Let op. Deze wet is vervallen op 1 april 2003. U leest nu de tekst die gold op 31 maart 2003.

Besluit Naturalisatiegelden 1997

Uitgebreide informatie
Besluit van 11 juni 1997 tot uitvoering van artikel 13 van de Rijkswet op het Nederlanderschap (Besluit Naturalisatiegelden 1997)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Justitie van 11 december 1996, Directie Wetgeving, Nr. 594774/96/6;
Gelet op artikel 13 van de Rijkswet op het Nederlanderschap (Stb. 1984, 628);
De Raad van State van het Koninkrijk gehoord (advies van 17 maart 1997, nr. W03.96.0602/K.);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Justitie van 3 juni 1997, Directie Wetgeving, Nr. 625065/97/6;
De bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde:
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: de Minister van Justitie van het Koninkrijk;
b. naturalisatie: verlening van het Nederlanderschap als bedoeld in hoofdstuk 4 van de Rijkswet op het Nederlanderschap;
1.
Voor de behandeling van het verzoek tot naturalisatie is een bedrag van € 272 of, in de Nederlandse Antillen of Aruba de tegenwaarde daarvan in Nederlands-Antilliaanse gulden of Arubaanse florin verschuldigd.
2.
Voor de behandeling van het verzoek tot naturalisatie is in geval van min- en onvermogen van de aanvrager een bedrag van € 159 of, in de Nederlandse Antillen of Aruba de tegenwaarde daarvan in Nederlands-Antilliaanse gulden of Arubaanse florin verschuldigd. Onze Minister regelt voor elk der landen van het Koninkrijk de gevallen waarin sprake is van min- en onvermogen en de wijze waarop deze toestand kan worden bewezen.
3.
In geval van een gelijktijdig verzoek tot naturalisatie van twee met elkaar gehuwde personen of van twee ongehuwden die in een duurzame relatie anders dan het huwelijk samenleven, wordt het in het eerste en tweede lid genoemde bedrag verhoogd met een bedrag van € 91 of, in de Nederlandse Antillen of Aruba de tegenwaarde daarvan in Nederlands-Antilliaanse gulden of Arubaanse florin.
1.
Geen betaling is verschuldigd, indien het betreft het verzoek tot naturalisatie
a. van een minderjarige, mits het verzoek deel uitmaakt van het verzoek tot naturalisatie van zijn vader of moeder,
b. van een persoon die ingevolge de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld.
2.
Onze Minister kan gehele ontheffing verlenen van betaling van het verschuldigde bedrag, indien het betreft het verzoek tot naturalisatie
a. van een minderjarige die zelfstandig een verzoek indient;
b. van een persoon die ingevolge een administratieve vergissing reeds meer dan een jaar als Nederlander is aangemerkt;
c. van een persoon die op grond van het staatsbelang of van zijn verdiensten voor de staat genaturaliseerd wordt.
3.
Geen ontheffing wordt toegestaan indien de in het tweede lid, onder b, bedoelde vergissing het gevolg is van frauduleus of onzorgvuldig gedrag van de verzoeker.
4.
Van de in het tweede lid bedoelde bevoegdheid kan Onze Minister mandaat verlenen aan degene bij wie het verzoek tot naturalisatie moet worden ingediend.
Artikel 4
Vindt de betaling van het verschuldigde bedrag niet plaats binnen een periode van dertien weken na de ontvangst van het verzoek tot naturalisatie, dan wordt het verzoek buiten behandeling gesteld. Indien wordt verzocht om een gehele ontheffing van betaling als bedoeld in artikel 3, tweede lid, dan wordt deze termijn opgeschort tot de dag waarop op dit verzoek is beslist.
1.
Het wegens een in Nederland of buiten het Koninkrijk verzochte naturalisatie verschuldigde bedrag moet worden voldaan bij de burgemeester van de gemeente waar de betrokkene zijn naturalisatieverzoek indient of, indien het verzoek wordt ingediend bij een daartoe door Onze Minister van Buitenlandse Zaken aangewezen diplomatieke of consulaire post, bij het hoofd van die post.
2.
Het wegens een verzoek tot naturalisatie in de Nederlandse Antillen verschuldigde bedrag moet worden voldaan bij de regering van de Nederlandse Antillen.
3.
Het wegens een verzoek tot naturalisatie in Aruba verschuldigde bedrag moet worden voldaan bij de regering van Aruba.
1.
De burgemeester, het hoofd van de diplomatieke of consulaire post, de regering van de Nederlandse Antillen en de regering van Aruba dragen de wegens de verzoeken tot naturalisatie ontvangen gelden onder aftrek van het in het tweede lid genoemde bedrag op de door Onze Minister daartoe bepaalde wijze en tijdstippen aan Onze Minister af.
2.
De afdrachtplichtige ontvangt voor verzoeken tot naturalisatie als bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid, een vergoeding van € 110 en voor verzoeken tot naturalisatie als bedoeld in artikel 2, derde lid, een vergoeding van € 201. Afdrachtplichtigen in de Nederlandse Antillen of Aruba ontvangen een vergoeding in de tegenwaarde van deze bedragen in Nederlands-Antilliaanse gulden of Arubaanse florin. Met betrekking tot de verzoeken bedoeld in artikel 3, eerste lid, vindt geen vergoeding plaats. Met betrekking tot de verzoeken bedoeld in artikel 3, tweede lid, kan Onze Minister de afdrachtplichtige op zijn verzoek een vergoeding toekennen.
3.
De in het eerste lid bedoelde afdracht geschiedt onder overlegging van een lijst met de namen van de personen, die een verzoek tot naturalisatie hebben ingediend.
4.
Onze Minister regelt de wijze waarop de juistheid van de afgedragen bedragen wordt vastgesteld.
1.
Het koninklijk besluit van 27 januari 1986 (Stb. 1986, 18) wordt ingetrokken.
2.
Het in het eerste lid genoemde besluit blijft evenwel van toepassing op naturalisatieverzoeken die voor de datum van de inwerkingtreding van dit besluit zijn ingediend.
Artikel 8
Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit naturalisatiegelden 1997.
Artikel 9
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Voor elk van de landen van het Koninkrijk kan een ander tijdstip worden vastgesteld.
Lasten en bevelen, dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad, in het Publicatieblad van de Nederlandse Antillen en in het Afkondigingsblad van Aruba zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 11 juni 1997
De Staatssecretaris van Justitie,
Uitgegeven vierentwintigste juni 1997
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht