Besluit van 3 mei 2011, houdende vaststelling van voorschriften met betrekking tot de bekwaamheid en geschiktheid van spoorwegpersoneel met een veiligheidsfunctie (Besluit spoorwegpersoneel 2011)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu van 8 december 2010, nr. VENW/BSK-2010/181313, Hoofddirectie Juridische Zaken;
Gelet op richtlijn nr. 2007/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2007 inzake de certificering van machinisten die locomotieven en treinen op het spoorwegsysteem van de gemeenschap besturen (PbEU L 315) en de artikelen 1, onderdeel j, 36, tweede lid, 49, 50, 51, 51a, achtste lid, 51b, derde lid en 52 van de Spoorwegwet;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 14 januari 2011, nr. W14.10.0554/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu van 27 april 2011, nr. IENM/BSK-2011/51548, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
Aanbeveling 2011/766/EU: Aanbeveling 2011/766/EU van de Commissie van 22 november 2011 betreffende de procedure voor de erkenning van opleidingscentra en examinatoren voor treinbestuurders overeenkomstig Richtlijn 2007/59/EG van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2011, L 314/41);
Besluit 2011/765/EU: Besluit 2011/765/EU van de Commissie van 22 november 2011 inzake criteria voor de erkenning van examinatoren van treinbestuurders en inzake criteria voor de organisatie van examens overeenkomstig Richtlijn 2007/59/EG van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2011, L 314/36);
categorie A: rangeerlocomotieven, werktreinen, onderhoudsspoorwagens en alle andere locomotieven die gebruikt worden voor het rangeren;
categorie B: vervoer van reizigers, vervoer van goederen;
TSI Exploitatie en verkeersleiding: Besluit 2012/757 van de Commissie van 14 november 2012 betreffende de technische specificaties inzake interoperabiliteit van het subsysteem exploitatie en verkeersleiding van het spoorwegsysteem in de Europese Unie en tot wijziging van Beschikking 2007/756/EG (PbEU 2012, L 345);
wet: Spoorwegwet .
Artikel 2
Als veiligheidsfuncties binnen het hoofdspoorwegverkeerssysteem worden aangewezen de functies van:
a. machinist met volledige bevoegdheid;
b. machinist met beperkte bevoegdheid;
c. rangeerder;
d. wagencontroleur;
e. treindienstleider met volledige bevoegdheid;
f. treindienstleider met minimale bevoegdheid.
1.
De machinist met volledige bevoegdheid is bevoegd tot het op hoofdspoorwegen besturen en begeleiden van alle typen spoorvoertuigen van categorie A en B.
2.
De machinist met beperkte bevoegdheid is bevoegd tot het op hoofdspoorwegen besturen en begeleiden van een of meerdere typen spoorvoertuigen van categorie A.
3.
De rangeerder is bevoegd tot het samenstellen en begeleiden van treinen en het begeleiden van spoorvoertuigen op hoofdspoorwegen met een maximumsnelheid van 40 km per uur.
4.
De wagencontroleur is bevoegd tot het controleren op kenbare gebreken van goederenwagens en de belading daarvan.
5.
De treindienstleider met volledige bevoegdheid is bevoegd tot het ter beschikking stellen van veilige rijwegen en het treffen van veiligheidsmaatregelen bij storingen en bij werkzaamheden aan of in de nabijheid van hoofdspoorwegen.
6.
De treindienstleider met minimale bevoegdheid is bevoegd tot:
a. het ter beschikking stellen van veilige rijwegen op emplacementen of gedeelten daarvan, die niet zijn voorzien van een technische beveiliging;
b. het treffen van veiligheidsmaatregelen bij storingen en bij werkzaamheden aan of in de nabijheid van hoofdspoorwegen, op emplacementen of gedeelten daarvan, die niet zijn voorzien van een technische beveiliging.
1.
Een persoon die uitsluitend tot taak heeft het besturen van als gereedschap dienende spoorvoertuigen tijdens het gebruik daarvan bij werkzaamheden aan of nabij de hoofdspoorweg ten behoeve van de hoofdspoorweginfrastructuur, op hoofdspoorwegen die buiten dienst zijn gesteld, is geen machinist als bedoeld in artikel 2, onderdelen a en b.
2.
Een persoon die uitsluitend tot taak heeft het samenstellen en begeleiden van treinen en het begeleiden van spoorvoertuigen op hoofdspoorwegen die buiten dienst zijn gesteld, is geen rangeerder als bedoeld in artikel 2, onderdeel c.
1.
De persoon die een veiligheidsfunctie uitoefent is ten minste 18 jaar oud.
2.
De persoon die een veiligheidsfunctie uitoefent beheerst de Nederlandse taal of een door de beheerder voorgeschreven taal zodanig dat hij de voor de uitoefening van de betrokken functie gebruikelijke procescommunicatie kan voeren en begrijpen.
1.
Onze Minister stelt voor de veiligheidsfunctie van machinist met volledige bevoegdheid en machinist met beperkte bevoegdheid een examenprogramma vast dat voldoet aan de:
a. in bijlage IV van richtlijn 2007/59/EG gestelde eisen inzake algemene kennis en vaardigheden;
b. in bijlagen V en VI van richtlijn 2007/59/EG gestelde eisen inzake specifieke vakkennis inzake spoorvoertuigen en hoofdspoorweginfrastructuur.
2.
Onze Minister stelt voor de veiligheidsfunctie van rangeerder, wagencontroleur, treindienstleider met volledige bevoegdheid en treindienstleider met minimale bevoegdheid een examenprogramma vast dat voldoet aan de geldende paragrafen en aanhangsels van de TSI Exploitatie en verkeersleiding inzake algemene kennis, bekwaamheid en ervaring.
1.
Onze Minister geeft een beoordeling als bedoeld in de artikelen 50, eerste en tweede lid, en 51a, vierde lid, van de wet, aan degene die bij een door Onze Minister afgenomen onderzoek voldoet aan de voor de betrokken veiligheidsfunctie krachtens artikel 6 in het examenprogramma vastgestelde eisen.
2.
Het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, omvat een theoriegedeelte en een praktijkgedeelte en kan tevens een onderzoek in een simulator omvatten.
3.
Bij de beoordeling maakt Onze Minister gebruik van een door Onze Minister erkende examinator.
4.
Onze Minister erkent examinatoren overeenkomstig het bepaalde in de hoofdstukken 1 en 3 van het Besluit 2011/765/EU en de artikelen 26 tot en met 48 van de Aanbeveling 2011/766/EU. Van de erkenningen wordt door Onze Minister een register bijgehouden.
5.
De beoordeling bevat ten minste de volgende gegevens:
a. de datum van het onderzoek;
b. naam en geboortedatum van de onderzochte persoon, en
c. de veiligheidsfunctie waarop de beoordeling betrekking heeft.
6.
Een persoon wordt ten aanzien van de veiligheidsfunctie van machinist met volledige bevoegdheid of machinist met beperkte bevoegdheid toegelaten tot het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, indien hij een opleiding voor de betrokken veiligheidsfunctie heeft gevolgd bij een krachtens artikel 51b, eerste lid, van de wet, door Onze Minister erkend opleidingsinstituut.
7.
Een beoordeling als bedoeld in de artikelen 50, eerste en tweede lid, en 51a, vierde lid, van de wet, is voor onbepaalde tijd geldig.
1.
De voor de machinist met volledige bevoegdheid of machinist met beperkte bevoegdheid vereiste bedrijfsgebonden kennis en bekwaamheid, bedoeld in artikel 51a, vierde lid, onderdeel c, van de wet, betreft de kennis van de bedrijfsorganisatie en het veiligheidsbeheersysteem van de betrokken spoorwegonderneming.
2.
De voor de veiligheidsfunctie van rangeerder vereiste specifieke, taakgebonden en bedrijfsgebonden kennis en bekwaamheid, bedoeld in artikel 51, eerste lid, van de wet, betreft:
a. wegbekendheid op de locatie waarop hij als rangeerder wordt ingezet;
b. kennis van lokale voorschriften;
c. kennis van de voertuigen die hij begeleidt;
d. kennis van de bedrijfsorganisatie en het veiligheidsbeheersysteem van de betrokken spoorwegonderneming.
3.
De voor de veiligheidsfunctie van wagencontroleur vereiste specifieke, taakgebonden en bedrijfsgebonden kennis en bekwaamheid, bedoeld in artikel 51, eerste lid, van de wet, betreft:
a. kennis van wagentypen en ladingen die hij controleert;
b. kennis van de bedrijfsorganisatie en het veiligheidsbeheersysteem van de betrokken spoorwegonderneming.
4.
De voor de veiligheidsfunctie van treindienstleider met volledige bevoegdheid of treindienstleider met minimale bevoegdheid vereiste specifieke, taakgebonden en bedrijfsgebonden kennis en bekwaamheid, bedoeld in artikel 51, eerste lid, van de wet, betreft:
a. kennis van de inrichting van de gedeelten van het spoorwegnet waarvoor hij als treindienstleider dienst doet;
b. kennis van lokale voorschriften;
c. kennis van de bedrijfsorganisatie en het veiligheidsbeheersysteem;
d. kennis van de digitale en mondelinge communicatie als bedoeld in de geldende paragrafen en aanhangsels van de TSI Exploitatie en verkeersleiding.
5.
De beoordeling van de kennis en bekwaamheid, bedoeld in het eerste tot en met vierde lid, geschiedt door een vakinhoudelijk leidinggevende als bedoeld in artikel 15, tweede lid.
1.
Bij regeling van Onze Minister worden met inachtneming van bijlage II van richtlijn 2007/59/EG de eisen vastgesteld inzake medische en psychologische geschiktheid voor de machinist met volledige bevoegdheid en de machinist met beperkte bevoegdheid.
2.
Bij regeling van Onze Minister worden met inachtneming van de geldende paragrafen en aanhangsels van de TSI Exploitatie en verkeersleiding de eisen vastgesteld inzake medische en psychologische geschiktheid voor de rangeerder, de treindienstleider met volledige bevoegdheid en de treindienstleider met minimale bevoegdheid.
3.
Het vereiste om te beschikken over een geldige verklaring van medische geschiktheid en een geldige verklaring van psychologische geschiktheid als bedoeld in artikel 50, eerste lid, onderdeel a, van de wet, geldt niet voor:
a. een persoon die de veiligheidsfunctie van wagencontroleur uitoefent;
b. een persoon die de veiligheidsfunctie van rangeerder uitoefent, in dienst van een in het buitenland gevestigde spoorwegonderneming, die zijn standplaats heeft in het buitenland, mits hij voldoet aan de in het land van zijn standplaats voor de uitoefening van zijn functie in overeenstemming met de geldende paragrafen en aanhangsels van de TSI Exploitatie en verkeersleiding geldende medische en psychologische eisen.
1.
Het keuringsinstituut, bedoeld in artikel 50, eerste en tweede lid, van de wet, geeft de verklaring van medische geschiktheid respectievelijk van psychologische geschiktheid af indien de keuring:
a. heeft plaatsgevonden volgens een door Onze Minister goedgekeurd keuringsreglement, en
b. doet blijken dat de aanvrager voldoet aan de krachtens artikel 9 voor de betrokken veiligheidsfunctie vastgestelde eisen inzake medische en psychologische geschiktheid.
2.
Het keuringsreglement, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, voorziet in de mogelijkheid van een herkeuring indien de aanvrager bezwaar heeft tegen de uitslag van de keuring in eerste instantie.
3.
Bij regeling van Onze Minister kunnen eisen worden gesteld aan de inhoud van de verklaring van medische geschiktheid respectievelijk van psychologische geschiktheid.
1.
De verklaring van medische geschiktheid, afgegeven aan een machinist met volledige bevoegdheid of machinist met beperkte bevoegdheid, die de leeftijd van:
a. 55 jaar nog niet heeft bereikt, is geldig voor de duur van drie jaar, gerekend vanaf de datum van afgifte;
b. 55 jaar heeft bereikt, is geldig voor de duur van een jaar, gerekend vanaf de datum van afgifte.
2.
De verklaring van medische geschiktheid, afgegeven aan een rangeerder, een treindienstleider met volledige bevoegdheid of treindienstleider met minimale bevoegdheid, die de leeftijd van:
a. 40 jaar nog niet heeft bereikt, is geldig voor de duur van vijf jaar, gerekend vanaf de datum van afgifte;
b. 40 jaar doch nog niet de leeftijd van 63 jaar heeft bereikt, is geldig voor de duur van drie jaar, gerekend vanaf de datum van afgifte;
c. 63 jaar heeft bereikt, is geldig voor de duur van een jaar, gerekend vanaf de datum van afgifte.
3.
De verklaring van psychologische geschiktheid is geldig voor de duur van:
a. vijf jaar gerekend vanaf de datum van uitgifte indien die is afgegeven aan een machinist met volledige bevoegdheid of machinist met beperkte bevoegdheid;
b. onbepaalde tijd indien die is afgegeven aan een rangeerder, een treindienstleider met volledige bevoegdheid of treindienstleider met minimale bevoegdheid.
4.
De verklaring van medische geschiktheid respectievelijk van psychologische geschiktheid verliest haar geldigheid indien bij een tussentijdse keuring door een keuringsinstituut als bedoeld in artikel 50, vierde lid, van de wet, blijkt dat de betrokkene niet langer voldoet aan de krachtens artikel 9 voor de uitoefening van de betrokken veiligheidsfunctie vastgestelde eisen inzake medische geschiktheid respectievelijk psychologische geschiktheid.
5.
Een tussentijdse keuring als bedoeld in het vierde lid vindt plaats indien bij degene onder wiens gezag de veiligheidsfunctie wordt uitgeoefend of bij de bij besluit van Onze Minister aangewezen personen, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet, het vermoeden bestaat dat de betrokkene niet langer voldoet aan de voor de uitoefening van die veiligheidsfunctie vastgestelde eisen inzake medische geschiktheid respectievelijk psychologische geschiktheid.
1.
Een aanvraag tot verlening of wijziging van een machinistenvergunning wordt ingediend bij Onze Minister en gaat vergezeld van de bij regeling van onze Minister vast te stellen documenten.
2.
Onze Minister besluit op een aanvraag binnen één maand nadat voldaan is aan het bepaalde in het eerste lid en de vergoeding voor het in behandeling nemen van de aanvraag is voldaan.
3.
De machinistenvergunning voldoet aan de daaromtrent bij of krachtens artikel 4 en bijlage I van richtlijn 2007/59/EG gestelde regels.
4.
De machinistenvergunning is geldig voor de duur van tien jaar gerekend vanaf de datum van afgifte.
5.
Een machinistenvergunning door Onze Minister verleend aan een persoon met de leeftijd van 18 of 19 jaar is slechts geldig voor het besturen en begeleiden van spoorvoertuigen op hoofdspoorwegen in Nederland.
6.
Onze Minister kan op aanvraag van de houder een duplicaat afgeven van de machinistenvergunning.
1.
Het bevoegdheidsbewijs, bedoeld in artikel 51a, vierde lid, van de wet, voldoet aan de daaromtrent bij of krachtens artikel 4 en bijlage I van richtlijn 2007/59/EG gestelde regels.
2.
Het bevoegdheidsbewijs vermeldt de spoorvoertuigen en de hoofdspoorweginfrastructuur waarop het betrekking heeft.
3.
Het bevoegdheidsbewijs vermeldt slechts de spoorvoertuigen en de hoofdspoorweginfrastructuur ten aanzien waarvan de machinist met volledige bevoegdheid of de machinist met beperkte bevoegdheid beschikt over een geldige beoordeling als bedoeld in artikel 51a, vierde lid, onderdeel b, van de wet.
4.
Het bevoegdheidsbewijs voor de machinist met beperkte bevoegdheid vermeldt de beperking tot het besturen en begeleiden van spoorvoertuigen met een maximumsnelheid van 40 km per uur.
5.
De bevoegdheid als rangeerder of wagencontroleur kan bij machinisten met volledige of beperkte bevoegdheid worden aangetekend op het bevoegdheidsbewijs.
6.
Het bevoegdheidsbewijs is voor onbepaalde tijd geldig.
7.
Het bevoegdheidsbewijs verliest zijn geldigheid indien betrokkene de veiligheidsfunctie van machinist met volledige bevoegdheid of machinist met beperkte bevoegdheid niet meer uitoefent onder het gezag van degene die het bevoegdheidsbewijs heeft verstrekt of door schorsing of intrekking van het bevoegdheidsbewijs door degene die het bevoegdheidsbewijs heeft verstrekt.
8.
Degene onder wiens gezag de veiligheidsfunctie van machinist met volledige bevoegdheid of van machinist met beperkte bevoegdheid wordt uitgeoefend, verstrekt bij de beëindiging van het dienstverband aan de betrokken machinist een gewaarmerkte kopie van alle documenten waaruit zijn opleiding, zijn kwalificaties, zijn ervaring en zijn vakbekwaamheden blijken.
9.
Degene onder wiens gezag de veiligheidsfunctie van machinist met volledige bevoegdheid of van machinist met beperkte bevoegdheid wordt uitgeoefend, voorziet in een geschillenregeling omtrent de verstrekking, schorsing en intrekking van een bevoegdheidsbewijs.
1.
Het bezit van een bedrijfspas als bedoeld in artikel 51, eerste lid, van de wet is niet vereist voor:
a. de treindienstleider met volledige bevoegdheid en treindienstleider met minimale bevoegdheid;
b. rangeerders en wagencontroleurs, in dienst van een in het buitenland gevestigde spoorwegonderneming, die hun standplaats hebben in het buitenland en die slechts dienst doen op een nabij de rijksgrens gelegen station vanwege het rijden naar de rijksgrens, mits zij voldoen aan de in het land van hun standplaats geldende eisen betreffende de voor uitoefening van hun functie vereiste bevoegdheid.
2.
De bedrijfspas bevat ten minste de volgende gegevens:
a. naam en geboortedatum van de houder;
b. aanduiding van de veiligheidsfunctie of veiligheidsfuncties waarop de bedrijfspas betrekking heeft;
c. datum van afgifte;
d. eventuele beperkingen of voorwaarden ten aanzien van de medische en psychologische geschiktheid en
e. naam van degene onder wiens gezag de veiligheidsfunctie waarvoor de bedrijfspas is afgegeven, wordt uitgeoefend.
3.
Een bedrijfspas is voor onbepaalde tijd geldig.
4.
Een bedrijfspas verliest zijn geldigheid:
a. door schorsing of intrekking van de bedrijfspas door degene die de bedrijfspas heeft verstrekt;
b. gedurende de tijd dat de houder niet beschikt over een geldige verklaring van medische geschiktheid en een geldige verklaring van psychologische geschiktheid;
c. bij wijziging van de op de bedrijfspas vermelde gegevens, bedoeld in het tweede lid, onderdelen b, d en e;
d. indien de houder de veiligheidsfunctie niet meer uitoefent onder het gezag van degene die de bedrijfspas heeft verstrekt.
5.
In de gevallen, bedoeld in het vierde lid, neemt degene die de bedrijfspas heeft afgegeven, de pas in.
1.
Degene onder wiens gezag een veiligheidsfunctie wordt uitgeoefend, draagt zorg voor vakinhoudelijke leiding over de persoon door wie die functie wordt uitgeoefend.
2.
Een vakinhoudelijk leidinggevende dient te beschikken over zodanige kennis van en inzicht in de uitoefening van de betrokken veiligheidsfunctie en zodanige kennis van de processen en de techniek binnen het hoofdspoorwegverkeerssysteem, dat hij personen die de betrokken veiligheidsfunctie uitoefenen kan instrueren, beoordelen en corrigeren ten aanzien van de goede uitoefening van die functie.
1.
Degene onder wiens gezag een veiligheidsfunctie wordt uitgeoefend, draagt er zorg voor dat de persoon door wie die functie wordt uitgeoefend periodiek een herinstructie volgt ten aanzien van de juiste uitvoering van de functie.
2.
Het periodieke onderzoek van de machinist met volledige bevoegdheid en de machinist met beperkte bevoegdheid, bedoeld in artikel 51a, zesde lid, van de wet, vindt plaats met inachtneming van het bepaalde in bijlage VII van richtlijn 2007/59/EG.
Artikel 17
Degene die personen met een veiligheidsfunctie beschikbaar stelt, niet zijnde een spoorwegonderneming die houder is van een veiligheidscertificaat of een beheerder die houder is van een veiligheidsvergunning, past een systeem van personeelsbeheer toe dat voldoet aan artikel 16a, derde lid, onderdeel e, van het Besluit bedrijfsvergunning en veiligheidscertificaat hoofdspoorwegen en dat is goedgekeurd door Onze Minister.
1.
Het register van machinistenvergunningen, bedoeld in artikel 51a, derde lid, van de wet, voldoet aan het daaromtrent bepaalde in de beschikking van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 29 oktober 2009 tot vaststelling van de basisparameters voor registers van machinistenvergunningen en aanvullende bevoegdheidsbewijzen als bedoeld in Richtlijn 2007/59/EG van het Europees Parlement en de Raad (2010/17/EG; PbEU L 8/17).
2.
Onze Minister verleent op verzoek van de machinist met volledige bevoegdheid of machinist met beperkte bevoegdheid inzage in zijn gegevens in het register van machinistenvergunningen en verstrekt de betreffende machinist op verzoek tevens een afschrift van de op hem betrekking hebbende gegevens.
3.
Het register van bevoegdheidsbewijzen, bedoeld in artikel 51a, vijfde lid, van de wet, voldoet aan het daaromtrent bepaalde in de beschikking van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 29 oktober 2009 tot vaststelling van de basisparameters voor registers van machinistenvergunningen en aanvullende bevoegdheidsbewijzen als bedoeld in Richtlijn 2007/59/EG van het Europees Parlement en de Raad (2010/17/EG; PbEU L 8/17).
4.
De houder van het register van bevoegdheidsbewijzen verleent op verzoek van de machinist met volledige bevoegdheid of machinist met beperkte bevoegdheid inzage in zijn gegevens in het register en verstrekt de betreffende machinist op verzoek tevens een afschrift van de op hem betrekking hebbende gegevens.
1.
Onze Minister erkent op aanvraag een keuringsinstituut voor de afgifte van een verklaring van medische geschiktheid respectievelijk psychologische geschiktheid als bedoeld in artikel 50, eerste en tweede lid, van de wet, indien het beschikt over de voor de keuring van personeel met een veiligheidsfunctie vereiste onafhankelijke organisatie en expertise.
2.
Onze Minister kan aan een erkenning als bedoeld in het eerste lid voorschriften en beperkingen verbinden.
3.
Onze Minister kan een erkenning schorsen of intrekken indien het keuringsinstituut niet meer voldoet aan de voor de erkenning gestelde eisen.
1.
Onze Minster erkent op aanvraag een opleidingsinstituut als bedoeld in artikel 51b, eerste lid, van de wet, overeenkomstig het bepaalde in de hoofdstukken 1 en 2 van het Besluit 2011/765/EU en de artikelen 2 tot en met 25 van de Aanbeveling 2011/766/EU. Van de erkenningen wordt door Onze Minister een register bijgehouden.
2.
Onze Minister kan aan een erkenning als bedoeld in het eerste lid voorschriften en beperkingen verbinden.
3.
Onze Minister kan een erkenning schorsen of intrekken indien het opleidingsinstituut niet meer voldoet aan de voor de erkenning gestelde eisen.
1.
Verklaringen van medische geschiktheid, verklaringen van psychologische geschiktheid en certificaten van bekwaamheid die op basis van het Besluit spoorwegpersoneel aan een machinist met volledige bevoegdheid of een machinist met beperkte bevoegdheid zijn afgegeven, blijven geldig voor de duur dat deze zijn afgegeven.
2.
Machinisten met minimale bevoegdheid als bedoeld in artikel 3, eerste lid onderdeel c, van het Besluit spoorwegpersoneel, blijven bevoegd tot het uitoefenen van hun functie overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens het Besluit spoorwegpersoneel tot 1 juli 2014.
3.
Certificaten van bekwaamheid die op basis van het Besluit spoorwegpersoneel aan een rangeerder met volledige bevoegdheid, wagencontroleur, treindienstleider met volledige bevoegdheid of treindienstleider met minimale bevoegdheid zijn afgegeven, worden gelijkgesteld met beoordelingen van Onze Minister waaruit blijkt dat de rangeerder, wagencontroleur, treindienstleider met volledige bevoegdheid of treindienstleider met minimale bevoegdheid voldoet aan de krachtens artikel 49, eerste lid, van de wet, vastgestelde eisen inzake algemene kennis, bekwaamheid en ervaring.
4.
Verklaringen van medische geschiktheid en verklaringen van psychologische geschiktheid die op basis van het Besluit spoorwegpersoneel aan een rangeerder met volledige bevoegdheid, treindienstleider met volledige bevoegdheid of treindienstleider met minimale bevoegdheid zijn afgegeven:
a. worden gelijkgesteld met verklaringen van medische geschiktheid en verklaringen van psychologische geschiktheid afgegeven aan een rangeerder, treindienstleider met volledige bevoegdheid of treindienstleider met minimale bevoegdheid op basis van dit besluit;
b. blijven geldig voor de duur waarvoor deze zijn afgegeven.
5.
Een bedrijfspas die op basis van het Besluit spoorwegpersoneel aan een rangeerder met volledige bevoegdheid of een wagencontroleur is afgegeven, wordt gelijkgesteld met een bedrijfspas afgegeven aan een rangeerder of wagencontroleur op basis van dit besluit.
6.
Werktreinbegeleiders, aan wie tevens de bevoegdheid is verleend tot uitoefening van de veiligheidsfunctie van rangeerder als bedoeld in artikel 11, derde lid, van het Besluit spoorwegpersoneel, blijven bevoegd tot het uitoefenen van hun functie als rangeerder overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens het Besluit spoorwegpersoneel tot 1 juli 2014.
Artikel 22
Aanwijzingen als keuringsinstituut als bedoeld in artikel 28, tweede lid, van het Besluit spoorwegpersoneel, worden gelijkgesteld met erkenningen als keuringsinstituut als bedoeld in artikel 19 van dit besluit.
Artikel 23
Een wijziging van de TSI Exploitatie en verkeersleiding, het Besluit 2011/765/EU of de Aanbeveling 2011/766/EU gaat voor de toepassing van dit besluit gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijziging uitvoering moet zijn gegeven.
Artikel 24
[Wijzigt het Besluit spoorverkeer.]
Artikel 25
Het Besluit spoorwegpersoneel wordt ingetrokken.
1.
Het Besluit keuring spoorvoertuigen wordt ingetrokken.
2.
[Wijzigt het Besluit spoorweginfrastructuur.]
Artikel 27
De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel 28
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit spoorwegpersoneel 2011.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 3 mei 2011
De Minister van Infrastructuur en Milieu,
Uitgegeven de vierentwintigste mei 2011
De Minister van Veiligheid en Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Artikel 11
Artikel 12
Artikel 13
Artikel 14
Artikel 15
Artikel 16
Artikel 17
Artikel 18
Artikel 19
Artikel 20
Artikel 21
Artikel 22
Artikel 23
Artikel 24
Artikel 25
Artikel 26
Artikel 27
Artikel 28
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht