Let op. Deze wet is vervallen op 20 december 2013. U leest nu de tekst die gold op 19 december 2013.

Besluit PAK-houdende coatings en producten milieubeheer

Uitgebreide informatie
Besluit van 4 juni 1996, houdende regelen met betrekking tot het beperken van het gehalte polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) in coatings (Besluit PAK-houdende coatings Wet milieugevaarlijke stoffen)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 13 september 1995, nr. MJZ95008093, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;
Gelet op artikel 24 van de Wet milieugevaarlijke stoffen;
De Raad van State gehoord (advies van 13 februari 1996, nr. W08.95.0500);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 29 mei 1996, nr. MJZ 96030102, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. PAK-houdende coating: preparaat dat bestemd is voor het behandelen van oppervlakken van materialen door daarop een deklaag aan te brengen en dat:
1°. per kilogram coating meer dan 500 milligram fenantreen, 150 milligram anthraceen of 150 milligram fluorantheen bevat, of
2°. chryseen, benzo(a)anthraceen, benzo(a)pyreen, benzo(k)fluorantheen, indenol(1,2,3cd)pyreen of benzo(ghi)peryleen bevat, terwijl het totaal gewicht van deze stoffen meer is dan 50 milligram per kilogram coating;
b. PAK-houdende twee-componentencoating: PAK-houdende coating die gebruiksklaar wordt gemaakt door vlak voor het gebruik twee stoffen of preparaten met elkaar te mengen;
c. gecreosoteerd hout: hout en houten producten, die zijn behandeld met creosoot;
d. creosoot: een preparaat op basis van steenkoolteerdestillaat;
e. steenkoolteerdestillaat: stof of preparaat bevattende een of meer van de stoffen of preparaten met Cas-nummer 8001-58-9, 61789-28-4, 84650-04-4, 90640-84-9, 65996-91-0, 90640-80-5, 65996-85-2, 8021-39-4 of 122384-78-5.
Artikel 2
Dit besluit is niet van toepassing:
a. op PAK-houdende coatings, voor zover daaromtrent regelen zijn gesteld bij of krachtens het Besluit implementatie EG-verbodsrichtlijn milieubeheer ;
b. op PAK-houdende coatings die zijn bestemd voor toepassing op start-, landings- of rolbanen van een luchtvaartterrein.
Artikel 3
Het is verboden een PAK-houdende coating toe te passen, voorhanden te hebben of aan een ander ter beschikking te stellen.
Artikel 4
In afwijking van artikel 3 mag een PAK-houdende twee-componentencoating worden toegepast:
a. op een produkt dat buiten het grondgebied van Nederland zal worden gebracht, of
b. op een al dan niet in aanbouw zijnd schip als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de Schepenwet, dat geen pleziervaartuig is als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel d, van die wet.
Artikel 5
In afwijking van artikel 3 mag een PAK-houdende twee-componentencoating ter beschikking worden gesteld:
a. aan een niet in Nederland gevestigde persoon;
b. aan degene die schriftelijk heeft verklaard dat hij de coating zal toepassen in het geval, bedoeld in artikel 4, onderdeel a of onderdeel b, of
c. aan degene die de coating zal vervoeren naar degene, bedoeld in onderdeel a of onderdeel b.
Artikel 6
In afwijking van artikel 3 mag een PAK-houdende twee-componentencoating voorhanden zijn:
a. bij degene die de coating heeft vervaardigd, of
b. bij degene aan wie de coating ter beschikking is gesteld volgens artikel 5, onderdeel b of onderdeel c.
Artikel 7
In afwijking van artikel 3 mag een PAK-houdende coating die geen twee-componentencoating is ter beschikking worden gesteld:
a. aan een niet in Nederland gevestigde persoon;
b. aan degene die schriftelijk heeft verklaard dat hij de coating ter beschikking zal stellen aan een niet in Nederland gevestigde persoon, of
c. aan degene die de coating zal vervoeren naar degene, bedoeld in onderdeel a of onderdeel b.
Artikel 8
In afwijking van artikel 3 mag een PAK-houdende coating die geen twee-componentencoating is voorhanden zijn:
a. bij degene die de coating heeft vervaardigd, of
b. bij degene aan wie de coating ter beschikking is gesteld ingevolge artikel 7, onderdeel b of onderdeel c.
1.
Het is verboden hout, al dan niet verwerkt in een product, in Nederland in te voeren, in handelsvoorraden voor de Nederlandse markt voorhanden te hebben of aan een ander voor de Nederlandse markt ter beschikking te stellen, indien dit hout is behandeld met een steenkoolteerdestillaat:
a. dat benzo(a)pyreen bevat in een concentratie van 0,005 of meer gewichtsprocent, of
b. dat met water extraheerbare fenolen bevat in een concentratie van 3 of meer gewichtsprocent.
2.
Het is tevens verboden om gecreosoteerd hout, ongeacht de samenstelling van het steenkoolteerdestillaat, bedoeld in het eerste lid, in Nederland in te voeren, toe te passen, aan een ander voor de Nederlandse markt ter beschikking te stellen of voor handelsdoeleinden voor de Nederlandse markt voorhanden te hebben voor toepassingen:
a. in contact met oppervlakte- of grondwater;
b. binnen gebouwen, ongeacht de bestemming van die gebouwen;
c. in speelgoed;
d. op speelplaatsen;
e. in parken, tuinen en andere voorzieningen voor recreatie en vrijetijdsbesteding buitenshuis;
f. in tuinmeubilair, waaronder begrepen picknicktafels;
g. in kweekbakken;
h. in verpakkingen die in aanraking kunnen komen met voor menselijke of dierlijke voeding bestemde onbewerkte producten, tussenproducten of eindproducten, en
i. in ander materiaal dat de onder h genoemde producten met creosoot kan verontreinigen.
3.
Gecreosoteerd hout waarop het verbod van het eerste of tweede lid niet van toepassing is, mag uitsluitend worden gebruikt in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf en in industriële toepassingen.
4.
De verboden, bedoeld in het eerste en tweede lid, gelden niet voor gecreosoteerd hout dat is toegepast, zolang die toepassing ter plaatse wordt gehandhaafd.
5.
De verboden gelden voorts niet voor de invoer van gecreosoteerd hout dat valt onder een douaneregeling en bestemd is voor douanevervoer, plaatsing in douane-entrepot of tijdelijke invoer als bedoeld in artikel 4, onderdeel 16, van de verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 oktober 1992, tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PbEG L302).
1.
Het is degene die gecreosoteerd hout, dat niet onder één van de verboden, bedoeld in artikel 9, eerste en tweede lid, valt, in Nederland invoert, aan een ander voor de Nederlandse markt ter beschikking stelt of voor handelsdoeleinden voor de Nederlandse markt voorhanden heeft, verboden zodanige handelingen met dat hout te verrichten zonder dat van die handelingen aantekening wordt gemaakt in een door hem gehouden administratie, zodat desgevraagd op basis van die administratie kan worden aangetoond dat het gecreosoteerde hout niet onder één van die verboden valt.
2.
De administratie omvat ten minste:
naam en adres van de producent of leverancier van wie het gecreosoteerde hout is betrokken;
de datum waarop het gecreosoteerde hout door de producent of leverancier is geleverd;
de samenstelling van het steenkoolteerdestillaat waarmee het hout is behandeld;
het toepassingsgebied van het gecreosoteerde hout;
naam en adres van degene aan wie het gecreosoteerde hout ter beschikking is gesteld dan wel geleverd;
de datum van levering van het gecreosoteerde hout;
de hoeveelheid van het ontvangen of geleverde gecreosoteerde hout.
Artikel 10a [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
Voor de toepassing van de artikelen 10b en 10c wordt verstaan onder polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK): benzo[a]pyreen (CAS-nr. 50-32-8), benzo[e]pyreen (CAS-nr. 192-97-2), benzo[a]antraceen (CAS-nr. 56-55-3), chryseen (CAS-nr. 218-01-9), benzo[b]fluorantheen (CAS-nr. 205-99-2), benzo[j]fluorantheen (CAS-nr. 205-82-3), benzo[k]fluorantheen (CAS-nr. 207-08-9) en dibenzo[a, h]antraceen (CAS-nr. 53-70-3).
1.
Het is verboden procesoliën voor rubberverwerking in te voeren, in handelsvoorraden voorhanden te hebben of aan een ander ter beschikking te stellen en voor de productie van banden of delen van banden toe te passen indien die procesoliën:
a. meer dan 1 mg/kg benzo[a]pyreen bevatten, of
b. meer dan 10 mg/kg polycyclische aromatische koolwaterstoffen tezamen bevatten.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing op procesoliën voor rubberverwerking, indien het extract van polycyclische aromaten daarin minder dan drie gewichtsprocenten bedraagt, gemeten volgens de norm IP346:1998 (bepaling van polycyclische aromaten in ongebruikte smeeroliën en asfalteenvrije petroleumreacties – dimethylzwaveloxide-extractie met brekingsindexmeting), mits de naleving van de grenswaarden, genoemd in het eerste lid, onder a en b, en de correlatie tussen de gemeten waarden en het extract van polycyclische aromaten na elke belangrijke operationele verandering, en in ieder geval eenmaal in de zes maanden, door de fabrikant of importeur worden gecontroleerd.
1.
Het is verboden banden en loopvlakken die met ingang van 1 januari 2010 zijn vervaardigd met procesoliën die niet voldoen aan de in artikel 10b, eerste lid, gestelde grenswaarden, in te voeren, in handelsvoorraden voorhanden te hebben of aan een ander ter beschikking te stellen.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing op banden die van een nieuw loopvlak zijn voorzien, indien de procesoliën waarmee dat loopvlak is vervaardigd, niet vallen onder de verboden van artikel 10b, eerste lid.
3.
Het eerste lid is niet van toepassing op banden en loopvlakken, indien de gevulkaniseerde rubberverbindingen daarin niet meer bevatten dan 0,35% Bay-protonen, zoals gemeten en berekend volgens ISO 21461 (bepaling van de aromaticiteit van olie in gevulkaniseerde rubberverbindingen).
1.
Bij regeling van Onze MInister worden regels gesteld omtrent de wijze waarop het gehalte van stoffen, bedoeld in artikel 1, onderdeel a, in coatings wordt vastgesteld.
2.
Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld omtrent de methode volgens welke het gehalte van benzo(a)pyreen en van met water extraheerbare fenolen in met een steenkoolteerdestillaat behandeld hout wordt vastgesteld.
Artikel 12
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 oktober 1996.
Artikel 13
Onze Minister zendt voor 1 januari 2005 aan de Staten-Generaal een verslag over de noodzaak van artikel 2, onder b, in verband met de ontwikkeling van een alternatief voor PAK-houdende coatings die zijn bestemd voor toepassing op start-, landings- of rolbanen van luchtvaartterreinen.
Artikel 14
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit PAK-houdende coatings en producten milieubeheer.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 4 juni 1996
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
Uitgegeven de vijfentwintigste juni 1996
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
+ § 1. Algemene bepalingen
+ § 2. Verbodsbepaling
+ § 3. Uitzonderingen voor PAK-houdende twee-componentencoatings
+ § 4. Uitzonderingen voor andere PAK-houdende coatings
+ § 5. Gecreosoteerd hout
+ § 5a. PAK-houdende banden
+ § 6. Overige bepalingen en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken