doen van een verzoek om de betreffende gegevens.
Artikel 44
Onze Minister kan bij zijn onderzoek met betrekking tot de afgifte van de verklaring omtrent het gedrag kennis nemen van de justitiële gegevens betreffende misdrijven tegen de zeden, bedoeld in artikel 4 van de wet.
1.
Onze Minister neemt bij zijn onderzoek als bedoeld in artikel 36 van de wet in het kader van de beoordeling van de eis van betrouwbaarheid, bedoeld in artikel 18, eerste lid, van het Besluit goederenvervoer over de weg en artikel 22, eerste lid, 23, eerste lid, en 30, vierde lid, 76.1 van het Besluit personenvervoer 2000 uitsluitend kennis van de gegevens bedoeld in de artikelen 10, 11 en 12 van de Wet.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing op de beoordeling van de afgifte van de verklaring omtrent het gedrag in het kader van de beoordeling van de eis van betrouwbaarheid van de vervoerder of bestuurder van één of meer taxi's.
Artikel 46
De rapporten die het persoonsdossier vormen zijn afkomstig van:
a. een reclasseringsinstelling als bedoeld in artikel 4 van de Reclasseringsregeling 1995;
b. de raad voor de kinderbescherming;
c. een gecertificeerde instelling als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet bij de uitvoering van reclassering;
d. een penitentiaire inrichting als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Penitentiaire beginselenwet;
g. Onze Minister.
Artikel 47. De verstrekking van afschriften van rapporten uit persoonsdossiers
Afschriften van rapporten uit een persoonsdossier worden verstrekt aan:
a. de directeur van een gecertificeerde instelling als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet ten behoeve van het verlenen van hulp en steun aan jeugdigen die worden verdacht van of zijn veroordeeld wegens een strafbaar feit of ten aanzien van wie op grond van bepalingen in het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering voorwaarden zijn gesteld;
b. Onze Minister ten behoeve van het voorbereiden van enig rapport met het oog op een juiste toepassing van het strafrecht.
1.
Voor een mededeling als bedoeld in artikel 18, 19, 43 of  44 van de wet is een vergoeding van € 4,54 verschuldigd.
2.
Onze Minister neemt een aanvraag tot afgifte van een verklaring omtrent het gedrag eerst in behandeling nadat de bij ministeriële regeling vastgestelde vergoeding voor de kosten van deze behandeling is ontvangen.
3.
Voor het verstrekken van justitiële gegevens, als bedoeld in artikel 30bis, is een bij ministeriële regeling vastgestelde vergoeding verschuldigd.
Artikel 49
De volgende besluiten, regelingen en beschikkingen worden ingetrokken:
a. het Besluit registratie justitiële gegevens ;
b. het Besluit inlichtingen justitiële documentatie ;
c. het Besluit inlichtingen strafregisters ;
d. het Besluit van 30 januari 1956 betreffende uitvoeringsvoorschriften ten aanzien van de verklaringen omtrent het gedrag ;
e. het Besluit van 20 februari 1958 betreffende de samenstelling van de commissies van advies inzake de afgifte van verklaringen omtrent het gedrag ;
f. de Regeling van 10 december 1993, Stcrt. 250 ;
g. de Regeling van 23 maart 1994, Stcrt. 65, houdende de aanwijzing van de beheerder van de afdeling van de justitiële documentatiedienst ten departementen ;
h. de beschikking van de Minister van Justitie van 16 april 1951, Stcrt. 76 .
i. de beschikking van de Minister van Justitie van 10 november 1958, Stcrt. 221
j. de beschikking van de Minister van Justitie van 10 november 1958, Stcrt. 223 ;
k. de beschikking van de Minister van Binnenlandse Zaken, Bezitsvorming en Publieke Bedrijfsorganisaties van 15 januari 1959, Stcrt. 24 ;
l. de beschikking van de Minister van Binnenlandse Zaken van 18 december 1972, Stcrt. 250 .
Artikel 50
De gegevens die voor de inwerkingtreding van de wet overeenkomstig een wettelijk voorschrift door de justitiële documentatiedienst waren geregistreerd worden op het moment van inwerkingtreding aangemerkt als justitiële gegevens.
Artikel 51
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet justitiële gegevens in werking treedt met uitzondering van artikel 7, eerste lid, onder k, dat in werking treedt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Artikel 52
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 25 maart 2004
De Minister van Justitie ,
Uitgegeven de eenendertigste maart 2004
De Minister van Justitie ,
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemeen
+ Hoofdstuk 2
+ Hoofdstuk 3. De verstrekking van justitiële en strafvorderlijke gegevens
+ Hoofdstuk 4. De verklaring omtrent het gedrag
+ Hoofdstuk 5. Afkomst van de rapporten die persoonsdossiers vormen
+ Hoofdstuk 6. Kosten
+ Hoofdstuk 7. Overgangs- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken