Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2012. U leest nu de tekst die gold op -.

Besluit mandaat, volmacht en machtiging VROM 2007

Uitgebreide informatie
Besluit van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van de Minister voor Wonen, Wijken en Integratie van 25 april 2007, DJZ2007037384, houdende verlening van mandaat, volmacht en machtiging (Besluit mandaat, volmacht en machtiging VROM 2007)
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de Minister voor Wonen, Wijken en Integratie,
Gelet op het koninklijk besluit van 18 oktober 1988 (Stb. 499), houdende de regeling van de functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal;
Gelet op het Organisatiebesluit VROM 2005;
Gelet op de artikelen 10:3, 10:9, eerste lid, en 10:12 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 32, vierde lid, van de Comptabiliteitswet 2001;
Besluiten:
Artikel 1. Definities
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Ministerie: Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
b. Minister: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer of Minister voor Wonen, Wijken en Integratie;
c. algemene leiding: secretaris-generaal en de vervanging van de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal;
d. portefeuille: een geheel van organisatieonderdelen, zoals in de bijlage van het Organisatiebesluit 2008 toebedeeld aan een lid van de Bestuursraad, die tezamen een dienst vormen;
e. Bestuursraad: Bestuursraad, bedoeld in artikel 5 van het Organisatiebesluit VROM 2008;
f. portefeuillehouder:
1°. de secretaris-generaal;
2°. de plaatsvervangend secretaris-generaal;
3°. de directeur-generaal Milieu;
4°. de directeur-generaal Ruimte;
5°. de directeur-generaal Wonen, Wijken en Integratie,
voor zover aan hen een portefeuille, als bedoeld in onderdeel d, is toebedeeld.
1.
Aan de algemene leiding wordt mandaat verleend met betrekking tot de aangelegenheden die verband houden met de taken, genoemd in artikel 3.1 van het Organisatiebesluit VROM 2008 en de taak, vermeld in het koninklijk besluit van 18 oktober 1988 (Stb. 499).
2.
Tot de aangelegenheden, bedoeld in het eerste lid, behoren in ieder geval:
a. besluiten tot toepassing van disciplinaire maatregelen als bedoeld in artikel 80 tot en met artikel 84 en artikel 91 en 92 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement;
b. besluiten tot toepassing van hardheidclausules, toegekend door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, zoals opgenomen in het Algemeen Rijksambtenarenreglement en interne regelgeving van het Ministerie;
d. besluiten tot toepassing van hardheidsclausules, toegekend door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, zoals opgenomen in het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 , daaruit afgeleide regelingen en interne regelgeving van het Ministerie;
e. het vaststellen van niet-individuele regelingen voorzover de Ambtenarenwet , het Algemeen Rijksambtenarenreglement , het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 dan wel daaruit voortvloeiende regelgeving deze mogelijkheid biedt;
f. het vaststellen van regels op het gebied van de bedrijfsvoering, waaronder begrepen personeelsaangelegenheden, het Ministerie betreffende;
g. het geven van aanwijzingen op het gebied van bedrijfsvoering, waaronder begrepen personeelsaangelegenheden, het Ministerie betreffende.
3.
Aan de algemene leiding wordt mandaat verleend tot het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, die zijn gericht tegen besluiten die verband houden met taken van de algemene leiding, genoemd in artikel 3.1 van het Organisatiebesluit VROM 2008 , behoudens artikel 10:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
4.
Tot de beslissingen op bezwaarschriften, bedoeld in het derde lid, behoren in ieder geval beslissingen op bezwaarschriften:
a. die zijn gericht tegen besluiten, bedoeld in het tweede lid;
b. die voortvloeien uit het Besluit Reorganisaties VROM 2001.
1.
Aan de portefeuillehouder, de inspecteur-generaal VROM, de directeur-generaal Rijksgebouwendienst, de directeur Nederlandse emissieautoriteit in oprichting en de directeur Planbureau voor de Leefomgeving wordt mandaat verleend met betrekking tot de aangelegenheden die verband houden met hun taken en de taken van de onder hen ressorterende onderdelen, genoemd in het Organisatiebesluit VROM 2008 , onverminderd de mandaatverlening aan de algemene leiding in artikel 2 en behoudens artikel 10:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
2.
Tot de aangelegenheden, bedoeld in het eerste lid, behoren in ieder geval:
a. de taken van integraal management, met inbegrip van aangelegenheden op organisatorisch, personeels, financieel en materieel gebied;
b. het inzetten en uitvoeren van organisatieveranderingen en formatieveranderingen;
c. het vaststellen van de formatie van de onder de portefeuillehouder, de inspecteur-generaal VROM, de directeur-generaal Rijksgebouwendienst, de directeur Nederlandse emissieautoriteit in oprichting en de directeur Planbureau voor de Leefomgeving, met dien verstande dat functiewaarderingsbesluiten met betrekking tot de functionarissen die rechtstreeks onder hen vallen, en de functies die niet opgenomen zijn in de formatie, zijn voorbehouden aan de algemene leiding;
d. het geven van leiding aan de onder de portefeuillehouder, de inspecteur-generaal VROM, de directeur-generaal Rijksgebouwendienst, de directeur Nederlandse emissieautoriteit in oprichting en de directeur Planbureau voor de Leefomgeving ressorterende functionarissen;
e. het optreden als bestuurder in de zin van de Wet op de ondernemingsraden in de overleggen met de medezeggenschap van het onder de portefeuillehouder, de inspecteur-generaal VROM, de directeur-generaal Rijksgebouwendienst, de directeur Nederlandse emissieautoriteit in oprichting en de directeur Planbureau voor de Leefomgeving ressorterende organisatieonderdelen.
3.
Aan de portefeuillehouder, de inspecteur-generaal VROM, de directeur-generaal Rijksgebouwendienst, de directeur Nederlandse emissieautoriteit in oprichting en de directeur Planbureau voor de Leefomgeving wordt mandaat verleend tot het nemen van beslissingen op bezwaarschriften tegen besluiten, die verband houden met hun taken en de taken van de onder hen ressorterende onderdelen, genoemd in het Organisatiebesluit VROM 2008 .
4.
Onverminderd het derde lid wordt aan de directeur van de directie Bestuurlijke en Juridische Zaken, alsmede aan de afdelingshoofden van die directie, mandaat verleend tot het nemen van en ondertekenen van beslissingen op bezwaarschriften, met uitzondering van ambtenarenzaken en georganiseerd overleg- en medezeggenschapszaken.
5.
Aan de portefeuillehouder, de inspecteur-generaal VROM, de directeur-generaal Rijksgebouwendienst, de directeur Nederlandse emissieautoriteit in oprichting en de directeur Planbureau voor de Leefomgeving wordt mandaat verleend tot het vaststellen van beleidsregels met betrekking tot aangelegenheden die verband houden met hun taken en de taken van de onder hen ressorterende onderdelen, genoemd in het Organisatiebesluit VROM 2008 .
6.
De portefeuillehouder, de inspecteur-generaal VROM, de directeur-generaal Rijksgebouwendienst, de directeur Nederlandse emissieautoriteit in oprichting en de directeur Planbureau voor de Leefomgeving zijn bevoegd tot het uitvoeren van de taken en het uitoefenen van de bevoegdheden ten aanzien van de verwerking van persoonsgegevens als bedoeld in de Regeling Wet bescherming persoonsgegevens Ministerie VROM , binnen hun organisatieonderdelen.
7.
Onverminderd de mandaatverlening aan de algemene leiding in artikel 2, tweede lid, onderdelen a, b, c, met uitzondering van de besluiten tot toepassing van de artikelen 113, 114, 116 en 117 van het algemeen Rijksambtenarenreglement, d en e, wordt aan de inspecteur-generaal VROM , de directeur-generaal Rijksgebouwendienst, de directeur Nederlandse emissieautoriteit in oprichting en de directeur Planbureau voor de Leefomgeving, voor zover het onder hen ressorterende organisatieonderdelen en functionarissen betreft, mandaat verleend met betrekking tot de daarin genoemde aangelegenheden.
8.
De directeur-generaal Rijksgebouwendienst is bevoegd tot het instellen van bezwaar en het voeren van nationale gerechtelijke procedures, voor zover deze verband houden met de taken van de Rijksgebouwendienst en de taken van de hieronder ressorterende onderdelen, genoemd in het Organisatiebesluit VROM 2008 .
1.
De portefeuillehouder, de inspecteur-generaal VROM, de directeur-generaal Rijksgebouwendienst, de directeur Nederlandse emissieautoriteit in oprichting en de directeur Planbureau voor de Leefomgeving kunnen ondermandaat verlenen aan onder hen ressorterende functionarissen.
2.
In afwijking van het eerste lid wordt geen ondermandaat verleend met betrekking tot de inzet van externen voor de categorieën interimmanagement, organisatie- en formatieadvies, beleidsadvies en communicatieadvies.
3.
De bevoegdheid tot het verlenen van ondermandaat heeft tevens betrekking op het uitoefenen van de dagelijkse leiding van het onderdeel waarvoor de betreffende functionarissen verantwoordelijk zijn, met inbegrip van verantwoordelijkheden op organisatorisch, financieel en materieel gebied en specifieke door de portefeuillehouder, de inspecteur-generaal VROM, de directeur-generaal Rijksgebouwendienst, de directeur Nederlandse emissieautoriteit in oprichting en de directeur Planbureau voor de Leefomgeving toegekende bevoegdheden.
4.
De uitoefening van de bevoegdheid tot het verlenen van ondermandaat geschiedt bij schriftelijk besluit, met voorafgaande instemming van de algemene leiding.
1.
Aan de Minister blijft voorbehouden de bevoegdheid tot het nemen van besluiten met betrekking tot kaders van departementaal beleid en aangelegenheden die op grond van interdepartementale regelgeving of afspraken op het niveau van een Minister dienen te worden afgehandeld.
2.
Onder het voorbehoud, bedoeld in het eerste lid, valt in ieder geval de bevoegdheid tot het afdoen en ondertekenen van stukken gericht aan:
a. de Koningin;
b. de Raad van Ministers van het Koninkrijk, de Raad van Ministers en de daaruit gevormde colleges;
c. Ministers en staatssecretarissen;
d. autoriteiten in binnen- en buitenland, in rang gelijk aan of hoger dan een Minister of een staatssecretaris;
e. de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal en de voorzitters van de uit die Kamers gevormde commissies;
f. de vice-president van de Raad van State van het Koninkrijk en de vice-president van de Raad van State;
g. de president van de Algemene Rekenkamer.
1.
Dit besluit is van toepassing op de uitoefening van bevoegdheden, voor zover deze niet reeds ingevolge een wettelijk voorschrift aan de portefeuillehouder, de inspecteur-generaal VROM, de directeur-generaal Rijksgebouwendienst, de directeur Nederlandse emissieautoriteit in oprichting en de directeur Planbureau voor de Leefomgeving zijn toegedeeld dan wel voor zover deze niet zijn toegedeeld aan een andere functionaris of orgaan dan de in dit besluit genoemde.
2.
Onverminderd artikel 3 is de directeur Personeel en Organisatie, bedoeld in artikel 2.7 van de bijlage ‘Nadere uitwerking organisatiestructuur en taken’ bij het Organisatiebesluit VROM 2008 bevoegd tot het, in opdracht van de beslissingsbevoegde functionaris, opstellen en ondertekenen van besluiten en correspondentie op het terrein van de personeels- en salarisadministratie van het Ministerie. De directeur Personeel en Organisatie kan zijn bevoegd doorverlenen aan onder hem ressorterende functionarissen.
3.
De portefeuillehouder oefent zijn bevoegdheid, genoemd in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, uit met voorafgaande instemming van de algemene leiding.
4.
De portefeuillehouder oefent zijn bevoegdheid, genoemd in artikel 3, tweede lid, onderdeel c, uit ten aanzien van de formatie tot met schaal 13.
5.
Onder beslissingsbevoegde functionaris, bedoeld in het derde lid, worden tevens verstaan de functionarissen aan wie leidinggevende taken zijn toebedeeld en die als zodanig in het personeelsinformatiesysteem zijn geautoriseerd.
6.
Onverminderd artikel 3 is de directeur Financiële en Economische Zaken, bedoeld in artikel 1.4 van de bijlage ‘Nadere uitwerking organisatiestructuur en taken’ bij het Organisatiebesluit VROM 2008 bevoegd tot het, in opdracht van de beslissingsbevoegde functionaris, opstellen en ondertekenen van inkoopopdrachten tot een maximum bedrag van € 15.000,– inclusief BTW. De directeur Financiële en Economische Zaken kan zijn bevoegdheid doorverlenen aan onder hem ressorterende functionarissen.
1.
Elke functionaris aan wie bij of krachtens dit besluit mandaat is verleend, heeft een informatie- en signaleringsplicht jegens degene die het mandaat heeft verleend.
2.
De Minister en de algemene leiding worden in ieder geval geïnformeerd bij zwaarwegende omstandigheden en gebeurtenissen, aangaande de gemandateerde bevoegdheden. Zwaarwegende omstandigheden zijn in ieder geval die omstandigheden of gebeurtenissen die naar redelijke verwachting van invloed zijn op de beeldvorming over of de politieke ruimte van de Minister dan wel op een ordelijk beheer van het Ministerie.
1.
Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen worden met mandaat gelijkgesteld, de verlening van:
a. volmacht om in naam van de Minister privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten;
b. machtiging om in naam van de Minister handelingen te verrichten, die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.
2.
De portefeuillehouder, de inspecteur-generaal VROM, de directeur-generaal Rijksgebouwendienst, de directeur Nederlandse emissieautoriteit in oprichting en de directeur Planbureau voor de Leefomgeving nemen bij het aangaan van financiële verplichtingen de vastgestelde begrotingen van hun organisatieonderdelen in acht.
1.
Indien een besluit wordt afgedaan door een daartoe op grond van dit besluit gemandateerde functionaris, luidt de ondertekening:
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
voor deze:
gevolgd door functieaanduiding, handtekening en naam van de functionaris
2.
In afwijking van het eerste lid wordt een beslissing in het kader van de beleidsterreinen:
a. integratie en inburgering;
b. coördinatie integratie minderheden;
c. antidiscriminatie;
d. grotestedenbeleid;
e. wonen en huisvesting;
f. huurbeleid en huurtoeslag;
g. buurtbudgetten;
h. bestrijding van lokale overlast;
i. bevordering van buurtgerichte veiligheid;
j. rijkshuisvesting,
als volgt ondertekend:
De Minister voor Wonen, Wijken en Integratie,
voor deze:
gevolgd door functieaanduiding, handtekening en naam van de functionaris.
3.
Bij ondertekening van stukken op grond van de volmacht wordt de aanduiding van de Minister voorafgegaan door: namens de Staat der Nederlanden.
1.
Het Besluit mandaat, volmacht en machtiging VROM 2005 wordt ingetrokken.
2.
Het Besluit mandaat, volmacht en machtiging integratie, inburgering en coördinatie integratie minderheden wordt ingetrokken.
3.
Besluiten tot mandaatverlening die berusten op artikel 4 van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging VROM 2005 berusten na inwerkingtreding van dit besluit op artikel 4 van dit besluit.
4.
Het diensthoofd van de Gemeenschappelijke Dienst is belast met het beheer van dit besluit en de besluiten, bedoeld in artikel 4, eerste lid.
5.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
6.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat, volmacht en machtiging VROM 2007.
Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag, 25 april 2007
De
Minister
De
Minister
Inhoudsopgave
Artikel 1. Definities
Artikel 2. Algemene leiding
Artikel 3. Mandaat
Artikel 4. Ondermandaat
Artikel 5. Voorbehoud Minister
Artikel 6. Begrenzing van het mandaat
Artikel 7. Informatieplicht
Artikel 8. Volmacht en machtiging
Artikel 9. Overige bepalingen
Artikel 10. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht