Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2017. U leest nu de tekst die gold op -.

Besluit melden vermoeden van misstand bij Rijk en Politie

Uitgebreide informatie
1.
Behoudens de rechtstreekse melding bij de commissie, bedoeld in artikel 9, eerste en tweede lid, kan een ambtenaar een vermoeden van een misstand melden bij de commissie, indien hij:
a. zich niet kan vinden in de inhoud van de kennisgeving, bedoeld in artikel 15, vierde lid;
b. zich niet kan vinden in de inhoud van de kennisgeving, bedoeld in artikel 16, eerste lid;
c. niet binnen de termijn, genoemd in artikel 16, eerste lid, of de door het bevoegd gezag aangegeven termijn, bedoeld in artikel 16, tweede lid, een kennisgeving heeft ontvangen;
d. de door het bevoegd gezag aangegeven termijn, bedoeld in artikel 16, tweede lid, onredelijk lang is.
2.
De melding bevat ten minste:
a. naam en adres van de melder;
b. de organisatie waar de betrokkene werkzaam is of is geweest;
c. de organisatie waarop de melding betrekking heeft;
d. een omschrijving van de misstand die wordt vermoed;
e. de reden van de melding aan de commissie.
3.
De melder verschaft voorts de gegevens die voor het advies van de commissie nodig zijn en waarover de melder redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.
Artikel 18
De commissie maakt de identiteit van de melder niet bekend zonder instemming van de melder.
Artikel 19
De commissie bevestigt de ontvangst van een melding aan de melder en stelt het bevoegd gezag op de hoogte van de melding. De commissie informeert voorts de persoon of de personen op wie de vermoede misstand betrekking heeft, dat een melding is gedaan, tenzij dit een onderzoeksbelang kan schaden.
1.
De commissie stelt een onderzoek in.
2.
Het onderzoek en de verdere behandeling van de melding kan achterwege worden gelaten indien:
a. de termijnen, genoemd in artikel 17, eerste lid, onder c en d, nog niet verstreken zijn;
b. niet is voldaan aan artikel 9, eerste of tweede lid;
c. niet is voldaan aan artikel 17, tweede lid, met dien verstande dat de melder eerst de gelegenheid moet hebben gehad binnen een door de commissie gestelde termijn de melding aan te vullen;
d. de melding niet is gedaan binnen de in artikel 10 genoemde termijn, wanneer de melder niet meer werkzaam is bij de organisatie waarop de melding betrekking heeft.
3.
Het achterwege laten van een onderzoek en de verdere behandeling van de melding wordt onder vermelding van redenen zo spoedig mogelijk schriftelijk medegedeeld aan de melder, het bevoegd gezag, alsmede aan de persoon of personen op wie de melding betrekking heeft, tenzij daardoor een ander onderzoeksbelang kan worden geschaad.
4.
Ten behoeve van het onderzoek kan de commissie bij het bevoegd gezag alle inlichtingen inwinnen die zij voor de vorming van haar advies nodig acht. Het bevoegd gezag verschaft aan de commissie de gevraagde inlichtingen.
5.
Wanneer de inhoud van bepaalde door het bevoegd gezag verstrekte inlichtingen vanwege het vertrouwelijke karakter uitsluitend ter kennisneming van de commissie dient te blijven, wordt dit aan de commissie medegedeeld. De commissie draagt er zorg voor in dergelijke gevallen vertrouwelijk met deze informatie om te gaan en deze waar nodig te beveiligen tegen kennisneming door onbevoegden.
6.
De kosten van het onderzoek komen voor rekening van de organisatie waarop de melding betrekking heeft.
1.
De commissie legt zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk twaalf weken na ontvangst van de melding, haar bevindingen omtrent de melding neer in een advies, gericht aan het bevoegd gezag.
2.
Als niet binnen twaalf weken kan worden geadviseerd, kan de commissie het uitbrengen van een advies verdagen. Het bevoegd gezag en de melder worden daarover tijdig schriftelijk en met vermelding van redenen geïnformeerd. Daarbij wordt de termijn aangegeven waarbinnen zij het advies ontvangen.
3.
De commissie zendt aan de melder een afschrift van het advies.
1.
Na ontvangst van het advies, bedoeld in artikel 21, stelt het bevoegd gezag de melder, de commissie en, tenzij daardoor een onderzoeksbelang kan worden geschaad, de persoon of personen op wie de melding betrekking heeft, zo spoedig mogelijk maar uiterlijk binnen twaalf weken schriftelijk in kennis van zijn standpunt dienaangaande en de eventuele consequenties die het daaraan verbindt.
2.
Als het standpunt en de consequenties afwijken van het advies, vermeldt het bevoegd gezag de reden voor de afwijking.
3.
Als de commissie de identiteit van de melder niet bekend heeft gemaakt, stuurt de commissie de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, door aan de melder.
4.
Nadat de commissie het standpunt van het bevoegd gezag heeft ontvangen maakt deze haar advies in geanonimiseerde vorm openbaar. Indien de commissie het standpunt na twaalf weken na verzending van het advies aan het bevoegd gezag nog niet heeft ontvangen, maakt de commissie haar advies openbaar. Indien zwaarwegende redenen hieraan in de weg staan, blijft openbaarmaking van het advies achterwege.
5.
Het bevoegd gezag maakt zijn standpunt in geanonimiseerde vorm openbaar tenzij zwaarwegende redenen hieraan in de weg staan.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. De commissie integriteit overheid
- Hoofdstuk 3. Procedure voor het melden van een misstand
+ Hoofdstuk 4. Financiële tegemoetkoming
+ Hoofdstuk 5. Overgangs- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken