Let op. Deze wet is vervallen op 27 juni 2012. U leest nu de tekst die gold op 26 juni 2012.

Besluit mandaat en machtiging algemeen directeur Agentschap NL Kernenergiewet 2010

Uitgebreide informatie
Besluit van de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van 11 november 2010, nr. WJZ/10167723, houdende regels inzake mandaat en machtiging aan de algemeen directeur Agentschap NL betreffende aangelegenheden op grond van de Kernenergiewet (Besluit mandaat en machtiging algemeen directeur Agentschap NL Kernenergiewet 2010)
De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,
Gelet op afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht;
Besluit:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. speciale regeling: speciale regeling als bedoeld in 1.7.4 in bijlage 1 bij de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen ;
b. wet: de Kernenergiewet .
Artikel 2
De in dit besluit verleende mandaat en machtiging zijn niet van toepassing op inrichtingen als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet, waarin kernenergie kan worden vrijgemaakt, splijtstoffen kunnen worden vervaardigd, bewerkt of verwerkt, dan wel splijtstoffen worden opgeslagen of inrichtingen waarin kernenergie kon worden vrijgemaakt, splijtstoffen konden worden vervaardigd, bewerkt of verwerkt, dan wel splijtstoffen werden opgeslagen, te ontmantelen, of aan tot eenzelfde onderneming of instelling behorende installaties die daarmee technische, organisatorische of functionele bindingen hebben en in de onmiddellijke nabijheid daarvan zijn gelegen en met betrekking tot welke installaties een vergunning krachtens de wet is verleend.
1.
Aan de algemeen directeur Agentschap NL wordt mandaat en machtiging verleend om te beslissen op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 15, onder a, van de wet, voor het vervoeren, voorhanden hebben, binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen of doen brengen, dan wel zich ontdoen van splijtstoffen en ertsen.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing op een aanvraag om een vergunning voor:
a. het vervoeren van splijtstoffen of ertsen op grond van een speciale regeling;
b. het vervoeren, binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen of doen brengen, dan wel zich ontdoen van:
1°. splijtstofstaven, splijtstofelementen of warmteproducerend verglaasd opwerkingsafval van en naar Nederlandse inrichtingen, als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet en soortgelijke inrichtingen in het buitenland;
2°. uranium targets in verband met de productie van radiofarmaca.
1.
Aan de algemeen directeur Agentschap NL wordt mandaat en machtiging verleend om te beslissen op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de wet, voor het bereiden, vervoeren, voorhanden hebben, toepassen, binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen of doen brengen, dan wel zich ontdoen van radioactieve stoffen.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing op een aanvraag om een vergunning voor het vervoeren van radioactieve stoffen op grond van een speciale regeling.
Artikel 5
Aan de algemeen directeur Agentschap NL wordt mandaat en machtiging verleend om te beslissen op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 23 van het Besluit stralingsbescherming voor het verrichten van handelingen met de in dat artikel bedoelde toestellen.
1.
Aan de algemeen directeur Agentschap NL wordt mandaat en machtiging verleend om toestemming te geven voor overdracht van een vergunning als bedoeld in artikel 70, derde lid, van de wet, behalve voor een vergunning als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet.
2.
De artikelen 3, tweede lid, en 4, tweede lid, van dit besluit zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 7
Aan de algemeen directeur Agentschap NL wordt mandaat en machtiging verleend om ontheffingen te verlenen krachtens de artikelen 31, derde lid, en 123, eerste lid, van het Besluit stralingsbescherming, van de controle- en administratieplicht voor aanwijsinstrumenten waaraan voor verlichtingsdoeleinden radioactieve stoffen zijn toegevoegd en van de in paragraaf 3.3 van het Besluit stralingsbescherming genoemde voorschriften voor toestellen en radioactieve stoffen en van de administratieplicht voor en de eisen aan de administratie van handelingen met radioactieve stoffen en toestellen.
Artikel 8
Aan de algemeen directeur Agentschap NL wordt machtiging verleend om een oordeel te vormen als bedoeld in artikel 45, onder c en d, van het Besluit stralingsbescherming, dat het belang van de toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, alsmede afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer, niet opweegt tegen de daaraan verbonden bezwaren, en indien al eerder vergunning voor een toestel van hetzelfde type met betrekking tot dezelfde plaats is verleend, niet te verwachten is dat door gebruikmaking van de gevraagde vergunning meer schade kan ontstaan dan bij de eerder verleende vergunning in aanmerking is genomen.
Artikel 9
Aan de algemeen directeur Agentschap NL wordt machtiging verleend om een mededeling in de Staatscourant te doen als bedoeld in artikel 47, derde lid, van het Besluit stralingsbescherming, van de besluiten op aanvragen van vergunningen met betrekking tot de totstandkoming waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is.
1.
Aan de algemeen directeur Agentschap NL wordt mandaat en machtiging verleend om certificaten van goedkeuring of erkenning van het model van het te vervoeren collo af te geven als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, onder h, onder 1°, 5, eerste lid, onder b, en 6, eerste lid, onder b, onder 1°, van het Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing op de in artikel 3, tweede lid, en artikel 4, tweede lid, van dit besluit genoemde aanvragen om een vergunning.
1.
Aan de algemeen directeur Agentschap NL wordt mandaat en machtiging verleend om ontheffingen te verlenen als bedoeld in de artikelen 8, derde lid, 10, derde lid, 11, 12, tweede lid, 14, tweede lid, 16, tweede lid, 19, tweede lid, en 22, tweede lid, van het Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen, van de Regeling vervoer over de spoorweg van gevaarlijke stoffen , de Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen , de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen en bijlage 18 van het op 7 december 1944 te Chicago tot stand gekomen Verdrag inzake de burgerlijke luchtvaart en de daarbij behorende technische voorschriften.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing op de in artikel 3, tweede lid, en artikel 4, tweede lid, genoemde aanvragen om een vergunning.
1.
Aan de algemeen directeur Agentschap NL wordt mandaat en machtiging verleend om een oordeel te vormen als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onder d, van het Besluit detectie radioactief besmet schroot, of de financiële zekerheid voldoende waarborg biedt dat de kosten van verwijdering van radioactief besmet schroot van de inrichting zijn gedekt, en om een hoger of een lager bedrag voor de financiële zekerheid te verlangen, als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van het Besluit detectie radioactief besmet schroot.
2.
Aan de algemeen directeur Agentschap NL wordt mandaat en machtiging verleend om ontheffingen te verlenen als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Regeling detectie radioactief besmet schroot van de voorschriften met betrekking tot detectieapparatuur, de wijze van meten en de omstandigheden waaronder de metingen worden verricht en van de voorschriften met betrekking tot de registratie van meetgegevens.
Artikel 13
Aan de algemeen directeur Agentschap NL wordt machtiging verleend om mededelingen te doen als bedoeld in artikel 15 van het Bijdragenbesluit Kernenergiewet 1981, welke bijdrage betrokkene is verschuldigd, op welke wijze betaling van de bijdrage kan plaatsvinden en binnen welke termijn deze dient te geschieden, behalve voor een vergunning als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet.
1.
Aan de algemeen directeur Agentschap NL wordt mandaat en machtiging verleend voor het behandelen van bezwaarschriften waaronder het nemen van beslissingen op bezwaarschriften tegen besluiten als bedoeld in de artikelen 3, 4, 5, 6, 7, 10, 11 en 12.
2.
Aan de algemeen directeur Agentschap NL wordt tevens machtiging verleend voor het voeren van verweer in de gevallen waarin beroep is ingesteld tegen een beslissing op bezwaarschrift die door de algemeen directeur Agentschap NL is genomen.
Artikel 15
De algemeen directeur Agentschap NL kan voor de aangelegenheden waarvoor hij krachtens dit besluit mandaat en machtiging heeft gekregen mandaat en machtiging verlenen aan de onder hem ressorterende functionarissen.
Artikel 16
Het krachtens mandaat ondertekenen van stukken geschiedt als volgt:
De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,
namens deze:
(handtekening)
(naam functionaris)
(functie)
Artikel 17
De Regeling mandaat en ondermandaat Agentschap NL Kernenergiewet 2005 wordt ingetrokken.
Artikel 18
Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 16 november 2010.
Artikel 19
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat en machtiging algemeen directeur Agentschap NL Kernenergiewet 2010.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag, 11 november 2010
De
Minister
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Artikel 11
Artikel 12
Artikel 13
Artikel 14
Artikel 15
Artikel 16
Artikel 17
Artikel 18
Artikel 19
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht