Let op. Deze wet is vervallen op 17 maart 2003. U leest nu de tekst die gold op 16 maart 2003.

Besluit registratie toediening Opiumwetmiddelen

Uitgebreide informatie
Besluit van 18 oktober 1976, houdende regelen met betrekking tot registratie van de toediening van Opiumwetmiddelen
Wij Juliana, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne van 29 september 1976, DG Vgz/GMI, no. 44796;
Gelet op de artikelen 3 a , tweede lid, en 6, derde lid, van de Opiumwet ( Stb . 1976, 425);
De Raad van State gehoord (advies van 13 oktober 1976, nr. 18);
Gezien het nader rapport van onze Minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne van 15 oktober 1976, DG Vgz/GMI, nr. 45 117;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
Dit besluit is van toepassing op middelen ten aanzien waarvan de in artikel 2, eerste lid, van de Opiumwet gestelde verboden gelden.
1.
Een arts die naar het gemeenschappelijk oordeel van de regionale geneeskundige inspecteur van de volksgezondheid en de regionale inspecteur van de volksgezondheid voor de geneesmiddelen niet voldoende aantoont dat hij middelen in de bevonden hoeveelheid tot uitoefening van de geneeskunst behoefde, is verplicht, na een daartoe strekkende gemeenschappelijke schriftelijke aanwijzing van de geneeskundige hoofdinspecteur van de volksgezondheid en de hoofdinspecteur van de volksgezondheid voor de geneesmiddelen, elke toediening in een uitsluitend daartoe bestemd register, ingericht en bijgehouden ten genoegen van voornoemde regionale inspecteurs, in te schrijven, onder vermelding van:
a. de naam en de hoeveelheid van het toegediende middel;
b. de naam en voorletters, alsmede het volledige adres van de persoon aan wie het middel is toegediend;
c. de datum van toediening.
2.
Een in het eerste lid bedoelde gemeenschappelijke aanwijzing geldt voor ten hoogste drie jaar; zij wordt door beide hoofdinspecteurs ondertekend en per aangetekende brief ter kennis van de arts gebracht en vermeldt de termijn waarvoor zij geldt.
3.
De arts is verplicht het in het eerste lid bedoelde register aan de in dat lid genoemde regionale inspecteurs op hun verzoek ter inzage over te leggen.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de wet van 23 juni 1976 ( Stb. 424) in werking treedt.
Lasten en bevelen dat dit besluit in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
Soestdijk, 18 oktober 1976
De Minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne,
Uitgegeven de zesentwintigste oktober 1976
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht