Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2013. U leest nu de tekst die gold op -.

Besluit nevenvestigings- en nevenzittingsplaatsen

Uitgebreide informatie
Besluit van 10 december 2001 tot vaststelling van nevenzittingsplaatsen van de gerechtshoven en de rechtbanken en houdende regels voor de verdeling van zaken over de hoofdplaats en de nevenvestigings- en nevenzittingsplaatsen (Besluit nevenvestigings- en nevenzittingsplaatsen)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 13 november 2001, nr. 5132150/01/6;
Gelet op de artikelen 41 en 59 van de Wet op de rechterlijke organisatie;
De Raad van State gehoord (advies van 28 november 2001, nr. W03.01.0599/I);
Gelet op het nader rapport van de Minister van Justitie van 5 december 2001, nr. 5137099/01/6;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. kantonzaken: zaken die ingevolge de wet door de kantonrechter worden behandeld;
b. zittingscapaciteit: de beschikbare zittingsruimte, de beschikbare capaciteit aan rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast en de beschikbare capaciteit aan gerechtsambtenaren benodigd voor de behandeling van zaken;
c. gespecialiseerde zittingscapaciteit: de beschikbare zittingsruimte en de beschikbare capaciteit aan rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast en aan gerechtsambtenaren die voldoen aan de specifieke kennis, deskundigheid of andere vereisten die nodig zijn voor de behandeling van bepaalde zaken of bepaalde categorieën van zaken.
Artikel 2
De nevenzittingsplaatsen van de gerechtshoven zijn:
a. gerechtshof Amsterdam: Alkmaar, Amersfoort, Den Helder, Haarlem, Hilversum, Hoorn, Utrecht, Zaanstad;
b. gerechtshof Arnhem: Almelo, Almere, Apeldoorn, Deventer, Enschede, Harderwijk, Lelystad, Nijmegen, Tiel, Zutphen, Zwolle;
c. gerechtshof 's-Gravenhage: Dordrecht, Middelburg, Rotterdam;
d. gerechtshof 's-Hertogenbosch: Bergen op Zoom, Breda, Eindhoven, Heerlen, Maastricht, Roermond, Tilburg, Venlo;
e. gerechtshof Leeuwarden: Assen, Groningen.
Artikel 3
De nevenzittingsplaatsen van de rechtbanken zijn:
a. rechtbank Alkmaar: Den Helder;
b. rechtbank Arnhem: Wageningen;
c. rechtbank Dordrecht: Gorinchem;
d. rechtbank Groningen: Oldambt;
e. rechtbank Leeuwarden: Súdwest Fryslân;
f. rechtbank Roermond: Venray;
g. rechtbank Rotterdam: Middelharnis;
h. rechtbank Zutphen: Doetinchem, Harderwijk, Oost Gelre, Oude IJsselstreek;
i. rechtbank Zwolle-Lelystad: Almere, Steenwijkerland.
1.
De nevenzittingsplaatsen van de rechtbank te 's-Gravenhage voor beroepen, ingesteld tegen besluiten die zijn gegeven op grond van de Vreemdelingenwet 2000 , zijn de hoofdplaatsen van de andere arrondissementen alsmede Haarlemmermeer.
2.
De rechtbank te ’s-Gravenhage kan buiten de hoofdplaats van het arrondissement onderscheidenlijk buiten het arrondissement vreemdelingenzaken als bedoeld in Hoofdstuk 5 van de Vreemdelingenwet 2000 behandelen in de nevenvestigingsplaats Alphen aan den Rijn en in de nevenzittingsplaatsen Loenen en Tilburg.
1.
De gerechtshoven kunnen, voor zover het betreft de meervoudige kamers of raadkamers voor strafzaken, buiten het ressort terechtzittingen houden in de nevenzittingsplaatsen Amsterdam, Rotterdam en Soest.
2.
De rechtbanken kunnen, voor zover het betreft de meervoudige kamers of raadkamers voor strafzaken, buiten het arrondissement terechtzittingen houden in de nevenzittingsplaatsen Amsterdam, Rotterdam en Soest.
1.
Zaken waarbij het personeel van het gerechtshof of het ressortsparket betrokken is, kunnen in een nevenzittingsplaats buiten het ressort worden behandeld. Een nevenzittingsplaats buiten het ressort is de hoofdplaats van een aangrenzend ressort.
2.
Zaken waarbij personeel van de rechtbank of het arrondissementsparket betrokken is, kunnen in een nevenzittingsplaats buiten het arrondissement worden behandeld. Een nevenzittingsplaats buiten het arrondissement is de hoofdplaats of een nevenvestigingsplaats van een aangrenzend arrondissement.
1.
Bij gebrek aan voldoende zittingscapaciteit of aan gespecialiseerde zittingscapaciteit in de hoofdplaats of een nevenzittingsplaats binnen het ressort, kan het bestuur van een gerechtshof, de Raad voor de rechtspraak verzoeken tijdelijk een of meer nevenzittingsplaatsen buiten het ressort aan te wijzen voor de behandeling van een zaak of categorieën van zaken met het oog op een snellere behandeling van die zaken.
2.
De tijdelijke aanwijzing van een of meer nevenzittingsplaatsen buiten het ressort als bedoeld in het eerste lid geldt voor ten hoogste drie jaren en kan een maal worden verlengd.
3.
De nevenzittingsplaatsen buiten het ressort, die op grond van het eerste lid kunnen worden aangewezen, zijn de hoofdplaatsen van de andere ressorten.
4.
De Raad wijst zo veel als mogelijk een of meer nevenzittingsplaatsen aan in een of meer aangrenzende ressorten.
5.
Zaken waarvoor, vanwege hun aard dan wel de feiten of omstandigheden die met die zaken samenhangen, behandeling binnen het rechtsgebied waarin zij zijn aangebracht is aangewezen, worden zo veel als mogelijk binnen het rechtsgebied behandeld.
6.
Indien de aanwijzing betrekking heeft op strafzaken vindt de aanwijzing niet plaats, dan nadat de Raad daarover het College van procureurs-generaal heeft gehoord.
7.
Bij het aanwijzen van een of meer nevenzittingsplaatsen buiten het ressort voor de behandeling van categorieën van zaken geeft de Raad aan voor welke periode de aanwijzing geldt.
8.
De aanwijzing wordt gepubliceerd in de Staatscourant.
9.
Het zesde tot en met het achtste lid zijn van overeenkomstige toepassing op de verlenging van de aanwijzing als bedoeld in het tweede lid.
Artikel 7a
Voor de behandeling in hoger beroep van strafzaken afkomstig van de rechtbank te Utrecht is de hoofdplaats van het gerechtshof te Arnhem nevenzittingsplaats van het gerechtshof te Amsterdam.
1.
Bij gebrek aan voldoende zittingscapaciteit of aan gespecialiseerde zittingscapaciteit in de hoofdplaats, een nevenvestigingsplaats of een nevenzittingsplaats binnen het arrondissement kan het bestuur van een rechtbank, de Raad voor de rechtspraak verzoeken tijdelijk een of meer nevenzittingsplaatsen buiten het arrondissement aan te wijzen voor de behandeling van een zaak of categorieën van zaken met het oog op een snellere behandeling van zaken.
2.
De tijdelijke aanwijzing van een of meer nevenzittingsplaatsen buiten het arrondissement als bedoeld in het eerste lid geldt voor ten hoogste drie jaren en kan een maal worden verlengd.
3.
De nevenzittingsplaatsen buiten het arrondissement, die op grond van het eerste lid kunnen worden aangewezen, zijn de hoofdplaatsen en nevenvestigingsplaatsen van de andere arrondissementen.
4.
De Raad wijst zo veel als mogelijk een of meer nevenzittingsplaatsen aan in een of meer aangrenzende arrondissementen.
5.
Zaken waarvoor, vanwege hun aard dan wel de feiten of omstandigheden die met die zaken samenhangen, behandeling binnen het rechtsgebied waarin zij zijn aangebracht is aangewezen, worden zo veel als mogelijk binnen het rechtsgebied behandeld.
6.
Indien de aanwijzing betrekking heeft op strafzaken vindt de aanwijzing niet plaats, dan nadat de Raad daarover het College van procureurs-generaal heeft gehoord.
7.
Bij het aanwijzen van een of meer nevenzittingsplaatsen buiten het arrondissement voor de behandeling van categorieën van zaken geeft de Raad aan voor welke periode de aanwijzing geldt.
8.
De aanwijzing wordt gepubliceerd in de Staatscourant.
9.
Het zesde tot en met het achtste lid zijn van overeenkomstige toepassing op de verlenging van de aanwijzing als bedoeld in het tweede lid.
1.
Bij gebrek aan voldoende gespecialiseerde zittingscapaciteit voor de werkzaamheden van de rechter-commissaris in strafzaken, waarin het onderzoek plaatsvindt door een niet regionaal opsporingsteam onder leiding van een officier van justitie van het landelijk parket, het functioneel parket, of een officier van justitie van een arrondissementsparket zijn Rotterdam, Amsterdam, Den Bosch, Haarlem, Den Haag, Zwolle, Arnhem of Groningen nevenzittingsplaats van alle rechtbanken. De nevenzittingsplaats is in die gevallen de plaats waar het onderzoek onder leiding van de officier van justitie wordt uitgevoerd.
2.
In de nevenzittingsplaats, bedoeld in het eerste lid, kan ook het hoger beroep worden behandeld tegen de beschikking van de rechter-commissaris in de gevallen bij wet bepaald en kunnen ook andere beslissingen die in het voorbereidend onderzoek aan de rechtbank zijn opgedragen, worden genomen.
1.
Bij gebrek aan een volledig operationeel geïntegreerd bedrijfsprocessysteem binnen een arrondissement kan het bestuur van een rechtbank de Raad voor de rechtspraak verzoeken tijdelijk een of meer nevenzittingsplaatsen buiten het arrondissement aan te wijzen voor de behandeling van strafzaken die met een eerder uitgevaardigde strafbeschikking in verband staan.
2.
De tijdelijke aanwijzing van een of meer nevenzittingsplaatsen buiten het arrondissement als bedoeld in het eerste lid geldt voor ten hoogste drie jaren en kan eenmaal worden verlengd met ten hoogste twee jaren.
3.
De artikelen 8, vierde, zesde tot en met negende lid, en 11 zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 10
Zaken kunnen pas in een nevenzittingsplaats buiten het ressort onderscheidenlijk buiten het arrondissement worden behandeld, nadat het griffierecht is voldaan.
1.
De Raad voor de rechtspraak overlegt jaarlijks met het College van procureurs-generaal en met de Nederlandse Orde van Advocaten over de uitvoering van de artikelen 7 tot en met 9 in de praktijk.
2.
De Raad voor de rechtspraak doet jaarlijks verslag van het resultaat en de wijze waarop de artikelen 7 tot en met 9 zijn uitgevoerd door de Raad voor de rechtspraak en de gerechten. Daarbij besteedt de Raad voor de rechtspraak aandacht aan:
a. de op grond van artikel 7 en 8 gegeven aanwijzingen, de redenen daarvoor, de geldingsduur, de verleende verlengingen, de redenen daarvoor, alsmede een oordeel over de mogelijke aard van het gebrek aan zittingscapaciteit of gespecialiseerde zittingscapaciteit;
b. de mate waarin bij de aanwijzing van een of meer nevenzittingsplaatsen geen uitvoering kon worden gegeven aan artikelen 7, vierde en vijfde lid, en 8, vierde en vijfde lid, en de redenen daarvoor;
c. het overleg met het College van procureurs-generaal als bedoeld in artikelen 7 en 8 en de resultaten daarvan;
d. het aantal en de categorieën van zaken die daadwerkelijk in een nevenzittingsplaats buiten het ressort onderscheidenlijk buiten het arrondissement zijn behandeld op grond van artikelen 7 tot en met 9;
e. de effecten van de behandeling in een nevenzittingsplaats buiten het ressort onderscheidenlijk buiten het arrondissement op de werkvoorraden, op de doelmatige inzet van de zittingscapaciteit en op de positie van de justitiabelen;
f. klachten in verband met het behandelen van zaken in een nevenzittingsplaats buiten het ressort of arrondissement en de wijze waarop deze zijn afgehandeld;
g. eventuele knelpunten bij de uitvoering van artikelen 7 tot en met 10;
h. de resultaten van het overleg bedoeld in het eerste lid.
1.
Bij het bepalen van de plaats in een arrondissement waar een kantonzaak wordt behandeld, geldt de in de bijlage bij dit besluit opgenomen gebiedsindeling en zijn de regels voor de relatieve competentie van de rechtbanken van overeenkomstige toepassing.
2.
Indien een kantonzaak in meer dan een plaats kan worden behandeld, wordt de zaak behandeld in de plaats die de eiser of de verzoeker in de dagvaarding onderscheidenlijk het verzoekschrift vermeldt. Indien het verzoekschrift niet de plaats vermeldt waar de zaak wordt behandeld, bepaalt het gerechtsbestuur in welke plaats binnen het arrondissement de zaak wordt behandeld.
3.
Behalve in een geval als bedoeld in artikel 6, tweede lid, worden kantonzaken niet in een nevenzittingsplaats buiten het arrondissement behandeld.
1.
In afwijking van artikel 12 kan, bij gebrek aan een volledig operationeel geïntegreerd bedrijfsprocessensysteem binnen een arrondissement, het bestuur van een rechtbank de Raad voor de rechtspraak verzoeken tijdelijk een of meer nevenzittingsplaatsen buiten het arrondissement aan te wijzen voor de behandeling van een kantonzaak die met een eerder uitgevaardigde strafbeschikking in verband staat.
2.
De tijdelijke aanwijzing van een of meer nevenzittingsplaatsen buiten het arrondissement als bedoeld in het eerste lid geldt voor ten hoogste drie jaren en kan eenmaal worden verlengd met ten hoogste twee jaren.
3.
De artikelen 8, vierde, zesde tot en met negende lid, en 11 zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 13
Kantonzaken die ingevolge artikel 12 in de na te noemen plaatsen worden behandeld, kunnen worden behandeld in de volgende nevenzittingsplaatsen:
a. Oude IJsselstreek: Doetinchem;
b. Zwolle: Steenwijkerland;
c. Lelystad: Almere.
Artikel 14
Het Besluit nevenzittingsplaatsen wordt ingetrokken.
Artikel 15
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Artikel 16
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit nevenvestigings- en nevenzittingsplaatsen.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 10 december 2001
De Minister van Justitie,
Uitgegeven de twintigste december 2001
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
+ § 1. Algemene bepalingen
+ § 2. Nevenzittingsplaatsen binnen het rechtsgebied van de gerechtshoven en de rechtbanken
+ § 3. Nevenzittingsplaatsen buiten het rechtsgebied van de gerechtshoven en de rechtbanken
+ § 4. Regels voor de verdeling van kantonzaken
+ § 5. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht