Besluit van 18 augustus 2009, houdende bepalingen omtrent maatregelen als bedoeld in artikel 5.17 van de Wet milieubeheer en de voor die maatregelen verantwoordelijke bestuursorganen (Besluit maatregelen richtwaarden (luchtkwaliteitseisen))
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 20 april 2009, nr. BJZ2009027220, Directie Bestuurlijke en Juridische Zaken;
Gelet op artikel 5.17 van de Wet milieubeheer;
De Raad van State gehoord (advies van 19 juni 2009, no. W08.09.0141/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 11 augustus 2009, nr. BJZ2009048457, Directie Bestuurlijke en Juridische Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
wet: Wet milieubeheer .
1.
Onze Minister stelt alle nodige maatregelen vast die geen onevenredige kosten meebrengen, gericht op het voor zover mogelijk bereiken van een in voorschrift 8.1, onder a, of 8.2, onder a, van bijlage 2 van de wet opgenomen richtwaarde voor ozon in zones of agglomeraties waar de concentraties van ozon hoger zijn dan die richtwaarde. Deze maatregelen kunnen worden opgenomen in een plan ter uitvoering van artikel 6 van richtlijn 2001/81/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2001 inzake nationale emissieplafonds voor bepaalde luchtverontreinigende stoffen (Pb EG L 309).
2.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien de concentraties van ozon hoger zijn dan een richtwaarde voor de lange termijn, opgenomen in voorschrift 8.1, onder b, of 8.2, onder b, van bijlage 2 van de wet , maar lager zijn dan of gelijk aan een richtwaarde voor ozon, opgenomen in voorschrift 8.1, onder a, of 8.2, onder a, van die bijlage, met dien verstande dat in dat geval kosteneffectieve maatregelen worden vastgesteld.
Artikel 3
Onze Minister stelt alle nodige maatregelen vast die geen onevenredige kosten meebrengen, gericht op het voor zover mogelijk bereiken van een in voorschrift 4.3 of 4.7 van bijlage 2 van de wet opgenomen richtwaarde voor zwevende deeltjes (PM 2,5 ) in zones of agglomeraties waar de concentraties van zwevende deeltjes (PM 2,5 ) hoger zijn dan die richtwaarde. Deze maatregelen kunnen deel uitmaken van een programma als bedoeld in artikel 5.12, eerste lid, of 5.13, eerste lid, van de wet.
Artikel 4
De bestuursorganen, die het aangaat, stellen alle nodige maatregelen vast die geen onevenredige kosten meebrengen, gericht op het voor zover mogelijk bereiken van een in voorschrift 9.1, 10.1, 11.1 of 12.1 van bijlage 2 van de wet opgenomen richtwaarde voor arseen, cadmium, nikkel of benzo(a)pyreen in zones of agglomeraties waar de concentraties van arseen, cadmium, nikkel of benzo(a)pyreen hoger zijn dan die richtwaarde. De maatregelen worden met name gericht op de grootste emissiebronnen.
Artikel 5
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld als bedoeld in artikel 5.15, aanhef en onder c, van de wet.
Artikel 6
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 augustus 2009.
Artikel 7
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit maatregelen richtwaarden (luchtkwaliteitseisen).
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 18 augustus 2009
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer ,
Uitgegeven de eerste september 2009
De Minister van Justitie ,
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht