1.
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
beheerplan voor de rijkswateren: plan als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, van de Waterwet dat op rijkswateren betrekking heeft;
beheerplan voor de regionale wateren: plan als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, van de Waterwet dat op regionale wateren betrekking heeft;
Europese milieukwaliteitseis voor water: milieukwaliteitseis als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, juncto derde lid, onder c, van de wet, ter uitvoering van de kaderrichtlijn water, de grondwaterrichtlijn, de richtlijn prioritaire stoffen of een andere EU-richtlijn of EU-verordening uit hoofde van artikel 16 of 17 van de kaderrichtlijn water of een andere bindende EU-rechtshandeling waarbij milieukwaliteitseisen zijn gesteld ter bescherming van grondwater of oppervlaktewater en waarnaar in de kaderrichtlijn water wordt verwezen;
grondwaterlichaam: grondwaterlichaam als bedoeld in artikel 2 van de kaderrichtlijn water, dat krachtens artikel 4.10 van het Waterbesluit is aangewezen in het regionale waterplan;
grondwaterrichtlijn: richtlijn nr. 2006/118/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 12 december 2006 betreffende de bescherming van het grondwater tegen verontreiniging en achteruitgang van de toestand (PbEU L 372);
kunstmatig oppervlaktewaterlichaam: krachtens artikel 4.5 of 4.10 van het Waterbesluit in het nationale waterplan of het regionale waterplan als kunstmatig oppervlaktewaterlichaam aangewezen oppervlaktewaterlichaam;
milieukwaliteitseis: milieudoelstelling, vastgesteld als eis als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, van de wet;
monitoringsprogramma: monitoringsprogramma als bedoeld in artikel 5.3, derde lid, van de wet;
nationaal waterplan: plan als bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, van de Waterwet;
oppervlaktewaterlichaam: oppervlaktewaterlichaam als bedoeld in artikel 2 van de kaderrichtlijn water, dat krachtens artikel 4.5 of 4.10 van het Waterbesluit is aangewezen in het nationale waterplan of het regionale waterplan;
Onze Ministers: Onze Minister en, voor zover het aangelegenheden betreft, die mede tot zijn verantwoordelijkheid behoren, Onze Minister van Economische Zaken;
regionale wateren: regionale wateren als bedoeld in artikel 1.1 van de Waterwet;
regionaal waterplan: plan als bedoeld in artikel 4.4, eerste lid, van de Waterwet;
richtlijn prioritaire stoffen: Richtlijn 2008/105/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 inzake milieukwaliteitsnormen op het gebied van het waterbeleid tot wijziging en vervolgens intrekking van de Richtlijnen 82/176/EEG, 83/513/EEG, 84/156/EEG, 84/491/EEG en 86/280/EEG van de Raad, en tot wijziging van Richtlijn 2000/60/EG;
rijkswateren: rijkswateren als bedoeld in artikel 1.1 van de Waterwet;
sterk veranderd oppervlaktewaterlichaam: oppervlaktewaterlichaam dat als zodanig krachtens artikel 4.5 of 4.10 van het Waterbesluit is aangewezen in het nationale waterplan of het regionale waterplan;
stroomgebieddistrict: stroomgebieddistrict als bedoeld in artikel 1.1 van de Waterwet, gevormd door een of meer stroomgebieden en daarvan deel uitmakende deelstroomgebieden;
typen natuurlijk oppervlaktewaterlichaam: rivieren, meren, overgangswateren of kustwateren als omschreven in bijlage II, punt 1.2 bij de kaderrichtlijn water, waarvoor de typespecifieke referentieomstandigheden voor Nederland zijn uitgewerkt in de ministeriële regeling op grond van artikel 15 en in het monitoringsprogramma overeenkomstig bijlage II, punt 1.3, bij de kaderrichtlijn water;
verontreinigende stof: verontreinigende stof als bedoeld in artikel 1, onder 31, van de kaderrichtlijn water, met name de stoffen, bedoeld in bijlage VIII bij die richtlijn;
waterlichaam: oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam;
waterwinlocatie: onttrekkingspunt van oppervlaktewater of grondwater dat wordt gebruikt voor de bereiding van voor menselijke consumptie bestemd water, of een samenstel van dergelijke onttrekkingspunten;
wet: Wet milieubeheer .
2.
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt onder de volgende begrippen verstaan wat daaronder in artikel 2 van de kaderrichtlijn water wordt verstaan: beschikbare grondwatervoorraad, binnenwateren, deelstroomgebied, ecologische toestand, gevaarlijke stoffen, goede ecologische toestand, goed ecologisch potentieel, goede chemische toestand van oppervlaktewater, goede chemische toestand van grondwater, goede grondwatertoestand, goede kwantitatieve grondwatertoestand, goede oppervlaktewatertoestand, grondwater, grondwatertoestand, kustwateren, kwantitatieve grondwatertoestand, meer, milieudoelstelling, milieukwaliteitsnorm, oppervlaktewater, oppervlaktewatertoestand, overgangswater, prioritaire stoffen, rivier, stroomgebied, verontreiniging, voor menselijke consumptie bestemd water.
3.
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt onder de volgende begrippen verstaan wat daaronder in artikel 2 van de grondwaterrichtlijn wordt verstaan: drempelwaarde, significante en aanhoudend stijgende trend.
4.
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt onder «matrix» en «biotataxon» verstaan hetgeen daaronder in artikel 2 van de richtlijn prioritaire stoffen wordt verstaan.
1.
Van een ingevolge dit besluit te verwezenlijken Europese milieukwaliteitseis voor water kan uitsluitend worden afgeweken in de gevallen waarin en volgens de voorwaarden waaronder dit is toegestaan volgens de bepalingen van de kaderrichtlijn water, waarnaar in dit besluit wordt verwezen.
2.
Indien voor een waterlichaam ingevolge dit besluit of andere regelgeving meer dan een milieudoelstelling geldt, is de strengste van toepassing.
3.
Van een ingevolge dit besluit te verwezenlijken Europese milieukwaliteitseis voor water kan met betrekking tot de daarbij behorende termijn worden afgeweken indien:
a. de toestand van het waterlichaam niet achteruitgaat overeenkomstig artikel 16,
b. is voldaan aan alle voorwaarden van artikel 4, vierde en achtste lid, van de kaderrichtlijn water, en
c. de reden van de afwijking voor dat waterlichaam is vermeld in het beheerplan voor de rijkswateren, indien het rijkswateren betreft, dan wel het regionale waterplan, indien het regionale wateren of grondwater betreft.
4.
Van een ingevolge dit besluit te verwezenlijken Europese milieukwaliteitseis voor water kan worden afgeweken indien:
a. de toestand van het waterlichaam niet achteruitgaat overeenkomstig artikel 16,
b. het desbetreffende waterlichaam in een zodanige mate door menselijke activiteiten is aangetast of zijn natuurlijke gesteldheid van dien aard is dat het bereiken van de richtwaarde niet haalbaar of onevenredig kostbaar is,
c. is voldaan aan alle voorwaarden van artikel 4, vijfde en achtste lid, van de kaderrichtlijn water, en
d. de reden van de afwijking voor dat waterlichaam is vermeld in het beheerplan voor de rijkswateren, indien het rijkswateren betreft, dan wel het regionale waterplan, indien het regionale wateren of grondwater betreft.
5.
Van een ingevolge dit besluit te verwezenlijken Europese milieukwaliteitseis voor water kan met betrekking tot een goede ecologische toestand of een goede grondwatertoestand voorts worden afgeweken indien:
a. het niet bereiken daarvan het gevolg is van nieuwe veranderingen van de fysische kenmerken van een oppervlakterwaterlichaam of wijzigingen in de stand van een grondwaterlichaam,
b. is voldaan aan alle voorwaarden van artikel 4, zevende en achtste lid, van de kaderrichtlijn water, en
c. de reden van de afwijking voor dat waterlichaam is vermeld in het beheerplan voor de rijkswateren, indien het rijkswateren betreft, dan wel het regionale waterplan, indien het regionale wateren betreft.
6.
Voor een kunstmatig of sterk veranderd oppervlaktewaterlichaam zijn het tweede, derde en vierde lid van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het goede ecologische potentieel dat voor een oppervlaktewaterlichaam is vastgesteld overeenkomstig artikel 6, tweede lid.
7.
Van een ingevolge dit besluit te verwezenlijken Europese milieukwaliteitseis voor water kan worden afgeweken indien:
a. de afwijking te wijten is aan een buiten Nederland gelegen verontreinigingsbron,
b. naleving van de richtwaarde ten gevolge van de grensoverschrijdende verontreiniging niet mogelijk is, en
c. is voldaan aan alle voorwaarden van artikel 6, eerste lid, onder c, en tweede lid, van de richtlijn prioritaire stoffen.
1.
Voor de toepassing van artikel 5.2b, vierde lid, van de wet geldt dat een tijdelijke achteruitgang van de toestand van een waterlichaam is toegelaten indien:
a. deze het resultaat is van omstandigheden die zich door een natuurlijke oorzaak of overmacht voordoen en die uitzonderlijk zijn of niet redelijkerwijze waren te voorzien, met name extreme overstromingen en lange droogteperioden, of het gevolg zijn van omstandigheden die zijn veroorzaakt door redelijkerwijs niet te voorziene ongevallen,
b. aan alle voorwaarden van artikel 4, zesde en achtste lid, van de kaderrichtlijn water is voldaan, en
c. de reden van de afwijking voor dat waterlichaam wordt vermeld in het eerstvolgende beheerplan voor de rijkswateren, indien het rijkswateren betreft, dan wel het eerstvolgende regionale waterplan, indien het regionale wateren of grondwater betreft.
2.
Voor de toepassing van artikel 5.2b, vierde lid, van de wet geldt dat een achteruitgang van de toestand van een waterlichaam is toegelaten indien:
a. het niet voorkomen van die achteruitgang het gevolg is van nieuwe veranderingen van de fysische kenmerken van een oppervlaktewaterlichaam of wijzigingen in de stand van grondwaterlichamen, dan wel het niet voorkomen van achteruitgang van een zeer goede toestand van een oppervlaktewaterlichaam naar een goede toestand het gevolg is van nieuwe duurzame activiteiten van menselijke ontwikkeling,
b. aan alle voorwaarden van artikel 4, zevende en achtste lid, van de kaderrichtlijn water is voldaan, en
c. de reden van de afwijking voor dat waterlichaam is vermeld in het beheerplan voor de rijkswateren, indien het rijkswateren betreft, dan wel het regionale waterplan, indien het regionale wateren of grondwater betreft.
Inhoudsopgave
- § 1. Algemeen
+ § 2. Oppervlaktewater
+ § 3. Grondwater
+ § 4. Waterwinlocaties
+ § 5. Monitoring
+ § 6. Overige bepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht