Let op. Deze wet is vervallen op 17 september 2008. U leest nu de tekst die gold op 16 september 2008.

Besluit sanitair afval zeeschepen

Uitgebreide informatie
Besluit van 23 juli 2005, houdende regels ter voorkoming van verontreiniging van de zee door sanitair afval van zeeschepen (Besluit sanitair afval zeeschepen)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 24 februari 2005, nr. HDJZ/SCH/2005-578, Hoofddirectie Juridische Zaken, gedaan mede namens de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
Gelet op Bijlage IV van het op 2 november 1973 te Londen tot stand gekomen Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, met Protocollen en Bijlagen met Aanhangsels (Trb. 1975, 147), en met het op 17 februari 1978 te Londen tot stand gekomen Protocol bij dat Verdrag met Bijlage en Aanhangsels (Trb. 1978, 188), op Bijlage IV van het op 4 oktober 1991 te Madrid tot stand gekomen Protocol betreffende milieubescherming bij het Verdrag inzake Antarctica, met Bijlagen (Trb. 1992, 110), en op Resolutie MEPC.115(51) van 1 april 2004 van de Mariene Milieucommissie van de Internationale Maritieme Organisatie, alsmede op de artikelen 1, onderdeel h, 5, 7, 8, 8a, 9, eerste lid, onderdeel e, 10, 11 en 38 van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen;
De Raad van State gehoord (advies van 29 april 2005, nr. W09.05.0052/V);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 8 juli 2005, nr. HDJZ/SCH/2005-1491, Hoofddirectie Juridische Zaken, uitgebracht mede namens de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1. Omschrijvingen
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. nieuw schip:
1°. een schip waarvoor het bouwcontract is gesloten op of na 27 september 2003, of
2°. indien geen bouwcontract is gesloten, een schip waarvan de kiel is gelegd of waarvan de bouw zich in een soortgelijk stadium bevindt op of na 27 september 2003, of
3°. een schip waarvan de oplevering heeft plaatsgevonden na 27 september 2006;
b. bestaand schip: een schip geen nieuw schip zijnde;
c. sanitair afval:
1°. spoelwater en andere soorten afval afkomstig van elke vorm van toiletten en urinoirs;
2°. spoelwater afkomstig van medische ruimten via wastafels, badkuipen en spuigaten in dergelijke ruimten;
3°. spoelwater afkomstig van ruimten waarin zich levende dieren, niet zijnde huisdieren, bevinden;
4°. ander afvalwater indien vermengd met spoelwater, bedoeld onder 1°, 2° en 3°;
d. verzameltank: een tank die wordt gebruikt voor het verzamelen en opslaan van sanitair afval;
e. van het dichtstbijzijnde land: van de basislijn van waaruit de territoriale zee van het betrokken gebied wordt bepaald overeenkomstig het internationale recht, behoudens dat voor de toepassing van dit besluit «van het dichtstbijzijnde land» onder de noordoostkust van Australië betekent: van een lijn getrokken van een punt op de kust van Australië gelegen op 11°00’ zuiderbreedte en 142°08’ oosterlengte, naar een punt op 10°35’ zuiderbreedte en 141°55’ oosterlengte,
vandaar naar een punt op 10°00’ zuiderbreedte en 142°00’ oosterlengte,
vandaar naar een punt op 9°10’ zuiderbreedte en 143°52’ oosterlengte,
vandaar naar een punt op 9°00’ zuiderbreedte en 144°30’ oosterlengte,
vandaar naar een punt op 10°41’ zuiderbreedte en 145°00’ oosterlengte,
vandaar naar een punt op 13°00’ zuiderbreedte en 145°00’ oosterlengte,
vandaar naar een punt op 15°00’ zuiderbreedte en 146°00’ oosterlengte,
vandaar naar een punt op 17°30’ zuiderbreedte en 147°00’ oosterlengte,
vandaar naar een punt op 21°00’ zuiderbreedte en 152°55’ oosterlengte,
vandaar naar een punt op 24°30’ zuiderbreedte en 154°00’ oosterlengte,
vandaar naar een punt op de kust van Australië op 24°42’ zuiderbreedte en 153°15’ oosterlengte;
f. internationale reis: een reis tussen twee verschillende landen, waarbij een gebied voor welks buitenlandse betrekkingen een buiten dat gebied zetelende regering verantwoordelijk is of waarvan de Verenigde Naties het besturend lichaam zijn, mede als een afzonderlijk land wordt aangemerkt;
g. personen: bemanningsleden en passagiers;
h. bruto-tonnage: bruto-tonnage als bedoeld in de Meetbrievenwet 1981 ;
i. Antarctisch gebied: gebied ten zuiden van 60° zuiderbreedte.
1.
Dit besluit is van toepassing op de volgende schepen die een internationale reis maken:
a. nieuwe schepen met een bruto-tonnage van 400 of meer;
b. nieuwe schepen met een bruto-tonnage van minder dan 400 die gerechtigd zijn meer dan 15 personen te vervoeren;
c. bestaande schepen met een bruto-tonnage van 400 of meer met ingang van 28 september 2008;
d. bestaande schepen met een bruto-tonnage van minder dan 400 die gerechtigd zijn meer dan 15 personen te vervoeren, met ingang van 28 september 2008.
2.
In afwijking van het eerste lid:
a. zijn de artikelen 8, derde lid, 10, eerste lid, aanhef en onderdeel b, en vijfde lid, en 12 van toepassing op alle schepen die zich in het Antarctisch gebied bevinden;
b. is artikel 3, tweede lid, van toepassing op andere schepen dan bedoeld in het eerste lid.
1.
Elk schip is onderworpen aan:
a. een eerste onderzoek dat wordt verricht voordat het schip in dienst wordt gesteld of voordat het certificaat, bedoeld in artikel 4, voor de eerste maal wordt uitgegeven, en dat een volledig onderzoek van de bouw, uitrusting, systemen, onderdelen, voorzieningen en materialen van het schip omvat teneinde na te gaan of wordt voldaan aan de regels bij of krachtens dit besluit gesteld;
b. een hernieuwd onderzoek dat wordt verricht met door de inspecteur-generaal vast te stellen tussenpozen die, behoudens indien artikel 6, tweede, vijfde of zesde lid, van toepassing is, niet langer dan vijf jaar zijn en dat de bouw, uitrusting, systemen, onderdelen, voorzieningen en materialen van het schip omvat teneinde na te gaan of wordt voldaan aan de regels bij of krachtens dit besluit gesteld, en
c. een aanvullend onderzoek dat afhankelijk van de omstandigheden hetzij geheel, hetzij gedeeltelijk wordt verricht indien een herstelling is uitgevoerd op grond van een onderzoek als bedoeld in het vijfde lid, of indien belangrijke reparaties of vernieuwingen hebben plaatsgevonden, waarbij wordt nagegaan of de noodzakelijke reparaties of vernieuwingen deugdelijk zijn uitgevoerd, het materiaal en het vakmanschap waarmee deze reparaties en vernieuwingen zijn uitgevoerd in alle opzichten voldoende zijn en wordt voldaan aan de regels bij of krachtens dit besluit gesteld.
2.
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld ten aanzien van onderzoeken van andere schepen dan die, bedoeld in artikel 2, eerste lid. Op verzoek van de reder geeft de inspecteur-generaal ten aanzien van dergelijke onderzoeken een verklaring af.
3.
De toestand van het schip en de uitrusting ervan worden gehandhaafd in overeenstemming met de regels bij of krachtens dit besluit gesteld om zeker te stellen dat het schip in alle opzichten geschikt blijft tot het verlaten van een haven zonder dat het een gevaar vormt voor verontreiniging van het mariene milieu.
4.
Nadat een onderzoek als bedoeld in het eerste en tweede lid is voltooid wordt zonder de toestemming van de inspecteur-generaal geen verandering aangebracht in de bouw, uitrusting, systemen, onderdelen, voorzieningen en materialen die aan het onderzoek zijn onderworpen, tenzij het de onmiddellijke vervanging van dergelijke uitrusting en onderdelen betreft.
5.
Indien een schip een ongeval overkomt of indien gebreken worden geconstateerd die de hechtheid van het schip of de doelmatigheid of de volledigheid van de uitrusting, voorzover deze valt onder de bepalingen van dit besluit, in belangrijke mate beïnvloeden, meldt de kapitein of de eigenaar van het schip dit zo spoedig mogelijk aan de inspecteur-generaal. Indien het schip zich in een haven buiten Nederland bevindt, licht de kapitein tevens onmiddellijk de ter plaatse bevoegde autoriteiten in.
1.
Het Internationaal certificaat van voorkoming van verontreiniging door sanitair afval wordt door de inspecteur-generaal afgegeven na de voltooiing van een eerste of een hernieuwd onderzoek als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdelen a en b, ten behoeve van een schip dat internationale reizen maakt. Het model van het certificaat is het model, opgenomen in het aanhangsel bij Bijlage IV van het Verdrag.
2.
De inspecteur-generaal kan een daartoe bevoegde buitenlandse autoriteit verzoeken de onderzoeken, bedoeld in artikel 3, eerste lid, uit te voeren en het certificaat, bedoeld in het eerste lid, af te geven, of, voorzover van toepassing, daarop een aantekening te plaatsen.
3.
Er wordt geen certificaat als bedoeld in het eerste lid afgegeven aan een schip dat gerechtigd is de vlag te voeren van een staat die geen partij is bij het Verdrag.
4.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld betreffende de aanvraag tot afgifte van een certificaat en de daarbij over te leggen bescheiden.
1.
Op verzoek van een daartoe bevoegde buitenlandse autoriteit kan namens de inspecteur-generaal een buitenlands schip aan de in artikel 3, eerste lid, genoemde onderzoeken worden onderworpen en kan ten behoeve van dat schip een certificaat als bedoeld in artikel 4, eerste lid, worden afgegeven of, voorzover van toepassing, daarop een aantekening worden geplaatst.
2.
Een afschrift van het certificaat en een afschrift van het rapport van onderzoek worden zo spoedig mogelijk toegezonden aan de autoriteit die het verzoek heeft gedaan.
3.
Een krachtens het eerste lid afgegeven certificaat bevat een verklaring inhoudende dat het is afgegeven op verzoek van de betrokken autoriteit.
1.
Het Internationaal certificaat van voorkoming van verontreiniging door sanitair afval wordt door de inspecteur-generaal afgegeven voor een periode van ten hoogste vijf jaar.
2.
In afwijking van het eerste lid is, indien het hernieuwde onderzoek binnen drie maanden voor de vervaldatum van het bestaande certificaat wordt voltooid, het nieuwe certificaat geldig vanaf de datum van voltooiing van dit onderzoek tot een datum niet later dan vijf jaar na de vervaldatum van het bestaande certificaat.
3.
Indien het hernieuwde onderzoek wordt voltooid na de vervaldatum van het bestaande certificaat, is het nieuwe certificaat geldig vanaf de datum van voltooiing van dit onderzoek tot een datum niet later dan vijf jaar na de vervaldatum van het bestaande certificaat.
4.
Indien het hernieuwde onderzoek meer dan drie maanden voor de vervaldatum van het bestaande certificaat wordt voltooid, is het nieuwe certificaat geldig vanaf de datum van voltooiing van dit onderzoek tot een datum niet later dan vijf jaar daarna.
5.
Indien een hernieuwd onderzoek wordt voltooid en geen nieuw certificaat ten behoeve van het schip kan worden afgegeven vóór de vervaldatum van het bestaande certificaat, kan de inspecteur-generaal daarvan een aantekening op het bestaande certificaat plaatsen. In afwijking van het eerste lid wordt in dat geval de geldigheidsduur van het certificaat verlengd voor een periode van niet langer dan vijf maanden na de vervaldatum.
6.
In afwijking van het eerste lid kan, indien het schip zich op het tijdstip waarop het certificaat zijn geldigheid verliest niet in een haven bevindt waar het hernieuwde onderzoek kan plaatsvinden, de inspecteur-generaal de geldigheidsduur van het certificaat verlengen voor een periode van ten hoogste drie maanden na de vervaldatum, uitsluitend om het schip in staat te stellen de reis naar de haven waar het moet worden onderzocht te voltooien. Na de voltooiing van het hernieuwde onderzoek in die haven is het nieuwe certificaat geldig tot een datum niet later dan vijf jaar na de oorspronkelijke vervaldatum van het bestaande certificaat.
7.
In afwijking van het eerste lid kan, indien een certificaat is afgegeven ten behoeve van een schip dat korte reizen maakt en de geldigheidsduur van het certificaat niet is verlengd op grond van een van de andere leden, de inspecteur-generaal de geldigheidsduur van het certificaat verlengen voor een periode van ten hoogste een maand na de vervaldatum. Na de voltooiing van het hernieuwde onderzoek is het nieuwe certificaat geldig tot een datum niet later dan vijf jaar na de oorspronkelijke vervaldatum van het bestaande certificaat.
8.
In bijzondere omstandigheden, vastgesteld door de inspecteur-generaal, behoeft een nieuw certificaat niet te worden gedateerd vanaf de vervaldatum van het bestaande certificaat. Na de voltooiing van het hernieuwde onderzoek in deze bijzondere omstandigheden is het nieuwe certificaat geldig tot een datum niet later dan vijf jaar na de datum van voltooiing van het hernieuwde onderzoek.
1.
Het certificaat kan door de inspecteur-generaal worden ingetrokken:
a. wanneer het schip schade van betekenis heeft opgelopen en de herstelling daarvan niet naar behoren is geschied, of
b. wanneer uit een onderzoek van de bevoegde ambtenaar van de divisie Scheepvaart is gebleken dat het schip niet zonder gevaar voor verontreiniging van het mariene milieu de haven kan verlaten.
Van de intrekking wordt de eigenaar bericht gezonden onder vermelding van de redenen welke tot de intrekking hebben geleid.
2.
Een vervallen of ingetrokken certificaat moet door de eigenaar zo spoedig mogelijk aan de inspecteur-generaal worden ingezonden door tussenkomst van ambtenaren van de divisie Scheepvaart, de ambtenaren met de in- of uitklaring belast, dan wel de Nederlandse diplomatieke of consulaire ambtenaren.
3.
Voor een ingezonden certificaat wordt desverlangd een bewijs van ontvangst afgegeven.
1.
Elk schip is voorzien van:
a. een behandelingsinstallatie voor sanitair afval die is voorzien van het merk van overeenstemming, bedoeld in artikel 11 van richtlijn nr. 96/98/EG van de Raad van de Europese Unie van 20 december 1996 inzake uitrusting van zeeschepen (PbEG 1997, L 46),
b. een door de inspecteur-generaal goedgekeurd systeem voor de versnijding en ontsmetting van sanitair afval, alsmede voorzieningen voor de tijdelijke opslag van sanitair afval wanneer het schip minder dan 3 zeemijlen van het dichtstbijzijnde land is, of
c. een naar het oordeel van de inspecteur-generaal geschikte verzameltank met voldoende capaciteit voor de opslag van al het sanitair afval, afhankelijk van de reizen van het schip, het aantal personen aan boord en andere relevante factoren.
2.
De omvang van de inhoud van de in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde verzameltank moet visueel kunnen worden vastgesteld.
3.
Aan boord van een schip dat zich in het Antarctisch gebied bevindt zijn één of meer verzameltanks aanwezig met voldoende capaciteit voor het opslaan van sanitair afval.
1.
De leidingen van ontvangstvoorzieningen en de scheepsleidingen bestemd voor afgifte van sanitair afval zijn uitgerust met een standaardaansluiting voor afgifte, overeenkomstig de volgende tabel:
2.
Schepen waarvan de holte na de mal niet groter is dan 5 m mogen zijn voorzien van een standaardaansluiting met een inwendige flensdiameter van 38 mm.
3.
Voor schepen die varen in bepaalde diensten, zoals veerdiensten voor passagiers, kan de inspecteur-generaal een alternatieve aansluiting toestaan, zoals snelkoppelingen.
1.
Het is verboden:
a. sanitair afval in zee te lozen, of
b. in het Antarctisch gebied sanitair afval te lozen binnen 12 zeemijlen van het land of van ijsplaten.
2.
Het eerste lid, aanhef en onderdeel a, is niet van toepassing op:
a. het lozen door middel van een behandelingsinstallatie voor sanitair afval als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, waarvan de testresultaten zijn opgenomen in het Internationaal certificaat van voorkoming van verontreiniging door sanitair afval en de geloosde vloeistof geen zichtbare drijvende vaste deeltjes of verkleuring van het water ten gevolge heeft;
b. het lozen van versneden en ontsmet sanitair afval door middel van een goedgekeurd systeem als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, op een afstand van meer dan 3 zeemijlen of niet-versneden en niet-ontsmet sanitair afval op een afstand van meer dan 12 zeemijlen van het dichtstbijzijnde land;
c. het lozen vanaf een schip dat zich in wateren binnen de jurisdictie van een andere staat bevindt en plaatsvindt in overeenstemming met de voorschriften van die staat welke minder streng zijn dan de voorschriften, opgenomen in dit besluit.
3.
Het eerste lid, aanhef en onderdeel b, is niet van toepassing op het lozen door middel van een behandelingsinstallatie voor sanitair afval als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, waarvan de testresultaten zijn opgenomen in het Internationaal certificaat van voorkoming van verontreiniging door sanitair afval en de geloosde vloeistof geen zichtbare drijvende vaste deeltjes of verkleuring van het water ten gevolge heeft.
4.
Het lozen van sanitair afval als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, vanuit een verzameltank, geschiedt in een matig tempo waarbij het schip de vaarroute vervolgt met een snelheid van ten minste vier knopen. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent het tempo.
5.
Het lozen van sanitair afval vanuit een verzameltank in het Antarctisch gebied op een afstand van ten minste 12 zeemijlen van het land of van ijsplaten geschiedt in een matig tempo waarbij het schip, voor zover mogelijk, de vaarroute vervolgt met een snelheid van ten minste vier knopen.
6.
Indien het sanitair afval is vermengd met afval of afvalwater waarvoor op grond van artikel 5 van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen andere voorschriften voor het lozen van toepassing zijn, dient tevens te worden voldaan aan die voorschriften.
1.
Artikel 8, eerste lid, is niet van toepassing op de in artikel 2, eerste lid, onderdelen c en d, bedoelde schepen waarvan de kiel is gelegd of waarvan de bouw zich in een soortgelijk stadium bevond vóór 2 oktober 1983. Zij moeten zoveel als praktisch uitvoerbaar en redelijk is, zijn uitgerust met voorzieningen om het sanitair afval overeenkomstig artikel 10 te kunnen lozen.
2.
Artikel 10 is niet van toepassing op:
a. het lozen in zee van sanitair afval indien dit noodzakelijk is om de veiligheid van het schip en opvarenden zeker te stellen of om mensenlevens op zee te redden, of
b. het buiten het Antarctisch gebied lozen in zee van sanitair afval in geval van schade aan het schip of aan de uitrusting daarvan, mits na het ontstaan van de schade of na het ontdekken van de lozing alle redelijke voorzorgen zijn getroffen om de lozing te voorkomen of tot een minimum te beperken.
3.
Artikel 10, eerste lid, aanhef en onderdeel b, en vijfde lid, is niet van toepassing op schepen waarvoor een certificaat is afgegeven voor het vervoer van ten hoogste tien passagiers.
1.
Aan boord van elk schip dat zich in het Antarctisch gebied bevindt wordt elke lozing van sanitair afval bijgehouden in een sanitair-afvaljournaal dan wel in het journaal, bedoeld in artikel 8c, eerste lid, van het Besluit voorkoming verontreiniging door vuilnis van schepen.
3.
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de inrichting van het sanitair-afvaljournaal.
Artikel 14. Toepasselijkheid op nieuwe schepen
De artikelen 3, eerste lid, onderdeel a, 8 en 9 zijn voor nieuwe schepen van toepassing met ingang van de dag die is gelegen drie maanden na de datum van inwerkingtreding van dit besluit.
Artikel 15. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Artikel 16. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit sanitair afval zeeschepen.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Tavarnelle, 23 juli 2005
De Minister van Verkeer en Waterstaat ,
De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer ,
Uitgegeven de achttiende augustus 2005
De Minister van Justitie ,
Inhoudsopgave
Artikel 1. Omschrijvingen
Artikel 2. Toepassing
Artikel 3. Onderzoeken
Artikel 4. Afgifte van of aantekening op het certificaat
Artikel 5. Onderzoek en certificering van buitenlandse schepen
Artikel 6. Geldigheidsduur en geldigheid van het certificaat
Artikel 7. Intrekking van een certificaat
Artikel 8. Sanitaire systemen
Artikel 9. Standaardaansluiting voor afgifte van sanitair afval
Artikel 10. Lozen van sanitair afval
Artikel 11. Uitzonderingen
Artikel 12. Sanitair-afvaljournaal
Artikel 13. Intrekking van het Besluit voorkoming verontreiniging door sanitair afval van schepen
Artikel 14. Toepasselijkheid op nieuwe schepen
Artikel 15. Inwerkingtreding
Artikel 16. Citeertitel
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht