Let op. Deze wet is vervallen op 1 augustus 2011. U leest nu de tekst die gold op 31 juli 2011.

Besluit opleidingseisen verpleegkundige

Uitgebreide informatie
Besluit van 15 juni 1995, houdende uitvoering van artikel 32 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken, van 11 november 1994, 94 M 007318, gedaan mede namens Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken;
Gelet op richtlijn nr. 77/453/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 juni 1977 inzake de coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de werkzaamheden van verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger ( PbEG L 176);
Gelet op artikel 32 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg;
Gezien de adviezen van de Raad voor de beroepen in de individuele gezondheidszorg (adviezen van 17 maart 1994 en 22 april 1994);
De Raad van State gehoord (advies van 31 maart 1995, nr. No.W01.94.0756);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van 7 juni 1995, DGVGZ/PAO/BOG-955235 ;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. wet: de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg ;
b. opleidingsinstelling: een rechtspersoon die een organisatorisch verband in stand houdt dat een opleiding tot verpleegkundige verzorgt;
c. gezondheidszorginstelling: een instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel f, van de Wet toelating zorginstellingen.
Artikel 2
Om in het krachtens artikel 3 van de wet ingestelde register van verpleegkundigen te worden ingeschreven, wordt vereist het bezit van een getuigschrift waaruit blijkt dat de betrokkene met goed gevolg het examen ter afsluiting van een opleiding tot verpleegkundige heeft afgelegd, uitgereikt door een instelling als bedoeld in hoofdstuk I van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, dan wel van een getuigschrift, uitgereikt door een krachtens artikel 6 aangewezen opleidingsinstelling.
Artikel 3
De opleiding tot verpleegkundige bestaat uit ten minste 4600 uren, die als volgt zijn verdeeld:
a. ten minste 1535 uren theoretisch onderwijs;
b. ten minste 2300 uren praktisch onderwijs.
1.
Het theoretische onderwijs omvat ten minste de onderdelen verpleegkunde, geneeskunde, gedragswetenschappen en ondersteunende vakken.
2.
Het onderdeel verpleegkunde omvat ten minste:
a. gezondheidsleer;
b. algemene beginselen van de verpleegkunde;
c. beginselen van de verpleegkunde met betrekking tot patiënten die in een gezondheidszorginstelling zijn opgenomen in verband met een onderzoek, een behandeling of een chirurgische ingreep;
d. beginselen van de verpleegkunde met betrekking tot specifieke categorieën van patiënten zoals:
1°. zwangeren, kraamvrouwen en pasgeborenen;
2°. patiënten met een psychiatrische ziekte;
3°. patiënten met beperkte mogelijkheden tot zelfzorg, in somatisch of psychosociaal opzicht;
4°. jeugdige patiënten;
5°. geriatrische patiënten;
6°. chronisch somatisch zieken;
7°. lichamelijk gehandicapten;
8°. verstandelijk gehandicapten;
9°. patiënten in de thuissituatie.
3.
Het onderdeel geneeskunde omvat algemene beginselen van:
a. anatomie en fysiologie;
b. pathologie;
c. bacteriologie, virologie en parasitologie;
d. biofysica, biochemie en radiologie;
e. voedingsleer;
f. preventieve gezondheidszorg alsmede gezondheidsvoorlichting en -opvoeding;
g. farmacologie;
h. psychiatrie.
4.
Het onderdeel gedragswetenschappen omvat algemene beginselen van:
a. sociologie;
b. psychologie.
5.
Het onderdeel ondersteunende vakken omvat ten minste:
a. methoden van bewaking en bevordering van de kwaliteit van de uitoefening van het beroep van verpleegkundige;
b. methoden van verslaglegging en informatie-overdracht;
c. methoden van vastlegging van patiëntengegevens en inrichting van patiëntendossiers;
d. beroepsethiek;
e. medisch tuchtrecht en andere gebieden van het gezondheidsrecht;
f. organisatie van de gezondheidszorg;
g. methoden van werkbegeleiding;
h. samenwerking met andere beroepsbeoefenaren.
Artikel 5
Het praktische onderwijs omvat het in gezondheidszorginstellingen opdoen van praktische ervaring op de in artikel 4, tweede lid, onder c en d, bedoelde onderdelen van de opleiding onder leiding van docenten verpleegkunde.
Artikel 6
Onze Minister kan op hun daartoe strekkend verzoek opleidingsinstellingen, niet zijnde instellingen als bedoeld in hoofdstuk I van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, aanwijzen die een opleiding tot verpleegkundige verzorgen die naar zijn oordeel voldoet aan de artikelen 3, 4 en 5.
Artikel 7
Voor aanwijzing komen in aanmerking opleidingsinstellingen waarvan in redelijkheid verwacht mag worden dat zij:
a. met betrekking tot de opleiding en het examen de artikelen 3, 4, 5 en 8 onderscheidenlijk 9 zullen naleven;
b. slechts personen tot de opleiding toelaten die een algemene schoolopleiding van 10 jaar, afgesloten met een getuigschrift, dan wel een getuigschrift van een specifieke beroepsopleiding kunnen overleggen;
c. zorg dragen voor een evenwichtige coördinatie tussen het theoretische en het praktische gedeelte van de opleiding gedurende het gehele studieprogramma;
d. zorg dragen voor het op systematische wijze bewaken, beheersen en verbeteren van de kwaliteit van de opleiding.
1.
De opleidingsinstelling stelt jaarlijks een opleidingsplan vast waarin de in de artikelen 3, 4 en 5 omschreven onderdelen van de opleiding nader zijn uitgewerkt.
2.
Belanghebbenden kunnen het opleidingsplan, desgevraagd, inzien.
1.
Voor het afnemen van het examen wordt door de opleidingsinstelling een examencommissie ingesteld.
2.
De instelling stelt een examenreglement vast dat in elk geval bepalingen bevat ter zake van:
a. de onderdelen van het examen en de wijze waarop deze worden afgenomen en beoordeeld;
b. een procedure bij verschil van mening in de examencommissie over de toe te kennen beoordeling;
c. een procedure van beroep tegen besluiten van de examencommissie;
d. een regeling met betrekking tot het herexamen.
3.
De opleidingsinstelling draagt er zorg voor dat de aspirantverpleegkundige tijdig kennis kan nemen van het in het tweede lid bedoelde examenreglement.
Artikel 10
Onze Minister kan een aanwijzing intrekken indien de opleidingsinstelling naar zijn oordeel niet meer aan de in artikel 7 bedoelde voorwaarden voldoet.
Artikel 11
Van een aanwijzing of een intrekking van een aanwijzing wordt kennis gegeven in de Staatscourant .
Artikel 12
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Artikel 13
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit opleidingseisen verpleegkundige.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 15 juni 1995
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Uitgegeven de vierde juli 1995
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
+ § 1. Begripsbepalingen
+ § 2. Opleiding verpleegkundige
+ § 3. Aanwijzing opleidingsinstellingen
+ § 4. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht