Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2017. U leest nu de tekst die gold op -.

Besluit melden vermoeden van misstand bij Rijk en Politie

Uitgebreide informatie
1.
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. ambtenaar: de ambtenaar in de zin van het Algemeen Rijksambtenarenreglement , het Ambtenarenreglement Staten-Generaal , het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken , het Besluit algemene rechtspositie politie , het Besluit rechtspositie vrijwillige politie ;
b. organisatie: een ministerie met inbegrip van de daaronder ressorterende diensten en instellingen, de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal, de Raad van State, de Algemene Rekenkamer, het bureau van de Nationale ombudsman, de Hoge Raad van Adel, de Kanselarij der Nederlandse Orden, het Kabinet van de Koning, de commissie van toezicht betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, de politie, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Politiewet 2012, de rijksrecherche of het LSOP, de rechtbanken, de gerechtshoven, de Centrale Raad van Beroep, het College van Beroep voor het bedrijfsleven, de Raad voor de rechtspraak en de daaronder ressorterende diensten, alsmede de diensten die door een gerechtelijk college of de Raad voor de rechtspraak gezamenlijk of in samenwerking met een ander orgaan van de rijksoverheid in stand worden gehouden;
c. bevoegd gezag: het tot aanstellen bevoegde gezag van de organisatie, niet zijnde de Minister van Defensie;
d. hoogste ambtelijke leidinggevende: de ambtenaar die de hoogste zeggenschap uitoefent bij de leiding van de arbeid in de organisatie anders dan het Ministerie van Defensie, niet zijnde het bevoegd gezag;
e. vermoeden van een misstand: een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden van:
een schending van wettelijke voorschriften of beleidsregels;
een gevaar voor de gezondheid, de veiligheid of het milieu;
een onbehoorlijke wijze van handelen of nalaten, die een gevaar vormt voor het goed functioneren van de openbare dienst;
bij de organisatie waarin de melder werkt of heeft gewerkt of bij een andere organisatie indien hij uit hoofde van zijn ambtenaarschap met die organisatie in aanraking is gekomen en kennis heeft gekregen van de misstand;
f. melder: de ambtenaar die een vermoeden van een misstand meldt overeenkomstig hoofdstuk 3 van dit besluit;
g. melding: de melding van een vermoeden van een misstand door een melder;
h. commissie: de Commissie integriteit overheid;
i. vertrouwenspersoon: de vertrouwenspersoon, bedoeld in artikel 8.
2.
Tenzij het tegendeel blijkt, worden in dit besluit onder ambtenaren mede begrepen:
a. gewezen ambtenaren;
b. bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht in dienst genomen werknemers als bedoeld in de artikelen 114 en 115 van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken;
c. gewezen werknemers als bedoeld in onderdeel b.
3.
Voor de toepassing van hoofdstuk 3 van dit besluit wordt onder ambtenaar ook verstaan een ambtenaar in de zin van het Burgerlijk ambtenarenreglement Defensie of het Algemeen militair ambtenarenreglement .
1.
Ten aanzien van een melder wordt als gevolg van het te goeder trouw melden van een vermoeden van een misstand geen besluit met nadelige gevolgen voor zijn rechtspositie genomen. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat een melder, niet op andere wijze bij de uitoefening van zijn functie nadelige gevolgen ondervindt ten gevolge van die melding.
2.
Ten aanzien van een vertrouwenspersoon of een gewezen vertrouwenspersoon, wordt vanwege de uitoefening van zijn taken op basis van dit besluit geen besluit met nadelige gevolgen voor zijn rechtspositie genomen. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat hij niet op andere wijze bij de uitoefening van zijn functie nadelige gevolgen ondervindt in de uitoefening van zijn taken.
3.
Onder een besluit met nadelige gevolgen voor de rechtspositie wordt in ieder geval verstaan een besluit dat strekt tot:
a. het verlenen van ontslag anders dan op eigen verzoek;
b. het tussentijds beëindigen of het niet verlengen van diens aanstelling in tijdelijke dienst;
c. het niet omzetten van diens aanstelling in tijdelijke dienst voor een proeftijd in een aanstelling in vaste dienst;
d. het verplaatsen of overplaatsen of het weigeren van een verzoek daartoe;
e. het treffen van een ordemaatregel;
f. het treffen van een disciplinaire maatregel;
g. het onthouden van salarisverhoging;
h. het onthouden van promotiekansen;
i. het afwijzen van verlof.
Inhoudsopgave
- Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. De commissie integriteit overheid
+ Hoofdstuk 3. Procedure voor het melden van een misstand
+ Hoofdstuk 4. Financiële tegemoetkoming
+ Hoofdstuk 5. Overgangs- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken