Let op. Deze wet is vervallen op 19 mei 2004. U leest nu de tekst die gold op 18 mei 2004.

Besluit ONP-geschillenbeslechting

Uitgebreide informatie
Besluit van 10 november 1998, houdende regels ter uitvoering van de artikelen 7.1, 7.7 en 16.1 van de Telecommunicatiewet (Besluit ONP-geschillenbeslechting)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 4 juni 1998, nr HDTP/1631/MD, Hoofddirectie Telecommunicatie en Post;
Gelet op richtlijn nr. 92/44/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 5 juni 1992 betreffende de toepassing van Open Network Provision (ONP) op huurlijnen (PbEG L165), richtlijn nr. 98/10/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 26 februari 1998 inzake de toepassing van Open Network Provision (ONP) op spraaktelefonie en inzake de universele telecommunicatiedienst in een door concurrentie gekenmerkt klimaat (PbEG L 101) en op de artikelen 7.1, 7.7 en 16.1 van de Telecommunicatiewet;
De Raad van State gehoord (advies van 13 augustus 1998, no. W09.98.0233);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 3 november 1998, nr HDTP/98/3222/MD, Hoofddirectie Telecommunicatie en Post;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. wet: Telecommunicatiewet ;
b. richtlijn 92/44/EEG: richtlijn nr. 92/44/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 5 juni 1992 betreffende de toepassing van Open Network Provision (ONP) op huurlijnen (PbEG L 165), zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij richtlijn nr. 97/51/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 6 oktober 1997 tot wijziging van de Richtlijnen 90/387/EEG en 92/44/EEG van de Raad met het oog op de aanpassing aan een door concurrentie gekenmerkte context in de telecommunicatie (PbEG L 295);
c. richtlijn 98/10/EG: richtlijn nr. 98/10/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 26 februari 1998 inzake de toepassing van Open Network Provision (ONP) op spraaktelefonie en inzake de universele telecommunicatiedienst in een door concurrentie gekenmerkt klimaat (PbEG L 101), naar de tekst zoals deze bij die richtlijn is vastgesteld.
1.
Een belanghebbende die de beëindiging van een aanbod van huurlijnen door een aanbieder van huurlijnen die krachtens artikel 7.2 van de wet door het college is aangewezen niet aanvaardt, kan hierover aan het college een oordeel vragen.
2.
Een belanghebbende die zegt schade te hebben geleden dan wel schade te kunnen lijden ten gevolge van een schending door een aanbieder van huurlijnen, bedoeld in het eerste lid, van het bij of krachtens de wet bepaalde ter uitvoering van richtlijn 92/44/EEG, kan over het betreffende handelen dan wel nalaten door die aanbieder aan het college een oordeel vragen.
3.
Een belanghebbende die zegt schade te hebben geleden dan wel schade te kunnen lijden ten gevolge van een schending door een aanbieder van een vast openbaar telefoonnetwerk dan wel van een vaste openbare telefoondienst van het bij of krachtens de wet bepaalde ter uitvoering van richtlijn 98/10/EG, kan over het betreffende handelen dan wel nalaten door die aanbieder aan het college een oordeel vragen.
1.
De termijn voor het indienen van een aanvraag om een oordeel bedraagt zes weken.
2.
De termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop
a. de beslissing waarover een oordeel wordt gevraagd bij aanvrager bekend is, dan wel
b. de schade is ontstaan dan wel redelijkerwijs bij aanvrager bekend kon zijn.
3.
De artikelen 6:9 en 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 4
De aanvraag om een oordeel bevat de in artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde gegevens en vermeldt tevens
a. over welke beslissing van de betreffende aanbieder een oordeel wordt gevraagd, dan wel
b. over welk handelen dan wel nalaten van de betreffende aanbieder ten gevolge waarvan de aanvrager schade heeft geleden dan wel schade kan lijden een oordeel wordt gevraagd.
1.
Voor het vragen van een oordeel, bedoeld in artikel 2, is een vergoeding verschuldigd van
a. € 102 indien een oordeel gevraagd wordt door een natuurlijk persoon;
b. € 204 indien een oordeel gevraagd wordt anders dan door een natuurlijk persoon.
2.
Het college wijst de aanvrager op het verschuldigd zijn van het bedrag en deelt hem mee dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na de dag van verzending van zijn mededeling dient te zijn gestort. Indien het bedrag niet binnen deze termijn is bijgeschreven of gestort, wordt de aanvraag niet in behandeling genomen, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
3.
De in het eerste lid genoemde bedragen kunnen bij ministeriële regeling worden gewijzigd voorzover het prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie daartoe aanleiding geeft.
4.
Het oordeel van het college kan inhouden dat de betaalde vergoeding aan de belanghebbende die een oordeel vraagt, door de door het college aangewezen aanbieder van huurlijnen, aanbieder van een vast openbaar telefoonnetwerk onderscheidenlijk aanbieder van een vaste openbare telefoondienst geheel of gedeeltelijk wordt vergoed.
Artikel 6
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Artikel 7
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit ONP-geschillenbeslechting.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 10 november 1998
De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,
Uitgegeven negentiende november 1998
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken