Let op. Deze wet is vervallen op 1 oktober 2010. U leest nu de tekst die gold op 30 september 2010.

Besluit kwaliteitseisen handhaving milieubeheer

Uitgebreide informatie
Besluit van 29 september 2005, houdende kwaliteitseisen met betrekking tot de bestuursrechtelijke handhaving van milieuwetgeving, alsmede het tijdstip van inwerkingtreding van de wet van 16 juli 2005 tot wijziging van hoofdstuk 18 van de Wet milieubeheer (Handhavingsstructuur) (Stb. 428) (Besluit kwaliteitseisen handhaving milieubeheer)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 2 mei 2005, nr. MJZ?2005049691, Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving, gedaan mede namens Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
Gelet op artikel 18.3, eerste tot en met derde lid, van de Wet milieubeheer;
De Raad van State gehoord (advies van 11 juli 2005, nr. W08.05.0168/V);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 23 september 2005, nr. MJZ?2005179099, Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving, uitgebracht mede namens Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
Hebben goedgevonden en verstaan:
1.
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. wet: Wet milieubeheer ;
b. de betrokken wetten: de wet , de in artikel 13.1, tweede lid, van de wet genoemde wetten voorzover in die wetten artikel 18.3 van de wet van toepassing is verklaard, alsmede de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen en de EG-verordening PRTR;
c. bestuursorgaan: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 18.3, tweede lid, van de wet.
2.
In dit besluit wordt, behoudens voorzover wordt gesproken van strafrechtelijke handhaving, onder «handhaving» verstaan: bestuursrechtelijke handhaving van het bij of krachtens de betrokken wetten bepaalde.
1.
Het bestuursorgaan stelt het handhavingsbeleid vast in een of meer documenten waarin gemotiveerd wordt aangegeven welke doelen het zichzelf stelt bij de handhaving en welke activiteiten het daartoe zal uitvoeren. Het bestuursorgaan beziet regelmatig, maar in elk geval naar aanleiding van de evaluatie, bedoeld in artikel 7, of dit beleid moet worden aangepast en past het zonodig aan. Het bestuursorgaan draagt er zorg voor dat dit beleid en het handhavingsbeleid van de andere betrokken bestuursorganen en de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving onderling worden afgestemd.
2.
Het handhavingsbeleid is gebaseerd op een analyse van de problemen die zich naar het oordeel van het bestuursorgaan kunnen voordoen met betrekking tot de naleving van het bij of krachtens de betrokken wetten bepaalde in de gevallen waarin de zorg voor de handhaving daarvan aan hem is opgedragen. Deze analyse geeft in ieder geval inzicht in:
a. de gevolgen voor het milieu van overtredingen van het bepaalde bij of krachtens de betrokken wetten;
b. de kansen dat overtredingen als bedoeld onder a zullen plaatsvinden.
3.
Het handhavingsbeleid geeft inzicht in:
a. de prioriteitenstelling met betrekking tot de uitvoering van de krachtens het eerste lid voorgenomen activiteiten;
b. de indicatoren die het bestuursorgaan hanteert om te bepalen of de krachtens het eerste lid gestelde doelen worden bereikt;
c. de benodigde en beschikbare financiële en personele middelen;
d. de wijze waarop wordt berekend welke financiële en personele middelen benodigd zijn.
4.
Het handhavingsbeleid geeft voorts inzicht in de strategie die het bestuursorgaan hanteert met betrekking tot:
a. de wijze waarop de naleving van het bij of krachtens de betrokken wetten bepaalde wordt bevorderd;
b. de wijze waarop het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de betrokken wetten bepaalde wordt uitgeoefend, waarbij in ieder geval inzicht wordt verschaft in:
1°. de wijze waarop de controle ter plaatse wordt voorbereid en uitgeoefend;
2°. de frequentie waarmee routinematige controlebezoeken worden afgelegd;
3°. de wijze waarop zakelijke gegevens en bescheiden worden gecontroleerd;
4°. de wijze waarop het toezicht wordt uitgeoefend op de naleving van de krachtens de betrokken wetten geldende voorschriften ten aanzien van stoffen, trillingen, en warmte die of geluid dat, direct of indirect vanuit een bron in de lucht, het water of de bodem, worden onderscheidenlijk wordt gebracht;
5°. de wijze waarop de controle en verificatie plaatsvinden van de resultaten van de controles die zijn uitgevoerd door personen die een inrichting als bedoeld in artikel 1.1, vierde lid, van de wet drijven;
c. de voorlichting aan personen als bedoeld in onderdeel b, onder 5°, inzake de voor hen krachtens de betrokken wetten geldende voorschriften;
d. de schriftelijke rapportage van de bevindingen van degenen die toezicht hebben uitgeoefend en het vervolg dat aan die bevindingen wordt gegeven;
e. de wijze waarop beschikkingen tot oplegging van een last onder bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom, beschikkingen tot geheel of gedeeltelijke intrekking van een vergunning of ontheffing, alsmede de termijnen die hierbij worden gehanteerd, en de strafrechtelijke handhaving onderling worden afgestemd, en waarbij tevens aandacht wordt besteed aan de aard van de geconstateerde overtredingen;
f. de wijze waarop het bestuursorgaan omgaat met overtredingen die zijn begaan door of in naam van dat bestuursorgaan of van andere organen behorende tot de overheid.
5.
Het handhavingsbeleid geeft tevens inzicht in de afspraken die het bestuursorgaan heeft gemaakt met de andere betrokken bestuursorganen en de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving, over de samenwerking bij en de afstemming van de werkzaamheden, waarbij in het bijzonder wordt aangegeven welke afspraken zijn gemaakt over:
b. de handhaving van het bij of krachtens de betrokken wetten bepaalde omtrent handelingen met betrekking tot stoffen, preparaten of andere producten.
1.
Het bestuursorgaan werkt het handhavingsbeleid jaarlijks uit in een uitvoeringsprogramma waarin wordt aangegeven welke van de voorgenomen activiteiten het bestuursorgaan het komende jaar uitvoert en wat de daarvoor benodigde en beschikbare financiële en personele middelen zijn. Daarbij houdt het bestuursorgaan rekening met de krachtens artikel 2, eerste lid, gestelde doelen, de krachtens artikel 2, derde lid, onder a, gestelde prioriteiten en de krachtens artikel 2, vierde lid, onderdeel b, onder 2°, vastgelegde frequentie waarmee routinematige controlebezoeken worden afgelegd.
2.
Het bestuursorgaan stemt het uitvoeringsprogramma af met de andere betrokken bestuursorganen en de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving.
3.
Het bestuursorgaan werkt het uitvoeringsprogramma uit in werkplannen voor de betrokken onderdelen van zijn organisatie.
4.
Het bestuursorgaan draagt er zorg voor dat systematisch wordt nagegaan of voor de uitvoering van het uitvoeringsprogramma en de werkplannen voldoende benodigde financiële en personele middelen beschikbaar zijn en dat deze middelen zonodig worden aangevuld of het uitvoeringsprogramma en de werkplannen zonodig worden aangepast.
1.
Het bestuursorgaan richt zijn organisatie zodanig in dat een adequate en objectieve uitvoering van het handhavingsbeleid, bedoeld in artikel 2, en het uitvoeringsprogramma, bedoeld in artikel 3, gewaarborgd is. Daartoe draagt het bestuursorgaan er in ieder geval zorg voor dat:
a. de personeelsformatie ten behoeve van de handhaving en de bij de onderscheiden functies behorende taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden worden vastgelegd;
b. de personen die zijn belast met de voorbereiding van beschikkingen tot het verlenen of weigeren van bij of krachtens de betrokken wetten vereiste vergunningen of ontheffingen:
1°. niet worden aangewezen als ambtenaar als bedoeld in artikel 18.4 van de wet, en
2°. niet worden belast met het voorbereiden of uitvoeren van beschikkingen tot oplegging van een last onder bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of gehele of gedeeltelijke intrekking van een vergunning of ontheffing, wegens niet-naleving van het bij of krachtens de betrokken wetten bepaalde;
c. een krachtens artikel 18.4 van de wet aangewezen ambtenaar niet voortdurend feitelijk wordt belast met het uitoefenen van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de betrokken wetten met betrekking tot dezelfde inrichting;
d. de personen die zijn belast met werkzaamheden in het kader van de handhaving adequaat zijn opgeleid of zonodig worden opgeleid op basis van een opleidingsplan;
e. voorzover van toepassing, met de personen die het rechtstreeks aangaat of in het voorkomende geval met degene onder wiens verantwoordelijkheid zij werken schriftelijke afspraken worden gemaakt met betrekking tot het ten behoeve van de handhaving gebruik maken van personen die niet onder de organisatie van het bestuursorgaan ressorteren;
f. de organisatie van het bestuursorgaan ook buiten de gebruikelijke kantooruren bereikbaar is.
2.
Het bestuursorgaan draagt er voorts zorg voor dat:
a. in protocollen wordt vastgelegd volgens welke werkwijze:
1°. het toezicht op de naleving wordt uitgeoefend,
2°. beschikkingen tot oplegging van een last onder bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of gehele of gedeeltelijke intrekking van een vergunning of ontheffing, wegens niet-naleving van het bij of krachtens de betrokken wetten bepaalde, worden voorbereid en uitgevoerd, en
3°. informatie over de handhaving wordt beheerd en binnen en buiten zijn organisatie wordt verstrekt;
b. adequate technische, juridische en administratieve voorzieningen beschikbaar zijn;
c. instrumenten en apparaten die bij de handhaving worden gebruikt in een goede staat van onderhoud verkeren en deze zonodig worden gekalibreerd;
d. systematisch wordt nagegaan of de uitgevoerde werkzaamheden plaatsvinden met inachtneming van de onder a bedoelde protocollen;
e. in de begroting de benodigde en beschikbare personele en financiële middelen worden gewaarborgd.
1.
Het bestuursorgaan bewaakt met behulp van een geautomatiseerd systeem de resultaten en de voortgang van:
a. de uitvoering van het uitvoeringsprogramma, bedoeld in artikel 3, eerste lid;
b. het bereiken van de krachtens artikel 2, eerste lid, gestelde doelen.
2.
In het systeem worden voorts in het kader van de handhaving verkregen gegevens geregistreerd, waaronder in ieder geval gegevens betreffende het aantal:
a. uitgevoerde controles,
b. geconstateerde overtredingen,
c. gegeven beschikkingen tot oplegging van een last onder bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of gehele of gedeeltelijke intrekking van een vergunning of ontheffing, wegens niet-naleving van het bij of krachtens de betrokken wetten bepaalde,
d. processen-verbaal, en
e. over de handhaving ontvangen klachten.
Artikel 6
Het bestuursorgaan draagt zorg voor een periodieke rapportage over:
a. het bereiken van de krachtens artikel 2, eerste lid, gestelde doelen;
b. de uitvoering van de voorgenomen activiteiten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, in verhouding tot de prioriteitenstelling, bedoeld in artikel 2, derde lid, onder a;
c. de uitvoering van de afspraken, bedoeld in artikel 2, vijfde lid.
Artikel 7
Het bestuursorgaan evalueert jaarlijks of de in het uitvoeringsprogramma, bedoeld in artikel 3, eerste lid, opgenomen activiteiten zijn uitgevoerd en in hoeverre deze activiteiten hebben bijgedragen aan het bereiken van de krachtens artikel 2, eerste lid, gestelde doelen.
1.
De wet van 16 juli 2005 tot wijziging van hoofdstuk 18 van de Wet milieubeheer (Handhavingsstructuur) (Stb. 428) treedt in werking met ingang van de dag waarop vier weken zijn verstreken sedert de dag van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst.
2.
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de in het eerste lid genoemde wet in werking treedt.
Artikel 9
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit kwaliteitseisen handhaving milieubeheer.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 29 september 2005
De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer ,
De Minister van Verkeer en Waterstaat ,
Uitgegeven de dertiende oktober 2005
De Minister van Justitie ,
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht