Let op. Deze wet is vervallen op 1 juli 2011. U leest nu de tekst die gold op 30 juni 2011.

Besluit lozingsvoorschriften niet-inrichtingen milieubeheer

Uitgebreide informatie
Besluit van 19 januari 1996, houdende voorschriften voor het brengen van bedrijfsafvalwater vanuit niet-inrichtingen en huishoudelijk afvalwater in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 26 juni 1995, nr. MJZ 26695032, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;
Gelet op artikel 11, eerste en tweede lid, van richtlijn nr. 91/271/EEG van 21 mei 1992 van de Raad van de Europese Gemeenschappen inzake de behandeling van stedelijk afvalwater ( PbEG L 135) en op de artikelen 10.15, derde lid, en 10.16 van de Wet milieubeheer;
De Raad van State gehoord (advies van 10 oktober 1995, nr. W08.95.0326);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 17 januari 1996, nr. MJZ 96003541, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
bedrijfsriolering: voorziening voor de afvoer van afvalwater dat niet afkomstig is uit een inrichting, naar een openbaar riool of een andere voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater;
openbaar riool: voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, in beheer bij een gemeente of een rechtspersoon die door een gemeente met het beheer is belast;
riolering: bedrijfsriolering of voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater;
wet: Wet milieubeheer .
Artikel 2
Vrijstelling van het verbod, bedoeld in artikel 10.30, eerste lid, van de wet, wordt verleend voor het brengen van afvalwater, anders dan afvalwater als bedoeld in artikel 10.30, tweede lid, van de wet, in een andere voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater dan een openbaar riool.
1.
De artikelen 4 en 7, eerste en tweede lid, zijn van toepassing op het, anders dan vanuit een inrichting of een particulier huishouden, brengen van afvalwater als bedoeld in artikel 10.30, tweede lid, van de wet in een openbaar riool.
2.
De artikelen 4, 5, 7, eerste lid, zijn van toepassing op het, anders dan vanuit een inrichting of een particulier huishouden, brengen van afvalwater, niet zijnde afvalwater als bedoeld in het eerste lid, in een openbaar riool.
3.
De artikelen 4, onder a en c, en 7, derde lid, zijn van toepassing op het, anders dan vanuit een inrichting of een particulier huishouden, brengen van afvalwater in een andere voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater.
Artikel 4
Afvalwater dat:
a. afvalstoffen bevat, die door versnijdende of vermalende apparatuur zijn versneden of vermalen of waarvan kan worden voorkomen dat ze in het afvalwater terechtkomen,
b. een gevaarlijke afvalstof is, als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de wet, of
c. stankoverlast veroorzaakt,
wordt niet in een riolering gebracht.
Artikel 5
Artikel 4, onder b, is niet van toepassing met betrekking tot afvalwater ten aanzien waarvan een ontheffing geldt krachtens artikel 10.63, eerste lid, van de wet, voor zover daarin toestemming is verleend om gevaarlijke afvalstoffen van een daarbij aangegeven aard en samenstelling in een openbaar riool te brengen.
1.
Afvalwater wordt overigens slechts in een openbaar riool gebracht, indien door de samenstelling, eigenschappen of hoeveelheid ervan:
a. de doelmatige werking niet wordt belemmerd van een openbaar riool, een door een bestuursorgaan beheerd zuiveringstechnisch werk, de bij een zodanig openbaar riool of zuiveringstechnisch werk behorende apparatuur,
b. de verwerking niet wordt belemmerd van slib, verwijderd uit een openbaar riool of een door een bestuursorgaan beheerd zuiveringstechnisch werk, en
c. de nadelige gevolgen voor de kwaliteit van het oppervlaktewater zoveel mogelijk worden beperkt.
2.
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen met betrekking tot de samenstelling, eigenschappen of hoeveelheid van afvalwater dat in een openbaar riool wordt gebracht met het oog op de doelmatige werking, bedoeld in het eerste lid, onder a , de verwerking, bedoeld in het eerste lid, onder b en de kwaliteit van het oppervlaktewater, bedoeld in het eerste lid, onder c .
3.
Met betrekking tot afvalwater dat wordt gebracht in een andere voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, zijn het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing.
1.
Gedurende één jaar vanaf het tijdstip waarop dit besluit in werking treedt, zijn de voorschriften over bedrijfsafvalwater dat niet afkomstig is uit een inrichting, die ten gevolge van dit in werking treden gaan gelden, niet van toepassing voor het in een openbaar riool brengen van bedrijfsafvalwater, indien daarvoor onmiddellijk voorafgaand aan dat tijdstip voorschriften en beperkingen golden, gesteld bij of krachtens een gemeentelijke verordening die regels stelt voor het brengen van afvalwater in de gemeentelijke riolering. De voorschriften of beperkingen gesteld bij of krachtens een zodanige verordening blijven gedurende die periode van toepassing.
2.
Voor gevallen waarin onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop dit besluit in werking treedt, een vergunning of ontheffing gold krachtens een gemeentelijke verordening als bedoeld in het eerste lid, zijn - behoudens eerdere intrekking - de voorschriften over bedrijfsafvalwater die ten gevolge van het in werking treden van dit besluit gaan gelden, niet van toepassing gedurende de periode waarvoor die vergunning of ontheffing was verleend, maar uiterlijk tot 1 maart 2003. Gedurende die periode blijven een zodanige vergunning of ontheffing alsmede bij of krachtens een zodanige verordening gestelde voorschriften of beperkingen en het recht dat onmiddellijk voorafgaand aan dat tijdstip ten aanzien daarvan gold van toepassing.
Artikel 9
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Artikel 10
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit lozingsvoorschriften niet-inrichtingen milieubeheer.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 19 januari 1996
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
Uitgegeven de dertigste januari 1996
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht