Let op. Deze wet is vervallen op 1 april 2007. U leest nu de tekst die gold op 31 maart 2007.

Besluit ontwikkeling van landschappen

Uitgebreide informatie
Besluit ontwikkeling van landschappen
De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
Gelet op artikel 3 van de Kaderregeling subsidiëring natuurprojecten;
Besluit:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. landschapsontwikkelingsplan: plan voor het grondgebied van één of meer gemeenten ter verbetering van de landschapskwaliteit in het desbetreffende gebied;
b. landschapsplan: landschapsbeleidsplan of landschapsstructuurplan, waarvoor uit ’s Rijks kas subsidie is verstrekt vóór 1 januari 2002.
Artikel 2
Aanvragen tot subsidieverlening voor projecten, bedoeld in artikel 2 van de Kaderregeling subsidiëring natuurprojecten, kunnen worden ingediend voor het thema ’Ontwikkeling van het landschap’.
Artikel 4
Subsidie kan worden verstrekt voor projecten die een bijdrage leveren aan de bevordering van een samenhangend en doelmatig beleid met betrekking tot het beheer en de ontwikkeling van een kwalitatief hoogwaardig landschap.
1.
Voor subsidieverlening komen in aanmerking projecten:
a. die het voorbereiden en opstellen van landschapsontwikkelingsplannen betreffen waarvoor niet reeds eerder uit ’s Rijks kas subsidie is verstrekt;
b. waarbij het opstellen van het landschapsontwikkelingsplan wordt uitbesteed aan een bureau waarbij tenminste één tuin- en landschapsarchitect werkzaam is die ingevolge de Wet op de architectentitel is ingeschreven in het architectenregister en die actief participeert in het opstellen van het landschapsontwikkelingsplan.
2.
Voor subsidieverlening komen tevens in aanmerking projecten die de herziening betreffen van een landschapsplan.
Artikel 5a
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor landschapsontwikkelingsplannen die voldoen aan de in de artikelen 5b tot en met 5e genoemde voorwaarden.
Artikel 5b
In het landschapsontwikkelingsplan wordt aandacht besteed aan de volgende aspecten van het desbetreffende landschap:
a. de opbouw van het landschap;
b. de identiteit en verscheidenheid van het landschap, gerelateerd aan kenmerkende landschappen in Nederland;
c. het watersysteem;
d. de visuele kenmerken;
e. de betekenis van de gebruiksfuncties, inclusief verwachte ontwikkelingen, voor het landschap en omgekeerd;
f. de cultuurhistorische en aardkundige waarden;
g. de ecologische waarden;
h. de culturele vernieuwing van het landschap, waaronder de toepassing van landschapsarchitectuur en beeldende kunst;
i. de omvang en de landschappelijke en ecologische kwaliteit van opgaande begroeiing;
j. de omvang en kwaliteit van de recreatieve ontsluiting en de toegankelijkheid en bereikbaarheid;
k. de waardering van het landschap door gebruikers.
Artikel 5c
Het landschapsontwikkelingsplan bevat de volgende onderdelen:
a. een kwantitatieve en kwalitatieve systematische beschrijving en analyse van het bestaande landschap;
b. een beschrijving van de doelstellingen inzake de ontwikkeling van het landschap;
c. tenminste twee wezenlijk verschillende visies op hoofdlijnen met een onderbouwde gekozen ontwikkelingsrichting;
d. een landschapsontwikkelingsvisie waarin wordt aangegeven:-
in welke mate de in artikel 5b genoemde aspecten worden ontwikkeld en beschermd;-
de gebieden en functies met accenten op behoud dan wel vernieuwing, scheiding dan wel combinatie van functies;
e. een uitvoeringsplan waarin op basis van de onder d genoemde landschapsontwikkelingsvisie zijn aangegeven:-
de maatregelen voor de uitvoering van de ontwikkeling, bescherming en beheer van het landschap, inclusief een tijdsplanning;-
de eisen die bij landschappelijk relevante ingrepen worden gesteld aan te treffen landschappelijke voorzieningen;-
de wijze waarop de doorwerking van het landschapsontwikkelingsplan in het bestemmingsplan en in de vergunningverlening wordt gerealiseerd, inclusief een tijdsplanning;
f. een financieringsplan waarin toegezegde bijdragen van derden worden gekoppeld aan de realisering van het onder e bedoelde uitvoeringsplan, inclusief een tijdsplanning.
Artikel 5d
Het landschapsontwikkelingsplan bevat een opsomming en omschrijving van uit te voeren activiteiten ter verzekering van het maatschappelijke en financiële draagvlak van het betreffende landschapsontwikkelingsplan.
Artikel 5e
Het landschapsontwikkelingsplan wordt vastgesteld dan wel goedgekeurd door de gemeenteraad van de gemeente of gemeenten op welker grondgebied het plan betrekking heeft of door provinciale staten ingeval het een aanvraag van een provincie betreft.
1.
De subsidie wordt verleend onder de voorwaarde dat het project vóór 1 november in het tweede jaar volgend op de aanvraag is uitgevoerd.
2.
De minister kan op verzoek van de aanvrager uitstel verlenen met ten hoogste één jaar.
Artikel 7
Subsidie kan worden aangevraagd door gemeenten en provincies.
1.
De subsidie voor projecten als bedoeld in artikel 2 kan worden verleend voor de volgende kosten, verband houdend met het project:
a. bijdragen aan derden voor het opstellen dan wel het laten opstellen van landschapsontwikkelingsplannen;
b. kosten van onderzoeken die nodig zijn voor het opstellen van landschapsontwikkelingsplannen;
c. kosten van de in artikel 5d bedoelde activiteiten, totaal tot een maximum van € 75.000,-, voor zover het betreft:-
het ontwikkelen en inzetten van communicatie-instrumenten die het draagvlak voor het landschapsontwikkelingsplan bevorderen, waaronder het geven van voorlichting en het organiseren van een maatschappelijk debat over het landschapsontwikkelingsplan;-
het voorbereiden en afsluiten van overeenkomsten met derden op het gebied van financiering, inrichting en beheer;-
het bevorderen van de beschikbaarstelling van lokale middelen voor de uitvoering van het landschapsontwikkelingsplan.
2.
De kosten, bedoeld in het eerste lid, worden in aanmerking genomen met inbegrip van de verschuldigde omzetbelasting indien de aanvrager de omzetbelasting niet kan verrekenen met de door hem af te dragen omzetbelasting.
Artikel 8a
De subsidie voor de in artikel 8, eerste lid, onderdeel c, bedoelde activiteiten wordt verleend onder de voorwaarde dat de activiteiten zijn verricht in de periode tussen de datum van de beschikking tot subsidieverlening en de datum van indiening van de aanvraag tot subsidievaststelling.
Artikel 9
De subsidie bedraagt ten hoogste 75% van de in artikel 8 bedoelde kosten bij een aanvraag tot subsidieverlening voor één landschapsontwikkelingsplan, welke aanvraag is ingediend door twee of meer gemeenten gezamenlijk of door een provincie en meer gemeenten gezamenlijk.
1.
De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de in artikel 8 bedoelde kosten bij een aanvraag tot subsidieverlening ingediend door een provincie of een individuele gemeente.
2
1.
Indien voor het project waarvoor op grond van dit besluit subsidie is verleend, andere subsidies door de rijksoverheid worden verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag op grond van dit besluit verstrekt, dat de som van de subsidies het in artikel 9 genoemde percentage niet overschrijdt.
2.
Indien voor het project waarvoor op grond van dit besluit subsidie is verleend, subsidies door anderen dan de rijksoverheid dan wel financiële middelen door niet-bestuursorganen worden verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag op grond van dit besluit verstrekt, dat de som van de subsidies dan wel de financiële middelen niet meer bedraagt dan 100% van de totale kosten van het project.
Artikel 11
Aanvragen tot subsidieverlening worden jaarlijks ingediend in de periode van 1 april tot en met 31 oktober met dien verstande dat aanvragen voor het jaar 2005 worden ingediend in de periode van 1 mei tot en met 31 oktober 2005.
1.
Een aanvraag tot subsidieverlening wordt gericht aan de minister en ingediend bij Dienst Regelingen.
2.
De Stichting Landschapsbeheer Nederland adviseert Dienst Regelingen bij de beoordeling van aanvragen en de uitbetaling van de subsidie.
Artikel 13
In afwijking van artikel 6 van de Kaderregeling subsidiëring natuurprojecten gaat de aanvraag vergezeld van:
a. een kaart tot een schaal van 1:100.000 van het gebied waarop het landschapsontwikkelingsplan betrekking zal hebben;
b. een redengeving voor het opstellen van het landschapsontwikkelingsplan;
c. een sluitende begroting op basis van drie offertes en met een redengevende verklaring waarom één van de drie offertes geselecteerd is;
d. een korte evaluatie van het landschapsontwikkelingsplan, indien een plan herzien wordt.
Artikel 14
In afwijking van artikel 10, eerste lid van de Kaderregeling subsidiëring natuurprojecten worden aanvragen tot subsidievaststelling ingediend vóór 1 juni van het derde jaar volgend op het jaar waarvoor een aanvraag tot subsidieverlening is ingediend.
Artikel 14a
De in het eerste lid bedoelde rapportage wordt gericht aan de minister en ingediend bij Dienst Regelingen.
1.
Ten minste één jaar doch uiterlijk 15 maanden na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling dient de subsidieontvanger een rapportage in waarin is aangegeven op welke wijze het landschapsontwikkelingsplan is en zal worden uitgevoerd.
2
Artikel 14b
In het jaar 2005 en voorts ten minste iedere vijf jaar publiceert de minister een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk.
Artikel 15
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
Artikel 16
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit ontwikkeling van landschappen.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag, 13 juli 1999
De
Staatssecretaris
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 5a
Artikel 5b
Artikel 5c
Artikel 5d
Artikel 5e
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 8a
Artikel 9
Artikel 10
Artikel 11
Artikel 12
Artikel 13
Artikel 14
Artikel 14a
Artikel 14b
Artikel 15
Artikel 16
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht