Let op. Deze wet is vervallen op 1 september 2008. U leest nu de tekst die gold op 31 augustus 2008.

Besluit opleidingseisen en deskundigheidsgebied verloskundige

Uitgebreide informatie
Besluit van 19 november 1997, houdende regels inzake de opleiding tot en de deskundigheid van de verloskundige (Besluit opleidingseisen en deskundigheidsgebied verloskundige)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 30 juni 1997, CSZ/BenO-979650;
Gelet op de artikelen 30 en 31 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg;
Gezien het advies van de Raad voor de beroepen in de individuele gezondheidszorg;
De Raad van State gehoord (advies van 11 november 1997, No. W13.97.0382);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 17 november 1997, CSZ/BO-9718661;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. wet: de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg ;
b. opleidingsinstelling: een rechtspersoon die de opleiding tot verloskundige verzorgt;
c. studiepunt: veertig uren studie;
d. studielast: het aantal studiepunten per opleidingsonderdeel.
Artikel 2
Om in het krachtens artikel 3 van de wet ingestelde register van verloskundigen te kunnen worden ingeschreven, is vereist het bezit van een getuigschrift waaruit blijkt dat de betrokkene met goed gevolg het examen ter afsluiting van een opleiding tot verloskundige heeft afgelegd, uitgereikt door een krachtens artikel 11, eerste lid, aangewezen opleidingsinstelling.
1.
De opleiding tot verloskundige duurt 4 jaar.
2.
De opleiding omvat een studielast van 168 studiepunten, die als volgt zijn verdeeld:
a. ten minste 68 studiepunten theoretisch onderwijs en vaardigheidsonderwijs;
b. ten minste 81 studiepunten stages;
c. 6 studiepunten afstudeeropdracht;
d. 13 studiepunten, door de opleidingsinstelling te verdelen over het theoretische- en vaardigheidsonderwijs en de stages.
Artikel 4
Het theoretische onderwijs en het vaardigheidsonderwijs omvatten:
a. het centrale vak verloskunde, omvattende een studielast van ten minste 21 studiepunten;
b. overige medische vakken, omvattende een studielast van ten minste 25 studiepunten;
c. vakken op het gebied van de gedragswetenschappen, omvattende een studielast van ten minste 10 studiepunten;
d. ondersteunende vakken, omvattende een studielast van ten minste 12 studiepunten.
Artikel 5
Het centrale vak verloskunde omvat:
a. theorie en vaardigheden ter zake van de fysiologische verloskunde in de prenatale, natale en postnatale periode, gericht op anamnese, onderzoek, diagnose- en selectiebeleid, begeleiding, medisch verloskundig handelen, prescriptie van geneesmiddelen, preventie, voorlichting en advies;
b. theorie en vaardigheden ter zake van de pathologische verloskunde, gericht op het bepalen van de aard en omvang van het verloskundige risico, de vertaling van het verloskundige risico in verloskundig beleid en het geven van voorlichting.
Artikel 6
De overige medische vakken omvatten ten minste:
a. anatomie, waaronder embryologie;
b. fysiologie;
c. chemie;
d. algemene pathologie met betrekking tot relevante ziektebeelden;
e. pediatrie;
f. gynaecologie;
g. farmacologie, waaronder receptuur;
h. sexuologie;
i. geboorteregeling;
j. analgesie en anesthesie;
k. biofysica en radiologie.
Artikel 7
De vakken op het gebied van de gedragswetenschappen omvatten ten minste:
a. psychologie;
b. sociologie;
c. pedagogiek;
d. voorlichtingskunde;
e. communicatie en gespreksvoering.
Artikel 8
De ondersteunende vakken omvatten ten minste:
a. organisatie van de gezondheidszorg, waaronder verloskundige organisatie;
b. gezondheidsrecht;
c. beroepsoriëntatie;
d. ethiek met betrekking tot het beroep van verloskundige;
e. praktijkvoering, waaronder registratie en informatica;
f. kwaliteitszorg;
g. methoden en technieken van wetenschappelijk onderzoek;
h. sociale aspecten van zorg;
i. borstvoedingstechnieken;
j. eerste hulpverlening waaronder reanimatie;
k. voedings- en dieetleer;
l. samenwerking met andere werkers in de gezondheidszorg;
m. hygiëne.
1.
De stages betreffen in elk geval de volgende gebieden en de daarbij behorende studiepunten:
a. prenatale zorg: 21 studiepunten extramurale zorg en 8 studiepunten intramurale zorg;
b. natale zorg: 21 studiepunten extramurale zorg en 5 studiepunten intramurale zorg;
c. postnatale zorg: 11 studiepunten extramurale zorg en 3 studiepunten intramurale zorg;
d. echoscopie en andere vormen van prenatale diagnostiek: 4 studiepunten;
e. couveuse afdeling: 3 studiepunten;
f. gynaecologische afdeling: 3 studiepunten;
g. zwangerschapseducatie: 2 studiepunten.
2.
De stages zijn eerst afgerond indien op de volgende gebieden van zorg de daarbij genoemde verrichtingen zijn uitgevoerd:
a. prenatale zorg:
- inschrijving, anamnese en onderzoek van 60 cliënten;
- 640 zwangerschapscontroles, waarvan ten minste 420 controles fysiologische zwangerschap en ten minste 180 controles pathologische zwangerschap;
- 1 uitwendige versie van de foetus dan wel een poging daartoe;
b. natale zorg:
- 40 fysiologisch gestarte partus;
- 20 pathologische partus, waarvan ten minste 1 in stuitligging en 1 gemelli;
- het zetten en hechten van ten minste 5 episiotomieën;
- het hechten van ten minste 5 perineum rupturen;
- algemeen onderzoek van 40 neonatus;
c. postnatale zorg:
- kraambedcontrole: 180 visites;
- revisie post partum: 40 onderzoeken.
3.
De stages in de extramurale zorg worden begeleid door en doorgebracht onder toezicht van een verloskundige.
4.
Gedurende het vierde leerjaar wordt ten minste 24 studiepunten stage volbracht.
Artikel 10
De afstudeeropdracht omvat het behandelen van een specifiek met de extramurale verloskunde dan wel het beroep en de beroepsuitoefening van verloskundige verband houdend onderwerp in de vorm van een scriptie en een referaat.
1.
Onze Minister kan op daartoe strekkend verzoek opleidingsinstellingen aanwijzen die een opleiding tot verloskundige verzorgen die naar zijn oordeel voldoet aan dit besluit.
2.
Onze Minister kan een aanwijzing intrekken indien de opleidingsinstelling naar zijn oordeel niet meer voldoet aan dit besluit.
3.
Van een aanwijzing of intrekking van een aanwijzing wordt kennis gegeven in de Staatscourant.
1.
Tot de opleiding tot verloskundige worden, behoudens het tweede lid, uitsluitend personen toegelaten die in het bezit zijn van hetzij een diploma van een ingevolge de Wet op het voortgezet onderwijs bekostigde openbare of bekostigde aangewezen bijzondere school, of afdeling voor h.a.v.o., met de eindexamenvakken biologie en scheikunde, hetzij het Staatsdiploma h.a.v.o., met de eindexamenvakken biologie en scheikunde.
2.
De opleidingsinstelling kan in bijzondere gevallen van het in het eerste lid gestelde ontheffing verlenen, indien naar haar oordeel een andere voor het volgen van de opleiding geschikte vooropleiding op het niveau van de in het eerste lid bedoelde vooropleiding is gevolgd.
3.
Een student wordt niet tot een volgend leerjaar van de opleiding toegelaten alvorens een proef te hebben afgelegd ten genoegen van de opleidingsinstelling.
1.
De opleidingsinstelling stelt jaarlijks een opleidingsplan vast waarin de in de artikelen 5 tot en met 10 omschreven onderdelen van de opleiding nader zijn uitgewerkt en dat te allen tijde voor belanghebbenden ter inzage ligt.
2.
De opleidingsinstelling ziet er op toe dat het vaardigheidsonderwijs en de stages voldoen aan de eisen, gesteld in Bijlage B «Praktische en klinische opleiding» van de richtlijn nr. 80/155/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 januari 1980 inzake de coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van verloskundige ( PbEG L 33).
3.
Een wijziging van Bijlage B, bedoeld in het tweede lid, gaat voor de toepassing van het tweede lid gelden met ingang van de dag waarop aan die wijzigingsrichtlijn uiterlijk uitvoering moet zijn gegeven.
4.
De opleidingsinstelling draagt zorg voor het op systematische wijze bewaken, beheersen en verbeteren van de kwaliteit van de opleiding.
1.
Het onderricht in het centrale vak verloskunde zoals omschreven in artikel 5, onder a, wordt gegeven door een verloskundige.
2.
Het onderricht in het centrale vak verloskunde zoals omschreven in artikel 5, onder b, wordt gegeven door een gynaecoloog of door een arts die ten minste drie jaar in opleiding is tot gynaecoloog.
1.
De opleidingsinstelling stelt een opleidings- en examenreglement vast, dat onder meer bepalingen bevat ter zake van:
a. de inhoud van het examen, de onderdelen van het examen en de wijze waarop deze worden afgenomen en beoordeeld;
b. een procedure bij verschil van mening in de examencommissie over de toe te kennen beoordeling;
c. een procedure inzake de behandeling van klachten tegen beslissingen van de examencommissie;
d. een regeling met betrekking tot het herexamen;
e. een procedure voor het vaststellen van eisen waaraan een student die tot het examen wenst te worden toegelaten, dient te voldoen;
f. de inhoud van proeven als bedoeld in artikel 12, derde lid, en de wijze waarop deze worden afgenomen en beoordeeld;
g. een procedure voor het aanvragen en het verlenen van ontheffing van proeven als bedoeld in artikel 12, derde lid, en van onderdelen van de opleiding;
h. een regeling met betrekking tot herkansing inzake proeven als bedoeld in artikel 12, derde lid;
i. een procedure inzake de behandeling van klachten tegen beslissingen van de opleidingsinstelling over de beoordeling van proeven als bedoeld in artikel 12, derde lid;
2.
De opleidingsinstelling draagt er zorg voor dat de student tijdig kennis kan nemen van het opleidings- en examenreglement.
1.
Het examen betreft de eindbeoordeling van de kennis, het inzicht en de vaardigheden van de kandidaat, opgedaan op basis van de in de artikelen 4 tot en met 9 bedoelde onderdelen van de opleiding tot verloskundige.
2.
De beoordeling van de afstudeeropdracht, bedoeld in artikel 10, maakt onderdeel uit van de in het eerste lid bedoelde eindbeoordeling.
1.
Voor het afnemen van het examen wordt door de opleidingsinstelling een examencommissie ingesteld, die bestaat uit de directeur van de opleidingsinstelling, die als voorzitter optreedt, en docenten van de opleidingsinstelling die in de tot het examen behorende onderdelen onderricht hebben gegeven.
2.
Van de examencommissie kunnen tevens deel uitmaken deskundigen van buiten de opleidingsinstelling.
1.
De kandidaat is voor het examen geslaagd, indien hij alle onderdelen van het examen met voldoende resultaat heeft afgelegd.
2.
Ten bewijze dat het examen met goed gevolg is afgelegd, wordt door de voorzitter van de examencommissie een getuigschrift uitgereikt.
1.
Tot het gebied van deskundigheid van de verloskundige wordt gerekend het verrichten van handelingen op het gebied van de verloskunst en andere handelingen, gericht op het bevorderen en bewaken van het natuurlijke verloop van de zwangerschap, de bevalling en de kraambedperiode, alsmede op het voorkomen van afwijkingen bij de vrouw of het kind, door het inschatten van het verloskundige risico bij een vrouw gedurende haar zwangerschap, bevalling en kraambedperiode, het vertalen van het verloskundige risico in verloskundig beleid en het op basis daarvan verlenen van raad en bijstand, alsmede het waar nodig consulteren van dan wel verwijzen naar een arts.
2.
Tot de handelingen op het gebied van de verloskunst, bedoeld in het eerste lid, behoren het:
a. medisch begeleiden van de zwangerschap en de bevalling, van de geboorte van de placenta, van de eerste ontwikkelingen van het kind en van het herstel van de vrouw gedurende de kraambedperiode;
b. verrichten van vaginaal onderzoek zonder apparatuur dan wel met behulp van door Onze Minister aan te wijzen apparatuur;
c. opheffen van liggingsafwijkingen door uitwendige handgrepen;
d. verrichten van amniotomie tijdens de bevalling.
3.
Tot de andere handelingen, bedoeld in het eerste lid, behoren het:
a. psychologisch begeleiden van de vrouw gedurende haar zwangerschap, bevalling en kraambedperiode;
b. aan de vrouw of het kind voorschrijven dan wel voorschrijven en oraal of door middel van een intramusculaire injectie toedienen van door Onze Minister aangewezen geneesmiddelen;
c. verrichten van episiotomieën of het hechten van laesie van perineum of labium, al dan niet gepaard gaand met het toepassen van lokale anesthesie door middel van een injectie, met door Onze Minister aangewezen middelen;
d. ten behoeve van onderzoek bij de vrouw afnemen van bloed al dan niet door middel van een punctie;
e. ten behoeve van onderzoek bij de vrouw afnemen van materiaal van de baarmoedermond voor het maken van een cytologisch preparaat;
f. ten behoeve van onderzoek bij het kind afnemen van bloed door middel van een punctie in de hiel;
g. bij de vrouw afnemen van urine door middel van catheterisatie;
h. verrichten of laten verrichten van laboratoriumonderzoek;
i. adviseren van de vrouw over haar levenswijze gedurende de zwangerschap;
j. geven van voedingsadviezen aan de vrouw of ten behoeve van het kind, waaronder het adviseren over borstvoeding;
k. geven van voorlichting aan de vrouw en, in voorkomende gevallen, haar partner, over en het stellen van de indicatie voor prenatale diagnostiek;
l. adviseren van de vrouw en, in voorkomende gevallen, haar partner, met betrekking tot anticonceptie en gezinsplanning;
m. reanimatie van de pasgeborene;
n. optreden bij acute shock of fluxus postpartum, waaronder wordt begrepen het intraveneus inbrengen van een infuus en het door middel van een infuus danwel door middel van een intraveneuze injectie toedienen van door Onze Minister aangewezen geneesmiddelen.
Artikel 20
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Artikel 21
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit opleidingseisen en deskundigheidsgebied verloskundige.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 19 november 1997
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Uitgegeven de zevenentwintigste november 1997
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
+ § 1. Algemene bepalingen
+ § 2. Opleidingseisen
+ § 3. Aanwijzing opleidingsinstellingen
+ § 4. Deskundigheid
+ § 5. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht