Let op. Deze wet is vervallen op 16 april 2009. U leest nu de tekst die gold op 15 april 2009.

Besluit mandaat en machtiging handhaving Inspectoraat-Generaal VROM

Uitgebreide informatie
Besluit mandaat en machtiging handhaving Inspectoraat-Generaal VROM
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de Minister voor Wonen, Wijken en Integratie,
Gelet op het Organisatiebesluit VROM 2005, het Besluit mandaat, volmacht en machtiging VROM 2007 en de Beschikking toezicht naleving Kernenergiewet;
Besluit:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. Minister: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer of Minister voor Wonen, Wijken en Integratie;
b. inspecteur-generaal: inspecteur-generaal van het Inspectoraat-Generaal VROM, zoals bedoeld in artikel 3.38 van het Organisatiebesluit VROM 2005;
c. regionaal inspecteur: regionaal inspecteur van de VROM-Inspectie, zoals bedoeld in artikel 3.40 van het Organisatiebesluit VROM 2005;
d. directeur Kernfysische dienst: directeur van de Kernfysische dienst, zoals bedoeld in artikel 3.43 van het Organisatiebesluit VROM 2005;
e. hoofd Stafafdeling crisismanagement: hoofd Stafafdeling crisismanagement, zoals bedoeld in 3.44 van het Organisatiebesluit VROM 2005;
f. algemene leiding: de secretaris-generaal en, voorzover het betreft de vervanging van de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal;
g. diensthoofd Gemeenschappelijke Dienst: plaatsvervangend secretaris-generaal;
h. handhaving: het nemen van bestuursrechtelijke maatregelen wegens het niet naleven van voorschriften.
1.
Aan de inspecteur-generaal wordt mandaat en machtiging verleend tot het nemen van besluiten en het vaststellen en ondertekenen van alle op die besluiten betrekking hebbende stukken terzake van de aan de Minister toekomende bevoegdheden tot handhaving op grond van de EEG-Verordening overbrenging van afvalstoffen, de Huisvestingswet , de Kernenergiewet , de Waterleidingwet , de Wet bodembescherming , de Wet explosieven voor civiel gebruik , de Wet geluidhinder , de Wet inzake de luchtverontreiniging , de Wet milieubeheer , de Wet ruimtelijke ordening en de Woningwet .
2.
Aan de inspecteur-generaal wordt mandaat en machtiging verleend tot het beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten als bedoeld in het eerste lid en het vaststellen en ondertekenen van alle op die beslissingen betrekking hebbende stukken, voorzover het besluit waartegen het bezwaar zich richt niet door hem krachtens mandaat is genomen.
1.
De inspecteur-generaal is bevoegd tot het verlenen van ondermandaat en het doorverlenen van zijn machtiging, bedoeld in artikel 2, eerste lid, aan de regionaal inspecteurs en de plaatsvervangend regionaal inspecteurs.
2.
De inspecteur-generaal is bevoegd tot het verlenen van ondermandaat en het doorverlenen van zijn machtiging, bedoeld in artikel 2, eerste lid, aan de directeur van de Kernfysische dienst en zijn plaatsvervanger, voorzover deze bevoegdheid betrekking heeft op de handhaving van de Kernenergiewet .
3.
De inspecteur-generaal is bevoegd tot het verlenen van ondermandaat en het doorverlenen van zijn machtiging, bedoeld in artikel 2, eerste lid, aan het hoofd Stafafdeling crisismanagement en zijn plaatsvervanger, voorzover deze bevoegdheid betrekking heeft op de handhaving van het Vuurwerkbesluit .
4.
De uitoefening door de inspecteur-generaal van de bevoegdheden, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, geschiedt bij schriftelijk besluit, met voorafgaande instemming van de algemene leiding.
Artikel 4
De plaatsvervangend inspecteur-generaal is bevoegd om ter vervanging van de inspecteur-generaal de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 2 en 3, uit te oefenen.
Artikel 5
Bij gelijktijdige afwezigheid van de inspecteur-generaal en zijn plaatsvervanger worden, voor de duur van hun afwezigheid, de bevoegdheden uitgeoefend door een hogere functionaris of door een door de inspecteur-generaal daartoe gemandateerde of gemachtigde functionaris.
Artikel 6
De inspecteur-generaal en zijn plaatsvervanger oefenen het verleende mandaat en de machtiging uit met inachtneming van de artikelen 5, 6 en 7 van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging VROM 2007.
1.
Indien op grond van artikel 2 van dit besluit stukken worden afgedaan, luidt de ondertekening:
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
voor deze:
de (plv.) inspecteur-generaal, gevolgd door de handtekening en de naam van de betrokken functionaris
2.
In afwijking van het eerste lid worden stukken terzake van de handhaving op grond van de Huisvestingswet en de Woningwet als volgt ondertekend:
De Minister voor Wonen, Wijken en Integratie,
voor deze:
de (plv.) inspecteur-generaal, gevolgd door de handtekening en de naam van de betrokken functionaris
1.
De Regeling mandaat handhaving Inspectoraat-generaal VROM (Stcrt. 2001, 247) wordt ingetrokken.
2.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
3.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat en machtiging handhaving Inspectoraat-Generaal VROM.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag, 24 mei 2007
De
Minister
De
Minister
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht