Besluit van 23 december 1983 tot vaststelling van modelschema's voor de inrichting van jaarrekeningen
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 10 november 1983, nr. 615/683;
Overwegende dat ter uitvoering van de vierde richtlijn van de Raad van Europese Gemeenschappen inzake het vennootschapsrecht modellen moeten worden vastgesteld voor de inrichting van jaarrekeningen;
Gelet op artikel 363 lid 6 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
De Raad van State gehoord, advies van 21 december 1983, nr. W03.83.0578/05.3.52;
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 22 december 1983, nr. 678/683; Stafafdeling Wetgeving Privaatrecht;
Hebben goedgevonden en verstaan:
1.
De balans van een naamloze of besloten vennootschap moet zijn ingericht overeenkomstig model A of model B , de winst- en verliesrekening overeenkomstig model E of model F . Deze modellen zijn als bijlage bij dit besluit gevoegd.
2.
Is artikel 396 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing, dan kan de vennootschap voor de balans ook model C of model D kiezen en voor de winst- en verliesrekening model I of model J. Deze modellen zijn bij dit besluit gevoegd.
3.
Dit besluit is niet van toepassing op een rechtspersoon als bedoeld in artikel 395a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
Artikel 3
De posten worden afzonderlijk, overzichtelijk in een of meer kolommen ingevuld. Zo veel mogelijk worden daarnaast de bedragen voor het voorafgaande boekjaar gegeven. Boven de kolommen wordt in de balans de balansdatum en in de winst- en verliesrekening het boekjaar vermeld waarop zij betrekking hebben.
1.
De aanduiding van het gekozen model mag worden weggelaten; het lettertype is vrij.
2.
De letters en cijfers voor de posten mogen worden weggelaten of vervangen.
3.
Posten zonder bedrag worden weggelaten, tenzij een bedrag voor het voorafgaande jaar moet worden vermeld. De aanwezigheid van een post in een model laat de bevoegdheid open geen bedrag in te vullen, wanneer de wet dat toestaat.
1.
Van de benamingen Vaste activa, Vlottende activa, Kortlopende schulden, Langlopende schulden, Voorzieningen en Eigen vermogen mag niet worden afgeweken.
2.
Andere benamingen mogen slechts worden vervangen door benamingen die in het gegeven geval op ten minste even duidelijke wijze de inhoud van de post of telling aanduiden.
3.
De uitkomsten van tussentellingen mogen worden ingevoegd en benoemd.
4.
Tussentellingen en eindtellingen in de modellen die niet worden genoemd in de artikelen 364 tot en met 377 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek of, voor zover het betreft banken dan wel, voor zover het betreft verzekeringsmaatschappijen, in de artikelen 429 tot en met 440 van dat boek, in het Besluit jaarrekening banken mogen onbenoemd blijven. Opeenvolgende tussentellingen die onderling niet verschillen wegens het ontbreken van tussenliggende posten, mogen worden samengevoegd.
1.
De volgorde van de posten is die van het gekozen model. De post "aandeel in winst/verlies van ondernemingen waarin wordt deelgenomen" mag ook aan alle financiƫle baten en lasten vooraf gaan.
2.
Participatiemaatschappijen mogen de volgorde van de posten wijzigen in overeenstemming met het gebruik in hun bedrijfstak.
3.
Onder participatiemaatschappij wordt in dit artikel verstaan een rechtspersoon of vennootschap waarvan de werkzaamheid is beperkt tot uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het deelnemen in andere rechtspersonen of vennootschappen zonder zich in te laten met de bedrijfsvoering daarvan, tenzij door het uitoefenen van aandeelhoudersrechten.
1.
Aan de posten van de modellen mag een uitsplitsing worden toegevoegd; zij mogen door een uitsplitsing worden vervangen.
2.
Posten mogen worden ingevoegd, voor zover hun inhoud niet wordt gedekt door een in het gekozen model vermelde post die niet als "overige" is aangeduid.
3.
De in de artikelen 377 lid 1 onder cen 437 lid 5 onder c van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en lid 9 lid 1 onder c van het Besluit jaarrekening banken bedoelde overige belastingen moeten in de winst- en verliesrekening worden opgenomen onmiddellijk voor de post resultaat na belastingen of onmiddellijk voor de post, bedoeld in artikel 10 lid 3.
4.
Indien opbrengsten moeten worden verantwoord uit deelnemingen die niet overeenkomstig artikel 389 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek zijn gewaardeerd, moeten deze afzonderlijk als eerste post van de financiƫle baten worden opgenomen onder de benaming: uitkeringen uit niet op netto-vermogenswaarde e.d. gewaardeerde deelnemingen. Waardeveranderingen op deze deelnemingen worden hetzij afzonderlijk opgenomen onmiddellijk na de waardeveranderingen van vorderingen die tot de vaste activa behoren en van effecten, hetzij met die post samengevoegd; in het laatste geval wordt de benaming zo nodig aangepast.
1.
Elke ononderbroken reeks met arabische cijfers genummerde posten in een model kan geheel of ten dele in de toelichting worden opgenomen, in plaats van op de balans, met herhaling van de som.
2.
Elke ononderbroken reeks niet met hoofdletters gedrukte posten in de winst- en verliesrekening kan geheel of ten dele in de toelichting worden opgenomen, in plaats van op de winst- en verliesrekening, met herhaling van de som.
3.
Voor zover dit artikel wordt toegepast, worden de reeksen in de toelichting opgenomen in de volgorde van het gekozen model.
Artikel 9
Wanneer een bedrag onder meer dan een post zou kunnen worden opgenomen, moet in de toelichting worden vermeld onder welke andere post of posten het bedrag kon worden opgenomen, hoe groot het bedrag is en waarop het betrekking heeft, een en ander indien het in artikel 362 lid 1 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde inzicht daardoor wordt gediend.
1.
In een geconsolideerde jaarrekening mogen alle benamingen worden aangepast om het groepskarakter aan te geven.
2.
In een geconsolideerde balans wordt het aandeel van derden in groepsmaatschappijen afzonderlijk als onderdeel van het groepsvermogen opgenomen. Overigens is onderverdeling van het eigen vermogen in een geconsolideerde jaarrekening niet vereist.
3.
In een geconsolideerde winst- en verliesrekening wordt het aandeel van derden in het geconsolideerde resultaat na belastingen afzonderlijk gegeven; indien het gesplitst wordt gegeven, moet dit geschieden na het resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening na belastingen en na het buitengewone resultaat na belastingen.
Artikel 11
Bovenaan de balans wordt aangegeven of daarin de bestemming van het resultaat is verwerkt. Is de bestemming van het resultaat niet verwerkt, dan moet op de balans het resultaat na belastingen afzonderlijk worden vermeld als laatste post van het eigen vermogen.
1.
In de modellen A, B, C en D mag de post "overlopende activa" ook na de liquide middelen zelfstandig worden opgenomen.
2.
In de modellen B en D mag de post "overlopende passiva" ook na de schulden en in de modellen A en C na de voorzieningen zelfstandig worden opgenomen.
3.
In de toelichting en in de modellen B en R mogen de uitsplitsing van de kortlopende en die van de langlopende schulden gezamenlijk worden gegeven, mits de onderverdeling weer uit de toelichting blijkt.
1.
In model F mogen de posten Som der kosten en Netto-omzetresultaat achterwege blijven.
2.
In de modellen I en J mag van de kolomindeling worden afgeweken.
Artikel 15
Voor zover de wettelijk vereiste handtekeningen op het oorspronkelijke exemplaar van de jaarrekening zijn gesteld, mag op andere exemplaren daarvan worden volstaan met vermelding van de namen der ondertekenaren. Indien een handtekening op het oorspronkelijke exemplaar ontbreekt, wordt de reden daarvan op de andere exemplaren vermeld.
2.
De balans van een bank moet zijn ingericht overeenkomstig model K, de winst- en verliesrekening overeenkomstig de modellen L of M. Deze modellen zijn als bijlage bij dit besluit gevoegd.
3.
De van hoofdletters voorziene posten van model K en de met hoofdletters gedrukte posten van de modellen L en M worden vermeld, ook als deze in het geheel van de jaarrekening van te verwaarlozen betekenis zijn voor het wettelijk vereiste inzicht.
4.
Hypotheekbanken nemen op de balans onder de activa in plaats van de post "vorderingen op klanten" een tweetal posten op, die onderscheidenlijk luiden: vorderingen op klanten uit hypothecaire leningen en overige vorderingen op klanten. Onder de passiva nemen deze banken in plaats van de post "Schuldbewijzen" een tweetal posten op, die onderscheidenlijk luiden: pandbrieven en overige schuldbewijzen. Zij mogen de post "Kasmiddelen" samenvoegen met de post "Vorderingen op banken", tenzij de omvang van de kasmiddelen van betekenis is op het geheel van de activa.
5.
De benamingen gebruikt in de modellen K, L en M mogen slechts worden vervangen door benamingen die in het gegeven geval op ten minste even duidelijke wijze de inhoud van de post of telling aanduiden.
6.
Aan de posten van deze modellen mag een uitsplitsing worden toegevoegd.
7.
Indien opbrengsten moeten worden verantwoord uit deelnemingen die niet overeenkomstig artikel 389 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek zijn gewaardeerd, worden deze afzonderlijk van en onmiddellijk volgend op de opbrengsten uit deelnemingen onderscheidenlijk groepsmaatschappijen verantwoord onder de benaming: opbrengsten uit niet op netto-vermogenswaarde gewaarde deelnemingen.
8.
Het aandeel in winst/verlies van ondernemingen waarin wordt deelgenomen, wordt opgenomen onder de opbrengsten uit deelnemingen onderscheidenlijk groepsmaatschappijen en wordt in de toelichting vermeld.
9.
Elke ononderbroken reeks met arabische cijfers genummerde posten in de modellen L en M kan geheel of ten dele in de toelichting worden opgenomen, in plaats van op de winst- en verliesrekening, met herhaling van de som. De reeksen worden in de toelichting opgenomen in de volgorde van het gekozen model.
2.
De balans van een verzekeringsmaatschappij moet zijn ingericht overeenkomstig model N, de winst- en verliesrekening overeenkomstig model O. Voor de technische rekening schadeverzekering mag model P worden gebruikt, indien de beleggingen rechtstreeks aan het schadeverzekeringsbedrijf kunnen worden toegewezen. Deze modellen zijn als bijlage bij dit besluit gevoegd.
3.
De benamingen gebruikt in de modellen N, O en P mogen slechts worden vervangen door benamingen die in het gegeven geval op ten minste even duidelijke wijze de inhoud van de post of telling aanduiden.
4.
Aan de posten van de modellen mag een uitsplitsing worden toegevoegd.
5.
Indien in de technische rekening levensverzekering van de bruto premies koopsommen uit winstdeling deel uitmaken, wordt het bedrag daarvan afzonderlijk in de toelichting vermeld.
6.
Het aandeel in winst/verlies van ondernemingen waarin wordt deelgenomen, wordt opgenomen onder de opbrengsten uit deelnemingen en wordt in de toelichting vermeld.
7.
Indien opbrengsten moeten worden verantwoord uit deelnemingen die niet overeenkomstig artikel 389 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek zijn gewaardeerd, worden deze afzonderlijk van en onmiddellijk volgend op de opbrengsten uit deelnemingen verantwoord onder de benaming: opbrengsten uit niet op netto-vermogenswaarde gewaardeerde deelnemingen.
8.
In de geconsolideerde jaarrekening van een verzekeringsmaatschappij mogen alle opbrengsten van beleggingen in de niet-technische rekening worden opgenomen. In model O vervallen dan in de technische rekeningen de posten opbrengsten uit beleggingen en beleggingslasten alsmede de posten niet-gerealiseerde winst op beleggingen en niet-gerealiseerd verlies op beleggingen. In plaats van de post opbrengsten uit beleggingen treedt de post toegerekende opbrengst van beleggingen.
9.
Elke ononderbroken reeks met arabische cijfers genummerde posten in de modellen O en P kan geheel of ten dele in de toelichting worden opgenomen, in plaats van op de winst- en verliesrekening, met herhaling van de som. De reeksen worden in de toelichting opgenomen in de volgorde van het gekozen model.
1.
Op beleggingsmaatschappijen of maatschappijen voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, zijn de artikelen 2 tot en met 4, 5, leden 3 en 4, 6 lid 1, eerste zin, 7 leden 1 tot en met 3, 8 tot en met 11, 12 lid 3, en 15 van toepassing.
2.
De balans van een beleggingsmaatschappij of maatschappij voor collectieve belegging in effecten moet zijn gericht overeenkomstig model Q of R, de winst- en verliesrekening overeenkomstig model S. Deze modellen zijn als bijlage bij dit besluit gevoegd.
3.
Indien een beleggingsmaatschappij of maatschappij voor collectieve belegging in effecten de tweede zin van artikel 401, lid 2 van het Burgerlijk Wetboek toepast, neemt zij buiten de telling van de winst- en verliesrekening een post op onder de benaming "wijziging in de reserves uit hoofde van koersverschillen".
4.
Een beleggingsmaatschappij of maatschappij voor collectieve belegging in effecten die in onroerend goed belegt, mag in de winst- en verliesrekening, ten einde inzicht te verschaffen in het exploitatieresultaat met betrekking tot het onroerend goed, de afschrijvingen op beleggingen in onroerend goed alsmede de op deze beleggingen betrekking hebbende overige lasten en kosten onmiddellijk onder de opbrengsten uit beleggingen in terreinen en gebouwen opnemen.
5.
De benamingen gebruikt in de modellen Q, R en S mogen slechts worden vervangen door benamingen die in het gegeven geval op ten minste even duidelijke wijze de inhoud van de post of telling aanduiden.
6.
Indien opbrengsten moeten worden verantwoord uit deelnemingen die niet overeenkomstig artikel 389 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek zijn gewaardeerd, worden deze afzonderlijk en onmiddellijk volgend op de opbrengsten uit deelnemingen verantwoord onder de benaming: opbrengsten uit niet op netto-vermogenswaarde gewaardeerde deelnemingen.
Artikel 17
Dit besluit kan worden aangehaald als "Besluit modellen jaarrekening".
1.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag waarop titel 8 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek kracht van wet verkrijgt.
2.
Het is van toepassing op jaarrekeningen waarop titel 8 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing is.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de bijlagen en bijbehorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
's-Gravenhage, 23 december 1983
De Minister van Justitie,
Uitgegeven de dertigste december 1983
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Artikel 11
Artikel 12
Artikel 13
Artikel 14
Artikel 15
Artikel 16
Artikel 16a
Artikel 16b
Artikel 17
Artikel 18
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken