Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2007. U leest nu de tekst die gold op -.

Besluit marktmisbruik

Uitgebreide informatie
Besluit van 14 september 2005, houdende regels tot uitvoering van diverse bepalingen van de Wet marktmisbruik (Besluit marktmisbruik)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Financiën van 11 juli 2005, nr. FM 2005-1697 M;
Gelet op richtlijn nr. 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 28 januari 2003 betreffende handel met voorwetenschap en marktmanipulatie (PbEU L 96), richtlijn nr. 2003/124/EG van de Europese Commissie van 22 december 2003 tot uitvoering van richtlijn nr. 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de definitie en openbaarmaking van voorwetenschap en de definitie van marktmanipulatie betreft (PbEU L 339), richtlijn nr. 2003/125/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 22 december 2003 tot uitvoering van richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de juiste voorstelling van beleggingsaanbevelingen en de bekendmaking van belangenconflicten betreft (PbEU L 339), richtlijn nr. 2004/72/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 29 april 2004 tot uitvoering van richtlijn nr. 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad wat gebruikelijke marktpraktijken, de definitie van voorwetenschap met betrekking tot van grondstoffen afgeleide instrumenten, het opstellen van lijsten van personen met voorwetenschap, de melding van transacties van leidinggevende personen en de melding van verdachte transacties betreft (PbEU L 162) en richtlijn nr. 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG (PbEU L 390), alsmede de artikelen 46, achtste lid, 46a, derde lid, 46b, derde lid, 47, vierde, achtste en tiende lid, 47a, eerste lid, aanhef en onder d, derde, vijfde en zesde lid, 47c, derde lid, 47e, eerste lid, 47f en 48d, derde lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995;
De Raad van State gehoord (advies van 11 augustus 2005, nr. W06.05.0330/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Financiën (13 september 2005, FM 2005-2228 M);
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. beleggingsaanbeveling: voor het publiek bestemde informatie die wordt opgesteld of uitgebracht door:
1°. een onafhankelijk analist, een effecteninstelling als bedoeld in artikel 47e, tweede lid, onder a, een andere persoon van wie de hoofdactiviteit bestaat in het doen van aanbevelingen of een in het kader van een arbeidscontract of anderszins voor hen werkzame natuurlijke persoon, waarin expliciet of impliciet een beleggingsstrategie wordt aanbevolen of voorgesteld ten aanzien van:
effecten die zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt die gelegen is of werkzaam is in Nederland of waarvoor toelating tot die handel is aangevraagd;
effecten die zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt die gelegen is of werkzaam is in een andere lid-staat; of
een rechtspersoon, vennootschap of instelling die effecten als genoemd onder het eerste of tweede gedachtestreepje heeft uitgegeven;
2°. andere dan de onder 1° bedoelde personen waarin expliciet een beleggingsbeslissing wordt aanbevolen ten aanzien van:
effecten die zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt die gelegen is of werkzaam is in Nederland of waarvoor toelating tot die handel is aangevraagd; of
effecten die zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt die gelegen is of werkzaam is in een andere lid-staat;
b. uitbrenger van een beleggingsaanbeveling: een natuurlijke of rechtspersoon die in het kader van zijn beroeps- of bedrijfsuitoefening een beleggingsaanbeveling uitbrengt;
c. koersgevoelige informatie: informatie als bedoeld in artikel 46, vierde of vijfde lid, van de wet;
d. toezichthouder: de rechtspersoon waaraan ingevolge artikel 40 van de wet taken en bevoegdheden zijn overgedragen;
e. wet: Wet toezicht effectenverkeer 1995 .
Artikel 2
De verboden, bedoeld in artikel 46, eerste en derde lid, van de wet, zijn niet van toepassing op de volgende categorieën transacties:
a. het in het kader van een personeelsregeling aan personen als bedoeld in artikel 47a, eerste lid, onder a en b, van de wet, of aan werknemers toekennen van effecten, indien daarbij een bestendige gedragslijn wordt gehanteerd met betrekking tot de voorwaarden en de periodiciteit van de regeling;
b. het in het kader van een personeelsregeling als bedoeld in onderdeel a uitoefenen van toegekende opties, omwisselen van converteerbare obligaties of uitoefenen van uitgegeven warrants dan wel soortgelijke rechten op aandelen of certificaten van aandelen, op de expiratiedatum van het desbetreffende recht, dan wel binnen een periode van vijf werkdagen voorafgaande aan die datum, alsmede het verkopen van de met de uitoefening van deze rechten verworven aandelen of certificaten van aandelen binnen deze periode, indien de rechthebbende in dit laatste geval ten minste vier maanden voor de expiratiedatum schriftelijk aan de rechtspersoon, vennootschap of instelling die de effecten heeft uitgegeven kenbaar heeft gemaakt tot verkoop te zullen overgaan of een onherroepelijke volmacht tot verkoop aan deze rechtspersoon, vennootschap of instelling heeft verleend;
c. een transactie waarvan het verrichten of bewerkstelligen noodzakelijk is om te kunnen voldoen aan een verplichting tot levering van aandelen of certificaten van aandelen;
d. het aangaan van een overeenkomst waarbij een rechthebbende op effecten zich onherroepelijk jegens een bieder verplicht om in het kader van een voorgenomen of in voorbereiding zijnd openbaar bod, effecten waarop het openbaar bod betrekking heeft aan de bieder aan te bieden, indien die rechthebbende het aantal effecten waarop de overeenkomst betrekking heeft in een schriftelijke verklaring aan de bieder vastlegt;
e. het aangaan van een overeenkomst waarbij een rechthebbende op effecten of een potentiële rechthebbende op effecten zich voorafgaand aan een uitgifte of herplaatsing van die effecten onherroepelijk verplicht tot aankoop van een of meer van die effecten, indien de rechthebbende of de potentiële rechthebbende het aantal effecten of het bedrag waarop de overeenkomst betrekking heeft in een schriftelijke verklaring aan de rechtspersoon, vennootschap of instelling die de effecten uitgeeft of herplaatst vastlegt;
f. het bij wijze van dividenduitkering, anders dan in de vorm van keuzedividend, uitgeven of verkrijgen van aandelen of certificaten van aandelen;
g. het, slechts beschikkend over voorwetenschap met betrekking tot de handel, volgens de regels van de goede trouw handelen ter bediening van opdrachtgevers door een tussenpersoon;
h. het door werknemers van een rechtspersoon, vennootschap of instelling waarbinnen voorwetenschap aanwezig is verrichten of bewerkstelligen van een transactie indien deze werknemers zelf slechts beschikken over koersgevoelige informatie met betrekking tot de handel.
Artikel 3
Van meedelen in het kader van de normale uitoefening van werk, beroep of functie als bedoeld in artikel 46a, eerste lid, onder a, van de wet is in elk geval sprake voorzover degene die voornemens is een openbaar bod op effecten uit te brengen, aan rechthebbenden op effecten, wier bereidheid om hun effecten aan hem aan te bieden redelijkerwijs noodzakelijk is voor de beslissing tot het uitbrengen van het openbaar bod, informatie verschaft die zij nodig hebben om zich over hun bereidheid uit te kunnen spreken.
1.
De toezichthouder onderzoekt regelmatig of bepaalde categorieën transacties of handelsorders uitgezonderd zouden moeten zijn van de verboden, bedoeld in artikel 46b, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de wet. Hij brengt daarover advies uit aan Onze Minister. Bij zijn onderzoek neemt hij in ieder geval de volgende factoren in acht:
a. de mate van transparantie van de categorie transacties of handelsorders voor de hele desbetreffende relevante gereglementeerde markten en andere relevante van overheidswege toegelaten effectenbeurzen;
b. de noodzaak om de werking van de marktkrachten en de goede wisselwerking tussen vraag en aanbod op de betrokken relevante gereglementeerde markten en andere relevante van overheidswege toegelaten effectenbeurzen te waarborgen;
c. het effect van het verrichten of bewerkstelligen van de desbetreffende categorie transacties of handelsorders op de marktliquiditeit en de marktefficiëntie van de betrokken relevante gereglementeerde markten en andere relevante van overheidswege toegelaten effectenbeurzen;
d. de mate waarin het verrichten of bewerkstelligen van de desbetreffende categorie transacties of handelsorders aansluit bij het handelsmechanisme van de betrokken relevante gereglementeerde markten en andere relevante van overheidswege toegelaten effectenbeurzen en beleggers in staat stelt passend en tijdig te reageren op de nieuwe marktsituatie die door deze categorie transacties of handelsorders ontstaat;
e. het risico dat voortvloeit uit het verrichten of bewerkstelligen van de desbetreffende categorie transacties of handelsorders voor de integriteit van direct of indirect gelieerde relevante gereglementeerde markten en andere relevante van overheidswege toegelaten effectenbeurzen voor het betrokken soort effect binnen de Europese Unie;
f. het resultaat van enigerlei onderzoek naar de desbetreffende categorie transacties of handelsorders door een bevoegde autoriteit in de zin van richtlijn nr. 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 12 april 2003 betreffende handel met voorwetenschap en marktmanipulatie (PbEU L 96);
g. de structurele kenmerken van de betrokken relevante gereglementeerde markten en andere relevante van overheidswege toegelaten effectenbeurzen.
2.
De toezichthouder draagt er zorg voor dat:
a. hij alvorens tot vaststelling van zijn advies over te gaan, vertegenwoordigende organisaties van belanghebbenden raadpleegt, alsmede andere bevoegde autoriteiten in de zin van richtlijn nr. 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 12 april 2003 betreffende handel met voorwetenschap en marktmanipulatie (PbEU L 96);
b. hij zijn advies openbaar maakt, waarbij tevens een beschrijving van de desbetreffende categorie transacties of handelsorders wordt gegeven en van de factoren die in aanmerking zijn genomen bij het beoordelen of de verboden, bedoeld in artikel 46b, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de wet, niet van toepassing zouden moeten zijn op deze transacties of handelsorders;
c. hij zo spoedig mogelijk van zijn advies kennis geeft aan het Comité van Europese effectenregelgevers, ingesteld bij Besluit nr. 2001/527/EG van de Europese Commissie van 6 juni 2001 (PbEG L191).
3.
Indien bepaalde categorieën transacties of handelsorders bij algemene maatregel van bestuur van de verboden, bedoeld in artikel 46b, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de wet, zijn uitgezonderd, onderzoekt de toezichthouder regelmatig of de uitzondering nog gerechtvaardigd is. Daarbij neemt hij de factoren, bedoeld in het eerste lid, en de procedures, bedoeld in het tweede lid, in acht. Indien hij van oordeel is dat zijn advies gewijzigd of aangepast zou moeten worden, brengt hij dienovereenkomstig advies uit aan Onze Minister.
Artikel 5
De in artikel 47a, eerste lid, onder d, van de wet bedoelde categorieën van personen zijn:
a. echtgenoten, geregistreerde partners of levensgezellen van de in artikel 47a, eerste lid, onder a tot en met c, van de wet bedoelde personen, of andere personen die op daarmee vergelijkbare wijze samenleven met de in artikel 47a, eerste lid, onder a tot en met c, van de wet bedoelde personen;
b. kinderen van de in artikel 47a, eerste lid, onder a tot en met c, van de wet bedoelde personen die onder hun gezag vallen of die onder curatele zijn gesteld en waarvoor deze personen als curator zijn benoemd;
c. andere bloed- of aanverwanten van de in artikel 47a, eerste lid, onder a tot en met c, van de wet bedoelde personen, die op de datum van de desbetreffende transactie ten minste een jaar een gemeenschappelijke huishouding hebben gevoerd met deze personen; en
d. rechtspersonen, trusts als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet toezicht trustkantoren, of personenvennootschappen:
1°. waarvan de leidinggevende verantwoordelijkheid berust bij een persoon als bedoeld in artikel 47a, eerste lid, onder a tot en met c, van de wet, of bij een persoon als bedoeld in de onderdelen a tot en met c;
2°. die onder de zeggenschap staat van een dergelijk persoon;
3°. die is opgericht ten gunste van een dergelijk persoon; of
4°. waarvan de economische belangen in wezen gelijkwaardig zijn aan die van een dergelijk persoon.
1.
Een melding als bedoeld in artikel 47a, eerste lid, van de wet bevat de volgende gegevens:
a. de naam van de meldingsplichtige;
b. het adres van de meldingsplichtige;
c. de naam van de betrokken rechtspersoon, vennootschap of instelling als bedoeld in artikel 47, eerste lid, onder a, van de wet;
d. de reden voor de melding;
e. een omschrijving van de bij de desbetreffende transactie betrokken aandelen of andere effecten;
f. de aard van de transactie;
g. de datum en de plaats van uitvoering van de transactie;
h. de prijs en de omvang van de transactie.
2.
De melding wordt gedaan met gebruikmaking van de door de toezichthouder vastgestelde meldingsformulieren.
Artikel 7
Aan de meldingsplicht, bedoeld in artikel 47a, eerste lid, van de wet, is voldaan indien op grond van de artikelen 7, eerste of derde lid, of 15, zesde lid, van de Wet melding zeggenschap en kapitaalbelang in effectenuitgevende instellingen aan de toezichthouder melding is gedaan van een door de betrokken transactie bewerkstelligde wijziging als bedoeld in het desbetreffende lid.
Artikel 8
De meldingsplicht, bedoeld in artikel 47a, eerste lid, van de wet, is niet van toepassing op transacties die op grond van een schriftelijke overeenkomst van lastgeving worden verricht of bewerkstelligd door een vermogensbeheerder die beschikt over een vergunning op grond van artikel 7, vierde lid, van de wet of waarop artikel 7, tweede lid, onder h, i, of j, van de wet van toepassing is, indien bij die overeenkomst is bepaald dat de volmachtgever geen invloed uitoefent op transacties die de vermogensbeheerder als gevolmachtigde verricht of bewerkstelligt.
1.
Een melding als bedoeld in artikel 47c, eerste lid, van de wet bevat de volgende gegevens:
a. een beschrijving van de transactie of de opdracht, het type order en het type handelsplatform;
b. de redenen voor het redelijk vermoeden dat de transactie of de opdracht in strijd is met artikel 46, eerste of derde lid, of artikel 46b, eerste lid, van de wet;
c. gegevens waaruit de identiteit blijkt van de personen namens wie de transactie is uitgevoerd of die daartoe opdracht hebben gegeven, alsmede van de andere personen die bij deze transactie of opdracht betrokken zijn, alsmede gegevens waaruit, indien mogelijk, blijkt of de persoon die opdracht heeft gegeven tot de transactie dit voor eigen rekening of voor rekening van een derde heeft gedaan;
d. de hoedanigheid waarin de effecteninstelling optreedt;
e. overige gegevens die redelijkerwijs van betekenis kunnen zijn voor het onderzoek door de toezichthouder.
2.
Indien de gegevens, bedoeld in het eerste lid, niet beschikbaar zijn ten tijde van de melding, doet de effecteninstelling in ieder geval opgave van de redenen, bedoeld in het eerste lid, onder b. De effecteninstelling verstrekt onverwijld alle overige gegevens zodra hij daarover beschikt.
3.
De melding geschiedt per post, elektronische post, fax of telefoon, met dien verstande dat de melding in het laatste geval schriftelijk wordt bevestigd indien de toezichthouder daarom verzoekt.
1.
De lijst van personen, bedoeld in artikel 47, zevende lid, van de wet, bevat de volgende gegevens:
a. de naam van alle personen die op regelmatige of incidentele basis kennis kunnen hebben van koersgevoelige informatie;
b. de reden waarom deze personen op de lijst zijn vermeld;
c. de datum waarop de lijst is opgesteld en bijgewerkt.
2.
Een rechtspersoon, vennootschap of instelling als bedoeld in artikel 47, zevende lid, van de wet, alsmede een ieder die namens of voor rekening van deze rechtspersoon, vennootschap of instelling optreedt, werkt de lijst onverwijld bij indien:
a. de reden waarom een persoon op de lijst is vermeld is gewijzigd;
b. zij een persoon aan de lijst dient toe te voegen;
c. een persoon die op de lijst staat geen toegang meer heeft tot koersgevoelige informatie.
3.
De rechtspersoon, vennootschap of instelling alsmede een ieder die namens of voor rekening van deze rechtspersoon, vennootschap of instelling optreedt, vermeldt de omstandigheid dat en het tijdstip waarop een persoon geen toegang meer heeft tot voorwetenschap onverwijld op de lijst.
4.
De rechtspersoon, vennootschap of instelling alsmede een ieder die namens of voor rekening van deze rechtspersoon, vennootschap of instelling optreedt, bewaart de verouderde gegevens ten minste vijf jaar na de opstelling of bijwerking van de lijst.
Artikel 11
Een reglement als bedoeld in artikel 47f van de wet bevat regels ten aanzien van:
a. de taken en bevoegdheden van de persoon, bedoeld in artikel 47a, vierde lid, van de wet, indien de desbetreffende rechtspersoon, vennootschap of instelling als bedoeld in artikel 47f van de wet overgaat tot de aanwijzing van een dergelijke persoon;
b. de verplichtingen van werknemers en de personen, bedoeld in artikel 47a, eerste lid, onder a, b en c, van de wet, ten aanzien van het bezit van en transacties in op de rechtspersoon, vennootschap of instelling betrekking hebbende aandelen of effecten waarvan de waarde mede wordt bepaald door de waarde van deze aandelen;
c. indien van toepassing, de periode waarin de personen, bedoeld onder b, geen transacties in op de rechtspersoon, vennootschap of instelling betrekking hebbende aandelen of effecten waarvan de waarde mede wordt bepaald door de waarde van deze aandelen mogen verrichten of bewerkstelligen.
1.
Een rechtspersoon, vennootschap of instelling als bedoeld in artikel 47, eerste lid, van de wet maakt koersgevoelige informatie op zodanige wijze openbaar, dat deze onverwijld en voor een ieder toegankelijk is en zodanig wordt gepresenteerd dat het voor beleggers mogelijk is om deze informatie volledig, correct en tijdig te kunnen inschatten.
2.
De rechtspersoon, vennootschap of instelling combineert een openbaarmaking als bedoeld in het eerste lid niet op mogelijk misleidende wijze met reclame-uitingen voor zijn onderscheidenlijk haar activiteiten.
1.
Een openbaarmaking als bedoeld in artikel 47, eerste, tweede of vijfde lid, of 47e van de wet in Nederland geschiedt in de Nederlandse of de Engelse taal.
2.
Een openbaarmaking als bedoeld in het eerste lid die tevens in een andere lid-staat plaatsvindt, geschiedt tevens in de taal die door de toezichthoudende autoriteit in die lid-staat wordt aanvaard of in een taal die in internationale financiële kringen pleegt te worden gebruikt.
1.
Onder een rechtmatig belang als bedoeld in artikel 47, derde lid, onder a, van de wet wordt in elk geval verstaan:
a. het voorkomen dat de openbaarmaking de uitkomst of het normale verloop van onderhandelingen kan beïnvloeden waarbij een rechtspersoon, vennootschap of instelling als bedoeld in artikel 47, eerste lid, van de wet partij is;
b. het voorkomen dat de openbaarmaking aan een correcte beoordeling door het publiek in de weg kan staan, indien de openbaarmaking van dergelijke besluiten of de inhoud van dergelijke overeenkomsten voordat deze goedkeuring heeft plaatsgevonden, tezamen met de gelijktijdige aankondiging dat deze goedkeuring nog geen feit is, omdat door het bestuur van de rechtspersoon, vennootschap of instelling genomen besluiten die op grond van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek of de statuten van de rechtspersoon, vennootschap of instelling door de raad van commissarissen of een daarmee vergelijkbaar orgaan van een vennootschap of instelling moeten worden goedgekeurd;
c. het voorkomen dat de openbaarmaking van het feit dat de Autoriteit Financiële Markten een verzoek of een mededeling als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 3, eerste lid, van de Wet toezicht financiële verslaggeving heeft gedaan, invloed zou kunnen hebben op de koers van de effecten van de effectenuitgevende instelling, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet toezicht financiële verslaggeving, of op de koers van daarvan afgeleide effecten.
2.
De vertrouwelijkheid van informatie als bedoeld in artikel 47, derde lid, onder c, van de wet is voldoende gewaarborgd indien de rechtspersoon, vennootschap of instelling maatregelen heeft getroffen waardoor de toegang tot koersgevoelige informatie wordt beperkt tot personen voor wie het noodzakelijk is om in het kader van de normale uitoefening van werk, beroep of functie binnen de rechtspersoon, vennootschap of instelling bekend te zijn met deze informatie.
Artikel 15
Een uitbrenger van een beleggingsaanbeveling of een ieder die niet in het kader van zijn beroeps- of bedrijfsuitoefening beleggingsaanbevelingen uitbrengt, vermeldt in de beleggingsaanbeveling duidelijk en opvallend:
a. de naam en functie van de natuurlijke persoon die de beleggingsaanbeveling heeft opgesteld; en
b. de naam van de persoon die verantwoordelijk is voor het uitbrengen van de beleggingsaanbeveling.
1.
Een uitbrenger van een beleggingsaanbeveling treft redelijke maatregelen om te waarborgen dat in de beleggingsaanbeveling:
a. melding wordt gemaakt van het feit dat de beleggingsaanbeveling gebaseerd is op betrouwbare bronnen of, indien wordt betwijfeld of een bron betrouwbaar is, dat dit duidelijk wordt vermeld;
b. feiten duidelijk kunnen worden onderscheiden van informatie die niet op feiten is gebaseerd; en
c. projecties, prognoses en richtkoersen duidelijk als zodanig worden omschreven en dat wordt vermeld welke belangrijke vooronderstellingen hieraan ten grondslag liggen.
2.
Onverminderd het eerste lid, treft een uitbrenger van een beleggingsaanbeveling, wanneer dit een onafhankelijke analist, een effecteninstelling als bedoeld in artikel 47e, tweede lid, onder a, van de wet, een met haar gelieerde rechtspersoon of een andere uitbrenger van een beleggingsaanbeveling is wiens hoofdbedrijf in het uitbrengen van beleggingsaanbevelingen bestaat, dan wel een in het kader van een arbeidscontract of anderszins voor hen werkzame natuurlijke persoon redelijke maatregelen om te waarborgen dat in de beleggingsaanbeveling:
a. alle wezenlijk inhoudelijke bronnen worden vermeld, met inbegrip van de betrokken rechtspersoon, vennootschap of instelling, bedoeld in artikel 1, onder a, onder 1°, derde gedachtestreepje, samen met het feit of de beleggingsaanbeveling aan deze rechtspersoon, vennootschap of instelling is bekendgemaakt en naar aanleiding daarvan is gewijzigd voordat deze is verspreid;
b. de betekenis van de beleggingsaanbeveling op afdoende wijze wordt uitgelegd en dat wordt vermeld op welke wijze de beleggingsaanbeveling is gebaseerd op de belangrijke aannames;
c. grondslagen of methoden voor de beoordeling van een effect of een rechtspersoon, vennootschap of instelling als bedoeld in artikel 1, onder a, onder 1°, derde gedachtestreepje, of voor de vaststelling van een richtkoers voor een effect, op adequate en beknopte wijze worden vermeld;
d. melding wordt gemaakt van de geplande frequentie van eventuele bijstellingen van de beleggingsaanbeveling en van alle belangrijke wijzigingen in het eerder bekendgemaakte publicatiebeleid;
e. duidelijk en opvallend melding wordt gemaakt van de datum waarop de beleggingsaanbeveling voor de eerste keer is uitgebracht alsook van de datum en het tijdstip waarop elke vermelde koers van een effect betrekking heeft; en
f. duidelijk en opvallend melding wordt gemaakt van het feit dat het in de beleggingsaanbeveling opgenomen advies afwijkt van het advies in de meest recente beleggingsaanbeveling met betrekking tot hetzelfde effect, bedoeld in artikel 1, onder a, of dezelfde rechtspersoon, vennootschap of instelling, bedoeld in dat onderdeel, dat door dezelfde natuurlijke persoon is opgesteld en in een periode van twaalf maanden onmiddellijk daaraan voorafgaand is uitgebracht, alsmede van de datum waarop deze eerdere beleggingsaanbeveling is uitgebracht.
1.
Een uitbrenger van een beleggingsaanbeveling vermeldt in de beleggingsaanbeveling duidelijk en opvallend de belangen of belangenconflicten waarvan redelijkerwijs mag worden aangenomen dat deze afbreuk kunnen doen aan de objectiviteit van de beleggingsaanbeveling.
2.
Indien de uitbrenger van een beleggingsaanbeveling een rechtspersoon is, is de in het eerste lid bedoelde verplichting van overeenkomstige toepassing op iedere in het kader van een arbeidsovereenkomst of anderszins voor hem werkzame natuurlijke of rechtspersoon die bij het opstellen van de beleggingsaanbeveling betrokken was.
3.
Afbreuk kan in elk geval worden gedaan aan de objectiviteit van de beleggingsaanbeveling indien een onafhankelijke analist, een effecteninstelling als bedoeld in artikel 47e, tweede lid, onder a, van de wet, een met haar gelieerde rechtspersoon of een andere uitbrenger van een beleggingsaanbeveling wiens hoofdbedrijf bestaat uit het uitbrengen van aanbevelingen, voor of tijdens het uitbrengen van de beleggingsaanbeveling:
a. een aanzienlijke deelneming heeft in de rechtspersoon, vennootschap of instelling, bedoeld in artikel 1, onder a, onder 1°, derde gedachtestreepje, of wanneer deze rechtspersoon, vennootschap of instelling een aanzienlijke deelneming heeft in de onafhankelijke analist, de effecteninstelling, bedoeld in artikel 47e, tweede lid, onder a, van de wet, de met haar gelieerde rechtspersoon of een andere uitbrenger van een beleggingsaanbeveling wiens hoofdbedrijf bestaat uit het uitbrengen van aanbevelingen;
b. een ander wezenlijk financieel belang heeft in de rechtspersoon, vennootschap of instelling, bedoeld in artikel 1, onder a, onder 1°, derde gedachtestreepje;
c. optreedt als marketmaker of als liquiditeitsverschaffer met betrekking tot de effecten van de rechtspersoon, vennootschap of instelling, bedoeld in artikel 1, onder a, onder 1°, derde gedachtestreepje;
d. partij is bij een overeenkomst met de rechtspersoon, vennootschap of instelling, bedoeld in artikel 1, onder a, onder 1°, derde gedachtestreepje, met betrekking tot het uitbrengen van de beleggingsaanbeveling;
e. partij is bij enige andere overeenkomst met de rechtspersoon, vennootschap of instelling, bedoeld in artikel 1, onder a, onder 1°, derde gedachtestreepje; of
f. gedurende de voorafgaande twaalf maanden beroeps- of bedrijfsmatig effecten van de rechtspersoon, vennootschap of instelling, bedoeld in artikel 1, onder a, onder 1°, derde gedachtestreepje, bij uitgifte ervan, heeft overgenomen of geplaatst.
4.
Het eerste lid is niet van toepassing indien het vermelden van de belangen of belangenconflicten, bedoeld in dat lid, door de uitbrenger van een beleggingsaanbeveling of een met hem gelieerde rechtspersoon zou leiden tot de openbaarmaking van vertrouwelijke commerciële informatie en deze overeenkomst de voorafgaande twaalf maanden van kracht was of gedurende deze periode heeft geleid tot een vergoeding aan deze uitbrenger van een beleggingsaanbeveling of een met hem gelieerde rechtspersoon of een toezegging daartoe.
5.
Indien de uitbrenger van een beleggingsaanbeveling een rechtspersoon is, vermeldt deze zijn belangen of belangenconflicten of de belangen of belangenconflicten van de met hem gelieerde rechtspersonen die relevant zijn met betrekking tot de beleggingsaanbeveling:
a. welke bekend waren of waarvan redelijkerwijs mag worden aangenomen dat zij bekend waren aan de personen die bij het opstellen van de beleggingsaanbeveling betrokken waren; of
b. welke bekend waren of waarvan redelijkerwijs mag worden aangenomen dat zij bekend waren aan andere personen dan bedoeld onder a, voordat de beleggingsaanbeveling onder cliënten werd verspreid of openbaar werd gemaakt aan het publiek.
6.
Een effecteninstelling als bedoeld in artikel 47e, tweede lid, onder a, van de wet maakt eens in de drie maanden openbaar welk gedeelte van de in die periode gegeven beleggingsaanbevelingen een advies om «te kopen», «aan te houden», «te verkopen», of een gelijkwaardige formulering bevat, alsmede aan welk gedeelte van de rechtspersonen, vennootschappen of instellingen, bedoeld in artikel 1, onder a, onder 1°, derde gedachtestreepje, een dergelijk advies is gegeven voor wie de effecteninstelling tijdens de voorafgaande twaalf maanden belangrijke zakenbankdiensten heeft verricht.
1.
Een natuurlijke persoon of rechtspersoon die in het kader van een arbeidsovereenkomst of anderszins voor een effecteninstelling als bedoeld in artikel 47e, tweede lid, onder a, van de wet, werkzaam is en die betrokken was bij het opstellen van de beleggingsaanbeveling, deelt aan de effecteninstelling mede of zijn beloning gekoppeld is aan door de effecteninstelling of een met deze gelieerde rechtspersoon verrichte zakenbanktransacties.
2.
Indien de natuurlijke persoon, bedoeld in het eerste lid, aandelen van een rechtspersoon, vennootschap of instelling als bedoeld in artikel 1, onder a, onder 1°, derde gedachtestreepje, ontvangt of verwerft voordat deze aandelen aan het publiek worden aangeboden, deelt hij ook de koers waartegen deze aandelen zijn verworven en de verwervingsdatum mede aan een effecteninstelling als bedoeld in artikel 47e, tweede lid, onder a, van de wet.
3.
Een effecteninstelling als bedoeld in artikel 47e, tweede lid, onder a, van de wet, vermeldt de op grond van het eerste en tweede lid verkregen gegevens in de beleggingsaanbeveling.
4.
Een natuurlijke persoon die in het kader van een arbeidsovereenkomst of anderszins voor een effecteninstelling als bedoeld in artikel 47e, tweede lid, onder a, van de wet, werkzaam is en een door een derde uitgebrachte beleggingsaanbeveling uitbrengt, vermeldt in deze beleggingsaanbeveling duidelijk en opvallend de naam van de voor de effecteninstelling bevoegde toezichthouder.
1.
Indien de beleggingsaanbeveling, bedoeld in de artikelen 16 of 17, eerste, tweede of derde lid, niet schriftelijk openbaar wordt gemaakt, kan bij de beleggingsaanbeveling worden vermeld welke voor het publiek direct en gemakkelijk toegankelijke vindplaats toegang geeft tot deze vereiste informatie.
2.
Indien de openbaar te maken informatie, bedoeld in artikel 16, tweede lid, onder a, b of c, onevenredig lang is in verhouding tot de beleggingsaanbeveling en zich geen wijziging heeft voorgedaan in de gehanteerde methode of grondslag van de beoordeling, kan in de beleggingsaanbeveling naar een voor het publiek direct en gemakkelijk toegankelijke vindplaats worden verwezen waar deze vereiste informatie toegankelijk is.
3.
Indien de openbaar te maken informatie, bedoeld in de artikelen 17, eerste, tweede, derde, vijfde of zesde lid, of 18, eerste of tweede lid, onevenredig lang is in verhouding tot de lengte van de beleggingsaanbeveling kan in deze beleggingsaanbeveling naar een voor het publiek direct en gemakkelijk toegankelijke vindplaats worden verwezen waar de vereiste informatie toegankelijk is.
Artikel 20
[Wijzigt het Besluit ex artikel 46, vierde lid, Wet toezicht effectenverkeer 1995.]
Artikel 21
[Wijzigt de Wet toezicht effectenverkeer 1995.]
Artikel 22
[Wijzigt het Besluit toezicht effectenverkeer 1995.]
Artikel 23
[Wijzigt dit besluit.]
Artikel 24
[Wijzigt dit besluit.]
Artikel 25
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet marktmisbruik in werking treedt.
Artikel 26
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit marktmisbruik.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 14 september 2005
De Minister van Financiën ,
Uitgegeven de tweeëntwintigste september 2005
De Minister van Justitie ,
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen
+ Hoofdstuk 2. Uitzonderingen op de verboden, bedoeld in de artikelen 46, eerste en derde lid, 46a, eerste lid, en 46b, eerste lid, van de wet
+ Hoofdstuk 3. Regels met betrekking tot meldingsverplichtingen, lijsten van personen die toegang hebben tot koersgevoelige informatie en het reglement
+ Hoofdstuk 4. Regels met betrekking tot de openbaarmaking van koersgevoelige informatie
+ Hoofdstuk 5. Regels ter voorkoming van publiekmisleiding door beleggingsaanbevelingen
+ Hoofdstuk 6. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht