Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2013. U leest nu de tekst die gold op -.

Besluit nadere regeling eindiging recht op uitkering Werkloosheidswet

Uitgebreide informatie
Besluit nadere regeling eindiging recht op uitkering Werkloosheidswet
De Sociale Verzekeringsraad,
Overwegende dat met wet van 22 december 1993 (Stb. 744) de bevoegdheid van de Sociale Verzekeringsraad, genoemd in artikel 20, zesde lid, van de Werkloosheidswet is gewijzigd;
Overwegende dat het gewenst is zijn besluit van 18 december 1986, nr. 86/8028 in te trekken en een nieuw besluit te treffen;
Gelet op artikel 20, zesde lid, van de Werkloosheidswet;
Besluit:
Artikel 1
Voor de berekening van het aantal arbeidsuren, bedoeld in artikel 20, derde en vierde lid, van de Werkloosheidswet worden met arbeidsuren gelijkgesteld:
a. uren waarin de werknemer zonder te werken loon heeft ontvangen;
b. uren, waarin de werknemer niet heeft gewerkt en waarvoor hij een uitkering op grond van artikel 18 van de Werkloosheidswet heeft ontvangen;
c. uren, waarin de werknemer niet heeft gewerkt in verband met werktijdverkorting waarvoor op grond van artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 ontheffing is verleend.
1.
Indien het aantal arbeidsuren in een kalenderweek als gevolg van een bepaalde wijze van invulling van arbeidsduurverkorting, geen juist beeld geeft van het arbeidspatroon, worden:
a. uren, waarin de werknemer niet heeft gewerkt, gelijkgesteld met arbeidsuren;
b. uren, waarin de werknemer heeft gewerkt, buiten beschouwing gelaten; of
c. zowel uren, waarin de werknemer niet heeft gewerkt, gelijkgesteld met arbeidsuren als uren, waarin de werknemer heeft gewerkt, buiten beschouwing gelaten.
2.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt de arbeidsduurverkorting geacht gelijkelijk te zijn verspreid over een periode van een kalenderjaar. Indien de werknemer in een kalenderweek meer uren arbeidsduurverkorting heeft genoten dan het op jaarbasis vastgesteld gemiddeld aantal per week, wordt het verschil voor de toepassing van het eerste lid gelijkgesteld met gewerkte uren. Indien de werknemer in een kalenderweek minder uren arbeidsduurverkorting heeft genoten dan het op jaarbasis vastgesteld gemiddeld aantal per week, wordt het verschil voor de toepassing van het eerste lid buiten beschouwing gelaten.
Artikel 3
Indien het aantal arbeidsuren in een kalenderweek ten aanzien van de werknemer, die in ploegendienst of volgens andere vormen van werkroosters gaat werken, gelet op zijn arbeidspatroon geen juist beeld geeft van dat arbeidspatroon, worden zonodig in afwijking van de voorgaande artikelen niet-gewerkte uren zodanig gelijkgesteld met gewerkte uren dan wel, worden gewerkte uren zodanig buiten beschouwing gelaten, dat het gemiddeld aantal arbeidsuren overeenkomt met het aantal uren van dat arbeidspatroon.
1.
Indien de werknemer meer dan één recht op uitkering op grond van de Werkloosheidswet heeft en zich een omstandigheid, als bedoeld in artikel 20, eerste lid, onderdeel a en b, van de Werkloosheidswet, voordoet, worden voor de toepassing van het tweede, derde en vierde lid van dat artikel de uitkeringsrechten beëindigd in de volgorde, waarin zij zijn ontstaan.
2.
Het UWV neemt in afwijking van het eerste lid een andere volgorde in aanmerking, indien toepassing van dat lid tot een kennelijk onjuiste uitkomst leidt.
3.
In de situatie, bedoeld in het tweede lid, wordt voor de vaststelling van de volgorde, waarin de uitkeringsrechten worden beëindigd, uitgegaan van een samenhang tussen de werkloosheidssituaties en de reden van beëindiging van het recht op uitkering.
4.
Een samenhang, als bedoeld in het derde lid, wordt vastgesteld aan de hand van:
a. het beroep of de beroepen van de werknemer;
b. de bedrijfstak of bedrijfstakken waarin de werknemer werkzaam is;
c. het aantal uren van de werkloosheid en het aantal uren, waarmee het uitkeringsrecht moet worden beëindigd;
d. de hoogte van het loon.
1.
Voor de berekening van het aantal arbeidsuren, bedoeld in artikel 20, derde en vierde lid, terzake waarvan het recht op uitkering eindigt, worden buiten beschouwing gelaten de arbeidsuren waarin bereikbaarheidsdiensten zijn verricht.
2.
Het eerste lid van dit artikel is niet van toepassing indien voor de arbeidsuren waarin bereikbaarheidsdiensten zijn verricht, een vergoeding is ontvangen die tenminste gelijk is aan de voor de betreffende werknemer geldende vergoeding voor het verrichten van zijn overige arbeid.
3.
Voor de toepassing van dit besluit wordt onder bereikbaarheidsdiensten verstaan: het buiten de gebruikelijke werktijden of plaats beschikbaar zijn om op aanwijzing door of namens de werkgever direct arbeid te verrichten.
Artikel 5
Indien tijdens een recht op uitkering na toepassing van artikel 20, zesde lid, onderdeel b, van de Werkloosheidswet een nieuw recht op uitkering ontstaat op grond van artikel 18 van die wet, dan wel in verband met werktijdverkorting waarvoor op grond van artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 ontheffing is verleend, eindigt het eerstgenoemde recht in afwijking van het bepaalde in artikel 1 niet geheel of gedeeltelijk in verband met dat nieuwe recht.
Artikel 6
Dit besluit treedt in werking met ingang van vijfde kalenderweek na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
Artikel 7
Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit nadere regeling eindiging recht op uitkering Werkloosheidswet.
Zoetermeer, 20 oktober 1994
De Sociale Verzekeringsraad ,
voorzitter
algemeen secretaris
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 4a
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken