Let op. Deze wet is vervallen op 1 februari 2005. U leest nu de tekst die gold op 31 januari 2005.

Besluit rijksbijdrage economische stimuleringsgebieden

Uitgebreide informatie
Besluit rijksbijdrage economische stimuleringsgebieden
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, mr. J. Kohnstamm, mede namens de Staatssecretaris van Economische Zaken,
Besluit:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. economische stimuleringsgebieden: de in artikel 2 aangewezen delen van de gemeenten Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht waarin door middel van een experimentele aanpak bedrijfsvestigingen en investeringen worden gestimuleerd ter bevordering van het lokale midden- en kleinbedrijf alsmede van de plaatselijke werkgelegenheid;
b. de gemeentebesturen: de colleges van burgemeester en wethouders van de onder a. genoemde gemeenten.
1.
Tot economische stimuleringsgebieden worden overeenkomstig de voordrachten van de gemeentebesturen voor een periode van vijf jaren aangewezen: -
in Amsterdam: het gecoördineerde project van Geuzenveld-Slotermeer, Noord, Oud-West, Westerpark, Zuid en Zuid-Oost;-
in Den Haag: het aaneengesloten stadsdeel van de Schilderswijk en omgeving;-
in Rotterdam: het bedrijventerrein Waalhaven-Zuid;-
in Utrecht: de wijk Utrecht Noord-West;
2.
Als territoire afbakening van de economische stimuleringsgebieden gelden de grenzen, die zijn aangegeven op de stadskaarten gevoegd bij de in het eerste lid bedoelde voordrachten.
Artikel 3
De gemeentebesturen zenden vóór 1 juli 1997 een plan voor de in de economische stimuleringsgebieden te volgen aanpak aan de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en aan de Staatssecretaris van Economische Zaken.
Artikel 4
De gemeentebesturen ontvangen in 1997 een éénmalige bijdrage van 2,5 miljoen gulden ten behoeve van het beleid in de economische stimuleringsgebieden.
1.
De gemeentebesturen zenden telkens vóór 1 oktober van de jaren 1998 tot en met 2002 een verslag over de voortgang van het beleid in de economische stimuleringsgebieden aan de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en aan de Staatssecretaris van Economische Zaken. In het verslag geven zij aan welke wijzigingen in de regelgeving van het Rijk, respectievelijk, welke door het Rijk anderszins te nemen maatregelen gewenst zijn met het oog op een doeltreffend beleid in de economische stimuleringsgebieden.
2.
De gemeentebesturen en de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en de Staatssecretaris van Economische Zaken voeren periodiek overleg gericht op de voortgang, het wegnemen van knelpunten, wet- en regelgeving inzake de economische stimuleringsgebieden waarbij in elk geval het in het eerste lid genoemde jaarlijkse verslag wordt geagendeerd.
3.
De gemeentebesturen dienen aan het einde van de in artikel 2 vermelde periode een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de economische stimuleringsgebieden bij de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en bij de Staatssecretaris van Economische Zaken in.
Artikel 6
De gemeentebesturen zenden uiterlijk 31 december 2002 een verantwoording over de besteding van de in artikel 4 bedoelde rijksbijdrage aan de Staats-secretaris van Binnenlandse Zaken en aan de Staatssecretaris van Economische Zaken.
Artikel 7
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 1997.
Artikel 8
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit rijksbijdrage economische stimuleringsgebieden.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 8 juli 1997
De
Staatssecretaris
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht