Let op. Deze wet is vervallen op 30 juli 2011. U leest nu de tekst die gold op 29 juli 2011.

Besluit mandaat, volmacht en machtiging Directoraat-Generaal Rijksvoorlichtingsdienst 2009

Uitgebreide informatie
Besluit van de Directeur-Generaal van de Rijksvoorlichtingsdienst van 9 februari 2010, nr. 3517071, houdende mandaat, volmacht en machtiging aan functionarissen binnen het Directoraat-Generaal Rijksvoorlichtingsdienst van het Ministerie van Algemene Zaken
De Directeur-Generaal Rijksvoorlichtingsdienst,
Gelet op de artikelen 7 en 10 van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging Algemene Zaken 2009;
Besluit:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. minister: Minister-President, Minister van Algemene Zaken;
b. secretaris-generaal: secretaris-generaal van het Ministerie van Algemene Zaken;
c. directeur-generaal: directeur-generaal Rijksvoorlichtingsdienst;
d. mandaat: de bevoegdheid om in naam van de minister besluiten te nemen;
e. volmacht: de bevoegdheid om in naam van de minister privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten;
f. machtiging: de bevoegdheid om in naam van de minister handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.
Artikel 2
De aan de directeur-generaal krachtens de artikelen 7 en 9 van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging Algemene Zaken 2009 verleende bevoegdheden worden verleend aan:
a. de plaatsvervangend directeur-generaal;
b. de directeur Rijksvoorlichtingsdienst.
Artikel 3
De aan de directeur-generaal krachtens de artikelen 7 en 9 van het Besluit mandaat van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging Algemene Zaken 2009 verleende bevoegdheden tot het nemen van beslissingen op het gebied van personeelsbeleid, waaronder begrepen aanstelling, schorsing en beloningen worden verleend aan het hoofd Analyse en Informatievoorziening Regeringsbeleid, het hoofd Communicatie Koninklijk Huis, en het hoofd Gemeenschappelijk Communicatiebeleid, voor de onder deze hoofden ressorterende functionarissen.
1.
De plaatsvervangend directeur-generaal maakt van de aan hem verleende bevoegdheden uitsluitend gebruik:
a. bij afwezigheid van de directeur-generaal;
b. in andere gevallen voor zover het aangelegenheden betreft die aan hem door de directeur-generaal zijn toevertrouwd.
2.
De directeur Rijksvoorlichtingsdienst maakt van de aan hem verleende bevoegdheden uitsluitend gebruik:
a. bij afwezigheid van de directeur-generaal en de plaatsvervangend directeur-generaal;
b. in andere gevallen voor zover het aangelegenheden betreft die aan hem door de directeur-generaal of de plaatsvervangend directeur-generaal zijn toevertrouwd.
1.
Het hoofd Communicatie Koninklijk Huis, het hoofd Analyse en Informatievoorziening Regeringsbeleid en het hoofd Gemeenschappelijk Communicatiebeleid wordt volmacht en machtiging verstrekt voor handelingen waarmede een bedrag is gemoeid dat per geval vijfentwintigduizend euro niet te boven gaat en waarvoor financiële dekking is vanuit het prestatieplan.
2.
Het hoofd van het Stafbureau Bedrijfsvoering wordt volmacht en machtiging verstrekt voor handelingen waarmee een bedrag is gemoeid dat per geval de vijfduizend euro niet te boven gaat en waarvoor financiële dekking is vanuit het prestatieplan.
3.
Een functionaris zoals bedoeld in het eerste tot en met derde lid wordt tevens de bevoegdheid verleend om te beschikken over door de secretaris-generaal aan de directeur-generaal toegewezen budgetten, voor zover die budgetten betrekking hebben op de aan hen toevertrouwde aangelegenheden.
4.
De projectdirecteur Overheidscommunicatie Nieuwe Stijl wordt volmacht en machtiging verstrekt voor handelingen waarmede een bedrag is gemoeid dat per geval vijfentwintigduizend euro niet te boven gaat en waarvoor financiële dekking is vanuit het prestatieplan.
5.
De projectleider Invoering Één Rijksbreed Logo en Huisstijl wordt volmacht en machtiging verstrekt voor handelingen waarmede een bedrag is gemoeid dat per geval vijfentwintigduizend euro niet te boven gaat en waarvoor financiële dekking is vanuit het prestatieplan.
6.
Een functionaris zoals bedoeld in het eerste tot en met derde lid maakt van de aan hem verleende volmacht en machtiging uitsluitend gebruik voor zover het aangelegenheden betreft die behoren tot zijn werkterrein en naar aard of inhoud niet een zodanig gewicht hebben dat deze behoren te worden afgedaan door de directeur-generaal, de plaatsvervangend directeur-generaal, de directeur of de plaatsvervangend directeur onder wie hij ressorteert.
7.
De bevoegdheden krachtens het eerste tot en met vierde lid worden nader bepaald door en uitgeoefend met inachtneming van:
a. departementale procedures, richtlijnen en aanwijzingen;
b. nadere procedures en instructies van de directeur-generaal.
1.
Ondertekening door in voorgaande artikelen genoemde functionarissen van een document krachtens mandaat of volmacht luidt als volgt:
De Minister-President, Minister van Algemene Zaken,
namens deze:
(handtekening)
(naam)
(functie)
2.
Het eerste lid is niet van toepassing op digitale besluiten die worden genomen via het P-Direktportaal.
3.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de ondertekening van een document krachtens machtiging, tenzij uit de aard en de inhoud van het document reeds voldoende blijkt dat het namens de Minister-President, Minister van Algemene Zaken, is opgesteld. In dat geval luidt de ondertekening als volgt:
(handtekening)
(naam)
(functie)
4.
Een document als bedoeld in het eerste of derde lid wordt opgesteld conform de vastgestelde rijksbrede huisstijl.
Artikel 7
Het Besluit mandaat, volmacht en machtiging Directoraat-Generaal Rijksvoorlichtingsdienst 2004 van 18 mei 2004 wordt ingetrokken.
Artikel 8
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 29 april 2009.
Artikel 9
Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit mandaat, volmacht en machtiging Directoraat-Generaal Rijksvoorlichtingsdienst 2009.
Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden gezonden aan de Algemene Rekenkamer, de secretaris-generaal en de in dit besluit genoemd functionarissen.
De
Minister-President
Minister
Directeur-Generaal van de Rijksvoorlichtingsdienst
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht