Let op. Deze wet is vervallen op 28 augustus 2004. U leest nu de tekst die gold op 27 augustus 2004.

Besluit Kernprogramma opleiding diploma Kraamverzorgster 1984

Uitgebreide informatie
Artikel 19
De leerling wordt tot het eindexamen toegelaten als aan de hoofdinspecteur de volgende stukken zijn overgelegd, welke hem tenminste 3 weken vóór de datum van het examen dienen te worden voorgelegd door de provinciaal verpleegkundige:
a. het praktijkboekje waaruit moet blijken dat:-
de leerling kraamverzorgster het aantal onderbrekingsdagen zoals gesteld in artikel 4, tweede en derde lid, niet heeft overschreden, behoudens ontheffing ingevolge het vierde lid van dat artikel;-
alle verplichte handelingen volgens artikel 15, eerste lid zijn afgetekend door of namens de leidster-docente van het kraamcentrum;-
de zittingen op consultatiebureau's zoals gesteld in artikel 15, tweede lid, zijn bijgewoond;
b. de gezinslijst, volgens een in bijlage 2 aangegeven model, waaruit moet blijken dat de leerling kraamverzorgster aan de eisen gesteld in artikel 14, tweede lid, heeft voldaan;
c. de geanonimiseerde temperatuurlijsten behorende bij de op de gezinslijst vermelde verzorgingen;
d. een overzichtslijst afsluiting opleiding tot kraamverzorgsters, waaruit moet blijken dat de beoordelingen, bedoeld in de artikelen 10 en 16 met voldoende of goed zijn gewaardeerd.
e. een bewijs van storting in de rijksschatkist van het vastgestelde examengeld ten bedrage van f 60.
1.
Het eindexamen ter verkrijging van het diploma kraamverzorgster wordt afgenomen aan het einde van de praktijkperiode in de vorm van een eindgesprek en vindt plaats in het internaat.
2.
Bij het eindgesprek wordt uitgegaan van een door de leerling opgesteld gecombineerd verslag van recente datum naar aanleiding van een bevalling met aansluitende ononderbroken verzorging van 9 à 10 dagen, die door de leerling is verricht in het 2e halfjaar van de praktijkperiode.
Het eindgesprek behelst een toetsing van de integratie van de vakgebieden zorg voor kraamvrouw en pasgeborene, huishouding en vorming, het geven van vorming en instructie, alsmede een beoordeling of de kandidaat met voldoende kennis en inzicht kraamzorg kan verlenen.
3.
Het eindexamen wordt gehouden tussen 9.00 uur en 18.00 uur en duurt ten hoogste 45 minuten. Er wordt protocol geschreven.
1.
De directrice van het opleidingsinternaat geeft ten minste acht weken vóór het eindexamen de data van de eindgesprekken door aan de inspecteur met het verzoek om per eindgesprek één of meer gecommitteerden aan te wijzen en regelt het eindgesprek overeenkomstig de aanwijzingen van de inspecteur.
2.
Vier weken vóór het eindexamen wordt aan de inspecteur een opgave verstrekt:
a. van de docenten verbonden aan de opleiding, die zitting zullen nemen in de examencommissie, bedoeld in artikel 23;
b. van het examenrooster.
3.
Aan de leden van de examencommissie en de door de inspecteur aangewezen gecommitteerden worden 3 weken tevoren behalve het examenrooster ook de verslagen van de leerlingen toegezonden, die uitgangspunt zullen zijn voor het gesprek.
Artikel 22
Ten behoeve van de gecommitteerde(n) dient er bij het eindgesprek per leerling aanwezig te zijn:-
het praktijkboekje;-
de gezinslijst;-
de temperatuurlijsten behorende bij de op de gezinslijst vermelde verzorgingen;-
het overzicht afsluiting opleiding tot kraamverzorgster;-
10 door de leerling gemaakte verslagen van door haar verrichte verzorgingen;-
de waarderingen van het functioneren tijdens de praktijkperiode in de 3e, 6e en 9e maand;-
de door de leerling gemaakte tussentoets en eindtoets.
1.
Tot het afnemen van het eindgesprek wordt door de directrice van het internaat een examencommissie samengesteld bestaande uit een staflid van het internaat en een vakdocent van het vak verloskunde of kinderhygiëne en de leidster-docente of adjunct-leidster-docente van het desbetreffende kraamcentrum.
2.
De inspecteur wijst per eindgesprek één of meer gecommitteerden aan, die direct noch indirect betrokken mogen zijn bij de desbetreffende opleiding.
1.
De waardering van het eindexamen geschiedt in de bewoordingen goed, voldoende of onvoldoende.
Een leerling is geslaagd wanneer de waardering voldoende of goed is.
2.
Bij verschil van mening in de examencommissie beslist/beslissen de gecommitteerde(n).
3.
Het resultaat van het eindgesprek wordt achter de naam van elke leerling vermeld op de examenstaat, welke door examencommissie en gecommitteerde(n) wordt ondertekend.
Er wordt gebruik gemaakt van een examenstaat volgens een door de hoofdinspecteur verstrekt model. Deze examenstaat dient binnen een week na het eindgesprek in tweevoud aan de hoofdinspecteur te worden gezonden.
1.
Is de waardering voor het eindgesprek onvoldoende dan wordt de leerling afgewezen en wordt door de examencommissie in overeenstemming met de gecommitteerde(n) de duur van de afwijzing bepaald.
2.
In afwachting van het herexamen dient de leerling praktisch werkzaam te zijn in een kraamcentrum.
3.
Voor het herexamen is f 25 verschuldigd.
4.
Het voor de afgewezen leerling bestemde insigne en diploma dienen binnen een week teruggezonden te worden aan de hoofdinspecteur.
Artikel 26
Wanneer de leerling voor de tweede maal bij het eindgesprek wordt afgewezen, wordt deze van het volgen van de opleiding in de desbetreffende instelling uitgesloten.
1.
De leerling die het examen met goed gevolg heeft afgelegd, legt ten overstaan van de examencommissie de volgende verklaring van geheimhouding af: ‘Ik beloof dat ik geheim zal houden al hetgeen mij in de uitoefening van het beroep als kraamverzorgster als geheim is toevertrouwd of wat daarbij als geheim te mijner kennis is gekomen of waarvan ik het vertrouwelijk karakter moet begrijpen.’
2.
De voorzitter van de examencommissie reikt aan de leerling die de verklaring, bedoeld in het eerste lid, heeft afgelegd, het diploma uit – waarvan het model door de minister is vastgesteld – alsmede het bijbehorende insigne. De geëxamineerde ondertekent het diploma ten overstaan van de gecommitteerde(n) en van de examencommissie.
Artikel 28
Na afloop van het eindexamen brengt(en) de gecommitteerde(n) een verslag uit aan de hoofdinspecteur over het niveau en het verloop van het eindgesprek.
Artikel 29
De hoofdinspecteur, de inspecteur, alsmede een door hen in het algemeen of voor een bijzonder geval aan te wijzen ambtenaar zijn bevoegd de lessen, de theoretische beoordeling en het eindgesprek bij te wonen.
Inhoudsopgave
+ § I. Algemene bepaling
+ § II. Opleiding
+ § III. De inhoud van de opleiding
+ § IV. Beoordeling tijdens en aan het einde van de internaatsperiode
+ § V. De praktijkperiode in het kraamcentrum en de inrichting
+ § VI. Toetsen en waarderingsgesprekken tijdens de praktijkperiode
- § VII. Het eindexamen
+ § VIII. Overgangsbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht