Let op. Deze wet is vervallen op 4 mei 2007. U leest nu de tekst die gold op 3 mei 2007.

Besluit liquidatie FAOP

Uitgebreide informatie
Besluit van 24 februari 1998, houdende vaststelling van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de artikelen 44, vijfde en zesde lid, en 46 van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen voor het treffen van voorzieningen ten behoeve van de liquidatie van het vermogen van het Fonds arbeidsongeschiktheidsverzekering overheidspersoneel (Besluit liquidatie FAOP)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 18 december 1997, nr. AB97/U1738, gedaan mede namens de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelet op de artikelen 44, vijfde en zesde lid, en 46 van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen;
De Raad van State gehoord (advies van 21 januari 1998, nr. W04.97.0811);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 2 februari 1998, nr. AB98/U146, uitgebracht mede namens de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. de wet: de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen ;
b. Ctsv: het College van toezicht sociale verzekeringen, genoemd in hoofdstuk 2 van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997;
c. FAOP: het Fonds arbeidsongeschiktheidsverzekering overheidspersoneel, bedoeld in artikel 21 van de Wet financiële voorzieningen privatisering ABP;
d. Lisv: het Landelijk instituut sociale verzekeringen, genoemd in hoofdstuk 4 van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997;
e. fase 1: fase 1 als bedoeld in artikel 44 van de wet.
1.
Het Lisv liquideert voor het tijdstip gelegen twee jaar na het tijdstip van aanvang van fase 1 het vermogen van het FAOP.
2.
In verband met de uitvoering van het eerste lid gaan alle vermogensbestanddelen van het FAOP, op het tijdstip van aanvang van fase 1, over op het Lisv.
3.
Het Lisv beheert en administreert het vermogen dat op grond van het tweede lid is overgegaan in de vorm van een afzonderlijke rekening.
4.
Voor de toepassing van de artikelen 67, vierde tot en met zevende lid, 74, eerste en derde lid, en de artikelen in hoofdstuk 5, § 3, van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 wordt het in het derde lid bedoelde vermogen gelijkgesteld met een fonds als bedoeld in artikel 1, onderdeel h, van die wet.
5.
Het Ctsv biedt jaarlijks vóór 1 november een verklaring over de rechtmatigheid van uitgaven en ontvangsten, terzake van het vermogen, bedoeld in het derde lid, over het afgelopen boekjaar aan Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan.
1.
Ten laste van het vermogen, bedoeld in artikel 2, derde lid, worden gebracht de uitgaven op grond van artikel 42, eerste lid, van de wet, met inbegrip van de uitvoeringskosten van het Lisv terzake van de toepassing van dat artikellid, alsmede de uitvoeringskosten van het Lisv terzake van de toepassing van de artikelen 2, eerste lid, en 5, eerste lid.
2.
Onze Minister van Binnenlandse Zaken kan, na overleg met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, regels stellen waarbij ook andere uitgaven, dan de in het eerste lid bedoelde, ten laste van het vermogen, bedoeld in artikel 2, derde lid, worden gebracht.
3.
Het Lisv draagt vóór het tijdstip gelegen een jaar na het tijdstip van aanvang van fase 1 een deel van het vermogen, bedoeld in artikel 2, derde lid, over aan het Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld in artikel 72 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
4.
Het deel van het vermogen, bedoeld in het derde lid, bestaat uit een bedrag dat het resultaat is van een breuk, waarvan de teller wordt gevormd door het op 31 december 1997 aanwezige vermogen van het Arbeidsongeschiktheidsfonds vermenigvuldigd met de lasten van het FAOP over 1997 en de noemer door de lasten van het Arbeidsongeschiktheidsfonds over dat jaar.
5.
De vermogensoverdracht, bedoeld in het derde lid, vindt niet plaats, indien het resultaat van de in het vierde lid gedefinieerde breuk negatief is. In dat geval wordt het bedrag dat de overheidswerkgever, bedoeld in artikel 1, onderdeel k, van de wet moet betalen aan het Lisv in verband met de door hem verschuldigde premie, bedoeld in artikel 76a van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, verminderd met een bedrag. Dat bedrag is gelijk aan het resultaat van de in het vierde lid gedefinieerde breuk, vermenigvuldigd met de premieplichtige loonsom van de overheidswerkgever over het jaar waarover de vermindering wordt verleend gedeeld door de totale premieplichtige loonsom van de overheidswerkgevers over dat jaar. De vermindering vindt plaats vóór het tijdstip gelegen twee jaar na het tijdstip van aanvang van fase 1.
Artikel 4
Indien het vermogen, bedoeld in artikel 2, derde lid, niet voldoende is om de uitgaven, bedoeld in artikel 3, eerste lid, volledig te dekken, komt het tekort ten laste van het bedrag dat op grond van artikel 3, vijfde lid, in mindering wordt gebracht op de door overheidswerkgevers aan het Lisv te betalen premies.
1.
Het Lisv stelt voor het tijdstip gelegen een jaar na het tijdstip van aanvang van fase 1 de jaarrekening en het jaarverslag over het boekjaar gelegen voor het tijdstip van aanvang van fase 1 met betrekking tot het FAOP vast en biedt deze aan het Ctsv aan en zendt een afschrift aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken.
2.
Het Lisv stelt voor het tijdstip gelegen twee jaar na het tijdstip van aanvang van fase 1 een slotbalans en een liquidatieverslag op terzake van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde liquidatie en legt deze over aan Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken.
3.
Alle vermogensbestanddelen die bij de liquidatie, bedoeld in het tweede lid, resteren, vormen, vermenigvuldigd met de premieplichtige loonsom van de overheidswerkgever over het jaar waarover de vermindering wordt verleend, gedeeld door de totale premieplichtige loonsom van de overheidswerkgevers over dat jaar, het bedrag dat op grond van artikel 90, derde lid, van de wet in mindering wordt gebracht.
Artikel 6
Onze Minister van Binnenlandse Zaken kan, in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, nadere regels stellen met betrekking tot de liquidatie van het vermogen van het FAOP.
Artikel 7
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 januari 1998.
Artikel 8
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit liquidatie FAOP.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 24 februari 1998
De Minister van Binnenlandse Zaken,
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
Uitgegeven twaalfde maart 1998
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht