Besluit van 11 december 2013, houdende regels voor de opleiding van registerloodsen, noordzeeloodsen en VTS-operators en de bij die functies behorende bevoegdheden en verplichtingen (Besluit opleidingen en bevoegdheden nautische beroepsbeoefenaren)
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu van 14 november 2013, nr. IenM/BSK-2013/254642, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;
Gelet op Richtlijn 79/115/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1978 inzake het loodsen van schepen door Noordzee-loodsen op de Noordzee en het Kanaal (Pb EEG L 33/32), richtlijn nr. 2009/16/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 april 2009 betreffende havenstaatcontrole (PbEU L 131) en de artikelen 2, derde lid, 5, eerste lid, 9, tweede lid, 24, eerste lid, onderdeel e, en 47, eerste lid, van de Loodsenwet, artikel 9 van de Scheepvaartverkeerswet, de artikelen 19, eerste lid, onderdeel a, van de Wet zeevarenden en artikel XVIII van de Aanpassingswet zbo’s IenM aan de Kaderwet zbo’s;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 29 november 2013, no. W14.13.0406/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu van 7 december 2013, ienm/bsk-2013/286492, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1.1. Definities
In dit besluit en de daarop gebaseerde bepalingen wordt verstaan onder:
beloodsingsgebied: beloodsingsgebied als bedoeld in artikel 3.1, tweede lid;
bevoegd gezag: gezag als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet, tenzij bij ministeriële regeling voor een bij die regeling aangeduid gebied een ander bevoegd gezag is aangewezen;
bevoegde autoriteit: voor een scheepvaartweg of gedeelte daarvan door de Minister als zodanig op grond van het Loodsplichtbesluit 1995
http://wetten.overheid.nl/BWBR0007512/geldigheidsdatum_02-02-2016 aangewezen functionaris;
bevoegd tot het geven van verkeersinformatie en verkeersaanwijzingen: bevoegdheid tot het aan de scheepvaart geven van verkeersinformatie dan wel tot het geven van verkeersaanwijzingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Scheepvaarverkeerswet;
certificaat noordzeeloods: verklaring dat een persoon voldoet aan de eisen met betrekking tot vakbekwaamheid en geschiktheid krachtens artikel 5, eerste lid, van de Loodsenwet;
certificeringsinstelling: instelling die beschikt over een bewijs waarmee de Raad voor Accreditatie of een daaraan gelijkwaardig instituut in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, kenbaar heeft gemaakt dat gedurende een bepaalde periode een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat de hierin genoemde instelling competent is voor het certificeren van opleidingen;
directeur Kustwacht: directeur Kustwacht als bedoeld in artikel 3 van het Besluit instelling Kustwacht;
examenprogramma: examenprogramma als bedoeld in artikel 1.3;
examenreglement: examenreglement als bedoeld in artikel 1.4;
geneeskundige verklaring voor de zeevaart: geneeskundige verklaring voor de zeevaart als bedoeld in artikel 1.2;
groot vaarbewijs: groot vaarbewijs als bedoeld in artikel 14 van het Binnenvaartbesluit, of een document dat daarvoor op grond van artikel 32, eerste en tweede lid, van de Binnenvaartwet en artikel 17, tweede, derde en vierde lid, van het Binnenvaartbesluit in de plaats treedt;
klein vaarbewijs: klein vaarbewijs als bedoeld in artikel 16 van het Binnenvaartbesluit, of een document dat daarvoor op grond van artikel 32, eerste en tweede lid, van de Binnenvaartwet en artikel 17, tweede, derde en vierde lid, van het Binnenvaartbesluit in de plaats treedt;
loodsdiensten: dienst van een loods als bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid, van de Loodsenwet;
loodsen op afstand: functie-uitoefening als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Loodsenwet;
Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu;
noordzeeloods: persoon als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 2°, van de Loodsenwet;
opleiding tot noordzeeloods: opleiding tot noordzeeloods als bedoeld in artikel 3.3;
opleiding tot VTS-operator: opleiding tot VTS-operator als bedoeld in artikel 5.3;
registerloods: persoon als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Loodsenwet;
scheepsramp: voorval of ongeval, overkomen aan een schip ten gevolge waarvan schade van betekenis aan dat schip of de zaken aan boord daarvan of letsel aan een of meer van de opvarenden, of schade aan een ander schip of de zaken aan boord daarvan, danwel letsel aan een of meer van de opvarenden daarvan of schade aan het mariene milieu is veroorzaakt;
vaarbekwaamheidsbewijs politie: vaarbekwaamheidsbewijs voor het zijn van schipper van een klein politievaartuig op rivieren, kanalen en meren, of voor het zijn van schipper van een klein politievaartuig op alle binnenwateren, afgegeven door de politie, dan wel tussen 1 april 1994 en 1 januari 2013 afgegeven door het Korps landelijke politiediensten of voor 1 april 1994 afgegeven door het Korps Rijkspolitie;
verkeersbegeleidend systeem: systeem, ingesteld teneinde de veilige en vlotte afwikkeling van het scheepvaartverkeer en de bescherming van het mariene milieu te bevorderen en dat een of meer centrales of posten omvat;
verordening: verordening als bedoeld in de Loodsenwet ;
VTS-operator: persoon als bedoeld in artikel 5.1, onderdeel a.
1.
Voor de toepassing van dit besluit en de daarop gebaseerde bepalingen wordt onder geneeskundige verklaring voor de zeevaart verstaan: een geldige geneeskundige verklaring van geschiktheid voor de zeevaart als bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de Wet zeevarenden.
2.
In verband met het verkrijgen van de in het eerste lid bedoelde geneeskundige verklaring zijn de artikelen 40 tot en met 44 van de Wet zeevarenden en de daarop berustende bepalingen van overeenkomstige toepassing.
1.
Voor de toepassing van dit besluit en de daarop gebaseerde bepalingen wordt verstaan onder examenprogramma: een beschrijving van de inhoudsgebieden waarop een examen betrekking heeft.
2.
Bij de vaststelling van een examenprogramma wordt rekening gehouden met ter zake geldende internationale richtlijnen en gewoonten en met de specifieke beroepsvaardigheden die, ter bevordering van een veilige en vlotte afwikkeling van het scheepvaartverkeer, worden gevorderd om de functie of het beroep waarvoor betrokkene wordt opgeleid en geëxamineerd, naar behoren te kunnen vervullen.
1.
Voor de toepassing van dit besluit en de daarop gebaseerde bepalingen bevat een examenreglement in ieder geval bepalingen over:
a. de te onderscheiden onderdelen van het examen, de wijze waarop deze onderdelen worden afgenomen en beoordeeld en de rol van derden daarbij;
b. voor zover van toepassing, een procedure voor het verlenen van ontheffing van onderdelen van het examen;
c. een regeling met betrekking tot herexamen;
d. een regeling in verband met de behandeling van klachten over het examen, het afnemen van het examen en de toegekende beoordeling;
e. bepalingen omtrent het verschuldigde examengeld.
2.
Onverminderd het eerste lid, bevat een examenreglement voldoende waarborgen dat de vereiste kennis en bekwaamheden van betrokkene naar behoren worden onderzocht.
Artikel 2.1. Voorwaarden voor deelname aan de opleiding tot registerloods
Voor deelname aan de opleiding en de examens voor registerloods kan in aanmerking komen een persoon die:
a. ten minste beschikt over een door de algemene raad te bepalen relevante graad van Bachelor en een relevant vaarbevoegdheidsbewijs,
b. in het bezit is van een geldige geneeskundige verklaring voor de zeevaart, en
c. beschikt over zodanige karaktereigenschappen dat hij naar verwachting geschikt zal zijn voor het uitoefenen van het beroep van registerloods.
Artikel 2.2. Inhoud van de opleiding tot registerloods
De opleiding tot registerloods omvat zowel praktisch als theoretisch onderwijs dat gericht is op het verwerven van kennis van en inzicht en vaardigheid in ten minste de volgende aspecten van de beroepsuitoefening: navigeren, manoeuvreren en communiceren in het algemeen en in het bijzonder met betrekking tot de regio waar betrokkene na zijn examens als registerloods loodsdiensten zal gaan verrichten.
1.
Onverminderd artikel 2.2, draagt de algemene raad er zorg voor dat voor de opleiding tot registerloods een accreditatie HBO-master als bedoeld in hoofdstuk 5a van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, is verleend.
2.
De algemene raad meldt onverwijld aan de Minister indien de opleiding niet overeenkomstig het eerste lid is geaccrediteerd.
3.
Indien de opleiding niet overeenkomstig het eerste lid is geaccrediteerd, verleent de Minister de algemene raad hiervan ontheffing. Aan deze ontheffing worden in elk geval voorschriften verbonden met betrekking tot anderen die betrokken worden bij de vaststelling van het voor de opleiding en examen benodigde examenprogramma en examenreglement en voorschriften die ertoe leiden dat de kwaliteit en de continuïteit van de opleiding tot registerloods gewaarborgd blijven.
1.
Een registerloods bezit een geldige geneeskundige verklaring voor de zeevaart.
2.
Onverminderd het eerste lid, kunnen bij verordening regels worden gesteld in verband met het bezit van een geldige geneeskundige verklaring van geschiktheid voor het verrichten van loodsdiensten.
3.
Een registerloods doet een afschrift van de in het eerste en indien van toepassing, tweede lid bedoelde geneeskundige verklaringen aan de algemene raad toekomen.
4.
De registerloods die niet in het bezit is van een of, indien van toepassing beide geldige verklaringen als bedoeld in het eerste en tweede lid, meldt dit onverwijld aan de algemene raad.
1.
Bij verordening worden regels gesteld met betrekking tot:
a. de door registerloodsen bij de uitoefening van hun taak te gebruiken navigatie- en communicatiemiddelen,
b. de wijze van loodswissel,
c. de wijze van beëindiging van de loodsreis, en
d. overige onderwerpen van operationele aard.
2.
Een registerloods mag zijn diensten als loods weigeren indien tekortkomingen of bijzonderheden ten aanzien van het te loodsen schip naar zijn redelijk oordeel ernstig gevaar opleveren voor de veiligheid van het schip, de opvarenden of de omgeving.
3.
In de situatie, bedoeld in het tweede lid, doet de registerloods hiervan onverwijld melding aan de bevoegde autoriteit of aan een opsporingsambtenaar en pleegt hij overleg met de kapitein en zo mogelijk met de bevoegde autoriteit over de te nemen actie. Indien het schip, ondanks de weigering van de registerloods, toch vertrekt of de reis voortzet, oefent de registerloods zijn functie zo goed mogelijk uit.
Artikel 2.6. Voorschriften tijdens de functie-uitoefening
Tijdens de uitoefening van zijn functie:
a. beschikt een registerloods over een geldige verklaring als bedoeld in artikel 22, derde lid, van de Loodsenwet, waaruit zijn bevoegdheid blijkt, en biedt hij deze desgevraagd ter inzage aan de kapitein of verkeersdeelnemer aan;
b. doet een registerloods, onverwijld aan de bevoegde autoriteit of aan een opsporingsambtenaar melding van:
1°. tekortkomingen of bijzonderheden ten aanzien van het schip waarvoor hij loodsdiensten verricht, die de veiligheid van het schip, de opvarenden of de omgeving naar zijn oordeel kunnen schaden;
2°. overtredingen door andere verkeersdeelnemers van de wettelijke voorschriften gegeven ter bescherming van de belangen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet;
3°. een scheepsramp;
4°. bijzonderheden met betrekking tot een scheepvaartweg of verkeerstekens en overige navigatiehulpmiddelen;
5°. het verlies van ankers, trossen of kettingen dan wel van lading die hinder kan veroorzaken alsmede de positie daarvan;
c. geeft de registerloods een voor het schip, ten behoeve waarvan hij zijn functie uitoefent, bestemde verkeersaanwijzing die hem bereikt, onverwijld door aan degene die belast is met het gezag over het schip of aan de verkeersdeelnemer;
d. wijst hij de verkeersdeelnemer, die zijn adviezen niet opvolgt en waardoor de veiligheid van het schip, de bemanning of omgeving daardoor naar zijn oordeel gevaar lopen, zo mogelijk in het bijzijn van een ander lid van de scheepsbemanning, op dat gevaar en blijft daarbij zijn functie zo goed mogelijk uitoefenen.
1.
Een registerloods mag slechts op de loodsplichtige scheepvaartwegen loodsen op afstand, voor zover:
a. weersomstandigheden, omstandigheden met betrekking tot de aard of inrichting van het te loodsen schip of bijzondere omstandigheden als gevolg van oorzaken gelegen buiten de normale bedrijfsvoering met betrekking tot het loodsen, het hem verhinderen binnen een door de Minister aangewezen gebied aan boord te komen of van boord te gaan van het te loodsen schip,
b. dit strekt tot adviezen gericht op een veilige en doelmatige wijze van het beloodsen van de schepen,
c. de veiligheid van een schip op een loodsplichtige scheepvaartweg zodanig direct in gevaar is, dat het loodsen op afstand in het belang van een veilige beloodsing noodzakelijk is, of
d. de veiligheid van een schip op een loodsplichtige scheepvaartweg zodanig direct in gevaar is, dat het loodsen op afstand in afwachting van het binnen korte tijd aan boord komen van een loods noodzakelijk is.
2.
Een registerloods mag het loodsen op afstand slechts verrichten vanaf door de bevoegde autoriteit vast te stellen locaties vanaf de wal en in de situaties genoemd in het eerste lid, aanhef en onderdeel a en b, ook vanaf een ander schip of vanaf een loodsvaartuig.
3.
Een registerloods volgt bij het geven van verkeersinformatie tijdens het loodsen op afstand vanaf de wal de door de Minister of de bevoegde autoriteit gegeven voorschriften op.
4.
De bevoegde autoriteit stelt de door hem voor het loodsen op afstand vanaf de wal nodig geachte ruimte en apparatuur ten behoeve van dat loodsen om niet aan registerloodsen ter beschikking.
5.
Het loodsen op afstand geschiedt in de Engelse taal tenzij door de bevoegde autoriteit een andere taal is voorgeschreven.
1.
De met het loodsen van een schip belaste registerloods doet onverwijld melding aan de daartoe door het bestuur van een regionale loodsencorporatie aangewezen registerloods, indien zich een voor het loodsen op afstand genoemde omstandigheid als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, onderdeel a, voordoet.
2.
De aangewezen registerloods, bedoeld in het eerste lid, geeft een door hem ontvangen melding onverwijld door aan de bevoegde autoriteit, indien hij eveneens van oordeel is dat er sprake is van een dergelijke omstandigheid.
3.
Het loodsen op afstand, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, onderdeel a, vangt pas aan nadat de aangewezen registerloods, bedoeld in het eerste lid, de met het loodsen op afstand belaste registerloods heeft bericht dat hij de melding, bedoeld in het tweede lid, heeft gedaan.
4.
Het loodsen op afstand, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, onderdeel c, vangt pas aan, nadat de registerloods melding heeft gedaan aan de bevoegde autoriteit van de noodzaak daartoe.
5.
Het loodsen op afstand, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, onderdeel d, vangt pas aan nadat de bevoegde autoriteit daartoe toestemming heeft gegeven.
1.
Een certificaat noordzeeloods wordt door de Minister op verzoek afgegeven aan de persoon die:
a. in het bezit is van een geldige geneeskundige verklaring voor de zeevaart, en
b. met goed gevolg de opleiding tot noordzeeloods heeft afgelegd.
2.
De persoon die in het bezit is van het certificaat noordzeeloods is bevoegd om als loods op te treden in het beloodsingsgebied dat bestaat uit de wateren omvattende het Engels Kanaal, vanaf de lijn over de Land’s End en Ile d’Ouessant, de Noordzee, in het noorden begrensd door de 61-ste breedtegraad, en het Skagerrak, tot de lijn over Skagen en Vinga, en de zeegebieden ten westen en noorden van Engeland, met uitzondering van die gedeelten waarop nationale wetgeving van de daaraan grenzende landen het loodsen van schepen door personen die niet aan die wetgeving voldoen, verbiedt.
3.
Aan het certificaat noordzeeloods kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden die verband houden met de geldigheidsduur van het certificaat, het verrichten van loodsdiensten ten behoeve van bepaalde typen schepen en de wijze waarop de kennis en vakbekwaamheid van de houder van het certificaat actueel worden gehouden.
4.
Het certificaat noordzeeloods voldoet aan daartoe bij ministeriële regeling gestelde eisen.
Artikel 3.2. Voorwaarden voor deelname aan de opleiding tot noordzeeloods
Voor deelname aan de opleiding tot noordzeeloods kan in aanmerking komen een persoon die:
a. ten minste beschikt over een relevante graad van Bachelor en een relevant vaarbevoegdheidsbewijs;
b. aantoonbaar gedurende ten minste vier jaar dienst heeft gedaan als kapitein op zeeschepen of ten minste vier jaar in het bezit van de maximale lengtebevoegdheid dienst heeft gedaan als bevoegd loods in een van de lidstaten van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte op grond van een door de desbetreffende staat als zodanig verleende bevoegdheid;
c. in het bezit is van een geldige geneeskundige verklaring voor de zeevaart; en
d. beschikt over zodanige karaktereigenschappen dat hij naar verwachting geschikt zal zijn voor het uitoefenen van het beroep van noordzeeloods.
1.
De opleiding tot noordzeeloods omvat zowel theoretisch als praktisch onderwijs dat gericht is op het verwerven van kennis van en inzicht en vaardigheid in ten minste de volgende aspecten van de beroepsuitoefening: navigeren, manoeuvreren en communiceren in het algemeen en in het bijzonder met betrekking tot het beloodsingsgebied.
2.
Het examenprogramma en het examenreglement behorende bij het examen ter afronding van de opleiding tot noordzeeloods, worden vastgesteld in overleg tussen betrokkenen bij de scheepvaart in het beloodsingsgebied van noordzeeloodsen.
1.
Onverminderd artikel 3.3 beschikt de opleiding tot noordzeeloods over een certificaat waarmee een certificeringsinstelling kenbaar heeft gemaakt dat er gedurende een bepaalde periode een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat de opleiding voldoet aan de voor die certificerende instelling geldende normen met betrekking tot deskundigheid, bekwaamheid, het kwaliteitssysteem, de interne kwaliteitsbewaking, werkinstructies, klachtbehandeling of andere normen waarmee de kwaliteit van de werkzaamheden kan worden bevorderd.
2.
Indien en zolang er geen opleiding tot noordzeeloods is die voldoet aan het eerste lid, wijst de Minister een opleidingsinstelling aan die deze opleiding met inachtneming van deze paragraaf gaat verzorgen. Aan deze aanwijzing worden in elk geval voorschriften verbonden die ertoe leiden dat de kwaliteit en de continuïteit van de opleiding tot noordzeeloods gewaarborgd blijven.
1.
Een noordzeeloods bezit een geldige geneeskundige verklaring voor de zeevaart en toont deze desgevraagd aan de Minister.
2.
Een noordzeeloods verleent zijn loodsdiensten zodanig dat het verrichten van loodsdiensten en de in verband daarmee te verrichten handelingen en de in te zetten hulpmiddelen, steeds op een zodanige wijze geschiedt dat een zo veilig en vlot mogelijke afwikkeling van het scheepvaartverkeer wordt gewaarborgd.
3.
Onverminderd het tweede lid is een noordzeeloods tijdens het verrichten van loodsdiensten voldoende fit en in goede conditie en neemt hij daartoe voldoende rust tijdens een loodsreis en tussen twee loodsreizen in.
1.
Tijdens de uitoefening van zijn functie:
a. beschikt de noordzeeloods over een geldig certificaat noordzeeloods en een geldige geneeskundige verklaring voor de zeevaart en biedt deze desgevraagd ter inzage aan de kapitein of verkeersdeelnemer aan;
b. doet de noordzeeloods, onverwijld aan de bevoegde instanties en zo nodig aan de zich in de onmiddellijke nabijheid bevindende schepen melding van:
1°. tekortkomingen of bijzonderheden ten aanzien van het schip waarvoor hij loodsdiensten verricht, die de veiligheid van het schip, de opvarenden of de omgeving naar zijn oordeel kunnen schaden;
2°. overtredingen door andere verkeersdeelnemers van de wettelijke voorschriften gegeven ter bescherming van de belangen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet;
3°. een scheepsramp;
4°. bijzonderheden met betrekking tot het beloodsingsgebied of verkeerstekens en overige navigatiehulpmiddelen;
5°. het verlies van ankers, trossen of kettingen, dan wel van lading die hinder kan veroorzaken, alsmede de positie daarvan;
c. geeft de noordzeeloods een voor het schip, ten behoeve waarvan hij zijn functie uitoefent, bestemde verkeersaanwijzing die hem bereikt, onverwijld door aan degene die belast is met het gezag over het schip of aan de verkeersdeelnemer;
d. wijst hij de verkeersdeelnemer, die zijn adviezen niet opvolgt en waardoor de veiligheid van het schip, de bemanning of omgeving daardoor naar zijn oordeel gevaar lopen, zo mogelijk in het bijzijn van een ander lid van de scheepsbemanning, op dat gevaar en blijft daarbij zijn functie zo goed mogelijk uitoefenen.
2.
De noordzeeloods die getuige is geweest van een scheepsramp, stelt zo spoedig mogelijk een schriftelijke verklaring op over het gebeurde en doet deze verklaring toekomen aan de Minister en verschaft de Minister desgevraagd nadere informatie.
3.
De verklaring, bedoeld in het tweede lid, is bedoeld voor lering en mag ook alleen gebruikt worden voor lering, behoudens wettelijke verplichtingen voortvloeiend uit het Wetboek van Strafrecht of Wetboek van Strafvordering .
1.
Het certificaat noordzeeloods vervalt van rechtswege met ingang van de dag dat de noordzeeloods:
a. niet meer in het bezit is een geldige geneeskundige verklaring voor de zeevaart, of
b. de leeftijd van 67 jaar bereikt.
2.
De Minister kan het certificaat noordzeeloods intrekken indien de noordzeeloods:
a. van onvoldoende kennis of vakbekwaamheid heeft blijkgegeven,
b. niet voldoet aan de voorschriften en beperkingen die op grond van van artikel 3.1, derde lid, verbonden zijn aan het certificaat, of
c. niet voldoet aan de verplichtingen, genoemd in artikel 3.5 of 3.6.
Artikel 5.1. Bevoegdheid VTS-operator en andere personen
In opdracht van het bevoegd gezag zijn bevoegd tot het aan de scheepvaart geven van verkeersinformatie en verkeersaanwijzingen:
a. een VTS-operator die, uitgaande van de ter zake geldende internationale richtlijnen, verkeersbegeleiding verzorgt vanaf een centrale of post in een verkeersbegeleidend systeem; en
b. een persoon die de scheepvaart instrueert vanaf een post, meldpost, vuurtoren of patrouille-vaartuig, in verband met de bediening van bruggen, sluizen, waterkeringen en gemalen of in verband met de uitvoering van andere operationele taken.
1.
Het bevoegd gezag kan alleen een persoon bevoegd verklaren voor het uitoefenen van de functie van VTS-operator nadat deze persoon de opleiding tot VTS-operator met goed gevolg heeft afgerond en zolang deze persoon blijkt geeft over voldoende kennis en vakbekwaamheid te beschikken om de functie van VTS-operator te kunnen blijven uitoefenen.
2.
Onverminderde het eerste lid, kan de functie van VTS-operator tevens worden vervuld door de persoon die voldoet aan de krachtens artikel 33, eerste lid, van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties voor het verkrijgen van erkenning van EU-kwalificaties van voor de functie van VTS-operator gestelde regels met betrekking tot het doorlopen van een aanpassingsstage of het afleggen van een proeve van bekwaamheid zowel wat betreft het landelijk deel van de opleiding als wat betreft de specifieke kenmerken van de scheepvaartwegen waarvoor betrokkene de scheepvaartbegeleiding gaat verzorgen en zolang deze persoon blijkt geeft over voldoende kennis en vakbekwaamheid te beschikken om de functie van VTS-operator te kunnen blijven uitoefenen.
1.
De opleiding tot VTS-operator bestaat uit een landelijke opleiding en een regionale opleiding die betrekking heeft op specifieke kenmerken van de scheepvaartwegen waarvoor betrokkene de verkeersbegeleiding gaat verzorgen.
2.
De opleiding tot VTS-operator omvat zowel theoretisch als praktisch onderwijs, dat gericht is op het verwerven van de competenties zoals die hiervoor in gezamenlijk overleg tussen degenen die als bevoegd gezag bij de scheepvaartbegeleiding zijn betrokken zijn vastgesteld.
3.
Het examenprogramma en het examenreglement behorende bij het examen ter afronding van de opleidingen tot VTS-operator, worden vastgesteld in gezamenlijk overleg tussen degenen die als bevoegd gezag bij de scheepvaartbegeleiding zijn betrokken.
1.
Onverminderd artikel 5.3 beschikken de opleidingen over een certificaat waarmee een certificeringsinstelling, kenbaar heeft gemaakt dat er gedurende een bepaalde periode een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat de opleiding voldoet aan de voor de certificerende instelling geldende normen met betrekking tot deskundigheid, bekwaamheid, het kwaliteitssysteem, de interne kwaliteitsbewaking, werkinstructies, klachtbehandeling of andere normen waarmee de kwaliteit van de werkzaamheden kan worden bevorderd.
2.
Indien en zolang er geen opleiding is die voldoet aan het eerste lid, wijst de Minister een of meer opleidingsinstellingen aan die de opleidingen met inachtneming van deze paragraaf gaat verzorgen. Aan deze aanwijzing worden in elk geval voorschriften verbonden die ertoe leiden dat de kwaliteit en de continuïteit van de opleidingen gewaarborgd blijven.
artikel 5.1, onderdeel b van Besluit opleidingen en bevoegdheden nautische beroepsbeoefenaren">
Artikel 5.5. Voorwaarden voor het uitoefenen van de taken, bedoeld in artikel 5.1, onderdeel b
Het bevoegd gezag kan alleen een persoon als bedoeld in artikel 5.1, onderdeel b, bevoegd verklaren voor het uitoefenen van een of meer van de in dat lid bedoelde taken nadat deze persoon de voor hem vastgestelde delen van de opleiding, bedoeld in artikel 5.6, met goed gevolg heeft afgerond en zolang deze persoon blijkt geeft over voldoende kennis en vakbekwaamheid te beschikken om de betreffende functie te kunnen blijven uitoefenen.
artikel 5.1, onderdeel b van Besluit opleidingen en bevoegdheden nautische beroepsbeoefenaren">
Artikel 5.6. De opleiding van personen, bedoeld in artikel 5.1, onderdeel b
1.
De opleiding voor personen, bedoeld in artikel 5.1, onderdeel b, omvat de door degenen die als bevoegd gezag zijn aangewezen gezamenlijk ontwikkelde nautische leerlijnen die dienen ter verdere professionalisering van de in artikel 5.1, onderdeel b, bedoelde personen.
2.
De nautische leerlijnen omvatten zowel theoretisch als praktisch onderwijs dat gericht is op het verwerven van de voor de betreffende functie specifieke competenties en bestaan uit basismodules en verdiepingsmodules per te onderscheiden kennisveld.
1.
Op scheepvaartwegen waarop het Binnenvaartpolitiereglement, het Scheepvaartreglement Eemsmonding, het Scheepvaartreglement Gemeenschappelijke Maas, het Scheepvaartreglement voor het Kanaal van Gent naar Terneuzen, het Scheepvaartreglement Westerschelde 1990, het Scheepvaartreglement territoriale zee of het Rijnvaartpolitiereglement 1995 van toepassing is, zijn bevoegd tot het geven van verkeersaanwijzingen anders dan vanaf een centrale of post in een verkeersbegeleidend systeem, de ambtenaar van politie, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak:
a. die tevens in het bezit is van een vaarbekwaamheidsbewijs politie en een groot vaarbewijs of groot patent;
b. die in het bezit is van een vaarbekwaamheidsbewijs politie maar niet in het bezit is van een groot vaarbewijs of groot patent, voor zover het betreft verkeersaanwijzingen aan:
1°. de schipper van een schip die gelet op artikel 16 van het Binnenvaartbesluit, in het bezit dient te zijn van een klein vaarbewijs, en niet van een groot vaarbewijs,
2°. de schipper van een schip die gelet op artikel 6.02, eerste lid, in samenhang met artikel 6.04, eerste lid, van het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn, in het bezit dient te zijn van een klein patent, een sportpatent of een overheidspatent, behoudens wanneer het de schipper betreft van een schip in beheer bij het Ministerie van Defensie, of
3°. de schipper van een schip met een lengte van minder dan 15 meter, tenzij de schipper van dat schip een groot vaarbewijs is vereist, of wanneer het de schipper betreft van een schip als bedoeld in artikel 17, eerste lid, onderdeel b, van het Binnenvaartbesluit, of,
c. die niet in het bezit is van een vaarbekwaamheidsbewijs politie en niet in het bezit is van een groot vaarbewijs of groot patent, voor zover het betreft verkeersaanwijzingen aan:
1°. de schipper van een schip met een lengte van minder dan 15 meter, behoudens wanneer voor de schipper van dat schip een klein vaarbewijs of een groot vaarbewijs is vereist, of wanneer het de schipper betreft van een schip als bedoeld in artikel 17, eerste lid, onderdeel b, van het Binnenvaartbesluit, of
2°. de schipper van een schip, behoudens wanneer voor de schipper van dat schip ingevolge artikel 6.02, eerste lid, in samenhang met artikel 6.04, eerste lid, van het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn, een patent is vereist, of wanneer het de schipper betreft van een schip in beheer bij het Ministerie van Defensie dan wel van een schip bestemd tot het redden van drenkelingen.
2.
De Minister kan in overeenstemming met Onze Minister van Veiligheid en Justitie, voor de toepassing van het eerste lid een ander bewijs van bekwaamheid met het vaarbekwaamheidsbewijs politie gelijkstellen.
1.
De directeur Kustwacht is bevoegd tot het geven van verkeersinformatie en verkeersaanwijzingen in de Nederlandse territoriale zee, behoudens de in het Scheepvaartreglement territoriale zee genoemde aanloopgebieden.
2.
Na een daartoe strekkende opdracht van de directeur Kustwacht, is de noordzeeloods die in het bezit is van het certificaat VTS-supplement for certified northsea pilots, bevoegd tot het geven van verkeersinformatie en verkeersaanwijzingen in de Nederlandse territoriale zee, behoudens de in het Scheepvaartreglement territoriale zee genoemde aanloopgebieden.
Artikel 5.9. Bevoegdheid van registerloodsen
Een registerloods is bevoegd tot het geven van verkeersinformatie:
a. voor zover dit verband houdt met het loodsen op afstand en hij beschikt over een daartoe krachtens verordening op grond van artikel 4 van de Loodsenwet, vastgestelde specialisatie, of
b. in opdracht van en met inachtneming van de daartoe door het bevoegd gezag gestelde voorschriften.
Artikel 5.10. Verkeersinformatie op de Eems
Dit hoofdstuk is niet van toepassing indien verkeersinformatie wordt gegeven krachtens de op 9 december 1980 te Bonn tot stand gekomen Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland inzake de gemeenschappelijke informatie en begeleiding van de scheepvaart in de Eemsmonding door middel van walradar- en hoogfrequentie-radio-installaties, met bijlagen (Trb. 1981, 2).
1.
De op grond van het Besluit adspirant-registerloodsen met goed gevolg afgelegde examens worden gelijkgesteld met de in de artikelen 2.2 en 2.3 bedoelde opleiding tot registerloods.
2.
Een op grond van artikel 2 van het Besluit certificaatloodsen verkregen A- of B-certificaat, blijft geldig tot het op dat certificaat aangegeven expiratiedatum.
3.
Een op grond van de artikelen 4 tot en met 16 van het Besluit certificaatloodsen met goed gevolg afgelegd examen certificaatloods wordt gelijkgesteld met de in de artikelen 3.3 en 3.4. bedoelde opleiding en examen voor noordzeeloods.
4.
Op grond van de artikelen 2 en 4 van het Besluit verkeersinformatie en verkeersaanwijzingen Scheepvaartverkeerswet en de daarop berustende bepalingen aangewezen personen, worden zolang zij blijk geven over voldoende kennis en vakbekwaamheid te beschikken om hun functie te kunnen blijven uitoefenen geacht bevoegd te zijn tot het geven van verkeersinformatie en verkeersaanwijzingen op grond van dit besluit.
5.
De op grond van de artikelen 3 en 11 tot en met 28 van het Besluit verkeersinformatie en verkeersaanwijzingen Scheepvaartverkeerswet en de daarop berustende bepalingen met goed gevolg afgelegd examens worden gelijkgesteld met de in de artikelen 5.3 en 5.4 bedoelde opleiding en examen voor VTS- operator.
6.
De op grond van artikel 4 van het Besluit verkeersinformatie en verkeersaanwijzingen Scheepvaartverkeerswet en de daarop berustende bepalingen met goed gevolg afgelegde opleidingen of modules worden gelijkgesteld met de in artikel 5.6, bedoelde nautische leerlijnen.
Artikel 6.4. Strafbepaling
Overtreding van de bij of krachtens de artikelen 2.5, derde lid, 2.6, 2.7 en 2.8 gestelde voorschriften is een strafbaar feit.
a. het Besluit adspirant-registerloodsen ;
b. het Loodsenregisterbesluit ;
c. het Voorschriftenbesluit registerloodsen ;
d. het Besluit certificaatloodsen ;
e. het Besluit van 13 juli 2006, houdende wijziging van het Loodsenregisterbesluit en het Besluit certificaatloodsen (aanpassing aan het herziene stelsel van geneeskundige verklaringen voor zeevarenden) (Stb. 2006, 365); en
f. het Besluit verkeersinformatie en verkeersaanwijzingen scheepvaartverkeer .
a. het Bemanningseisenbesluit ;
b. het Besluit bijzondere verkrijging diploma A als scheepswerktuigkundige ;
c. het Besluit bijzondere verkrijging diploma’s kleine handelsvaart ;
d. het Besluit bijzondere verkrijging voorlopig diploma als scheepswerktuigkundige ;
e. het Besluit zeevaartdiploma’s experimenterend hoger nautisch onderwijs ;
f. het Diensttijdreglement zeevisvaart ;
g. het Examenbesluit zeevaartdiploma’s 1991 ;
h. het Examenreglement zeevisvaart .
1.
Artikel IX van de Aanpassingswet zbo’s IenM aan de Kaderwet zbo’s (wijziging van de Loodsenwet) en dit besluit treden in werking met ingang van 1 januari 2014.
2.
In afwijking van het eerste lid, treden artikel IX van de Aanpassingswet zbo’s IenM aan de Kaderwet zbo’s (wijziging van de Loodsenwet) en dit besluit, indien het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2013 in werking met ingang 1 april 2014 en werken de artikelen 2.1, 2.2, 3.2, 3.3 en 5.3 voor personen wiens opleiding tussen 1 januari 2014 en 31 maart 2014 is begonnen, terug tot en met 1 januari 2014.
3.
In afwijking van het eerste lid, treden de artikelen 2.3, 3.4 en 5.4 met ingang van 1 januari 2015 in werking treden.
4.
In afwijking van het eerste lid en van artikel 6.5, onderdeel a, blijven de artikelen van de Loodsenwet , het Besluit adspirant-registerloodsen en de daarop berustende bepalingen, zoals deze luidden op 31 december 2013, tot 1 januari 2015 van toepassing op de opleiding en examinering van personen met wie voor 1 januari 2014 een leerovereenkomst als bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel b, van de Loodsenwet, zoals dat artikel op 31 december 2013 luidde, is aangegaan.
5.
In afwijking van het eerste lid en van artikel 6.5, onderdeel d, blijven artikel 5 van de Loodsenwet, het Besluit certificaatloodsen en de daarop berustende bepalingen, zoals deze luidden op 31 december 2013, tot 1 juli 2014 van toepassing op de opleiding en examinering van personen wiens opleiding voor 1 januari 2014 is gestart.
6.
In afwijking van het eerste lid en van artikel 6.5, onderdeel f, blijft het Besluit verkeersinformatie en verkeersaanwijzingen Scheepvaartverkeerswet en de daarop berustende bepalingen, zoals deze luidden op 31 december 2013 tot 1 januari 2015 van toepassing op de opleiding en examinering van personen wiens opleiding voor 1 januari 2014 is gestart.
Artikel 6.8. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit opleidingen en bevoegdheden nautische beroepsbeoefenaren.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Wassenaar, 11 december 2013
De Minister van Infrastructuur en Milieu,
Uitgegeven de negentiende december 2013
De Minister van Veiligheid en Justitie,
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Registerloodsen
+ Hoofdstuk 3. Noordzeeloodsen
Hoofdstuk 4. Verklaringhouders
+ Hoofdstuk 5. Bevoegdheid tot geven van verkeerinformatie en verkeersaanwijzingen
+ Hoofdstuk 6. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht