Let op. Deze wet is vervallen op 1 juli 2014. U leest nu de tekst die gold op 30 juni 2014.

Besluit onderhoudsvoorwaarden kinderbijslag

Uitgebreide informatie
Besluit van 21 september 1995, houdende een algemene maatregel van bestuur tot het vaststellen van nadere onderhoudsvoorwaarden voor het toekennen van kinderbijslag
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 30 juni 1995, Directie Sociale Verzekeringen, nr. SV/VP/95/3100;
Gelet op artikel 7, vierde lid van de Algemene Kinderbijslagwet;
De Raad van State gehoord (advies van 8 augustus 1995, nr. W12.95.0324);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 19 september 1995, Directie Sociale Verzekeringen, nr. SV/VP/95/4232;
Hebben goedgevonden en verstaan:
1.
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. wet: de Algemene Kinderbijslagwet ;
b. kind: een eigen kind, een aangehuwd kind of een pleegkind;
c. inkomen van het kind: het inkomen van het kind, bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de wet;
d. onderhoud van het kind:
1°. de kosten die noodzakelijkerwijs verband houden met het levensonderhoud van het kind alsmede de kosten die noodzakelijkerwijs verband houden met het volgen van onderwijs of een beroepsopleiding door dat kind;
2°. de reiskosten die een verzekerde maakt om een kind, dat in verband met ziekte of gebreken niet tot zijn huishouden behoort, te bezoeken.
2.
Dit besluit berust op artikel 7, vijfde lid, van de wet.
1.
Voor de toepassing van artikel 3 en 4 wordt verstaan onder verzekerde:
a. een verzekerde die met een andere verzekerde een gemeenschappelijke huishouding voert waarbij een kind gezamenlijk door beiden wordt verzorgd en onderhouden;
b. een verzekerde die, op basis van een overeenkomst met een andere verzekerde, met die andere verzekerde een kind overwegend in gelijke mate verzorgt en onderhoudt, zonder met die andere verzekerde een gemeenschappelijke huishouding te voeren;
c. een verzekerde die een kind onderhoudt en in overwegende mate verzorgt maar waarbij het kind tevens door een andere verzekerde wordt onderhouden.
d. een verzekerde die een kind verzorgt en onderhoudt en waarbij het kind niet tevens door een andere verzekerde wordt onderhouden;
2.
Indien een verzekerde bedoeld in het eerste lid, een kind onderhoudt als bedoeld in artikel 5, eerste lid onderdeel c en d en artikel 6, zijn, in afwijking van het eerste lid, artikel 5 respectievelijk 6 van toepassing.
Artikel 3
De verzekerde onderhoudt een kind in belangrijke mate indien:
a. het kind jonger is dan 16 jaar, het niet tot zijn huishouden behoort en het inkomen van het kind minder dan f 3142,- [Red: per 1 oktober 2012: € 1790,–] per kwartaal bedraagt;
b. het kind 16 jaar of ouder doch jonger dan 18 jaar is, het
1°. tot zijn huishouden behoort en het inkomen van het kind minder dan f 2219,- [Red: per 1 oktober 2012: € 1.266,–] per kwartaal bedraagt;
2°. niet tot zijn huishouden behoort en het inkomen van het kind minder dan f 3142,- [Red: per 1 oktober 2012: € 1.790,–] per kwartaal bedraagt.
Artikel 4
De verzekerde onderhoudt een kind grotendeels indien het kind 16 jaar of ouder doch jonger dan 18 jaar is, het niet tot zijn huishouden behoort en het inkomen van het kind ten hoogste f 1935,- [Red: per 1 oktober 2012: € 1.103,–] per kwartaal bedraagt.
1.
Een verzekerde kan een kind in belangrijke mate of grotendeels onderhouden indien een kind niet tot zijn huishouden behoort en
a. het wel tot het huishouden van een ander behoort, of
b.
1°. het ook niet tot het huishouden van een ander behoort, en
2°. voor wie meer personen recht hebben op kinderbijslag waaronder een persoon die recht heeft op kinderbijslag uit hoofde van onderhoud bedoeld in artikel 3 of 4, en
3°. voor wie hij verplicht is krachtens overeenkomst of rechterlijke uitspraak een bijdrage te leveren in de kosten van levensonderhoud, of
c. het niet in Nederland verblijft en niet in een andere lid-staat van de Europese Unie, of in een andere staat die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, dan wel in een staat waarmee Nederland een verdrag inzake sociale zekerheid heeft gesloten op grond waarvan voor de toepassing van de Nederlandse wettelijke regeling inzake kinderbijslag het wonen van kinderen op het grondgebied van die staat moet worden gelijkgesteld met het wonen op het grondgebied van Nederland, of
d. waarbij een bijdrage in het onderhoud van het kind wordt geleverd door een derde, niet zijnde een verzekerde die een kind onderhoudt als bedoeld in artikel 3, 4, het tweede tot en met vierde lid van dit artikel, of artikel 6.
2.
De verzekerde, bedoeld in het eerste lid, onderhoudt een kind als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, dat jonger is dan 16 jaar in belangrijke mate indien het inkomen van het kind minder bedraagt dan f 3142,- [Red: per 1 oktober 2012: € 1.790,–] per kwartaal en de verzekerde een bijdrage in het onderhoud levert van ten minste f 728,- [Red: per 1 oktober 2012: € 416,–] per kwartaal.
3.
De verzekerde, bedoeld in het eerste lid, onderhoudt een kind als bedoeld in het eerste lid, in belangrijke mate indien hij, naast het onderhoud, bedoeld in artikel 3, een bijdrage in het onderhoud van het kind levert van ten minste f 728,- [Red: per 1 oktober 2012: € 416,–] per kwartaal.
4.
De verzekerde, bedoeld in het eerste lid, onderhoudt een kind als bedoeld in het eerste lid grotendeels indien hij, naast het onderhoud bedoeld in artikel 4, een bijdrage in het onderhoud van het kind levert van meer dan f 1935,- [Red: per 1 oktober 2012: € 1.103,–] per kwartaal.
Artikel 6
In afwijking van artikel 5 onderhoudt een verzekerde een kind dat jonger is dan 16 jaar en dat door of in verband met het volgen van onderwijs of een beroepsopleiding, niet tot zijn huishouden behoort of in verband met ziekte of gebreken vermoedelijk het eerstkomende jaar niet tot zijn huishouden zal behoren:
a. in belangrijke mate indien het inkomen van dat kind minder dan f 3142,- [Red: per 1 oktober 2012: € 1.790,–] per kwartaal bedraagt en hij een bijdrage in het onderhoud levert van ten minste f 728,- [Red: per 1 oktober 2012: € 416,–] per kwartaal;
b. grotendeels indien het inkomen van dat kind niet meer dan f 1935,- [Red: per 1 oktober 2012: € 1.103,–] per kwartaal bedraagt en hij een bijdrage in het onderhoud levert van meer dan f 1935,- [Red: per 1 oktober 2012: € 1.103,–] per kwartaal.
Artikel 7
In afwijking van artikel 5, vierde lid, en artikel 6 onderhoudt de verzekerde een kind als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel d, en artikel 6, onderdeel b, dat al voor 1 oktober 1995 in verband met ziekte of gebreken noch tot zijn huishouden noch tot dat van een ander behoort, grotendeels indien het inkomen van het kind ten hoogste f 1935,- [Red: per 1 oktober 2012: € 1.103,–] per kwartaal bedraagt en de verzekerde een bijdrage in het onderhoud van het kind levert van ten minste f 1456,- [Red: per 1 oktober 2012 € 830,–] per kwartaal.
1.
In de bijdragen, genoemd in de artikelen 5, 6 en 7, wordt in ieder geval geacht te zijn begrepen een bedrag van € 9 per dag dat het kind bij de verzekerde verblijft.
2.
Dit bedrag wordt aangepast aan het bedrag opgenomen in de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 , dat per dag van verzorging van een doorgaans in een inrichting verblijvend gehandicapt familielid door de belastingplichtige voor aftrek in aanmerking kan worden genomen.
Artikel 8
Indien een verzekerde eenzelfde kind over eenzelfde tijdvak zowel in belangrijke mate als grotendeels onderhoudt, onderhoudt hij het kind grotendeels.
Artikel 9
Indien twee verzekerden eenzelfde kind over eenzelfde tijdvak grotendeels onderhouden, onderhoudt de verzekerde die de hoogste bijdrage in het onderhoud levert, het kind grotendeels en de andere verzekerde het kind in belangrijke mate.
1.
Bij ministeriële regeling kunnen de in dit besluit genoemde bedragen, ieder jaar per 1 oktober worden aangepast aan de ontwikkeling die de kinderbijslagbedragen op grond van artikel 13, tweede lid van de wet hebben ondergaan in de periode van 2 juli tot en met 1 juli direct daaraan voorafgaand alsmede aan de ontwikkeling in diezelfde periode van de verschuldigde collegegelden op grond van artikel 7.43, eerste lid, onderdeel a van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
2.
De in het eerste lid bedoelde bedragen worden afgerond op hele euro's.
3.
De gewijzigde bedragen worden in de Staatscourant bekend gemaakt.
Artikel 11
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel 12
De regelingen van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 24 juni 1983, nr. 52.304 (Stcrt. 124), van 30 maart 1983, nr. 51.225 (Stcrt. 64) en van 29 september 1980, nr. 54.829 (Stcrt. 193) worden ingetrokken.
Artikel 13
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 oktober 1995.
Artikel 14
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit onderhoudsvoorwaarden kinderbijslag.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 21 september 1995
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
Uitgegeven de achtentwintigste september 1995
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 7a
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Artikel 11
Artikel 12
Artikel 13
Artikel 14
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken